maandag 3 juni 2013

K deel 2


Kelibia: Aspis of Clupea. Plaats op kaap Bon in Tunesië.
 
Kelsey J:           Auteur van o.a:"Excavationes at Carthage", New York 1926.

Keltiberiërs:       Bewoners van Spanje t.t.v.Carthago's bemoeienis met dit land. De Iberiërs waren de oorspronkelijke bewoners. Na de inval door de Kelten ontstond het mengvolk der Keltiberiërs. Zij werden veelal door Carthago als huurlingen voor de legers gebruikt. Zij vormden ook de ruggegraat van Hannibal's leger  in 219. Pas na 238 gaat Carthago over tot de bezetting van een deel van het Keltiberische land. De Romeinen slagen er pas in om ver in de 2e eeuw na drie oorlogen goeddeels het verzet te breken, maar in de periode 82‑72 breekt nog een keer een opstand van de Lusitaniërs uit. In het zuiden zijn het vooral de Turdetanen en de Bastuliërs, die zich met de Feniciërs aan de kusten, hebben vermengd.

DE CARTHAGERS/PUNIËRS/FENICIERS IN KELTIBERIE

                              ==================================================

                              tijd                                                          %A         %B

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------

                              1200‑1100 verkenning                                 

                              1100‑1000 de eerste steunpunten    1          2

                              1000‑ 700 Fenicisch Iberië                2         10

                               700‑ 600 Griekse infiltraties             2          5

                               600‑ 350 1e Carthaags Iberië        5         10

                               350‑ 300 verlies contrFle                  2          5

                               300‑ 238 2e Carthaags Iberië        5         15

                               238‑ 205 Rijk der Barciden     zie     hieronder

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------

                               238‑ 229 Hamilcar Barcas               15         25

                               229‑ 221 Hasdrubal de Luisterrijke 25         40

                               221‑ 218 Hannibal Barcas                40         60

                               218‑ 208 Hasdrubal Barcas             40‑20      60‑30

                               208‑ 205 Mago Barcas                     20‑ 1      30‑ 2

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------------‑

%A:% van het land, dat daadwerkelijk in handen van de Feniciërs/Puniërs/Carthagers is.

%B:% van het land, dat min of meer onder de contrôle van de Feniciërs/Puniërs/Carthagers staat.

Kenaggi:            Hoerrietisch woord voor "rood".

Kenrick J:          Auteur van "Phoenicia", London 1855.

Kepen/Keben:        Egyptische naam voor Byblos/Gebal.

Kephaloedium             = Cefalu: KEPHALOEDION

Keramiek (Céramique)

 

1.in het oosten.

-----------------

Biochrome fase      1200-850 v.C

Met zwarte,rode en witte cirkels. Vrij ruwe uitvoering.

Red Slip fase       850-550 v.C

Gepolijst rode keramiek, maar soms ook zwart.

Ook wel ‘Samaria Ware’ of ‘Phoenician Fine Ware’ genoemd.

Het betreft voornamelijk schalen. Er is weinig verandering in de vormen.

Omstreeks 800 v.C komt de torpedo amfoor naar voren.

 Een hardere uitvoering betreft de z.g.’Crisp Ware’ (gerimpeld).

‘Cruche avec un col en arête’ = kruik met een hals, geribbeld met een graatpatroon.

Eind 8e eeuw: ‘bobèche’ ofwel ‘mushroom lip’. Dit is schijfvormig met een paddestoelrand.

2.in het westen.

-----------------

Deze keramiek is vrijwel geheel gebaseerd op wat voorkomt in het oosten. Wel zijn er diverse regionale verschillen.

A.Vormen met een oosterse oorsprong.

       - ‘oenochoés à bobèche’
      + ‘trilobée’

       - grote platte borden

       + gestroomlijnde kommen (‘bols carénés’)

       + lampen met 2 tuiten.

       - ‘tripods’ (drievoeten).

       - ‘amphores à sac’

B.Vormen intwikkeld o.b.v. oosterse prototypen.

       - ‘pithoi’ (ovoïde kruiken met 2 of 4 hengsels).

       - urnen van het type ‘Cruz del Negro’, te onderscheiden in ‘amphores à col (amforen    met een hals) en ‘jarres à décrochement’ (kruiken loshakend of afnemend).

       - ampullen / kleine flesjes.

C.Vormen o.b.v. inheemse keramiek.

Dit is vooral de grijze keramiek uit de 8e-7e eeuw v.C en niet te verwarren met de vroege Griekse keramiek.

Kerkouane:          Plaats op Cap Bon in Tunesië. Hier is een complete  Punische stad opgegraven. De plaats ligt even ten

noorden van Kélibia. Het stratenpatroon en de fundamenten zijn vrijwel intact gebleven. Vermoedelijk   werd de stad door Regulus platgebrand.  In 1952 werd de plaats ontdekt.  In 1953 na Chr heeft P Cintas er opgravingen verricht (CRAI 1953). Zie ook J P Morel: "Kerkouane,  ville punique du Cap Bon", Paris 1969.  In de buurt van Kerkouane, waarvan we de Punische naam niet kennen, ligt de Djebel Mlezza, die bekend is  van vele Punische graven en tekeningen op de  rotswanden. Het gevonden materiaal stamt tot uit de 6e eeuw.
Het begin van Kerkouane kan gesteld worden op ongeveer 550 op basis van de gevonden Punische, Ionische,  Corinthische en Attische keramiek.  Omstreeks 310 vindt er een grote brand plaats, die  waarschijnlijk veroorzaakt werd door de invasie van Agathocles. Mogelijk is Kerkouane het door Agathocles  verwoeste Megalopolis! Niettemin wordt Kerkouane omstreeks 300 weer opgebouwd. Pas wanneer Regulus in 255 in Clupea verschijnt, wordt de stad tenslotte opgegeven. Tussen de 20.000 en 27.000 bewoners van  de streek rond Clupea worden als slaaf naar Italië  weggevoerd. Dat berooft deze streek én de stad  Kerkouane van haar levenskracht.
Uit de laatste periode tussen 300 en 250 is weer veel Punisch aardewerk bekend met daarnaast imitaties van Hellenistische keramiek. Verder werden er uit deze periode 20 bronzen munten gevonden met afbeeldingen  van palmen, paarden en natuurlijk de godin Tanit met haar teken.

VERSLAG VAN EEN STUDIETOCHT NAAR KERKOUANE EN OMGEVING IN 1982.

Vanuit de verblijfplaats Nabeul (het vroegere Neapolis) wordt de weg in noordelijke richting genomen in de richting van Kélibia. De kustweg ligt niet ver  van de zee. Aan de linkerzijde verrijzen traag de heuvels en verderop de bergen van het schiereiland Kaap Bon. De weg wordt omzoomd door boomgaarden en  meloenvelden.   Na het handwerkplaatsje Dar Chabaane zien we rechts aan zee het dorpje Mamoula liggen met aan de noordkant
daarvan een langwerpig zoutmeer. Mogelijk is dit een Fenicische vestiging geweest (Utissipisir?). Een tiental kilometers verderop ligt het Romeinse Curibis,  waar vrijwel niets meer van over is. De weg naar het noorden doorkruist diverse "oueds" om vlak voor  Kélibia iets naar het binnenland te buigen. Toch kan  vanaf grote afstand het dominerende fort van Kélibia al ontwaard worden. Kélibia is het vroegere Aspis/Clupea, zoals de Grieken en Romeinen het noemden. De Fenicische naam is verloren gegaan. De haven van Kélibia ligt goed beschut achter de kaap tegen de noordenwinden en het behoeft dan ook geen verwondering op te wekken, dat juist hier Agathocles en Regulus gedebarkeerd moeten hebben.
 Het fort met Punische, Romeinse en Arabische gedeelten  wordt druk hersteld. Er zijn diverse onderaardse ruimten en in het midden van het fort staan nog zeer oude ruïnes. Nochtans zijn daar ook enige "moderne" huizen gebouwd, die bewoond worden. De toegang tot het fort is vrijwel geheel gerestaureerd en men is met de muren op diverse plaatsen bezig. Op een groot bord staat aangekondigd, dat de restauratie tot globaal 1990 zal duren. De "chercheur" is Rachid Ghrib, de architect W Heyden en de "contremaire" Sadoh Kheriji. Aan de voet van de heuvel, waarop het fort ligt, bevindt zich een opgravingsplaats met vele beelden, zuilen en mozaïken. Ook daar is men met opgravingen bezig (geweest). Het terrein wordt, ondanks de borden  met verboden toegang, gewoon betreden, want de lokale Tunesiërs benutten het terrein ook als rustplaats.
Noordwaarts van Kélibia verandert de vegetatie plotseling. Er komt een heus bosgebied, terwijl nu ook de heuvels tot bijna aan zee reiken. Eenmaal uit het bosgebied komt de zijweg naar rechts, naar Kerkouane,  zoals het bord vermeldt. Een smalle rechte weg naar  beneden naar de zee. Haast verscholen in alweer een  bosrijke omgeving, ligt daar het grote opgravingsterrein. Helaas is het fotograferen verboden. Niettemin  is Kerkouane zeer indrukwekkend. Nergens is een Punische plaats zo goed bewaard gebleven als hier. Een wirwar van straatjes leidt naar een open plaats aan de "rue du temple". De tempel staat vlak aan zee. De "rue du temple" leidt verder naar een andere plein  via het vervolg "rue des deux places". Noordwaarts
daarvan is (in 1982) het terrein nog niet opgegraven. Veel huizen, waarvan natuurlijk nu alleen de fundamenten en omtrekken zichtbaar zijn, bevatten badinstallaties en afvoersystemen. De kamertjes zijn niet groot; meestal ca.3x3 meter. Om de tien huizen is er wel een put te vinden. Meer landinwaarts passeren we de "rue des sfinx" en de "rue des verrier" om tenslotte te  komen bij een terrein, waarbij de laatste opgravingen plaats vonden. Hier liggen ook diverse graven. De voettocht gaat vervolgens verder in meer zuidwaartse richting dwars door de kronkelige straatjes via de "rue des artisants". Toch zit er wel lijn in de  plattegrond. Paralel aan de zee ligt een "hoofdstraat", van waaruit halverwege een tweede "hoofdstraat" (=rue du temple") landinwaarts gaat.  Helemaal in het zuiden lijkt Kerkouane, waarvan we overigens de echte naam niet kennen, begrensd te worden door een kleine baai met een stukje daarvoor een andere tempel, waarop de vloer nog mooie mozaïeken  liggen. Deze mozaïeken gelijken sterk op die van het opgravingsterrein van Neapolis.  De zuidelijke tempel heeft de geijkte indeling van voorhof met zuilen, waarachter drie paralelle ruimten,  waarvan de middelste het heilige der heilige of de  offerplaats geweest moet zijn. Lopend terug over de "rue de l'achrosticon" en schetsen
makend van het stratenpatroon en van de huizen, valt  het niet moeilijk om het stadje zich levend voor te stellen. Veel bestaande Arabische soukhs hebben er een frappante gelijkenis mee. Aan de noordkant  van Kerkouane vinden we nog een "grotere" weg, waarlangs mogelijk de landmuur gelegen moet hebben. Aan het eind daarvan liggen diepe putten. Kerkouane is door zijn "gaafheid" uniek. Het geeft ons een goed beeld hoe de Puniërs hun steden bouwden en hoe zij voor die tijd eigenlijk in luxe leefden.

                                                            H van Diessen.

KFR:                Fenicische naam voor de plaats Solus op de noordkust van Sicilië. De plaats wordt genoemd door Thucidydes als een van de steden, waarop de Feniciërs zich terugtrokken bij de komst van de Grieken op Sicilië. De plaats KFR ligt op de landtong Solanto in de buurt van een archaïsche necropool, die nog tot in de Helleninstische tijd werd gebruikt. Dionysios I van Syracuse verwoest de stad in de 4e eeuw. Daarna bouwen de ovelevenden een nieuwe stad op de berg bij Monte Catalfano, die op een veel beter verdedigbare plaats ligt. Diodorus (23.18.5) meldt, dat de stad in 254 overgaat in Romeinse handen. Een Latijnse inscriptie is het laatste bericht, dat beschikbaar is vanuit 202‑205. Dat valt samen met het einde van de tweede Romeins‑Punische oorlog. Mogelijk, dat daarna de vermengde Grieks/Punische bevolking de stad verlaten heeft. Het is bekend, dat in ieder geval de oorspronkelijke Griekse bevolking na de Romeinse bezetting massaal terugkeerde naar Griekenland zelf. Het is niet ondenkbaar, dat ook de Puniërs toen Sicilië in grote getale verlaten hebben.

 ncfps

See for more information and in the English language:

 


 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten