Boek 354
A e n a r i a:
= Pithecusa (aapjeseiland). Door Virgilius Inarime genoemd.
[Gelijkenis met het Fenicische ‘eiland bij de zee’ is treffend te noemen]. Vulkanisch eiland met warme bronnen in de
golf van Napels = Ischia.
Aeneïs: verhaal over o.a.Dido van de hand
van Vergilius (70‑19). Elisja wordt hierin Dido genoemd. Het verhaal is geënt
op de stichting van Rome en Carthago.
Aeolische
eil.: Ook wel de Liparische eilanden
genoemd, gelegen ten noorden van het eiland Sicilië. Genoemd naar Aeolus, god
der winden. Het zijn zeven vulkanische eilanden, die volgens de Griekse
overlevering voor het eerst door Odysseus bezocht worden. In 397 bezoekt
Himilco met zijn Carthaagse vloot de eilanden. Aan het begin van de eerste Romeins/Carthaagse oorlog zijn
de
eilanden
in het bezit van de Carthagers, want van daaruit opereert de vlootvoogd
Hannibal. In 251 gaan de eilanden over in Romeinse handen. Tot de eilandengroep
behoren:
klassieke naam moderne naam
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
Strongylè Stromboli
Euonymus Panarea
Didyme Salina
Lipari Lipari
Hephaistos Vulcano
Phoinikoussa Filicudi
Erkoussa Alicudi
________________________________________________________________________
KAART AEOLISCHE EILANDEN
Strongylè
T h y r r e e n s
e z e e
Euonymos
Didymê
Lipari
Erikoussa Phoinikoussa
Hephaistos
________________________________________________________________________
Aeolische
kapitelen: ondersteuning bij een tempel. [apart artikel]
Aeschis: Generaal in het leger van
Agathocles, die in 308 door Hanno overwonnen wordt. Dit gebeurt in het
binnenland van Afrika.
Boek
354:
A e s c u l
a p i u s:
= Asclepius. In 293 woedde er de pest in Rome. Na
raadpleging der Sibyllijnse boeken werden er gezanten naar Epidaurus gezonden
om Aesculapius daar vandaan te halen. In de gdaante van een slang kwam de
godheid van het schip naar het eiland in de Tiber, waar een tempel voor hem
werd opgericht. [Ešmoen].
Boek 354:
A e t h a l
i a:
Elba =
ILCA. Behoort tot de Etruskenstad Populonia, die de ijzermijnen van het
eiland exploiteerde.
Aethiopica: Boek van Helidorus, die zichzelf
beschrijft als een Feniciër van Emessa (10.41.3).
Afek: Plaats bij Akko.
Afka: Gelegen in het achterland van
Byblus in Fenicië zelf. In de plaats Afqa bevindt zich een heiligdom, dat zeker
in de vierde eeuw na C in gebruik zal blijven. Eusebius van Caesarea weet er
het volgende over te vermelden:
"Het was een school van goddeloosheid
voor die verloederde mensen, die hun lichaam door overdreven weelde hadden geruïneerd. De mannen waren
week en vrouwelijk, zij waren geen mannen meer; zij verloochenden de waardigheid
van hun geslacht; met onreine lusten meenden zij hun godheid te moeten vereren.
Straffelijke omgang met vrouwen, smerige gebeurtenissen in het geheim,
onbetamelijke en onbeschrijfelijke dingen vonden in de tempel plaats, waar geen
orde en wet heersten en geen bewaker was, die op de naleving van de regels van
behoorlijk gedrag aandrong."
Wellicht
is de Ashtartecultus tegen die tijd inderdaad "ontaard", alhoewel
tempelprostitutie bij de Feniciërs een gewone zaak was. Een tijdgenoot van
Constantijn de Grote (ca.300 n C) beschrijft het heiligdom van Afka heel wat “neutraler".
Volgens Zosimus:
"Er is een plaats genaamd
Afka tussen Byblus en Heliopolis, waar een tempel staat van Aphrodite
Aphakatis. Bij de tempel is
een vijver, die lijkt op de met de hand gemaakte cistern. In de nabijheid
van deze tempel en het plein
erom heen, verschijnt er een licht in de lucht, dat gelijkt op een vuurbal, als er bijeenkomsten
gehouden worden op de voorgeschreven tijden. Nog in onze tijd ver‑
schijnt dit."
De
tempel van Afka ligt op een verhoging aan de Adonisrivier (Nahr Ibrahim).
Overblijfselen van de
heilige
vijver vinden we terug naar de basis van de muur, die de verhoging aan de
noordoost zijde
begrensd.
Hoewel gevoeglijk aangenomen kan worden, dat de tempel met de Ashtartecultus
zeer oud is, ontbreken de aanduidingen om een meer exacte datering te doen.
vervolg Afka: Zie voor de naam Afka op een zegel:RES
926.
___________________________________________________
KAART
MIDDEL‑
LANDSE
ZEE Byblus
Nahr Ibrahim AFKA
LIBANON
GEBERGTE
0 20km
________________________
____________________________________________________
Afkortingen
Aflou: Vindplaats in Algerije.
Afo: afkorting voor tijdschrift
Archiv fur Orientforschung.
Afri:
Africa: De Romeinen duiden het gebied rond
Carthago in Libyë als zodanig aan. Carthaags Afrika besloeg in de zevende eeuw
maar een klein beperkt gebied rond Utica, Carthago en Hadrumetum. Allengs werd
dit territorium behoorlijk uitgebreid en samengevoegd tot globaal, wat nu Noord
en Midden Tunesië is. Bijgevoegde kaart op de volgende bladzijde geeft inzicht
in welke streken en steden de Carthagers de scepter zwaaiden.
Africanus: De ere/bijnaam, die aan Scipio gegeven
werd, toen hij een punt zette achter de tweede Romeins/Carthaagse oorlog in
201.
Afr.It.: Afkorting voor tijdschrift Africa Italiana.
Afrika: Zie hiervoor vooral boek
246.AFRICA AND AFRICANS IN ANTIQUITY
Edwin M.Yamauchi.
Michigan State University Press, East Lansing. 2001 Michigan. Speciaal het
hoofdstuk over Carthago en de Berbers.
AFTER
CANNAE: titel van artikel van A D Fitton Brown in Historia 8(1959), waarbij
ingegaan wordt op de gebeurtenissen en de mogelijkheden na de slag bij Cannae.
Agadir plaats in Marokko. Betekent
wellicht tegenover Gadir.
Agathocles: Griekse veldheer en dictator van
Syracuse, die de Carthagers tot onder de muren van Carthago bevocht, maar
tenslotte toch het Carthaagse Afrika moest ontruimen. Hij leefde van 361(?) tot
289. Vlak voor zijn dood schijnt hij nog
een nieuwe veldtocht en expeditie naar Afrika beraamd te hebben. Hij
werd overigens in het Carthaags gebied van Sicilië geboren te Thermai Himeraiai.
ZK.DL2,309
Boek 354:
A g a t h o
c l e s:
Zoon van Carcinus te Thermae (361). Tiran van Syracuse (317).
Oorlog met Carthago (312). Expeditie naar Afrika. Terug uit Afrika (306).
Sterft in 289 v.C.
Agathyrnum:
plaats op noordkust Sicilië.
Agaue: Dochter van de legendarische(?)
Thebaanse koning Kadmos en zijn vrouw Harmonia. Agaue of Agave is de moeder van
Pentheus. Zie voorts blz 164 van Hellenosemitica/Astour.
______________________________________________________________________
KAART STEDEN EN "PROVINCIES"
VAN PUNISCH AFRIKA
______________________________________________________________________
De namen zijn deels vanuit de latere
Romeinse tijd.
Agbalos: Agbaäl:koning van Arvad in de vijfde
eeuw.
'GBR: Neo‑Punische naam,die o.a.
voorkomt in S.Antioco N 2.(wellicht 'GRY).Zie voorts Févriér,JA ccxlvi,1958, p
441 e.v. Wellicht Agbor? volgens Jongeling blz 147.
'GDD:
betekent:bende.________________________
________________________
Agelaos: van Naupaktos in Aetolië. Hij is van
215‑212 bondgenoot van Hannibal.
Agenoor: Vader van de legendarische Kadmos,
die Thebe gesticht zou hebben. Agenoor stuurt zijn zonen er op uit om Europa te
zoeken, die door Zeus is geschaakt.
Boek 354:
A g e n o r:
Zoon van Poseidon en Libye, vader van Cadmus en Europa,
stamvader van de Phoeniciërs.
Agesandrus: van Cyrene. Een Griek, die met Ophellas mee
kwam, maar die uiteindelijk in dienst van Carthago vocht. Zijn dochter
Pamphilia is begraven in Dermeche.
'GG': Neo‑Punische naam. Zie CIS 3196.
Het is wellicht ook half‑Berbers. De Gugga kan ook een beroep zijn. Zo komt hij
in de Poenulus van Plautus tenminste naar voren.
Aggar: Plaats henchir sidi Amara in
Tunesië. Aggar is pas bekend geworden in 46 ter gelegenheid van de Romeinse
burgeroorlog, waarbij in Afrika Caesar werd bestreden door Scipio e.a. De naam
Aggar wijst op een oude Libysche nederzetting. Of de plaats ook in de Punische
tijd enige betekenis had, is onzeker.
____________________________________________________
KAART Aggar
//////////
/////////
Ksour es Saf
/////////
/////////
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
____________________________________________________
KAART
Aggar
Selectum
__________________________________________________
Aghat: Godheid van Ugarit, zoon van de
god Danel. Aghat bezit een prachtige boog volgens het epos uit Ugarit. De boog
werd door Kothar‑wa‑chasis (Hephaistos) aan Danel geschonken. Het is de godin
Anath, die de boog wil hebben. Aghat wil de boog echter niet afstaan, zelfs
niet in ruil voor onsterflijkheid. Daarop vallen Anath en Jatpan als adelaren
neer op Aghat. De dood van Aghat heeft tot gevolg, dat het land verdort. Resten
van Aghat worden door Danel teruggevonden in de ingewanden van de adelaar. Er
wordt zeven jaren gerouwd. De dochter
van
Danel (Paghat) wil de moord op Aghat wreken en gaat op zoek naar Jatpan. Hier
breekt de inscriptie van Ugarit af.
Aghia
Triadha BK2 vindplaats sarcofaag
’GNN:
betekent:vogel(?)_______________________
_______________________
Agostino
da Reggio: In 1863 na C graaft deze Italiaan in Sousse(=Hadremetum) de tofet
op. Zie:Cintas‑Revue Africaine blz. 1‑80. De opgraving vond echter slechts
gedeeltelijk plaats en bevatte voornamelijk zaken uit de zesde eeuw.
'GRR: Neopunische naam(1 x geregistreerd,Jongeling).
'GRY: Neopunische naam(1 x
geregistreerd,Jongeling).
Agrylle: oude naam voor het Romeinse
Calaris, dat nu Cagliari genoemd wordt. Er is nog een necropolis te S.Avendrace/Tuvixeddu,
die stamt uit de Punische tijd. Verder zijn nog enige cisternen overgebleven.
Agrylle was een van de belangrijkste Punische plaatsen op Sardinië, maar ging
na de huurlingenopstand van 238 verloren voor Carthago.
'GSLW: Neo‑Punische naam van Malta N 7.
('GS{H})T: betekent:kleine
munt_____________________
[ ]
_____________________
'GTGLS:
betekent:palm(?)_______________________
_______________________
Agyris: plaats op Sicilië, waar Mago met
zijn 80.000(?) man aan troepen tegengehouden werd door Dionysios en koning
Agyris in 392.
Boek 354:
A g y r i u m:
Geboorteplaats Diodoros Siculus op Sicilië.
Ahad: het getal één; /
Ahhijawa/Ekwesj:
BK2 zeevolk
_ _
'Ahi
' as(h): waarschijnlijk een naam
uit Byblos. Zie:Two archaic
inscripties on clay objects from
Byblos/F M Cross.
A‑hi‑mil‑ki: koning ?van Arvad.__________________
__________________ Zie:Harris b.75
Ahimilki: De naam betekent "Mijn broeder
is koning".
1.stadsvorst van Ashdod
en werd aangesteld door Sargon II van Assyrië (721‑705).
2.prins van Arvad,
broer van Abimilki. Ook hij werd gepasseerd door Assurbanipal bij de
aanstelling van een nieuwe stadsvorst.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten