I: ‘Y
= eiland
Ialysos:
Plaats op Rhodos. De aanwezigheid van Feniciërs is hier aangetoond. Zie:"The
Phoenicians of Ialysos" van J N Coldstream, University of London ,
Inst.of Class.Stud.,Bull no.16, 1969. Zie
BK2
De
overlevering:
De metgezellen van Phalantos (een Feniciër), die in Ialysos een kleine versterkte stad
bezaten, genaamd Achaia en die de meesters van de zee waren, weerstonden lange
tijd Iphikos (een Griek). Ze waren namelijk in het bezit van een voorspelling
opgetekend bij een of ander orakel, dat zij het land zouden bezitten, zolang er
geen witte kraaien waren en dat er geen vissen zouden worden afgebeeld op
vazen. Omdat ze er rekening mee hielden, dat dat nooit zou gebeuren, voerden
zij met een enome slordigheid de oorlog. Maar Iphiklos, die door iemand van het
orakel had gehoord, legde een valstrik voor Phalanthos. Hij wist het vertrouwen
te winnen van de man, die de toegang tot het water beheerste, door hem te
betalen. Diens naam was Larkas. Daarna ving hij kleine vissen bij de bron en
deed ze in een emmer. Die gaf hij aan Larkas met de opdracht dit water in de
kruik te doen, waarmee Phantahos water haalde. Dat deed deze en Iphiklos ving
vervolgens kraaien, wreef ze in met krijt en liet ze weer los. Toen Phalanthos
de kraaien had gezien, ging hij de kruik bekijken en zag de vissen. Hij
begreep, dat het land niet meer van hem was en hij ging met Iphiklos
onderhandelen in de hoop met zijn schatten zich uit de voeten te kunnen maken.
Iphiklos ging daar op in. Phalanthos had nu het volgende in gedachten: hij zou
offers doen, hij zou hun ingewanden schoonmaken en zou proberen het goud en
zilver er binnen in opslaan. Toen Iphiklos hier de hoogte van kreeg,
verhinderde hij dat. Phalanthos beriep zich echter op de belofte, dat hij zou
mogen vertrekken met alles wat zij in de buik (van het offerdier) konden
meenemen, maar die antwoordde, terwijl hij hun de boten voor het transport gaf
(na die van het roer, riemen en zeilen ontdaan te hebben), dat hij slechts
gezworen had de boten te geven en niets anders. De Feniciërs waren nu in grote verlegenheid gebracht en begroeven veel
van hun goederen op gemarkeerde plekken om later, eenmaal teruggekomen die weer
te kunnen ophalen, maar ze gaven ook veel aan Iphiklos. De Feniciërs hebben op deze wijze het land verlaten en de Grieken
maakten zich meester van veel zaken.
[Fr.Gr.Hist.III B nr. 513 F 1
= Atheneus VIII blz 360d-361c]
De Grieken kunnen best met een truc de Feniciërs van
het eiland hebben weggekregen, maar zo infantiel als Athenaeus het beschrijft,
zal het niet zijn gegaan. Phalanthis is overigens geen Semietische naam. De
stichter van Taras had die ook. De buik van het offerdier en de buik van het
schip worden met elkaar verward.
Ibdâdi:
Koning van Byblos omstreeks 2050.
Iberia: de
stammen: CARPETANEN, CONTESTANEN, TURDETANEN, BASTETANEN, BASTULIERS, VACCAEI,
LUSITANIERS, CONIERS, ORETANEN, EDETANEN, ILERVACONES, ILERGETEN, AUSETANEN etc
Iberische nederzettingen: Fenicische nedezettingen: gadir, calpe,
cerro del prado, casa montilla, el torreon, el villar, malaka, torre de
benalgalbon, cerro del castillo, huelva, toscanos, cerro del mar, morro del
mezquitilla, chorreras, cortijo de las sombras, abdera, selambina, villaricos,
la fonteta, sa caleta, cabezo de la parra etc
Maar
er zijn ook vele echt Iberische nederzettingen, zoals Turo del Calvari, Pozo
Moro, Dertosa, Saguntum, El Gandul, Setefilla etc
Iberische
publicaties.
Ibiza:
Zie Ebusos ('YBSM). Door Carthago ge(her)sticht in 654 v.C.
Kaap
aan de kust van Syrië.
Ras Ibn Hani. De brief Hani 81/4 bevat de naam Bi’routi en zijn relaties met
Oegarit.
52.8.3.La lettre Hani 81/4
et Arnaud, D AFBEELDINGEN
l'identification du site de
as ibn hani
Defensie van Ras Shamra en
Ras Ibn Hani. De
muren en bastions.
52.8.5.Rémarques sur des ouvrages
Lagarce, J
de soutènement et de
défense à ras Shamra et à ras ibn Hani
Ibshemuabi:
Koning van Byblos tussen 1795 en 1780.
Icosium:
Punische plaats op de kust van Algerije. Het is Algiers, waar in 1941
o.a.158 munten werden gevonden.
Algiers op internet.
Ikosim (fen) of Icosium (rom). De
melding:Gesticht in 1200 v.C is wel veel te vroeg!!! In werkelijkheid is dit ten hoogste pas vroeg
in het 1e millennium.
92.6.9. Alger
Port Antique chez.com/merlinus
Salle Icosium
musee‑antiquites.art
History of Algiers sun.menloschool.org
Ida: Grot
op Kreta, waar divers Fenicische vondsten zijn gedaan.
Idalion:
Naam: ‘dyl (fen), E-di-(‘-)il/al/li (akk) of Idalion (gr).
Tegenwoordig heet de plaats
Dali. De opgravingsplaats ligt net ten zuiden van Dali.
Plaats
in het binneland van Cyprus ter hoogte van Tamassos. Idalion is bij de
Feniciërs in gebruik als mijnbouwstad.
Er zijn nogal wat proto‑Cyprische vondsten gedaan. Zij worden aan de Feniciërs
toegeschreven vanwege hun bereidingswijze. Samen met Golgoi en Tamassos was
Idalion het centrum van de Fenicische mijnbouw. Idalion blijft ondergeschikt
aan Kition. Het wordt omstreeks 800 gesticht ofwel overgenomen van de inheemse
bevolking.
In
de vierde eeuw zet de vergrieksing van het eiland en ook van Idalion sterk door
en in 333 gaat
de
plaats op in het Hellenistische rijk van Alexander de Grote.
Uit: Cyprus, Boek 248.
Expert.
De stadstaat Idalion uit de
Bronstijd is een van de vele lokaties, waar volgens de legende de beeldschone
herdersjongen Adonis, die iets te vaak flirtte met Aphrodite, aan zijn eind zou
zijn gekomen door de slagtanden van een wild zwijn, dat gezonden werd door
Hephaestus, de woedende echtgenoot van de godin. Het is moeilijk om deze
Griekse mythologie in verband te brengen met de karige restanten van Idalion,
die nog boven de grond liggen op deze lokatie. Het ligt 19 km ten zuiden van
Nicosia en is nauwelijks opgegraven. Toch zijn er restanten ontdekt van de
tempels van Aphrodite en Athene, evenals grote blokken hardsteen van de
stadsmuren, die de stad beschermden tot die rond 400 v.C in verval raakten.
Idalion in:
Boek 162.Prehistoric Greece
and Cyprus ,
H.G.Buchholz+V.Karageorghis, Phaidon 1973.
Op blz 123 staat een kaart
met de plaatsen uit de late bronstijd.
Afbeelding 1653 laat een
Askos ringvorm van een vogel zien uit ‘Late Cypriote III’ van ‘Proto
White-Painted Ware’.
Idalion in:
Boek 231.Les anciens Chypriotes, V.Karageorghis, Armand Colin.
Blz 68 opgraving te Alambra
(ten westen van Idalion) met grote rechthoekige zalen.
Blz 107 genoemd op een
Egyptische inscriptie van Medinet Habu (1e kwart 12e
eeuw)
Blz 115 De Eteocyprische en
Griekse beschaving vloeien ineen tussen 950 en 850 v.C.
Blz 129 Op een prisma van
Esarhaddon (673/2) komt een koning Eléandre(?) voor uit de archaïsche periode
(725-600).
Blz 149. Munt nr.5. Koning
Stasikypros en een gevleugelde leeuw.
Voorts is er in de tempel van Athena een plaquette (ICS 217) gevonden,
dat het ‘brons’ of het ‘tablet’ van Idalion wordt genoemd. Het betreft een
clandestiene opgraving in c.1850 en werd in 1862 door de graaf de Luynes aan
het ‘Cabinet des Médailles’ te Parijs gegeven. Het bevindt zich nu in de
Bibliothèque Nationale te Parijs. De 31-regelige tekst (Cyprisch+Grieks) bevat
een overeenkomst tussen enerzijds de koning en stad van Idalion en anderzijds
de dokter Onasilos en zijn broers. Hij moet de gewonden verzorgen na de
veldslag tegen de Perzen en de Feniciërs (ergens tussen 479 en 450 v.C). Hij
krijgt daarvoor een salaris en een grondstuk. Als de stad het grondstuk weer
terug wil, dan krijgt hij daarvoor een talent zilver.
Blz 150. afbeelding van de
plaquette van 21,4 x 14 x 4,6 cm.
Blz 152.In 470 v.C wordt de
tempel van Athena verwoest door de Feniciërs.
Blz
176.In de Ptolemeesche tijd verrijst er een tempel van Arsinoé (een vermenging met Aphrodite).
Iddibal Tapappius:
Zoon van Mago in Leptis Magna, die omstreeks 50 na Chr. een tempel bpuwt
voor Dei Augusti.
Iddibal Caphada: inwoner van Leptis magna.
IEJ: Afkorting voor Israël Exploration Journal.
Igilgili: Jijel.
Feniciërs stichten Igilgil. Kaart en foto’s.
I = eiland. Gil = kring van stenen.
Map
92.6.12.Igilgili
multimania.com
D'Igilgili à Jijel fr.allafrica.com
Jijel ‑ foto's users.antrasite.be
le site de Djamila
Ilias: BK2: werk van z.g. Homeros, waarin
ook de Feniciërs voorkomen.Bijvoorbeeld: Zij (Helena) ging naar huis en beval haar slavinnen de
oude vrouwen in de stad samen te roepen. Zelf daalde zij af in het geurige
schatvertrek, waar de bontgestikte kleren lagen, handwerk van de Sidonische vrouwen, die de edele Paris
zelf uit Sidon naar Troje gebacht
had over de brede zee, toen jij de koningsdochter Helena naar zijn huis had
ontvoerd. [Ilias VI 273-304]
De stad Troje staat in het begin van
de 12e eeuw v.C kennelijk in verbinding met Fenicië. Produkten uit
Sidon zijn in de stad aangekomen.
Ilici: Elche
de Alcudia.
Ilima‑yapi:
Koning van Byblos tussen 1735 en 1720. Zijn naam is niet geheel zeker.
Ilipa:
Plaats bij Sevilla (Alcala del Rio), waar een veldslag plaats vond
tussen Scipio(40.000 man voetvolk en 3000 ruiters) en Hasdrubal Gisgo (50.000
man voetvolk en 5000 ruiters). Scipio won deze strijd tegen het eind van de
tweede Romeins/Carthaagse oorlog.
Imilce:
Echtgenote van Hannibal Barcas, prinses van Castulo.De naam is afgeleid
van Himilkat; de vrouwelijke vorm voor Himilco.
Imsouane:
Plaats op de kust van Mauretanië, waar Punische en Fenicische keramiek
is teruggevonden.
Indibilis:
Keltiberisch hoofdman, die in Noord‑Spanje in 218 met Hanno tegen de
Romeinen vecht. Eerder stond hij niet op goede voet met Hannibal. Indibilis is
de hoofdman van Illergetes bij Huesca.
Inosim:
Een eiland voor de zuidwest kust van Sardinië, dat nu Isola degli
Spavieri of San Pietro heet. De Grieken noemen het eiland Enosis en de Romeinen
Hieracum of Accipitrum. We vinden er het heiligdom van Baäl Shamain.
Zie:L'esplorazione
lungo la costa sulcitana in Monte Sirai II Roma 1965 p 141 e.v. F Barreca.
Zie:L'esplorazione
topographica della regione sulcitana in Monte Sirai III, roma 1966 p133 e v
F
Barreca. Zie:Ricognizione topographica lungo la costa orientala della Sardegna
in Monte Sirai IV, Roma 1967 p 103 e v F Barreca.