’
= H lidwoord ‘de’
AA: afkorting voor het tijdschrift Archäologischer Anzeiger.
AAN: afkorting voor het tijdschrift Annuaire de l'Afrique du
nord.
Aardewerk:
o.a.:Faïence. Stijl en details
(iconografisch) van kleine vazen en amuletten wijzen op een
Egyptisch-Fenicische samenwerking in de periode 10e-8e
eeuw v.C. Het werd gemaakt in werkplaatsen op Rhodos en Naucratis door
Feniciërs van Cyprus. Verdere verspreiding vond plaats naar o.a. Tharros, Ibiza
en Etrurië.
AASOR: afkorting voor het tijdschrift Annual
of the American Schools of Oriental Research.
2.vijand.
3.voorzetsel
[afb.83.Fenicische
zegel met tekst: aan Ab, mijn heer].
'B': tevens een persoonsnaam, die slechts 1x in het Fenicisch voorkomt.
In samentrekking:mijn vader.
Abacaenum:
Plaats op Sicilië, alwaar in 393
Mago een nederlaag leidt (‑800) tegen de troepen van Dionysius.
ZK,DL2,blz288. [kaartje].
Abaddir: Grote
vader vlg.Krahmalkov -> ’b’dr. Vlg dictionnaire Lipinski is het echter een
Fenicisch woord (’b[n]’dr), hetgeen steen van de krachtige betekent. Het is
een taal reconstructie. Het is tevens de
naam voor een godheid. (Zie Harris, blz 73).Aangetoond in de wijding van
Abaddiri Sancto (CIL VIII,2,1481), afkomstig van Zucchabar (Miliana) in de
vallei van de beneden Chélif. Aangetoond bij St.Augustin (Ep.17,2) en Priscien
van Cherchel (c.500 n.C). Voor wat
betreft dat laatste: Abaddir stelt de bétyle voor, een steen, die Saturnus verslonden heeft in de plaats van Jupiter. Zie: Poenus Advena,
S.Ribichini, Roma 1985 (blz.113-125), JEOL 29, K.Jongeling 1978 (blz 129-130).
Abarish: Een Punische architect, die een
monument vervaardigde voor de Numidische koning 'Ateban. Abarish is de zoon van Abdashtart. Zijn assistenten bij de
bouw van het monument zijn Zamar en Mangi. Het monument stamt uit ca. 200 en
werd te Dougga opgericht.
’BB: korenaar. Abib (hebr).
'BB*L: Abibaäl:Deze persoonsnaam komt 2x
in het Punisch voor. Het betekent:degene, van wie Baäl de vader is.
Abba: Arameese
inscriptie met Fenicische letters, gevonden in een grafkamer te Giv’at
ha-Mivtar in 1971.
[afbeelding van deze inscriptie]
Abbar: Hogepriester en suffeet van Tyrus in
563 (Jos.C.AP.I 143). Fen:h.br’.
Hij blijft maar ca.3
maanden in functie.
Abbaros: Griekse versie: Suffeet van Tyrus omstreeks 570.
Waarschijnlijk dezelfde als Abbar.
Abbasante: vindplaats van Punische keramiek op
Sardinië in de gemeente Chirighiddu. Er
zijn verder enige muntstukken gevonden. (Zie S M Cechini, I Ritrova-menti
fenicia e punici in Sardegna‑blz 19). De plaats ligt ten oosten van de Monte
Ferru nabij CORNUS. [kaartje]
'BB'T: in de tempel.
Abbenza: vindplaats
UCHI MAIUS in het binnenland van Tunesië ten zuiden van Oued Medjerda. Zie: P.Delattre, Correction
à une inscription d’Abbenza, BSAF, 1905, blz 290. [kaartje].
Abbir maius: vindplaats in Noord-Afrika even ten oosten
van de Oued Miliane nabij THUBURBO MAIUS. Ten westen van de rivvier ligt een
andere Abbir Cella. Wellicht wordt er een heel andere plaats mee bedoeld,
namelijk een Abbir nabij Collo in Oost-Algerije. Zie: Beschaouch (A.), A propos de récentes découvertes épigraphiques dans le
pays de Carthage, CRAI, 1975, p. 101-118. I . Tremblement de terre et prospérité
économique. Les années 365-370 en Afrique (p. 101-111) Abbir Maius. II. le sacrifice d'action
de grâces dans le culte de Saturne africain p. 111-118 (Stèle de Chul ).
[kaartje]
'bd: betekent=vernietigen/verwoesten.
Abdalonymus: Fen: ‘bd’lnm Gr:Abdalonumos. Het betekent dienaar van de
goden. Wordt in 332 koning van Sidon
volgens een verhaal van Quintus Curtius(IV 1,18-26+IV.3.4)=Van tuinman tot
koning. Hij vervangt Straton II of III (Just.XI 10,8-9). Hij wordt genoemd in
een Grieks-Fenicische wijding van zijn zoon, die in 1982 gevonden werd op Cos.
De regering van Abdalonymus kan geduurd hebben tot misschien zelfs 312 of 294
v.C. Hij wordt in verband gebracht met de sarcofaag van Alexander, die gevonden
werd in de koninklijke necropool te Sidon en die bewaard wordt in het museum
van Istanboel. Zie:
Das Alexanderreich II, H.Berve, München 1926 Der Alexandersarkophag und seine
Werkstatt, V.von Graeve, Berlin 1970. Zie ook bij: Benz 149.
Boek
354:
A b d a l o n y m u s:
Afstammeling van de koningen van Sidon, die in grote armoede
leefde. Alexander herstelt hem in zijn waardigheid en vergroot zijn gebied.
Abd-anat: dienaar van Anat
Abd-arish: dienaar van Arish
Abd-aštoret: dienaar van Asjtoret
Abdastratos: betekenis: dienaar van Astarte = ‘bd‘štrt.
Koning van Tyrus c.921-913 v.C vlg.
Flav.Jos in: C.Ap.T 122.
Zie ook: Benz 162-163-164.
De
opvolging van Abdaštarte van Tyrus.
Abdastros: abdasjtarte
Abday:
Abdbaal:
Abd-Cafon:
Abd-Chusor:
Abdé,
tell: Zie bij Ortosia.
Abdelim: betekenis: dienaar van god = ‘bd’lm.
Ab-di-li-me/mu (akk), Abdelimos (gr),
Abdilim of Avolim (lat).
Deze figuur zou uit de 11e eeuw (?) stammen en de
samensteller zijn van de
“ummânu”= Akkadische inscripties van de Arameese
koning Kapara, of
Kabbara uit de huidige plaats Tell Halaf/Gozan in Noord-
Syrië. Bij Josephus in
Ant.Iud. 120 komt de variant voor van Abdelimae. In het
Neopunisch schrift komt
de naam voor te Carthago (1959,94).
Zie ook: Benz 149+154. +
Assyrian Personal Names, K.L.Tallqvist, Helsingfors 1914 (3b) +
Les
Etats arameéns de Syrie, H.S.Sader, Beiroet 1987, blz 11-13. + Jongeling blz
225.
Abdemon: ’bd’mn
(fen), abdemon of abdumon (gr).
Betekenis: dienaar
van Amon.
1.een
geleerde aan het hof van Hiram I van Tyrus, die raadsels van Salomon kon
oplossen.
(vlg.Fl.Jos,A.J.VIII 146.149; C.Ap.I,115.120).
2.koning
van Sidon in het derde deel van de 5e eeuw v.C, zoon van Baalshillem
I en de vader van Baana. Hij wordt genoemd in een inscriptie van Bostan
esh-Sheikh (TSSI
111,29) en waarschijnlijk
bekend van een serie munten uit de 5e eeuw v.C. Wellicht verbonden
met de sarcofaag van de satraap.
3.koning
van Salamis op Cyprus, van origine Fenicisch en ‘vriend van de Perzen’. Hij
regeert in c.415 v.C, maar hij wordt verjaagd door Evagoras I. Zie: Diod.XIV 98.
4.Sidoniër,
die geschenken naar Apollonios op Rhodos stuurt, de schatbewaarder van
Ptolemeus II en III (pap.Ryl.
Zenon 1,= c.258 v.C).
=
Abdemoen.
Abdera:
1.Een plaats gelegen in Thracië op de noordkust van de Egeïsche
zee.
2.Een
Fenicische factorij aan de zuid‑Spaanse kust (Adra), gelegen tussen het huidige
Malaga en
Almeria.
Abdera heeft voor de Feniciërs en Puniërs nooit een echt grote betekenis gehad.
Het heeft
eventueel
in de eerste eeuwen van de aanwezigheid van de Feniciërs langs de spaanse kust
de betekenis gehad van semi‑permanente verblijfplaats en zal in de zevende eeuw
uitgegroeid kunnen zijn tot factorij. Pas als de Grieken in dit gedeelte van
Spanje doordringen te Maenace en Hemeroskopeion, krijgt de factorij grotere
betekenis door zijn militaire strategische positie. Pas in de vijfde eeuw wordt
Abdera een volwaardige nederzetting en blijft een Carthaags steunpunt tot 205.
Daarna wordt het Romeins. Het betreft dus de huidige plaats Adra, waarbinnen de
Cerro de Montecristo de lokatie van het antieke Abdera bevat.
Zie
ook mijn reisverslagen uit 1970, 1986, 1999 en 2004.
vervolg
Abdera: Op de oostelijke helling van
de heuvelnederzetting zijn vondsten gedaan vanuit de zevende eeuw. Dit zijn
borden en polychomische goederen. Abdera was in de oudheid gemakkelijk
bereikbaar vanuit zee.
______________________________________________________________________
Rio Grande
de Adra
veio
Abdera
de rivier
MIDDELLANDSE
ZEE
1:25.000
______________________________________________________________________
Zie: M Fernandez‑Miranda Fernandez‑L Caballero
Zoreda. Abdera. Excavaciones
en el cerro Montecristo. Exc. Arq Esp
LXXXV 1975.
Naam: Pun:
‘bdrn Gr: Abdera (Strabo III 4,3) of
Abdara (Ptol. II 4,7) Lat: Abdera
(Plinius NH III 3,3)
Opgraving:In
de jaren 1970-1971 werden Punische resten gevonden alsmede de installatie voor
Garum productie ten westen van de huidige stad. In 1986 volgde een
noodopgraving aan de oostzijde van de heuvel Montecristo langs de oude bedding
van de Adra. Hieruit bleek, dat het begin van de nederzetting op eind 8e
of begin 7e eeuw gesteld moet worden. We treffen daar keramiek aan
uit de Iberische bronstijd samen met de Red Slip keramiek. Uit de 6e
eeuw laag komt de grijze keramiek een aryballos met de decoratie van hoplieten.
Uit de 2e en 1e eeuw komt Punisch bronzen munten met
waarschijnlijk een Hercules-kop, een tempel (tetrasyl) en de letters ‘br(n).
Uit de tijd van Tiberius komt zijn afbeelding voor, de tempel en Abdera (lat)
en nog steeds in het neopunisch: ‘bdrn.
De
volgende fasen zijn te onderscheiden:
-
8e eeuw (2e helft) met keramiek uit het einde van de
bronstijd;
-
7e eeuw: Iberische en Corinthische keramiek;
-
6e+5e eeuw: muren, terrassen, protocorinthische aryballos
(met hoplietenmotief)+kylix;
-
4e eeuw: Attische keramiek.
Op
afbeeldingen komen voor: dolfijnen, tonijnen, Melqart, tempel in tetra-stijl.
De Neopunische munten dateren uit de 2e euw v.C. De voornaamste
bestaansbronnen zijn de visvangst, agrarische productie van de kustvlakte en
mijnbouw in het binnenland.
Literatuur:-R.Pascal Guash, International Journal of Nautical Archeology and
Underwater Exploration,London 2 (1973) blz 112.
-A.Tovar, Iberische
Landeskunde II/1, Baden-Baden 1974 blz 83
-M.Fernandez Miranda –
F.L.Caballero Zoreda, Abdera, Madrid, 1975.
Naamgeving.
---------------
Adra
is een van de weinige plaatsen aan de Zuid-Spaanse kust, waarvan we de
klassieke naam weten: Abdera. De anderen zijn Sexi (Almunecar) en Malaka
(Malaga). S.Moscati gaat er in “The
World of the Phoenicians” in 1973 nog van uit, dat Abdera startte als een
Griekse kolonie (blz 287). Hierbij verwijst hij naar de naam. Ook Warmington
(Carthage, blz 31) stelt het begin van Sexi, Abdera en Malaka op de 6e
eeuw v.C in navolging van S.Gsell (I:446). Dit kan niet kloppen, want Abdera
was in de 8e eeuw al gegrondvest en bovendien is de naam helemaal
niet Grieks.
M.E.Aubet
ziet duidelijk in “The Phoenicians and the West” het oosterse karakter van de
naam (blz 163).
Toch
ligt er in Griekenland een plaats met ook de naam Abdera. Maar als we Herodotos
er op na lezen in de publicatie van O.Damsté, dan blijkt, dat deze stad aan de
Thrakische kust een Fenicisch verleden heeft. Het ligt nabij het eiland Thasos,
waar de Feniciër Thasos mijnen geëxploiteerd zou hebben. Zie Herodotos I 168,
VI 46, VI 47, VII 109.
Wellicht
is de naam een afkorting (Abduru) van Abd-Urumilk = dienaar van Urumilk. We
kennen koningen van Byblos met die naam:
-
in 701 v.C betaalt deze koning tribuut aan Sennacherib (ANET blz 287b);
-
c.500 regeert deze koning. Hij is de grootvader van Yehawmilk.
Het
kan ook zijn, dat de naam staat voor Abd-Ra: dienaar van deze Egyptische
godheid. In dit verband is de stevige relatie Egypte – Byblos van belang.
110.THE WORLD OF THE PHOENICIANS Sabatino Moscati, i.e.v.v.Alastair
Hamilton, CARDINAL, London, 1973.
145.CARTHAGE B.H.Warmington,
1960. Pelican Books, 1964.
322.THE PHOENICIANS AND THE WEST
Maria Eugenia Aubet. i.e.v.v. Mary Turton uit het Spaans (Tiro y las Colonias Fenicias de Occidente). 2e
editie. Cambridge University Press, 1993-2001.
9.HERODOTUS HISTORIëN O.Damsté, Fibula van Dishoeck, Haarlem 1978.
Hoofdredactie: J.Th.M.F.Pieters.
Een
beknopte geschiedenis.
------------------------------------
Hier
weten we dus maar zeer weinig van. Wel is zeker, dat in de 8e eeuw
v.C de Feniciërs een keten van ankerplaatsen langs de Zuid-Spaanse kust aanleggen.
Abdera is er daar een van.
Wellicht
gebeurt dit reeds in de 9e eeuw volgens een nieuwe radiometrische
kalibratie (blz 308 Aubet). De meeste van deze ankerplaatsen vinden we op een
heuvel nabij de monding van een rivier. Zo ook bij Abdera. Het begin is uiterst
bescheiden en dat blijft het ook lang. Er wordt hoogstens een oppervlak bereikt
van 1 tot 2 ha, waarop nog geen 1000 mensen een bestaan vinden. Nu hebben de
Feniciërs de naam geweldige zeevaarders en handelaren te zijn, maar hier is het
toch anders. Weliswaar speelt de handel een beperkte rol, want de zeeroute naar
de zuilen van Melqart loopt nu eenmaal langs ook Abdera. Terug van de straat
van Gibraltar naar het oosten neemt men de route langs de Noord-Afrikaanse
kust. Toch zijn de voornaamste bronnen van bestaan te Abdera de landbouw en de
veeteelt. Daar was in deze vruchtbare kustvlakte ook genoeg ruimte voor. De
langskomende schepen kunnen aldus bevoorraad worden met vers voedsel. Er komt
hierbij ook een intense interactie tot stand met de inheemse wereld (blz 430
Blazquez). Opmerkelijk is, dat men nog lang keramiek met de hand blijft maken.
Men doet ook aan visvangst. Bij Abdera is ten westen van de huidige stad een
‘garum’plaats gevonden. Weliswaar is er in de buurt kwikzilver en lood gevonden,
maar het is niet zeker, of de Feniciërs in dat opzicht een rol speelden.
Eeuwenlang
blijft deze situatie zo bestaan. Totdat halverwege de 6e eeuw zich
een crisis aandient bij de vele Fenicische nederzettingen aan de Spaanse
zuidkust. Men geeft nederzettingen op en trekt zich terug op een paar zekere
steunpunten. In de imposante catalogus ‘I Fenici’ wordt het op blz 236 als
volgt verwoord: “Na de crisis in de 6e/5e eeuw zijn er
nog maar drie plaatsen op de Zuid-Spaanse kust in handen van de Feniciërs”.
Daarbij steunt men op de overlevering van Strabo (3:4, 2-3) en Avienus (Ora
Maretima 440, 449), die allen nog de plaatsen Malaka, Sexi en Abdera noemen. In
werkelijkheid zijn het er meer geweest, zoals Morro de Mezquitilla en Cerro del
Mar. In het geval van Abdera is het
zeker, dat er in ieder geval een bevolkingsafname heeft plaats gevonden. Of het
tot een complete opgave komt, is onduidelijk en zelfs niet waarschijnlijk.
Wellicht wordt alleen de inheemse inbreng een stuk groter. Anderhalve eeuw
later (ca.400 v.C) wordt Abdera weer geheel terug in gebruik genomen.
Waarschijnlijk speelt Carthago hierbij een rol. We gaan nu ook van
Liby-Feniciërs spreken. Vermoedelijk zijn dit de nieuw aangevoerde kolonisten
uit Afrika. Abdera blijft zich verder ontwikkelen tot ver in de Romeinse tijd
toe. Eind 3e eeuw v.C gaat men zelfs munten uitgeven. De status van
een stad wordt bereikt. Hierop vinden we ook de naam van de stad: *BDR[N]
(MacDonald 3.658, DCPP2). Merkwaardig, dat W.Huss er *BRDT van maakt (blz 356
Die Karthager). Op de munt zien we verder Hercules/Melqart aan de ene kant en
een tempel in tetra-stijl aan de andere kant. Ook uit de tijd van keizer
Tiberius is een munt bekend met zijn beeltenis en aan de andere kant weer een
tempel in tetra-stijl (blz 43 Catalogo Documental).
Zo
kent Abdera, voor zover bekend, een zeer rustige geschiedenis zonder enig
aanwijsbaar geweld, maar het is wel erg weinig voor zo’n 8 eeuwen. Het is dan
ook geen wonder, dat Livius en Polybios de plaats niet noemen.
322.THE
PHOENICIANS AND THE WEST Maria Eugenia Aubet. i.e.v.v. Mary Turton uit het
Spaans (Tiro y las Colonias Fenicias de Occidente). 2e editie.
Cambridge University Press, 1993-2001.
313.FENICIOS
Y CARTAGINESES EN EL MEDITERRANEO José Maria Blazquez, Jaime Alvar, Carlos G.Wagner.
Catedra, Historia/serie menor, Madrid, 1999.
20.I FENICI S.Moscati
en vele anderen. 1988. Toelichting en catalogus. Fiat/Bompiani. Palazzo Grassi
te Venetië. Milaan.
44.DIE
KARTHAGER W.Huss. Verlag C.H.Beck. München 1990.
100.CATALOGO
DOCUMENTAL DE LOS FENICIOS EN ANDALUCIA J.A.M.Ruiz. Junta de Andalucia.
Consejeria de Cultura. 1995. N.a.v.het IVe Internationale Congres voor
Fenicische en Punische Studies te Cadiz.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten