Achradina: Omstreden voorstad van Syracuse.
Himilco dringt er bijvoorbeeld een keer in door in 396. Hierbij worden
waarschijnlijk de tempels van Demeter en Kore geplunderd. ZK,DL2,282
Achshaph: nederzetting in Galilea: Keisan, of Abu
Hawam of?
Achterland
Carthago:
Acipino: vindplaats in Zuid-Spanje: kruispunt
van handelsroutes.
Acquaro.E: Een hedendaags Italiaans historicus,
die o.a. via het instituto di studi del vicino oriente van de Universita di
Roma vele publicaties in deze eeuw heeft geproduceerd over de Feniciërs en
Puniërs. Bijvoorbeeld: 1969 Ricerche puniche ad Antas, 1973 Una moneta ibicenza dal tofet di Sulcis
en Sull'iconografia di un rasoi punica
di Sardegna. RSF
1974 kpoooxi de Mozia RSF 1975 Uova di
struzzo dipinte dalla necropoli
occidentale de Cagliari. RSF 1976
Componenti etrusco‑ioniche glittica
tharrense. RSF 1977 Le monete puniche
della collezione don Armeni.(S.Antioco).
RSF 1979 Olbia I+Tharros V RSF
1980 Due falsi punici+Olbia II+Tharros VI.
RSF
1981 vol IX,1 Tharros VII.
ACOR: Acta Orientalia, tijdschrift.
Actaeon: Zoon van Autonoë, die weer een dochter
van Cadmos was. Zijn dochter is Phoinikè. Ter ere van haar geeft hij (=Acteon)
volgens de Attische legende aan de letters, die hij had uitgevonden, de naam: PHOINIKEIA
GRAMMATA.
Ad:
betekent:totdat,weer.________________
_________________
'D': 'da; Fenicische
naam_________________________
_________________________
Adana: Handelsstad in de vruchtbare
laagvlakte van
Cilicië(Kizzoewatna).
BK2
Adarbaal: de
krachtige Baal
Ofwel: ADHERBAL
Boek 354:
A d h e r b
a l:
1.naam van diverse veldheren in de 2e Punische
oorlog.
2.zoon van Micipsa. Vermoord door Jugurtha.
'drb*l (fen/pun), Aderbal(l)os (gr),
Atarbas (gén), Ad(h)erbal / Adarbaal /
Adarbalis / Aderbalo (lat).
Betekenis: Baal is krachtig / machtig.
De naam komt redelijk veel voor in de
Fenicisch‑Punische wereld. In totaal komt
de naam 'drb*l 72 x voor volgens de
opgave van F.L.Benz in: Personal Names in
the Phoenician and
Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press, 1972.
Daar
komen nog 4 à 5 Neopunische namen bij uit Leptis Magna, Maktar en
Constantine. Zie: K.Jongeling, Names in
Neo‑Punic Inscriptions, 1984,
R.U.Groningen.
In feite treffen we de naam vooral aan
in het westelijke deel van de
Middellandse zee.
In het vervolg wordt tussen haakjes de
nummering in de Dictionnaire Lipinski
aangegeven. In Romeinse cijfers de
totale rangorde chronologisch bezien van de
hier weergegeven personen. Enige
(markante) voorbeelden, waarbij we iets meer
dan alleen de naam weten, zijn:
Adherbal I
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-----
Op een steen van 46 cm hoogte en 35 cm
breedte is een inscriptie aangetroffen
uit Tharros op Sardinië met de naam van
Adirbaal ('drb*l). Deze stamt uit de 4e
eeuw v.C. Het is een eenvoudige
optekening van de familie. Adirbaal (of
Adherbal) blijkt de zoon te zijn van
Yatonbaal (ytnb*l) en die is weer de zoon
van Abdo (*bd'). Zie Amadasi Sardegna
16. Wat voor beroep of positie deze
Adherbal had wordt niet duidelijk.
Adherbal I leefde in een Sardinië, dat voor
een belangrijk deel onder de controle
van Carthago stond. In deze 4e eeuw v.C
zijn op het eiland geen oorlogen of
rampen te melden. Zijn plaats Tharros was
een van de voornaamste Carthaagse
steunpunten en vervulde een intermediaire rol
naar de Balearen toe.
Adherbal II (1)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑--
Adherbal II (1) leefde aan het eind van
de 3e eeuw v.C. Hij duikt op als
commandant van Carthaagse troepen, die
de kuststeden moet bevrijden dan wel
beschermen. Hij bevecht een overwinning
op de troepen van Agathocles. Dit moet
dicht in de buurt van Carthago zijn
geweest in de loop van het jaar 307 v.C.
Daarna belegert hij met zijn troepen
Tunis.
Zijn mede‑generaals zijn Hanno en
Himilco, die ieder voor zich ook een deel van
de troepen van Agathocles verslaan.
Agathocles zit op dat moment in Sicilië en
heeft het commando in Afrika
overgedragen aan Archagatos.
De drie Carthaagse generaals hebben
ieder zo'n 10‑15.000 man tot hun
beschikking. Vermoedelijk sluit
Adherbal (1) Tunes in het zuiden van de
buitenwereld af. Zijn legerkamp ligt op
40 stadiën (=7,4 km) van Tunes
verwijderd (Diod.XX.60.6‑61). In het noorden
hebben dan Hanno en Himilco
stelling betrokken op 100 stadiën
(=18,5 km) afstand van Tunes. Wanneer
Agathocles is teruggekeerd, wordt er
nog een uitvalspoging gedaan naar het
noordelijke Carthaagse kamp, dat echter
mislukt. De hierna ontstoken
vreugdevuren zetten het noordelijke
Carthaagse kamp echter geheel in
lichterlaaie.
Niettemin is de uitkomst van de oorlog
duidelijk. In het leger van Agathocles
komt steeds meer honger en desertie voor en
de koning van Syracuse pakt op een
gegeven moment definitief zijn biezen.
Het is merkwaardig, dat in het relaas van Diodoros
het zuidelijke kamp van Adherbal
helemaal niet meer in beeld komt. Juist bij de
bestorming van het noordelijke
Carthaagse kamp, had Adherbal vanuit het zuiden
actie hebben kunnen ondernemen.
Misschien heeft hij dat wel gedaan, maar
Diodoros bericht daar niets over.
Van deze Adherbal (1) weten we alleen
zijn militaire activiteiten in dit jaar
307 v.C. Hij moet voor 330 v.C geboren
zijn. Het is onbekend uit welke ouders en
ook weten we niets over zijn eventuele
eigen gezin. We horen verder helemaal
niets meer over hem. Omstreeks 300 v.C
is er wel een suffeet bekend in Carthago
met de naam Maharbaal. Adherbal (1) kan
de andere suffeet geworden zijn, maar
dat kunnen evengoed Himilco en/of Hanno
zijn geweest.
Adherbal (1) leefde in de tijd van
invasie van Agathocles. In die benauwde tijd
werden veel kinderoffers gebracht en
misschien heeft Adherbal (1) ook wel zijn
eigen kind ter beschikking moeten
stellen. Hij maakte ook de staatsgreep van
Bomilcar mee in 308 v.C. Kennelijk was
hij geen aanhanger van deze Bomilcar,
want hij krijgt juist daarna het
commando over een deel van Carthaagse troepen.
Zie: S.Gsell, l'Histoire Ancien Afrique du Nord III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss,
Geschichte der Karthager, p.198, 243‑244.
Adherbal III
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑----
Op een bronzen plaquette is hier op
Sardinië in Antas een Punische inscriptie
gevonden, waarvan de rechterkant
beschadigd is. Niettemin kan er uit worden
opgemaakt, dat er door Himilkat een
wijding is gedaan. Hij is de zoon van
Baalyaton, de suffeet en die is weer
een zoon van Adirbaal, ook een suffeet en
die is weer een zoon van een door de
beschadiging onbekend gebleven persoon.
Himilkat is bij het volk van Sulcis en
doet zijn wijding in het jaar X van
Hanno. Sulcis is in feite het eiland
San Antioco aan de zuidwestkant van het
eiland. De plaats Antas gelegen in het
binnenland van Sardinië, maar wel in
dezelfde zuidwesthoek, moet voor de
bewoners van Sulcis een rol gespeeld hebben
op het religieuze vlak.
De inscriptie stamt uit de 2e helft van
de 3e eeuw v.C. Als Himilkat dus c.225
v.C geleefd heeft, dan kan Baalyaton op
c.250 v.C en Adirbaal op c.275 v.C
gesteld worden als de overlappende
generaties tenminste cycli van c.25 jaren
hebben bedragen. Nu vindt er op
Sardinië in 240‑238 v.C ook een
huurlingenopstand plaats. Aansluitend
daaraan gaat het eiland over in Romeinse
handen. Aangezien er sprake is in het
jaar X van Hanno, zou het aannemelijk
kunnen zijn, dat Himilkat reeds voor
240 v.C zijn wijding deed. In dat geval zou
deze Adherbal III aan het begin van de
3e eeuw v.C geplaatst kunnen worden.
Zie:Ricerche puniche ad Antas 1969,
Instituto di studi del vicino oriente,
Universita di Roma, Les inscriptions,
M.Fantar.
Adherbal IV (2).
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---
De vierde Adherbal, die we hier noemen,
leefde in het midden van de 3e eeuw v.C.
De 1e Punische oorlog is in volle gang,
maar bevindt zich in een impasse. De
Romeinen trachten kost wat kost het
belangrijkste steunpunt van de Carthagers
op het eiland Sicilië in handen te
krijgen en het is daar, dat Adherbal (2) een
belangrijke rol zal gaan spelen.
Diodoros (XXIV 1,2) en Polybios (I.44,1; 46,1;
49‑52) berichten erover.
Adherbal (2) is een admiraal, die met
zijn vloot bij Drepana de wacht houdt. Hij
probeert met snelle schepen Lilybaion
van proviand te voorzien.
In 249 v.C krijgt hij nog eens
versterking van 70 schepen onder het commando
van Carthalo. Zijn vermoedelijke
strijdmacht telt dan omstreeks 120 schepen.
Deze versterking moet Adherbal al hebben
gekregen nog voor de zeeslag, want
anders had hij tegenover een meer dan
tweevoudige overmacht gestaan, ofwel de
Carthaagse vloot zou met twee vloten
van ca.100 (Adherbal) en ca.70 schepen
(Carthalo) wel erg groot zijn geweest in
deze fase van de strijd. Men had namelijk zes
jaar daarvoor honderden schepen
verloren in diverse zeeslagen.
Na de ophanden zijnde zeeslag kan
Adherbal namelijk Carthalo met ten
hoogste 120
schepen naar de zuidkust van Sicilië
sturen.
Voor Lilybaion ligt een kordon van
blokkadeschepen met minstens 10.000
scheepspersoneel onder het commando van
Publius Appius Claudius Pulcher. Deze
man had de bijnaam "de mooie",
maar hij was meer gediend met een naam als
"verwaand" en
"eigenwijs". Hij schijnt slechte voortekenen in de wind te hebben
geslagen, want hij wlde de oorlog gaan
beslissen in een grote klap en dat was
de uitschakeling van de vloot van
Adherbal.
Pulcher gaat met 120 schepen op
Adherbal bij Drepana af, maar wordt bijtijds
door wachten langs de kust opgemerkt.
Adherbal laat onmiddellijk zijn complete
strijdmacht de haven uitvaren. Zijn
schepen waren ook sneller dan die van de
Romeinen als gevolg van een betere
constructie en een hogere kunde van de
roeiers. Adherbal heeft zijn schepen op
tijd in open zee gekregen, terwijl
Pulcher langs de kust voortploetert.
Toen de eerste Romeinse schepen de haven
van Drepana bereikten was die leeg. In
een grote boog lag de vloot van Adherbal
op zee en viel uit alle macht aan. Als
daarbij een Carthaags schip in de
verdrukking raakte dan gebruikte dat
zijn snelheid om zich in de open zee terug
te trekken, waarna omgedraaid werd om
vervolgens opnieuw van achteren of van
opzij aan te vallen. In zo'n situatie
moesten de Romeinen ook keren en geraakten
dan in moeilijkheden vanwege hun
gewicht en de slechtere roeikunde van de
bamanningen. Zij werden dan geramd en
velen werden tot zinken gebracht.
Bovendien konden de Carthaagse schepen elkaar in open water te hulp
snellen
achter hun eigen linie om. Daar
tegenover stond, dat geen enkel Romeins schip
zich achterwaarts kon terug trekken,
omdat zij te dicht onder de kust moesten
vechten. De Romeinse schepen, die in de
verdrukking geraakten, liepen ofwel aan
de grond bij de achtersteven, ofwel zij
vluchten gewoon naar de kust toe. De
consul Pulcher zat in de achterhoede en
zag wat er gebeurde. Hij vluchtte
onmiddellijk met nog ca.dertig van zijn
schepen.
In totaal vielen 93 schepen in handen
van de Carthagers en daarmee ook een
groot deel van het scheepspersoneel en
een deel van de ingescheepte legioenen.
Zelden hebben de Carthagers op de
Romeinen zo’n grote overwinning behaald.
Van de kundige admiraal Adherbal weten
we verder niet veel. Wel is bekend, dat
kort na de zeeslag de resterende
Romeinse blokkadevloot voor Lilybaion werd
verdreven. Kennelijk blijft Adherbal
gewoon op zijn post in Drepana, want hij
stuurt Carthalo met 120 schepen er
verder op uit en die weet bij Kamarina
minstens zulke grote successen te
behalen door alleen maar de natuur zijn werk
te laten doen.
Even later zien we Carthalo in actie
bij het schiereiland Aigithallos, waar hij
800 Romeinen uitschakeld. Over Adherbal
valt een stilzwijgen. Is hij wellicht
naar een andere post geroepen. Is hij
wellicht ondertussen gesneuveld? We weten
het niet. Nergens is ook maar een
waardering voor de kundige admiraal
opgetekend. Een andere mogelijkheid is,
dat Adherbal gewoon de commandant van
Drepana was en dat Carthalo eigenlijk
de zeeheld was.
Zoals gezegd weten we van Adherbal (2)
verder niets. Hoogstens, dat hij
minstens voor c.270 v.C geboren moet
zijn. Hij zou zelfs nog omstreeks 300 v.C
geboren kunnen zijn en dan de zoon van
heel misschien Adherbal (1) kunnen zijn.
In c.250 v.C zou hij dan 50 jaar oud
zijn geweest en dat past meer bij een
admiraal. Ook van zijn vrouw en
kinderen weten we niets. Het lijkt er op, dat
Carthalo zijn positie in Drepana heeft
overgenomen en dat Adherbal werd
teruggeroepen ofwel uit dank mocht gaan
genieten van zijn oude dag in Carthago.
Maar waarom zou men zo'n kundig
admiraal aan de kant hebben gezet? Er moet een
andere reden zijn voor zijn plotse
verdwijning in de annalen.
Zie:Gsell, l’Histoire de l’Ancienne
Afrique du Nord III, p 53‑56, 94‑95 + W.Huss, Geschichte,
p.198, 243‑244.
Adherbal V (3)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑--
Van deze Adherbal weten we eigenlijk
nog het minst in deze opsomming. We weten,
dat hij in Spanje actief is geweest als
officier van Mago (zoon van Hamilcar
Barcas) t.t.v. de 2e Punische oorlog.
Zie Livius XXVIII 30,4. Er is verder niets
van zijn familie bekend.
Hij heeft dus in ieder geval geleefd in
ca.206‑205 en deze Adherbal of Adarbaal
moet voor ca.225 v.C zijn geboren.
Adherbal is betrokken bij het zeegevecht in
de straat van Gibraltar. Mago (6), zoon
van Hamilcar Barcas, heeft een rebellie
in Gadir neergeslagen en stuurt de
aanstichters daarvan naar Carthago. Deze
Adherbal heeft die taak. Er gaat 1
vijfriemer vooruit en Adherbal volgt met 8
drieriemers. Hij wordt echter
onderschept door een eskader van Laelius. De
aanwezige stroming verijdelt een
geregeld gevecht, maar Adherbal verliest
volgens Livius toch drie schepen. Hij
weet echter veilig de Afrikaanse kant van
de zeestraat te bereiken. Dan loopt het
spoor dood. Er is nog wel een
mededeling, dat Mago gevlucht is naar
een eiland in de oceaan en wellicht heeft
deze Adherbal daarbij een rol gespeeld.
Wellicht is hij daarna Mago gevolgd naar
de Balearen en Ligurië en werd hij met
Mago teruggeroepen in 203 v.C. Dan zou
hij zijn teruggekeerd in Carthago. Het
kan ook zijn, dat hij in Gallia Cisalpina
is gebleven om met een Hamilcar de
strijd voort te zetten. Minder indrukwekkend
is het scenario, dat Adherbal na het
zeegevecht langs de Afrikaanse kust toch
op den duur langs die kust Carthago
heeft bereikt.
Adherbal VI (4)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---
Dit is de oudste zoon van Micipsa
(regeert van 148‑118 v.C) van Numidië en dan
bevinden we ons in de 2e helft van de 2e eeuw v.C. Zijn broer is Hiempsal I,
die door de adoptief‑zoon van Micipsa
in 118 v.C wordt vermoord. Adherbal raakt
verwikkeld in de troonopvolging van het
Numidische koninkrijk. Hij wordt in een
veldslag tegen Jugurtha verslagen,
vlucht naar Rome en roept de hulp van de
senaat van Rome in. Die geeft hem de
oostelijke helft van Numidië (=Massylië)
met de hoofdstad Cirta en Jugurtha moet
het doen met de westelijke helft
(=Masaesylië). Jugurtha verwoest echter
in 112 v.C Cirta, vermoordt de Italische
kolonisten en laat Adherbal wurgen.
Mikiwan of Micipsa is duidelijk een
Numidiër. Kennelijk heeft er een
huwelijk/liaison plaatsgevonden met een
gevluchte Carthaagse, waaruit Adherbal
VI is ontstaan. Hij is dus half
Numidisch/half Punisch. Het kan zijn,
dat Micipsa een Punische naam voor zijn
oudste zoon heeft bedacht, zonder dat
er ook maar sprake is van rasvermenging,
maar dat lijkt toch niet erg voor de
hand liggend te zijn. Deze Adherbal heeft
minstens van c.140‑112 v.C geleefd. Hij
maakt de tijd mee van een toenemende
punisering van het Massylische gebied
als gevolg van de vele gevluchte
Carthagers na de ramp van 146 v.C.
Zie: F.Decret‑M.Fantar, L'Afrique du
Nord dans l'Antiquité, Paris 1981.
H.G.Horn‑C.B.Rüger, Die Numider
Adherbal VII (5)
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑---
In het begin van de 1e eeuw v.C leeft
er in Leptis Magna een Adherbal, die de
titel heeft van "mpqd" en dat
betekent 'gerechtigd tot de macht'. Dit wordt ook
aangetroffen op munten van Leptis
Magna. Hij heeft een bronzen beeld opgericht
ter ere van de goden van de stad,
namelijk Shadrapa en Milkasjtart (Trip.31=KAI
119). Zie: Benz, Names, p.60, 262.
De
naam Adarbaal komt in het oostelijke deel van de Middellandse zee niet markant
voor.
Adherbal
is echt een Carthaagse naam. Weliswaar zien we de eerste Adherbal in Tharros
(Sardinië) opduiken, maar verder zijn het veelal generaals en admiraals van
Carthago. Op Sardinië blijft een lijn bestaan met een Adherbal als suffeet.
Deze kan overigens ook dezelfde zijn als Adherbal II van Carthago. In de 2e
en 1e eeuw v.C komen we de laatste namen tegen in de
toevluchtsoorden van de Carthagers, namelijk in Cirta en Lepcis.
Adarmilk: Fen:
’drmlk (=de koning is machtig). Een koning van Byblos. Hij wordt genoemd
op munten, die
vermoedelijk uitgegeven werden in het midden van de 4e eeuw v.C. Zie: BMC Phoenicia, blz
LXI-LXVIII, 94-96.+ M.Dunand, Fouilles de Byblos 1, Paris
1939 (blz 407-409) + Peckham, The Development of the late Phoenician Scripts,
Cambridge Mass.1968 (blz 47-50).

Geen opmerkingen:
Een reactie posten