vrijdag 20 juni 2014

A1


 

’ = H                lidwoord ‘de’

 

AA:                 afkorting voor het tijdschrift Archäologischer Anzeiger.

 

AAN:                           afkorting voor het tijdschrift Annuaire de l'Afrique du nord.

 

Aardewerk:       o.a.:Faïence. Stijl en details (iconografisch) van kleine vazen en amuletten wijzen op een Egyptisch-Fenicische samenwerking in de periode 10e-8e eeuw v.C. Het werd gemaakt in werkplaatsen op Rhodos en Naucratis door Feniciërs van Cyprus. Verdere verspreiding vond plaats naar o.a. Tharros, Ibiza en Etrurië.

 

AASOR:          afkorting voor het tijdschrift Annual of the American Schools of Oriental Research.

 

'B:                    1.vader (zie:Harris blz 73)._________________

                                   (mv:voorvaderen)

                                                                        _________________

                        2.vijand.

                        3.voorzetsel

 

[afb.83.Fenicische zegel met tekst: aan Ab, mijn heer].

 

'B':                   tevens een persoonsnaam, die slechts 1x in het Fenicisch voorkomt. In samentrekking:mijn vader.

 

Abacaenum:      Plaats op Sicilië, alwaar in 393 Mago een nederlaag leidt (‑800) tegen de troepen van Dionysius. ZK,DL2,blz288.   [kaartje].

 

Abaddir:             Grote vader vlg.Krahmalkov -> ’b’dr. Vlg dictionnaire Lipinski is het echter een Fenicisch woord (’b[n]’dr), hetgeen steen van de krachtige betekent. Het is een  taal reconstructie. Het is tevens de naam voor een godheid. (Zie Harris, blz 73).Aangetoond in de wijding van Abaddiri Sancto (CIL VIII,2,1481), afkomstig van Zucchabar (Miliana) in de vallei van de beneden Chélif. Aangetoond bij St.Augustin (Ep.17,2) en Priscien van Cherchel (c.500 n.C).  Voor wat betreft dat laatste: Abaddir stelt de bétyle voor, een steen, die Saturnus  verslonden heeft in de plaats van Jupiter. Zie: Poenus Advena, S.Ribichini, Roma 1985 (blz.113-125), JEOL 29, K.Jongeling 1978 (blz 129-130).

 

Abarish:          Een Punische architect, die een monument vervaardigde voor de Numidische koning 'Ateban.       Abarish is de zoon van Abdashtart. Zijn assistenten bij de bouw van het monument zijn Zamar en Mangi. Het monument stamt uit ca. 200 en werd te Dougga opgericht.

 

’BB:                 korenaar. Abib (hebr).

 

'BB*L:              Abibaäl:Deze persoonsnaam komt 2x in het Punisch voor. Het betekent:degene, van wie Baäl de vader is.

 

Abba:               Arameese inscriptie met Fenicische letters, gevonden in een grafkamer te Giv’at ha-Mivtar in 1971.

[afbeelding van deze inscriptie]

 

Abbar:              Hogepriester en suffeet van Tyrus in 563 (Jos.C.AP.I 143). Fen:h.br’.

                        Hij blijft maar ca.3 maanden in functie.

Abbaros:          Griekse versie:  Suffeet van Tyrus omstreeks 570. Waarschijnlijk dezelfde als                             Abbar.

 

Abbasante:         vindplaats van Punische keramiek op Sardinië in de  gemeente Chirighiddu. Er zijn verder enige muntstukken gevonden. (Zie S M Cechini, I Ritrova-menti fenicia e punici in Sardegna‑blz 19). De plaats ligt ten oosten van de Monte Ferru nabij CORNUS. [kaartje]

 

'BB'T:              in de tempel.    

 

Abbenza:          vindplaats UCHI MAIUS in het binnenland van Tunesië ten zuiden van Oued Medjerda. Zie: P.Delattre, Correction à une inscription d’Abbenza, BSAF, 1905, blz 290. [kaartje].

 

Abbir maius:     vindplaats in Noord-Afrika even ten oosten van de Oued Miliane nabij THUBURBO MAIUS. Ten westen van de rivvier ligt een andere Abbir Cella. Wellicht wordt er een heel andere plaats mee bedoeld, namelijk een Abbir nabij Collo in Oost-Algerije. Zie: Beschaouch (A.), A propos de récentes découvertes épigraphiques dans le pays de Carthage, CRAI, 1975, p. 101-118. I . Tremblement de terre et prospérité économique. Les années 365-370 en Afrique (p. 101-111) Abbir Maius. II. le sacrifice d'action de grâces dans le culte de Saturne africain p. 111-118 (Stèle de Chul ). [kaartje]

 

'bd:                  betekent=vernietigen/verwoesten.

 

Abdalonymus:  Fen: ‘bd’lnm   Gr:Abdalonumos. Het betekent dienaar van de goden.  Wordt in 332 koning van Sidon volgens een verhaal van Quintus Curtius(IV 1,18-26+IV.3.4)=Van tuinman tot koning. Hij vervangt Straton II of III (Just.XI 10,8-9). Hij wordt genoemd in een Grieks-Fenicische wijding van zijn zoon, die in 1982 gevonden werd op Cos. De regering van Abdalonymus kan geduurd hebben tot misschien zelfs 312 of 294 v.C. Hij wordt in verband gebracht met de sarcofaag van Alexander, die gevonden werd in de koninklijke necropool te Sidon en die bewaard wordt in het museum van Istanboel. Zie: Das Alexanderreich II, H.Berve, München 1926 Der Alexandersarkophag und seine Werkstatt, V.von Graeve, Berlin 1970. Zie ook bij: Benz 149.

Boek 354:

A b d a l o n y m u s:

Afstammeling van de koningen van Sidon, die in grote armoede leefde. Alexander herstelt hem in zijn waardigheid en vergroot zijn gebied.

 

Abd-anat:          dienaar van Anat

 

Abd-arish:         dienaar van Arish

 

Abd-aštoret:      dienaar van Asjtoret

 

Abdastratos:     betekenis: dienaar van Astarte = ‘bd‘štrt. Koning van Tyrus c.921-913 v.C vlg.

                        Flav.Jos in: C.Ap.T 122. Zie ook: Benz 162-163-164.

 

De opvolging van Abdaštarte van Tyrus.

 

Abdastros:        abdasjtarte

 

Abday:            

 

Abdbaal:          

 

Abd-Cafon:      

 

Abd-Chusor:    

 

Abdé, tell:         Zie bij Ortosia.

 

Abdelim:           betekenis: dienaar van god = ‘bd’lm. Ab-di-li-me/mu (akk), Abdelimos (gr),

                        Abdilim of Avolim (lat). Deze figuur zou uit de 11e eeuw (?) stammen en de

                        samensteller zijn van de “ummânu”= Akkadische inscripties van de Arameese

                        koning Kapara, of Kabbara uit de huidige plaats Tell Halaf/Gozan in Noord-

                        Syrië. Bij Josephus in Ant.Iud. 120 komt de variant voor van Abdelimae. In het

                        Neopunisch schrift komt de naam voor te Carthago (1959,94).

                        Zie ook: Benz 149+154. + Assyrian Personal Names, K.L.Tallqvist, Helsingfors 1914 (3b) +

                               Les Etats arameéns de Syrie, H.S.Sader, Beiroet 1987, blz 11-13. + Jongeling blz 225.

 

Abdemon: ’bd’mn (fen), abdemon of abdumon (gr).

Betekenis: dienaar van Amon.

1.een geleerde aan het hof van Hiram I van Tyrus, die raadsels van Salomon kon oplossen.

(vlg.Fl.Jos,A.J.VIII 146.149; C.Ap.I,115.120).

2.koning van Sidon in het derde deel van de 5e eeuw v.C, zoon van Baalshillem I en de vader van Baana. Hij wordt genoemd in een inscriptie van Bostan esh-Sheikh (TSSI 111,29) en waarschijnlijk bekend van een serie munten uit de 5e eeuw v.C. Wellicht verbonden met de sarcofaag van de satraap.

