donderdag 26 juni 2014

C4


Chorreras:       nederzetting op kust Zuid-Spanje

          NOTICIARIO ARQUEOLOGICO HISPANICO  nr.6. Ministerio de Cultural, Direccion general del patrimonio artistico, archivos y museos, subdireccion general de arqueologia, Madrid 1979. Veel plattegronden, afbeeldingen en enige kaarten. Voorts een catalogus met publicaties van de 'Junta superior de excavaciones  arqueologicas'.  a.Chorreras, un establecimento fenicia al est de la desembocadura del Algarrobo, H.Schubart, G.Maass‑Lindemann, M.E.Aubet

Heuvels van 52-64 meter boven de zee. In 1973 onderzocht door J.M.J.Aymerich, M.E.Aubet en in 1980 door G.Maass-Lindemann.

Huis I heeft brandkenmerken. Onregelmatige woonverblijven aan één straat gelegen. Verder werd er een oven gevonden. Er ligt een relatie met de necropool Lagos. Begin occupatie in de 8e eeuw v.C. Reeds in de 7e eeuw verhuisd de bevolking naar Moro de Mezquitilla en wordt de plaats opgegeven.

Zie: Catalogo documental de los Fenicios en Andalucia, 1995.

De heer Beelaerts-van Blokland bezat er de villa Serena. Op dat terrein vindt hij veel Fenicisch materiaal, dat na zijn dood aan het museum te Malaga werd gegeven.

 

 

Dinsdag 25 mei 1999.

--------------

Bezoeken aan Chorreras, Torre del Mar en Lagos.

Ik loop de hele heuvel van Chorreras over. Een engels sprekende oudere Spaanse dame blijkt Beelaerts van Blokland nog gekend te hebben. Die heeft daar zelf opgravingen verricht. Na zijn dood in (1987) is al het materiaal kennelijk naar het museum te Malaga gegaan. Zijn villa La Sirena (nr.4) staat er nog en wordt nu bewoond door een Iraniër Karrim (postcode 29740).

Foto’s + kaarten



Chretes:            Naam voor de Senegal rivier in de rapportage van Hanno over zijn zeetocht in de 5e eeuw.

 

Christ, K:          Auteur van "Hannibal", Darmstadt 1974. en van "Zur Beurteilung Hannibals" in Historia 17, 1968.

 

Chronologie:   zie apart artikel.

 

Chroust, A.H:       Auteur van o.a:"International Treaties" in:Antiquity Classica et Mediaevalia‑1954.

 

Chullu:             Het huidige Collo aan de kust van Oost‑Algerije. Het ligt aan de gelijknamige baai in de luwte van kaap Bougarouni=Metapontisch voorgebergte. De plaats heeft ten hoogste als factorij dienst gedaan.

 

Chusor:             Volgens de Fenicische legende de uitvinder van het ijzer.

 

Chytroi:           vindplaats op Cyprus.

Afbeelding Ins.Ph.4



Ciasca, A:          Auteur van o.a. bijdragen in MOZIA I t/m IV. Hierbij ging het voornamelijk om opgravingen in de tofet aan de noordkant van het eiland en stammend uit de Ve eeuw.

 

Ciavieja:          nederzetting aan de kust van Zuid-Spanje

Deze nederzetting is alleen herkend op basis van kenmerken en materiaal aan de oppervlakte, waarbij dus nog geen eenduidige opgraving, of waarover de meningen verdeeld zijn.

El Ejido Ciavieja is een kunstmatige kaap van 0,5 ha voor een agrarische benutting. In 1985/6 vond er een noodopgraving plaats door A.Suarez en M.Carrilero, waarbij het volgende aan het licht kwam:

-          Muren

-          Cirkelvormige en rechthoekige kamers

-          Griek, Iberisch en Punisch materiaal uit de 5e – 3e eeuw v.C.

afbeeldingen
 



Cicero:             Auteur uit de oudheid, die niet altijd even positief schreef over de Feniciërs of Puniërs. Enige voorbeelden:

REPUBLICA II,4,/9/: Want, de barbaarse volken zelf waren voorheen niet zeevarend geweest, behalve de Etrusken en de Feniciërs, de enen als handelaren, de anderen als piraten.

PRO SCAURO XIX /42/: Alle herinneringen uit het verleden en alle historische verhalen hebben aangetoond, dat het meest bedrieglijke volk dat der Feniciërs is, afkomstig van hen de Puniërs, die verteld hebben van vele opstanden der Carthagers, van vele verscheurde en geschonden verdragen, hetgeen hen in het geheel niet in verlegenheid had gebracht.

REPUBLICA,I,fr 2 Krarup:

En Carthago heeft niet zoveel overvloed gehad gedurende zes honderd jaar zonder regels en zonder discipline.

REPUBLICA, III, fr3.Krarup:

Het zijn de Feniciërs geweest, die als eersten met hun snuisterijen en handelswaar de hebzucht, de praal en de onverzadigbare verlangens naar allerlei zaken in Griekenland hebben ingevoerd.

 

Cilicië:            Landstreek in Zuid‑Turkije, die in de oudheid ook wel onder de namen Qué of Kizzoewatna bekend stond. Het is niet bekend of de Feniciërs er een permanente nederzetting hadden, maar wel mag als zeker worden aangenomen, dat zij met het land handel dreven. Ook het schrift van de Feniciërs was daar bekend, getuige een bilinguale inscriptie uit Karatepe.(Zie verder onder KARATEPE).

 

Cillix:             Volgens de legende een zoon van Agénoor van Tyrus,  die naar Klein‑Azië reist om prinses Europa te zoeken. Hij geeft aan het volk de Ciliciërs zijn naam.

 

Cintas, P:          Auteur van o.a:"Contribution à l'étude de l'expansion carthaginoise au Maroc" in: Publications de l'institut des Haut‑études Marocaines LVI, Art et Métiers Graphiques, Paris. Andere belangrijkste publicaties zijn: "Céramique punique", Tunis 1950. "Amulettes puniques", Tunis 1946.

"Fouilles puniques à Tipasa", RA 1948. "Le sanctuaire punique de Sousse", RA 1947. "Fouilles à Utique" in KARTHAGO II 1951 V 1954.

P.Cintas is echter van veel meer publicaties bekend en heeft aan het begin gestaan van vele opgravingen in Noord‑Afrika tijdens de franse tijd.

Lijst van nederzettingen van Cintas

 

Circumcelliones:    Een religieuse secte t.t.v. St.Augustinus in Noord‑Afrika. Zie:artikel van H C Teitler in Intermediair: "Circumcelliones t.t.v.Augustinus".

 

Cirkin, Y B:        Auteur van o.a:"Economy of the Phoenician settlements in Spain" in:State and temple economy in the ancient near east II [Lipinski, Leuven 1979]. Een ander werk van deze auteur is "Phönizier und Spanier" in Klio 63‑1981.

 

Cirta:            Een oorspronkelijk Libysche stad met vooral na 146 veel Punische invloeden. Het is het huidige Constantine in Oost‑Algerije. In de tofet zijn vele honderden stèles opgegraven.

Zie:"Das Heiligtum von El‑Hofra", E. Kunzl, Bonn 1979. De stad is in de 2e eeuw de hoofdstad van het rijk van Masinissa. In de oorlog tegen Jugurtha wordt de stad belegerd en ingenomen. De Italiërs worden dan uitgemoord. Weliswaar geen strict Punische nederzetting, maar wel onder grote invloed getuige de vele voorkomende Punische namen op inscripties uit de 3e-1e eeuw v.C.

Naam
Beroep
Zoon van
Tijd
overig
Hanno
 
Bod.....
3e
 
Abdmilqart
 
Ozmilk
3e
 
Baalyahon
 
Baalyaton
3e/2e
 
Mattanbaal
 
 
3e/2e
Burger van Yarim
Ariš
 
Arišam
3e/2e
 
Abdaštart
Hoofd v/h bestuur
Masop
Begin 2e
 
Ariš
 
Labi (=leeuw)
Begin 2e
 
Azrubaal
 
Geraštart
2e
 
Himilk
De opzichter
Baalšillek
2e
 
Bodaštart
 
Abdmilqart
162/1
 
Mattanelim
 
šapot
157/6
 
Baalyaton
 
šunuk
148/7
 

Cursief: Numidische namen

Bovendien kennen we uit de overlevering een koning Adherbal (eind 2e eeuw) en een legeraanvoerder van koning Jugurtha = Bomilcar (eind 2e eeuw). Cirta is de hoofdstad van veelal de Massylische kleinkoningen.

Literatuur:

Février (J.-G.), Sur une bévue de lapicide, BCTH, 1951-2,  p. 261- 264 (= RES, 1543 (cf. n° 685), inscription sur une stèle décorée d’El Hofra).

Février (J.-G.) et Berthier (André). Interprétation de deux stèles néo-puniques provenant d'El-Hofra, BCTH, 1954, p. 23-24. Deux stèles élevées l'une par l'épouse et l'autre par le mari à l'occasion d'un sacrifice réel [?] d'enfant.

Février (J.- G.)et Berthier (A.), Inscription punique d'El-Hofra, BCTH, 1954, p. 41.

Février (J. G.), Rapport sur Berthier (A.) et Charlier (R.). Sanctuaire punique d'El-Hofra, BCTH, 1955-6, p. 152-158.

Beschaouch (A.), Le territoire de Sicca Veneria (El Kef), nouvelle Cirta, en Numidie proconsulaire (Tunisie), CRAI, 1981, p. 105-122.

4.12.6.Das Heiligtum                         Plattegrond +

                von el‑Hofra                   E Künzl             aantekening

30.4 Le sanctuaire punique  A.Berthier         Arts & Métiers graphiques

     d'el Hofra             R.Charlier         Paris          Gouvernement général de   l'Algérie

51.5.14.Les Stèles puniques de         BIBLIOGRAPHIE       blz 764

                Constantine

plattegrond



CIS:                Afkorting van Corpus Inscriptionum Semiticarum.

 

Citium:             Zie:KITION.

 

Citro, C:           Auteur van "Topografia, storia, archeologia di Pizzo Cannita" in:Atti Accad.di Scienze Lettere e Arti di Palermo, XII, 1952‑3, pp.265 e.v.

 

(col de) Clapier: vermoedelijke pas, die Hannibal in 218 v.C nam in de Alpen.

 

Clastidium:         Romeins garnizoen in de Povlakte, waarvan de bevelhebber zich overgeeft (eigenlijk verraadt) bij de aankomst van Hannibal in 218.

 

Clerc, G:           Auteur van:"Fouilles de Kition II,Objects égyptiens et égyptisants",Nicosia,1976.

 

Cl.Rev:             Afkorting van de naam van periodiek:Classical Review.

 

(la) Clota:         necropool. In gebied Calaceite, provincie Teruel. Imitatie van een tripod van het Cyprische type

Vergelijkbaar met die van Oristano.

Zie: Los soportes de Calaceite y las manufacturas ornamentales en bronce del Iberico antiguo. Nuria Rafel Fontanals.

In: BK 254 Anejos de AespA, El periodo orientalizante, Actes del II simposio Internacional de Arqueologia de Mérida, Instituto Arqueologia Mérida, 2005. Congres mei 2003.

 

Clupea:             ZIE:ASPIS. De Fenicische naam van de plaats is niet bekend. Vanaf grote afstand kan het dominerende fort van Kélibia worden waargenomen. De haven ligt goed beschut achter de kaap tegen de noordenwinden. Het fort met Arabische, Romeinse en Punische restanten wordt gerestaureerd tot waarschijnlijk 1990. Er zijn diverse onderaardse ruimten en in het midden

vinden we met name de Punische resten.

 

          Foto 319.uit het archief

          van de schrijver. De foto

          van Clupea werd in noor‑

          delijke richting genomen.

 

 


          Foto 320.uit het archief

          van de schrijver. De heu‑

          vel van Clupea met daarop

          het Arabische fort, waar‑

          binnen de Punische resten

          op het binnenterrein.

 

          Foto 321.uit het archief

          van de schrijver.

 

          [deze foto's werden in

           1982 na Chr genomen en

           tonen de resten van de

           Punische burcht midden

           in het Arabische fort]

 

          Foto 322.uit het archief

          van de schrijver.

 

Codaruina:          vindplaats van Punische objecten te Sardinië.

 

Collet, E:         mede-auteur van ‘Sépulture punique à puits et chambre maconnés près de Ksour-es-Saf (Tunesie), BCTH 1913.                       

 

Colette‑Picard:     Auteur van o.a.:"Collections puniques I:Architecture et sculpture", Paris 1974.

 

Colommines Roca,J:  Auteur van "Les Terracuites cartagineses d'Eivissa"  Barcelona, 1938.

 

Colubraria:         Het eiland Formentera van de Balearengroep. Het wordt ook wel slangeneiland genoemd en vormde één van de Pithyusen. Het eiland stond onder de Carthaagse invloedssfeer sinds de 6e eeuw tot aan ca.200. Ook is de naam Phoenissa bekend.

 

Consiglio nazionale  delle ricerche:     Deze nationale onderzoeksraad van Italië heeft vele

onderzoeken laten verrichten naar de Feniciërs en  Puniërs. In 1969 heeft de raad een colloquium gehouden met als titel:"Ricerche puniche nel mediterraneo centrale.”

 

Conteneau, G:       Auteur van o.a: "La civilisation Phénicienne", 1928 Paris. en van: "Manuel d'archéologie orientale", Paris 1927‑1947. Beroemd is zijn missie geworden naar Sidon:"Mission archéologique à Sidon", 1914, Paris,1921 en:"2me Mission do." 1920,Paris,1924. BK 274.

 

Cornus:             Plaats aan de westkust van Sardinië. Een haven, waar in de 2e Punische oorlog een Hasdrubal debarkeerde met een invasieleger, maar samen met de opstandelingen van Hampsicorus tegen Rome, werd verslagen.

kaart



                              Foto 312.uit het archief van de schrijver.

                              De kust van Cornus in 1984 na Chr.

 

Coronoa Arubia:     vindplaats van Punische relicten op Sardinië.

 

Corsica:            Eiland in de Middellandse zee tussen Sardinië en Italië in gelegen. In de 3e eeuw controleren de Carthagers de kusten van het eiland, maar bezetten het niet volledig. Na de huurlingenopstand(240‑238) wordt Corsica door Carthago noodgedwongen afgestaan aan Rome.

KORSAI

kaart



Cortija de las Sombres: necropool in Zuid-Spanje nabij Frigiliana.

Deze nederzetting is alleen herkend op basis van kenmerken en materiaal aan de oppervlakte, waarbij dus nog geen eenduidige opgraving, of waarover de meningen verdeeld zijn. In 1965 vonden werkzaamheden plaats aan een woning, waarbij een deel van een necropool vrij kwam te liggen. A.Arribas legt 15 graven vrij vanuit de 6e-5e eeuw v.C. Men vindt er vazen van het type Cruz del Negro. Voorts: huisraad, urn, scarabee.

Reis 2002 te Spanje

Op deze reis niet zelf bezocht, maar er werd alleen een ansichtkaart van meegenomen. De plaats wordt ook wel Cortijo de las Sombras genoemd. Bekend van een Fenicische necropool vanuit de 6e-5e eeuw v.C. Men heeft er 15 graven gevonden. De overledenen werden er gecremeerd en de as in urnen gestopt op een wijze zoals vergelijkbaar met wat we aantreffen op het eiland Rachgoun voor de Mauretaanse kust. De urnen zijn polychroom en rond van karakter.

In 2008 kon de plaats wel bezocht worden. Er ligt nog een graf, dat te bezichtigen is.

Zie:A.Arribas/J.Wilkins, La necropolis fenicia del Cortijo de las Sombras (Frigiliana, Malaga), Pyrenae 5 (1969), blz 185-244.

kaart



Cortijo Montanez: necropool in Zuid-Spanje nabij El Villar.

 

Cortoba:            Het huidige Cordoba in Zuid‑Spanje, dat in de 3e eeuw onderdeel uitmaakte van het rijk der Barciden in Zuid‑Spanje. Het was een belangrijke overslaghaven aan de rivier de Baetis (Guadalquivir) t.a.v. het goud en andere metalen uit de Sierra Morena mijnen. CORTUBA

 

                              Foto 468.uit het archief van de schrijver. Baetis.

 

                              Foto 469. uit het archief van de schrijver. Romeinse

                              brug over de Baetis.

 

          Foto 470.uit het archief

          van de schrijver. Romein‑

          se relicten te Cordoba.

 

 

 

          Foto 471.uit het archief

          van de schrijver. Hoe oud

          en nieuw in het hedendaag‑

          se Cordoba verweven worden

          en waardoor het oude behou‑

          den blijft(?).

kaart



Corvo:              Een van de Azoren‑eilanden, waar wellicht Punische munten gevonden zijn.

 

Corvus:             De naam van de enterbruggen, die in vooral de eerste Punische oorlog werden gebruikt door de Romeinen. Na verloop van tijd weten de Carthagers de enterbrug te omzeilen.

afbeeldingen



Cossetanen:

 

Cossyra:            ZIE:AïRANIM.            _____________________

 

                                               _____________________

 

 

                           ___________________________________________________

                              KAART                         COSSYRA

 

 

                                                            Sicilië

 

 

 

                              Afrika        Cossyra=COSSURA

 

 

                                                 Linos      Gaulus

                                                            Melita

                                           Lampas

 

 

                                                            1:4.500.000

                              ___________________________________________________

 

Cothon:             Naam voor kunstmatige haven in de oudheid. Bij de Puniërs komen we die o.a. tegen in Motya en Carthago.

 

Cotte:              Een mogelijke Fenicische en/of Punische nederzetting aan de Atlantische kust van Marokko tussen  Lixus en Tingis. Er resteert een vierkante fundering, graf(VIe eeuw), viskuipen en een kanalisatiesysteem.  Niet identiek, maar vlak erbij gelegen zijn de  "grotten van Hercules", die 4 km ten zuiden van Cap Spartel gelegen zijn. Door Montalban zijn daar Punische vondsten gedaan. Bovendien werd er een graf gevonden uit de 6e eeuw.

ZIE:"Garum et industries antiques de salaison dans la Méditerranée occidentale", M Ponsich &

M Taradell, Paris 1965. "Une tombe punique au Cap Spartel" P H Koehler, Revue des Musées, Dijon 1930. "L'Histoire ancienne de l'Afrique du nord" op blz 70 van deel I., S Gsell.  "L'archéologie marocaine de 1958 à 1960 p.530 e.v., M Euzennat

                            __________________________________________________

                              KAART                         COTTE:COTTA

 

 

 

                              kaap Spartel>>>           <<<<Tingis

 

 

 

                                                            Mediouna

                               Grotten van Hercules

                               Ras Achakar  Grotten van Khil

                                                            Oued Khil

                                   COTTA

 

 

 

                                          Djebila

 

                              __________________________________________________

                              ^noord

 

Cothon:             Kunstmatige haven bij de Feniciërs/Puniërs.  Meestal is die aan de kleine kant.

 

Courtois, C:        Auteur bekend van "Saint Augustin et la survivance du punique" in: RA: 1950.

 

CRAI:               Afkorting voor "Comptes rendus des séances de l'academie des inscriptions et belles lettres".

 

Crematie:           Veelal verbranden de Feniciërs en Puniërs hun doden. Vele urnen met overblijfselen en niet alleen van de offers zijn teruggevonden. Toch begroef men ook tijdenlang de doden en dat gebeurde vaak in uitgehouwen kelders in de rotsen.  In Deel Drie, hoofdstuk Religie, boek negen wordt hier onder par.4.7. nader op ingegaan. Sardinië is een markant voorbeeld van zich wijzigende gewoonten omtrent dit aspect. P Bartoloni in "Contributo alla cronologia delle

necropole fenicie e puniche di Sardegna"(RSF 1981suppl.) gaat hier zijdelings op in. In de 7e en 6e

eeuw was het verassen nog gebruikelijk, voor zover bekend is. In ieder geval gebeurt het in de plaatsen Nora, Bithia en Panilorga. Daarna (vanaf ca.520) gaat men in geheel Sardinië over tot begraven in veelal kelders. Dit duurt tot omstreeks 275, wanneer het verassen weer duidelijk de overhand neemt.

 

Cross, F.M:         Auteur van o.a:"Two archaic inscriptions on clay objects from Byblus" in RSF:1973.

 

CRST:               Afkorting voor The Claremont Ras Shamra Tablets.

 

Cruz del Negro: vindplaats in Spanje.

In: BK 254 Anejos de AespA, El periodo orientalizante, Actes del II simposio Internacional de Arqueologia de Mérida, Instituto Arqueologia Mérida, 2005. Congres mei 2003.

9.Consideraciones sobre un nuevo modelo colonial fenicio en la peninsula iberica.

22.Las necropolis orientalizantes del sudoeste de la peninsula iberica.

73.Estilos orientalizantes: el caso de los marfiles peninsulares.

74.Rasgos especiales de la ceramica de los yacimientos fenicios peninsulares.

afbeelding



CT:                 Afkorting voor Cuneiform Texts.

 

Culican, W:         Auteur van o.a:"Aspects of Phoenician Settlement in the West‑Mediterranean" in:Abr Nahrain Semitic Studies, University of Melbourne 1959‑1960 en van "Phoenician Oil Bottles and Tripod Bowls" in Berytus vol 6, 1970. Belangrijk is de waardering in zijn werk("The first Merchant Venturers:the Ancient Levant in History and Commerce",London 1966) voor

de Feniciërs als eerste zeevaarders en kooplieden.

 

Curubis:          in ieder geval een Romeinse plaats in Noord-Afrika, maar wellicht met een Punisch verleden.

kaart



Cypro-Fenicische schaal: beroemde fraai bewerkte schalen uit vooral de 8e en 7e eeuw v.C

afbeeldingen



Cyprus:             Groot eiland in de Middellandse zee. Voor de Feniciërs is Kition op dit eiland hun eerste overzeesche toevluchtsoord. Een tijdlang komt vrijwel geheel Cyprus onder Fenicische contrôle, maar ze concentreren zich voornamelijk op het zuiden. In het binnenland exploiteren ze kopermijnen te o.a.Idalion, Tammassos. In de 8e en 7e eeuw komt het eiland nominaal onder Assyrische heerschappij. In de Perzische tijd volgen diverse Griekse opstanden, die overigens onderdrukt worden met behulp van de Feniciërs. Nochtans wordt de Griekse invloed steeds groter.

ZIE VOORTS:KYPROS.

kaarten



Cyprusa:            Eiland in de Perzische golf. Nu wordt het Kisj of Qais genoemd. Een paralel met Cyprus ligt voor de hand. De Grieken vernoemden Cyprusa waarschijnlijk naar Cyprus?

 

Cythera:            Er bestaan slechts een paar indicaties voor een Fenicische nederzetting, die ten hoogste tussen 1000 en 800 op het eiland voor de zuidpunt van de Peloponnesos geweest kan zijn. Dat is allereerst de zeer gunstige ligging op de doorvaart naar het westen van de Middellandse zee via de noordroute. Daarnaast is er sprake van een legende omtrent Afrodite, die zou stammen van dit eiland. En voor Afrodite moet dan weer Asjtarte gelezen worden.De eventuele Fenicische nederzetting heeft echter nooit meer betekent dan een relaisstation op de grote vaart naar Tartessos. Er moge ook nog op gewezen worden, dat er een naamsverwantschap bestaat met Thera; een ander eiland in de Egeïsche zee, waarvan bekend is, dat het ook Fenicisch bezoek

gehad heeft.

                              __________________________________________________

                              KAART                         CYTHERA

 

                              Peloponnessos

 

                                                            Neapolis

                                                                Egeïsche zee

 

 

                                                            Ag.Pelagia

 

                              Ionische zee 

                                           

                                                            507

                                                            Kythira

 

                             __________________________________________________

 
ncfps
See for more information and in the English language: