vrijdag 20 juni 2014

A3


Achradina:        Omstreden voorstad van Syracuse. Himilco dringt er bijvoorbeeld een keer in door in 396. Hierbij worden waarschijnlijk de tempels van Demeter en Kore geplunderd. ZK,DL2,282

 

Achshaph:        nederzetting in Galilea: Keisan, of Abu Hawam of?

 

Achterland Carthago:    

 

Acipino:            vindplaats in Zuid-Spanje: kruispunt van handelsroutes.

 

Acquaro.E:        Een hedendaags Italiaans historicus, die o.a. via het instituto di studi del vicino oriente van de Universita di Roma vele publicaties in deze eeuw heeft geproduceerd over de Feniciërs en Puniërs.  Bijvoorbeeld:    1969 Ricerche puniche ad Antas,  1973 Una moneta ibicenza dal tofet di Sulcis en Sull'iconografia  di un rasoi punica di Sardegna.  RSF 1974 kpoooxi de Mozia   RSF 1975 Uova di struzzo dipinte dalla  necropoli occidentale de Cagliari.  RSF 1976 Componenti etrusco‑ioniche  glittica tharrense.  RSF 1977 Le monete puniche della collezione don Armeni.(S.Antioco).  RSF 1979 Olbia I+Tharros V  RSF 1980 Due falsi punici+Olbia II+Tharros VI.  RSF 1981 vol IX,1 Tharros VII.

 

ACOR:             Acta Orientalia, tijdschrift.

 

Actaeon:          Zoon van Autonoë, die weer een dochter van Cadmos was. Zijn dochter is Phoinikè. Ter ere van haar geeft hij (=Acteon) volgens de Attische legende aan de letters, die hij had uitgevonden, de naam: PHOINIKEIA GRAMMATA.

 

Ad:                 betekent:totdat,weer.________________

                              

                                          _________________

 

'D':                'da; Fenicische naam_________________________

 

                                                      _________________________

  

Adana:              Handelsstad in de vruchtbare laagvlakte van

                              Cilicië(Kizzoewatna).

                        BK2

 

 

Adarbaal:          de krachtige Baal



 Ofwel: ADHERBAL

Boek 354:

A d h e r b a l:

1.naam van diverse veldheren in de 2e Punische oorlog.

2.zoon van Micipsa. Vermoord door Jugurtha.

        'drb*l (fen/pun), Aderbal(l)os (gr), Atarbas (gén), Ad(h)erbal / Adarbaal /

        Adarbalis / Aderbalo (lat).

        Betekenis: Baal is krachtig / machtig.

        De naam komt redelijk veel voor in de Fenicisch‑Punische wereld. In totaal komt

        de naam 'drb*l 72 x voor volgens de opgave van F.L.Benz in: Personal Names in

        the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press, 1972.

        Daar komen nog 4 à 5 Neopunische namen bij uit Leptis Magna, Maktar en

        Constantine. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984,

        R.U.Groningen.

        In feite treffen we de naam vooral aan in het westelijke deel van de

        Middellandse zee.

        In het vervolg wordt tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski

        aangegeven. In Romeinse cijfers de totale rangorde chronologisch bezien van de

        hier weergegeven personen. Enige (markante) voorbeelden, waarbij we iets meer

        dan alleen de naam weten, zijn:

 

        Adherbal I

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-----

        Op een steen van 46 cm hoogte en 35 cm breedte is een inscriptie aangetroffen

        uit Tharros op Sardinië met de naam van Adirbaal ('drb*l). Deze stamt uit de 4e

        eeuw v.C. Het is een eenvoudige optekening van de familie. Adirbaal (of

        Adherbal) blijkt de zoon te zijn van Yatonbaal (ytnb*l) en die is weer de zoon

        van Abdo (*bd'). Zie Amadasi Sardegna 16. Wat voor beroep of positie deze

        Adherbal had wordt niet duidelijk. Adherbal I leefde in een Sardinië, dat voor

        een belangrijk deel onder de controle van Carthago stond. In deze 4e eeuw v.C

        zijn op het eiland geen oorlogen of rampen te melden. Zijn plaats Tharros was

        een van de voornaamste Carthaagse steunpunten en vervulde een intermediaire rol

        naar de Balearen toe.

 

        Adherbal II (1)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑--

        Adherbal II (1) leefde aan het eind van de 3e eeuw v.C. Hij duikt op als

        commandant van Carthaagse troepen, die de kuststeden moet bevrijden dan wel

        beschermen. Hij bevecht een overwinning op de troepen van Agathocles. Dit moet

        dicht in de buurt van Carthago zijn geweest in de loop van het jaar 307 v.C.

        Daarna belegert hij met zijn troepen Tunis.

        Zijn mede‑generaals zijn Hanno en Himilco, die ieder voor zich ook een deel van

        de troepen van Agathocles verslaan. Agathocles zit op dat moment in Sicilië en

        heeft het commando in Afrika overgedragen aan Archagatos.

        De drie Carthaagse generaals hebben ieder zo'n 10‑15.000 man tot hun

        beschikking. Vermoedelijk sluit Adherbal (1)  Tunes in het zuiden van de

        buitenwereld af. Zijn legerkamp ligt op 40 stadiën (=7,4 km) van Tunes

        verwijderd (Diod.XX.60.6‑61). In het noorden hebben dan Hanno en Himilco

        stelling betrokken op 100 stadiën (=18,5 km) afstand van Tunes. Wanneer

        Agathocles is teruggekeerd, wordt er nog een uitvalspoging gedaan naar het

        noordelijke Carthaagse kamp, dat echter mislukt. De hierna ontstoken

        vreugdevuren zetten het noordelijke Carthaagse kamp echter geheel in

        lichterlaaie.

 

        Niettemin is de uitkomst van de oorlog duidelijk. In het leger van Agathocles

        komt steeds meer honger en desertie voor en de koning van Syracuse pakt op een

        gegeven moment definitief zijn biezen. Het is merkwaardig, dat in het relaas van Diodoros

        het zuidelijke kamp van Adherbal helemaal niet meer in beeld komt. Juist bij de

        bestorming van het noordelijke Carthaagse kamp, had Adherbal vanuit het zuiden

        actie hebben kunnen ondernemen. Misschien heeft hij dat wel gedaan, maar

        Diodoros bericht daar niets over.

 

        Van deze Adherbal (1) weten we alleen zijn militaire activiteiten in dit jaar

        307 v.C. Hij moet voor 330 v.C geboren zijn. Het is onbekend uit welke ouders en

        ook weten we niets over zijn eventuele eigen gezin. We horen verder helemaal

        niets meer over hem. Omstreeks 300 v.C is er wel een suffeet bekend in Carthago

        met de naam Maharbaal. Adherbal (1) kan de andere suffeet geworden zijn, maar

        dat kunnen evengoed Himilco en/of Hanno zijn geweest.

        Adherbal (1) leefde in de tijd van invasie van Agathocles. In die benauwde tijd

        werden veel kinderoffers gebracht en misschien heeft Adherbal (1) ook wel zijn

        eigen kind ter beschikking moeten stellen. Hij maakte ook de staatsgreep van

        Bomilcar mee in 308 v.C. Kennelijk was hij geen aanhanger van deze Bomilcar,

        want hij krijgt juist daarna het commando over een deel van Carthaagse troepen.

        Zie: S.Gsell, l'Histoire  Ancien Afrique du Nord  III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss,

        Geschichte der Karthager, p.198, 243‑244.

 

        Adherbal III

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑----

        Op een bronzen plaquette is hier op Sardinië in Antas een Punische inscriptie

        gevonden, waarvan de rechterkant beschadigd is. Niettemin kan er uit worden

        opgemaakt, dat er door Himilkat een wijding is gedaan. Hij is de zoon van

        Baalyaton, de suffeet en die is weer een zoon van Adirbaal, ook een suffeet en

        die is weer een zoon van een door de beschadiging onbekend gebleven persoon.

        Himilkat is bij het volk van Sulcis en doet zijn wijding in het jaar X van

        Hanno. Sulcis is in feite het eiland San Antioco aan de zuidwestkant van het

        eiland. De plaats Antas gelegen in het binnenland van Sardinië, maar wel in

        dezelfde zuidwesthoek, moet voor de bewoners van Sulcis een rol gespeeld hebben

        op het religieuze vlak.

        De inscriptie stamt uit de 2e helft van de 3e eeuw v.C. Als Himilkat dus c.225

        v.C geleefd heeft, dan kan Baalyaton op c.250 v.C en Adirbaal op c.275 v.C

        gesteld worden als de overlappende generaties tenminste cycli van c.25 jaren

        hebben bedragen. Nu vindt er op Sardinië in 240‑238 v.C ook een

        huurlingenopstand plaats. Aansluitend daaraan gaat het eiland over in Romeinse

        handen. Aangezien er sprake is in het jaar X van Hanno, zou het aannemelijk

        kunnen zijn, dat Himilkat reeds voor 240 v.C zijn wijding deed. In dat geval zou

        deze Adherbal III aan het begin van de 3e eeuw v.C geplaatst kunnen worden.

        Zie:Ricerche puniche ad Antas 1969, Instituto di studi del vicino oriente,

        Universita di Roma, Les inscriptions, M.Fantar.

 

        Adherbal IV (2).

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---

        De vierde Adherbal, die we hier noemen, leefde in het midden van de 3e eeuw v.C.

        De 1e Punische oorlog is in volle gang, maar bevindt zich in een impasse. De

        Romeinen trachten kost wat kost het belangrijkste steunpunt van de Carthagers

        op het eiland Sicilië in handen te krijgen en het is daar, dat Adherbal (2) een

        belangrijke rol zal gaan spelen. Diodoros (XXIV 1,2) en Polybios (I.44,1; 46,1;

        49‑52) berichten erover.

 

        Adherbal (2) is een admiraal, die met zijn vloot bij Drepana de wacht houdt. Hij

        probeert met snelle schepen Lilybaion van proviand te voorzien.

        In 249 v.C krijgt hij nog eens versterking van 70 schepen onder het commando

        van Carthalo. Zijn vermoedelijke strijdmacht telt dan omstreeks 120 schepen.

        Deze versterking moet Adherbal al hebben gekregen nog voor de zeeslag, want

        anders had hij tegenover een meer dan tweevoudige overmacht gestaan, ofwel de

        Carthaagse vloot zou met twee vloten van ca.100 (Adherbal) en ca.70 schepen

        (Carthalo) wel erg groot zijn geweest in deze fase van de strijd. Men had namelijk zes

        jaar daarvoor honderden schepen verloren in diverse zeeslagen.

        Na de ophanden zijnde zeeslag kan Adherbal namelijk Carthalo met  ten hoogste 120

        schepen naar de zuidkust van Sicilië sturen.

 

        Voor Lilybaion ligt een kordon van blokkadeschepen met minstens 10.000

        scheepspersoneel onder het commando van Publius Appius Claudius Pulcher. Deze

        man had de bijnaam "de mooie", maar hij was meer gediend met een naam als

        "verwaand" en "eigenwijs". Hij schijnt slechte voortekenen in de wind te hebben

        geslagen, want hij wlde de oorlog gaan beslissen in een grote klap en dat was

        de uitschakeling van de vloot van Adherbal.

        Pulcher gaat met 120 schepen op Adherbal bij Drepana af, maar wordt bijtijds

        door wachten langs de kust opgemerkt. Adherbal laat onmiddellijk zijn complete

        strijdmacht de haven uitvaren. Zijn schepen waren ook sneller dan die van de

        Romeinen als gevolg van een betere constructie en een hogere kunde van de

        roeiers. Adherbal heeft zijn schepen op tijd in open zee gekregen, terwijl

        Pulcher langs de kust voortploetert. Toen de eerste Romeinse schepen de haven

        van Drepana bereikten was die leeg. In een grote boog lag de vloot van Adherbal

        op zee en viel uit alle macht aan. Als daarbij een Carthaags schip in de

        verdrukking raakte dan gebruikte dat zijn snelheid om zich in de open zee terug

        te trekken, waarna omgedraaid werd om vervolgens opnieuw van achteren of van

        opzij aan te vallen. In zo'n situatie moesten de Romeinen ook keren en geraakten

        dan in moeilijkheden vanwege hun gewicht en de slechtere roeikunde van de

        bamanningen. Zij werden dan geramd en velen werden tot zinken gebracht.

 

        Bovendien konden de Carthaagse schepen elkaar in open water te hulp snellen

        achter hun eigen linie om. Daar tegenover stond, dat geen enkel Romeins schip

        zich achterwaarts kon terug trekken, omdat zij te dicht onder de kust moesten

        vechten. De Romeinse schepen, die in de verdrukking geraakten, liepen ofwel aan

        de grond bij de achtersteven, ofwel zij vluchten gewoon naar de kust toe. De

        consul Pulcher zat in de achterhoede en zag wat er gebeurde. Hij vluchtte

        onmiddellijk met nog ca.dertig van zijn schepen.

        In totaal vielen 93 schepen in handen van de Carthagers en daarmee ook een

        groot deel van het scheepspersoneel en een deel van de ingescheepte legioenen.

        Zelden hebben de Carthagers op de Romeinen zo’n grote overwinning behaald.

        Van de kundige admiraal Adherbal weten we verder niet veel. Wel is bekend, dat

        kort na de zeeslag de resterende Romeinse blokkadevloot voor Lilybaion werd

        verdreven. Kennelijk blijft Adherbal gewoon op zijn post in Drepana, want hij

        stuurt Carthalo met 120 schepen er verder op uit en die weet bij Kamarina

        minstens zulke grote successen te behalen door alleen maar de natuur zijn werk

        te laten doen.

        Even later zien we Carthalo in actie bij het schiereiland Aigithallos, waar hij

        800 Romeinen uitschakeld. Over Adherbal valt een stilzwijgen. Is hij wellicht

        naar een andere post geroepen. Is hij wellicht ondertussen gesneuveld? We weten

        het niet. Nergens is ook maar een waardering voor de kundige admiraal

        opgetekend. Een andere mogelijkheid is, dat Adherbal gewoon de commandant van

        Drepana was en dat Carthalo eigenlijk de zeeheld was.

        Zoals gezegd weten we van Adherbal (2) verder niets. Hoogstens, dat hij

        minstens voor c.270 v.C geboren moet zijn. Hij zou zelfs nog omstreeks 300 v.C

        geboren kunnen zijn en dan de zoon van heel misschien Adherbal (1) kunnen zijn.

        In c.250 v.C zou hij dan 50 jaar oud zijn geweest en dat past meer bij een

        admiraal. Ook van zijn vrouw en kinderen weten we niets. Het lijkt er op, dat

        Carthalo zijn positie in Drepana heeft overgenomen en dat Adherbal werd

        teruggeroepen ofwel uit dank mocht gaan genieten van zijn oude dag in Carthago.

        Maar waarom zou men zo'n kundig admiraal aan de kant hebben gezet? Er moet een

        andere reden zijn voor zijn plotse verdwijning in de annalen.

        Zie:Gsell, l’Histoire de l’Ancienne Afrique du Nord III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss, Geschichte,

        p.198, 243‑244.

 

        Adherbal V (3)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑--

        Van deze Adherbal weten we eigenlijk nog het minst in deze opsomming. We weten,

        dat hij in Spanje actief is geweest als officier van Mago (zoon van Hamilcar

        Barcas) t.t.v. de 2e Punische oorlog. Zie Livius XXVIII 30,4. Er is verder niets

        van zijn familie bekend.

        Hij heeft dus in ieder geval geleefd in ca.206‑205 en deze Adherbal of Adarbaal

        moet voor ca.225 v.C zijn geboren. Adherbal is betrokken bij het zeegevecht in

        de straat van Gibraltar. Mago (6), zoon van Hamilcar Barcas, heeft een rebellie

        in Gadir neergeslagen en stuurt de aanstichters daarvan naar Carthago. Deze

        Adherbal heeft die taak. Er gaat 1 vijfriemer vooruit en Adherbal volgt met 8

        drieriemers. Hij wordt echter onderschept door een eskader van Laelius. De

        aanwezige stroming verijdelt een geregeld gevecht, maar Adherbal verliest

        volgens Livius toch drie schepen. Hij weet echter veilig de Afrikaanse kant van

        de zeestraat te bereiken. Dan loopt het spoor dood. Er is nog wel een

        mededeling, dat Mago gevlucht is naar een eiland in de oceaan en wellicht heeft

        deze Adherbal daarbij een rol gespeeld. Wellicht is hij daarna Mago gevolgd naar

        de Balearen en Ligurië en werd hij met Mago teruggeroepen in 203 v.C. Dan zou

        hij zijn teruggekeerd in Carthago. Het kan ook zijn, dat hij in Gallia Cisalpina

        is gebleven om met een Hamilcar de strijd voort te zetten. Minder indrukwekkend

        is het scenario, dat Adherbal na het zeegevecht langs de Afrikaanse kust toch

        op den duur langs die kust Carthago heeft bereikt.

 

        Adherbal VI (4)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---

        Dit is de oudste zoon van Micipsa (regeert van 148‑118 v.C) van Numidië en dan

        bevinden we ons in de 2e helft van  de 2e eeuw v.C. Zijn broer is Hiempsal I,

        die door de adoptief‑zoon van Micipsa in 118 v.C wordt vermoord. Adherbal raakt

        verwikkeld in de troonopvolging van het Numidische koninkrijk. Hij wordt in een

        veldslag tegen Jugurtha verslagen, vlucht naar Rome en roept de hulp van de

        senaat van Rome in. Die geeft hem de oostelijke helft van Numidië (=Massylië)

        met de hoofdstad Cirta en Jugurtha moet het doen met de westelijke helft

        (=Masaesylië). Jugurtha verwoest echter in 112 v.C Cirta, vermoordt de Italische

        kolonisten en laat Adherbal wurgen. Mikiwan of Micipsa is duidelijk een

        Numidiër. Kennelijk heeft er een huwelijk/liaison plaatsgevonden met een

        gevluchte Carthaagse, waaruit Adherbal VI is ontstaan. Hij is dus half

        Numidisch/half Punisch. Het kan zijn, dat Micipsa een Punische naam voor zijn

        oudste zoon heeft bedacht, zonder dat er ook maar sprake is van rasvermenging,

        maar dat lijkt toch niet erg voor de hand liggend te zijn. Deze Adherbal heeft

        minstens van c.140‑112 v.C geleefd. Hij maakt de tijd mee van een toenemende

        punisering van het Massylische gebied als gevolg van de vele gevluchte

        Carthagers na de ramp van 146 v.C.

        Zie: F.Decret‑M.Fantar, L'Afrique du Nord dans l'Antiquité, Paris 1981.

             H.G.Horn‑C.B.Rüger, Die Numider

 

        Adherbal VII (5)

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---

        In het begin van de 1e eeuw v.C leeft er in Leptis Magna een Adherbal, die de

        titel heeft van "mpqd" en dat betekent 'gerechtigd tot de macht'. Dit wordt ook

        aangetroffen op munten van Leptis Magna. Hij heeft een bronzen beeld opgericht

        ter ere van de goden van de stad, namelijk Shadrapa en Milkasjtart (Trip.31=KAI

        119). Zie: Benz, Names, p.60, 262.

 

De naam Adarbaal komt in het oostelijke deel van de Middellandse zee niet markant voor.

Adherbal is echt een Carthaagse naam. Weliswaar zien we de eerste Adherbal in Tharros (Sardinië) opduiken, maar verder zijn het veelal generaals en admiraals van Carthago. Op Sardinië blijft een lijn bestaan met een Adherbal als suffeet. Deze kan overigens ook dezelfde zijn als Adherbal II van Carthago. In de 2e en 1e eeuw v.C komen we de laatste namen tegen in de toevluchtsoorden van de Carthagers, namelijk in Cirta en Lepcis.

 

Adarmilk:          Fen: ’drmlk (=de koning is machtig). Een koning van Byblos. Hij wordt genoemd


op munten, die vermoedelijk uitgegeven werden in het midden van de 4e eeuw v.C. Zie: BMC Phoenicia, blz LXI-LXVIII, 94-96.+ M.Dunand, Fouilles de Byblos 1, Paris 1939 (blz 407-409) + Peckham, The Development of the late Phoenician Scripts, Cambridge Mass.1968 (blz 47-50).

 
ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten