zaterdag 21 juni 2014

A5




Boek 354

A e n a r i a:

= Pithecusa (aapjeseiland). Door Virgilius Inarime genoemd. [Gelijkenis met het Fenicische ‘eiland bij de zee’ is treffend te noemen].  Vulkanisch eiland met warme bronnen in de golf van Napels = Ischia.

 

Aeneïs:             verhaal over o.a.Dido van de hand van Vergilius (70‑19). Elisja wordt hierin Dido genoemd. Het verhaal is geënt op de stichting van Rome en Carthago.

 

Aeolische eil.:     Ook wel de Liparische eilanden genoemd, gelegen ten noorden van het eiland Sicilië. Genoemd naar Aeolus, god der winden. Het zijn zeven vulkanische eilanden, die volgens de Griekse overlevering voor het eerst door Odysseus bezocht worden. In 397 bezoekt Himilco met zijn Carthaagse vloot de eilanden. Aan het begin  van de eerste Romeins/Carthaagse oorlog zijn de

eilanden in het bezit van de Carthagers, want van daaruit opereert de vlootvoogd Hannibal. In 251 gaan de eilanden over in Romeinse handen. Tot de eilandengroep behoren:

                              klassieke naam            moderne naam

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                              Strongylè                 Stromboli

                              Euonymus                  Panarea

                              Didyme                    Salina

                              Lipari                    Lipari

                              Hephaistos                Vulcano

                              Phoinikoussa              Filicudi

                              Erkoussa                  Alicudi

          ________________________________________________________________________

          KAART               AEOLISCHE EILANDEN

                                                                      Strongylè

 

                              T h y r r e e n s e  z e e

                                                           

 

                                                           Euonymos

 

 

                                               Didymê

 

 

                                                       Lipari

          Erikoussa  Phoinikoussa

 

 

 

                                                           Hephaistos

 

          ________________________________________________________________________

 

Aeolische kapitelen: ondersteuning bij een tempel. [apart artikel]

 

Aeschis:            Generaal in het leger van Agathocles, die in 308 door Hanno overwonnen wordt. Dit gebeurt in het binnenland van Afrika.

Boek 354:

A e s c u l a p i u s:

= Asclepius. In 293 woedde er de pest in Rome. Na raadpleging der Sibyllijnse boeken werden er gezanten naar Epidaurus gezonden om Aesculapius daar vandaan te halen. In de gdaante van een slang kwam de godheid van het schip naar het eiland in de Tiber, waar een tempel voor hem werd opgericht. [Ešmoen].

 

Boek 354:

A e t h a l i a:

Elba = ILCA. Behoort tot de Etruskenstad Populonia, die de ijzermijnen van het eiland exploiteerde.

 

Aethiopica:         Boek van Helidorus, die zichzelf beschrijft als een Feniciër van Emessa (10.41.3).

 

Afek:               Plaats bij Akko.

 

Afka:               Gelegen in het achterland van Byblus in Fenicië zelf. In de plaats Afqa bevindt zich een heiligdom, dat zeker in de vierde eeuw na C in gebruik zal blijven. Eusebius van Caesarea weet er het volgende over te vermelden:

 "Het was een school van goddeloosheid voor die verloederde mensen, die hun lichaam door overdreven  weelde hadden geruïneerd. De mannen waren week en vrouwelijk, zij waren geen mannen meer; zij verloochenden de waardigheid van hun geslacht; met onreine lusten meenden zij hun godheid te moeten vereren. Straffelijke omgang met vrouwen, smerige gebeurtenissen in het geheim, onbetamelijke en onbeschrijfelijke dingen vonden in de tempel plaats, waar geen orde en wet heersten en geen bewaker was, die op de naleving van de regels van behoorlijk gedrag aandrong."

Wellicht is de Ashtartecultus tegen die tijd inderdaad "ontaard", alhoewel tempelprostitutie bij de Feniciërs een gewone zaak was. Een tijdgenoot van Constantijn de Grote (ca.300 n C) beschrijft het heiligdom van Afka heel wat “neutraler". Volgens Zosimus:

"Er is een plaats genaamd Afka tussen Byblus en Heliopolis, waar een tempel staat van Aphrodite

Aphakatis. Bij de tempel is een vijver, die lijkt op de met de hand gemaakte cistern. In de nabijheid

van deze tempel en het plein erom heen, verschijnt er een licht in de lucht, dat gelijkt op een  vuurbal, als er bijeenkomsten gehouden worden op de voorgeschreven tijden. Nog in onze tijd ver‑
schijnt dit."
De tempel van Afka ligt op een verhoging aan de Adonisrivier (Nahr Ibrahim). Overblijfselen van de

heilige vijver vinden we terug naar de basis van de muur, die de verhoging aan de noordoost zijde

begrensd. Hoewel gevoeglijk aangenomen kan worden, dat de tempel met de Ashtartecultus zeer oud is, ontbreken de aanduidingen om een meer exacte datering te doen.

 

          vervolg Afka:       Zie voor de naam Afka op een zegel:RES 926.

                              ___________________________________________________

                              KAART

 

                              MIDDEL‑

                              LANDSE

                              ZEE          Byblus

 

                                                   Nahr Ibrahim      AFKA

                                                                           LIBANON

                                                                         GEBERGTE

 

                               0                    20km

                               ________________________

                              ____________________________________________________

 

Afkortingen

 

Aflou:               Vindplaats in Algerije.

 

Afo:                afkorting voor tijdschrift Archiv fur Orientforschung.

 

Afri:                 

 

Africa:             De Romeinen duiden het gebied rond Carthago in Libyë als zodanig aan. Carthaags Afrika besloeg in de zevende eeuw maar een klein beperkt gebied rond Utica, Carthago en Hadrumetum. Allengs werd dit territorium behoorlijk uitgebreid en samengevoegd tot globaal, wat nu Noord en Midden Tunesië is. Bijgevoegde kaart op de volgende bladzijde geeft inzicht in welke streken en steden de Carthagers de scepter zwaaiden.


 




Africanus:      De ere/bijnaam, die aan Scipio gegeven werd, toen hij een punt zette achter de tweede Romeins/Carthaagse oorlog in 201.

 

Afr.It.:             Afkorting voor tijdschrift Africa Italiana.

 

Afrika:              Zie hiervoor vooral boek 246.AFRICA AND AFRICANS IN ANTIQUITY

Edwin M.Yamauchi. Michigan State University Press, East Lansing. 2001 Michigan. Speciaal het hoofdstuk over Carthago en de Berbers.

 

AFTER CANNAE: titel van artikel van A D Fitton Brown in Historia 8(1959), waarbij ingegaan wordt op de gebeurtenissen en de mogelijkheden na de slag bij Cannae.


Kaart








Agadir              plaats in Marokko. Betekent wellicht tegenover Gadir.

 

Agathocles:         Griekse veldheer en dictator van Syracuse, die de Carthagers tot onder de muren van Carthago bevocht, maar tenslotte toch het Carthaagse Afrika moest ontruimen. Hij leefde van 361(?) tot 289. Vlak voor zijn dood schijnt hij nog  een nieuwe veldtocht en expeditie naar Afrika beraamd te hebben. Hij werd overigens in het Carthaags gebied van Sicilië geboren te Thermai Himeraiai. ZK.DL2,309

 

Boek 354:

A g a t h o c l e s:

Zoon van Carcinus te Thermae (361). Tiran van Syracuse (317). Oorlog met Carthago (312). Expeditie naar Afrika. Terug uit Afrika (306). Sterft in 289 v.C.

 

 

Agathyrnum:     plaats op noordkust Sicilië.

 

Agaue:              Dochter van de legendarische(?) Thebaanse koning Kadmos en zijn vrouw Harmonia. Agaue of Agave is de moeder van Pentheus. Zie voorts blz 164 van Hellenosemitica/Astour.

         ______________________________________________________________________

          KAART               STEDEN EN "PROVINCIES" VAN PUNISCH AFRIKA


 

         ______________________________________________________________________



          De namen zijn deels vanuit de latere Romeinse tijd.

 

 

Agbalos:         Agbaäl:koning van Arvad in de vijfde eeuw.

 

'GBR:               Neo‑Punische naam,die o.a. voorkomt in S.Antioco N 2.(wellicht 'GRY).Zie voorts Févriér,JA ccxlvi,1958, p 441 e.v. Wellicht Agbor? volgens Jongeling blz 147.

 

'GDD:               betekent:bende.________________________

 

                                                   ________________________

 

Agelaos:          van Naupaktos in Aetolië. Hij is van 215‑212 bondgenoot van Hannibal.

 

Agenoor:          Vader van de legendarische Kadmos, die Thebe gesticht zou hebben. Agenoor stuurt zijn zonen er op uit om Europa te zoeken, die door Zeus is geschaakt.

 

Boek 354:

A g e n o r:

Zoon van Poseidon en Libye, vader van Cadmus en Europa, stamvader van de Phoeniciërs.

 

Agesandrus:    van Cyrene. Een Griek, die met Ophellas mee kwam, maar die uiteindelijk in dienst van Carthago vocht. Zijn dochter Pamphilia is begraven in Dermeche.

 

'GG':               Neo‑Punische naam. Zie CIS 3196. Het is wellicht ook half‑Berbers. De Gugga kan ook een beroep zijn. Zo komt hij in de Poenulus van Plautus tenminste naar voren.

 

Aggar:              Plaats henchir sidi Amara in Tunesië. Aggar is pas bekend geworden in 46 ter gelegenheid van de Romeinse burgeroorlog, waarbij in Afrika Caesar werd bestreden door Scipio e.a. De naam Aggar wijst op een oude Libysche nederzetting. Of de plaats ook in de Punische tijd enige betekenis had, is onzeker.

                              ____________________________________________________

                              KAART                                Aggar

                                                            //////////

                                                            /////////

 

 

 

 

                                                Ksour es Saf

                                                /////////

                                                /////////

 

 

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                            ____________________________________________________

                              KAART

 

                                                          Aggar

 

 

 

                                                                      Selectum

 

                              __________________________________________________

 

Aghat:              Godheid van Ugarit, zoon van de god Danel. Aghat bezit een prachtige boog volgens het epos uit Ugarit. De boog werd door Kothar‑wa‑chasis (Hephaistos) aan Danel geschonken. Het is de godin Anath, die de boog wil hebben. Aghat wil de boog echter niet afstaan, zelfs niet in ruil voor onsterflijkheid. Daarop vallen Anath en Jatpan als adelaren neer op Aghat. De dood van Aghat heeft tot gevolg, dat het land verdort. Resten van Aghat worden door Danel teruggevonden in de ingewanden van de adelaar. Er wordt zeven jaren gerouwd. De dochter

van Danel (Paghat) wil de moord op Aghat wreken en gaat op zoek naar Jatpan. Hier breekt de inscriptie van Ugarit af.

 

Aghia Triadha    BK2 vindplaats sarcofaag

 

’GNN:               betekent:vogel(?)_______________________

 

                                                      _______________________

 

Agostino da Reggio: In 1863 na C graaft deze Italiaan in Sousse(=Hadremetum) de tofet op. Zie:Cintas‑Revue Africaine blz. 1‑80. De opgraving vond echter slechts gedeeltelijk plaats en bevatte voornamelijk zaken uit de zesde eeuw.

 

'GRR:               Neopunische naam(1 x geregistreerd,Jongeling).

 

'GRY:               Neopunische naam(1 x geregistreerd,Jongeling).

 

Agrylle:            oude naam voor het Romeinse Calaris, dat nu Cagliari genoemd wordt. Er is nog een necropolis te S.Avendrace/Tuvixeddu, die stamt uit de Punische tijd. Verder zijn nog enige cisternen overgebleven. Agrylle was een van de belangrijkste Punische plaatsen op Sardinië, maar ging na de huurlingenopstand van 238 verloren voor Carthago.

 

'GSLW:              Neo‑Punische naam van Malta N 7.

 

('GS{H})T:          betekent:kleine munt_____________________

                                                   [           ]

                                                            _____________________

 

'GTGLS:             betekent:palm(?)_______________________

 

                                                      _______________________

 

Agyris:             plaats op Sicilië, waar Mago met zijn 80.000(?) man aan troepen tegengehouden werd door Dionysios en koning Agyris in 392.

 

Boek 354:

A g y r i u m:

Geboorteplaats Diodoros Siculus op Sicilië.

 

Ahad:               het getal één; /

 

Ahhijawa/Ekwesj: BK2 zeevolk

    _   _

'Ahi ' as(h):       waarschijnlijk een naam uit Byblos.  Zie:Two archaic inscripties on clay objects from

Byblos/F M Cross.

 

A‑hi‑mil‑ki:        koning ?van Arvad.__________________

                                                                 

                                                         __________________ Zie:Harris b.75

 

Ahimilki:          De naam betekent "Mijn broeder is koning".

                         1.stadsvorst van Ashdod en werd aangesteld door Sargon II van Assyrië (721‑705).

                         2.prins van Arvad, broer van Abimilki. Ook hij werd gepasseerd door Assurbanipal                                 bij de aanstelling van een nieuwe stadsvorst.

 NCFPS

Geen opmerkingen:

Een reactie posten