3.koning van Salamis op Cyprus, van origine Fenicisch en ‘vriend van de Perzen’. Hij regeert in c.415 v.C, maar hij wordt verjaagd door Evagoras I. Zie: Diod.XIV 98.

4.Sidoniër, die geschenken naar Apollonios op Rhodos stuurt, de schatbewaarder van Ptolemeus II en III (pap.Ryl. Zenon 1,= c.258 v.C).

= Abdemoen.

 

Abdera:            

1.Een plaats gelegen in Thracië op de noordkust van de Egeïsche zee.

2.Een Fenicische factorij aan de zuid‑Spaanse kust (Adra), gelegen tussen het huidige Malaga en

Almeria. Abdera heeft voor de Feniciërs en Puniërs nooit een echt grote betekenis gehad. Het heeft
eventueel in de eerste eeuwen van de aanwezigheid van de Feniciërs langs de spaanse kust de betekenis gehad van semi‑permanente verblijfplaats en zal in de zevende eeuw uitgegroeid kunnen zijn tot factorij. Pas als de Grieken in dit gedeelte van Spanje doordringen te Maenace en Hemeroskopeion, krijgt de factorij grotere betekenis door zijn militaire strategische positie. Pas in de vijfde eeuw wordt Abdera een volwaardige nederzetting en blijft een Carthaags steunpunt tot 205. Daarna wordt het Romeins. Het betreft dus de huidige plaats Adra, waarbinnen de Cerro de Montecristo de lokatie van het antieke Abdera bevat.

Zie ook mijn reisverslagen uit 1970, 1986, 1999 en 2004.

 

vervolg Abdera:     Op de oostelijke helling van de heuvelnederzetting zijn vondsten gedaan vanuit de zevende eeuw. Dit zijn borden en polychomische goederen. Abdera was in de oudheid gemakkelijk bereikbaar vanuit zee.

 

        ______________________________________________________________________

          KAART Abdera.

 

                                                            Rio Grande

                                                                de Adra

 


                                        brazzo

                                        veio

 

 

 

                       Abdera

 

 


                       oude monding van

                       de rivier

 

                                   MIDDELLANDSE ZEE

                                                                     1:25.000

          ______________________________________________________________________

Zie: M Fernandez‑Miranda Fernandez‑L Caballero Zoreda.  Abdera. Excavaciones en el cerro Montecristo.  Exc. Arq Esp LXXXV 1975.

 

Naam: Pun: ‘bdrn  Gr: Abdera (Strabo III 4,3) of Abdara (Ptol. II 4,7)  Lat: Abdera (Plinius NH III 3,3)

 

Opgraving:In de jaren 1970-1971 werden Punische resten gevonden alsmede de installatie voor Garum productie ten westen van de huidige stad. In 1986 volgde een noodopgraving aan de oostzijde van de heuvel Montecristo langs de oude bedding van de Adra. Hieruit bleek, dat het begin van de nederzetting op eind 8e of begin 7e eeuw gesteld moet worden. We treffen daar keramiek aan uit de Iberische bronstijd samen met de Red Slip keramiek. Uit de 6e eeuw laag komt de grijze keramiek een aryballos met de decoratie van hoplieten. Uit de 2e en 1e eeuw komt Punisch bronzen munten met waarschijnlijk een Hercules-kop, een tempel (tetrasyl) en de letters ‘br(n). Uit de tijd van Tiberius komt zijn afbeelding voor, de tempel en Abdera (lat) en nog steeds in het neopunisch: ‘bdrn.

De volgende fasen zijn te onderscheiden:

- 8e eeuw (2e helft) met keramiek uit het einde van de bronstijd;

- 7e eeuw: Iberische en Corinthische keramiek;

- 6e+5e eeuw: muren, terrassen, protocorinthische aryballos (met hoplietenmotief)+kylix;

- 4e eeuw: Attische keramiek.

Op afbeeldingen komen voor: dolfijnen, tonijnen, Melqart, tempel in tetra-stijl. De Neopunische munten dateren uit de 2e euw v.C. De voornaamste bestaansbronnen zijn de visvangst, agrarische productie van de kustvlakte en mijnbouw in het binnenland.

Literatuur:-R.Pascal Guash, International Journal of Nautical Archeology and Underwater Exploration,London 2 (1973) blz 112.

-A.Tovar, Iberische Landeskunde II/1, Baden-Baden 1974 blz 83

-M.Fernandez Miranda – F.L.Caballero Zoreda, Abdera, Madrid, 1975.

 

Naamgeving.

---------------

Adra is een van de weinige plaatsen aan de Zuid-Spaanse kust, waarvan we de klassieke naam weten: Abdera. De anderen zijn Sexi (Almunecar) en Malaka (Malaga). S.Moscati  gaat er in “The World of the Phoenicians” in 1973 nog van uit, dat Abdera startte als een Griekse kolonie (blz 287). Hierbij verwijst hij naar de naam. Ook Warmington (Carthage, blz 31) stelt het begin van Sexi, Abdera en Malaka op de 6e eeuw v.C in navolging van S.Gsell (I:446). Dit kan niet kloppen, want Abdera was in de 8e eeuw al gegrondvest en bovendien is de naam helemaal niet Grieks.

M.E.Aubet ziet duidelijk in “The Phoenicians and the West” het oosterse karakter van de naam (blz 163).

Toch ligt er in Griekenland een plaats met ook de naam Abdera. Maar als we Herodotos er op na lezen in de publicatie van O.Damsté, dan blijkt, dat deze stad aan de Thrakische kust een Fenicisch verleden heeft. Het ligt nabij het eiland Thasos, waar de Feniciër Thasos mijnen geëxploiteerd zou hebben. Zie Herodotos I 168, VI 46, VI 47, VII 109.

Wellicht is de naam een afkorting (Abduru) van Abd-Urumilk = dienaar van Urumilk. We kennen koningen van Byblos met die naam:

- in 701 v.C betaalt deze koning tribuut aan Sennacherib (ANET blz 287b);

- c.500 regeert deze koning. Hij is de grootvader van Yehawmilk.

Het kan ook zijn, dat de naam staat voor Abd-Ra: dienaar van deze Egyptische godheid. In dit verband is de stevige relatie Egypte – Byblos van belang.

              110.THE WORLD OF THE PHOENICIANS Sabatino Moscati, i.e.v.v.Alastair Hamilton, CARDINAL, London, 1973.

              145.CARTHAGE  B.H.Warmington, 1960. Pelican Books, 1964.

              322.THE PHOENICIANS AND THE WEST Maria Eugenia Aubet. i.e.v.v. Mary Turton uit het Spaans (Tiro y las              Colonias Fenicias de Occidente). 2e editie. Cambridge University Press, 1993-2001.

               9.HERODOTUS HISTORIëN O.Damsté, Fibula van Dishoeck, Haarlem 1978. Hoofdredactie: J.Th.M.F.Pieters.

 

Een beknopte geschiedenis.

------------------------------------

Hier weten we dus maar zeer weinig van. Wel is zeker, dat in de 8e eeuw v.C de Feniciërs een keten van ankerplaatsen langs de Zuid-Spaanse kust aanleggen. Abdera is er daar een van. 

Wellicht gebeurt dit reeds in de 9e eeuw volgens een nieuwe radiometrische kalibratie (blz 308 Aubet). De meeste van deze ankerplaatsen vinden we op een heuvel nabij de monding van een rivier. Zo ook bij Abdera. Het begin is uiterst bescheiden en dat blijft het ook lang. Er wordt hoogstens een oppervlak bereikt van 1 tot 2 ha, waarop nog geen 1000 mensen een bestaan vinden. Nu hebben de Feniciërs de naam geweldige zeevaarders en handelaren te zijn, maar hier is het toch anders. Weliswaar speelt de handel een beperkte rol, want de zeeroute naar de zuilen van Melqart loopt nu eenmaal langs ook Abdera. Terug van de straat van Gibraltar naar het oosten neemt men de route langs de Noord-Afrikaanse kust. Toch zijn de voornaamste bronnen van bestaan te Abdera de landbouw en de veeteelt. Daar was in deze vruchtbare kustvlakte ook genoeg ruimte voor. De langskomende schepen kunnen aldus bevoorraad worden met vers voedsel. Er komt hierbij ook een intense interactie tot stand met de inheemse wereld (blz 430 Blazquez). Opmerkelijk is, dat men nog lang keramiek met de hand blijft maken. Men doet ook aan visvangst. Bij Abdera is ten westen van de huidige stad een ‘garum’plaats gevonden. Weliswaar is er in de buurt kwikzilver en lood gevonden, maar het is niet zeker, of de Feniciërs in dat opzicht een rol speelden.

Eeuwenlang blijft deze situatie zo bestaan. Totdat halverwege de 6e eeuw zich een crisis aandient bij de vele Fenicische nederzettingen aan de Spaanse zuidkust. Men geeft nederzettingen op en trekt zich terug op een paar zekere steunpunten. In de imposante catalogus ‘I Fenici’ wordt het op blz 236 als volgt verwoord: “Na de crisis in de 6e/5e eeuw zijn er nog maar drie plaatsen op de Zuid-Spaanse kust in handen van de Feniciërs”. Daarbij steunt men op de overlevering van Strabo (3:4, 2-3) en Avienus (Ora Maretima 440, 449), die allen nog de plaatsen Malaka, Sexi en Abdera noemen. In werkelijkheid zijn het er meer geweest, zoals Morro de Mezquitilla en Cerro del Mar.  In het geval van Abdera is het zeker, dat er in ieder geval een bevolkingsafname heeft plaats gevonden. Of het tot een complete opgave komt, is onduidelijk en zelfs niet waarschijnlijk. Wellicht wordt alleen de inheemse inbreng een stuk groter. Anderhalve eeuw later (ca.400 v.C) wordt Abdera weer geheel terug in gebruik genomen. Waarschijnlijk speelt Carthago hierbij een rol. We gaan nu ook van Liby-Feniciërs spreken. Vermoedelijk zijn dit de nieuw aangevoerde kolonisten uit Afrika. Abdera blijft zich verder ontwikkelen tot ver in de Romeinse tijd toe. Eind 3e eeuw v.C gaat men zelfs munten uitgeven. De status van een stad wordt bereikt. Hierop vinden we ook de naam van de stad: *BDR[N] (MacDonald 3.658, DCPP2). Merkwaardig, dat W.Huss er *BRDT van maakt (blz 356 Die Karthager). Op de munt zien we verder Hercules/Melqart aan de ene kant en een tempel in tetra-stijl aan de andere kant. Ook uit de tijd van keizer Tiberius is een munt bekend met zijn beeltenis en aan de andere kant weer een tempel in tetra-stijl (blz 43 Catalogo Documental).

Zo kent Abdera, voor zover bekend, een zeer rustige geschiedenis zonder enig aanwijsbaar geweld, maar het is wel erg weinig voor zo’n 8 eeuwen. Het is dan ook geen wonder, dat Livius en Polybios de plaats niet noemen.

 

322.THE PHOENICIANS AND THE WEST Maria Eugenia Aubet. i.e.v.v. Mary Turton uit het Spaans (Tiro y las Colonias Fenicias de Occidente). 2e editie. Cambridge University Press, 1993-2001.

313.FENICIOS Y CARTAGINESES EN EL MEDITERRANEO José Maria Blazquez, Jaime Alvar, Carlos G.Wagner. Catedra, Historia/serie menor, Madrid, 1999.

20.I FENICI S.Moscati en vele anderen. 1988. Toelichting en catalogus. Fiat/Bompiani. Palazzo Grassi te Venetië. Milaan.

44.DIE KARTHAGER W.Huss. Verlag C.H.Beck. München 1990.

100.CATALOGO DOCUMENTAL DE LOS FENICIOS EN ANDALUCIA J.A.M.Ruiz. Junta de Andalucia. Consejeria de Cultura. 1995. N.a.v.het IVe Internationale Congres voor Fenicische en  Punische Studies te Cadiz.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten