woensdag 25 juni 2014

B2


BAC:                           afkorting voor tijdschrift: Bulletin archéologie du comité des Travaux historique et scientifique.

 

Bacchische symbolen:Deze komen voor op stèles. Ze komen van de Dionysius, Sjadrapa en Horus erediensten.

 

Badajoz:           vindplaats in Spanje

 

Badezor:            Koning van Tyrus van 859 tot 853?

 

Baebelo:            Mijn bij Cartagena. De Carthagers produceerden er 36 ton zilver per jaar.

 

Baecula:            Zie bij Bailen.

 

Baelo:              Garum‑plaats bij de zuidpunt van Spanje. Alhoewel er voornamelijk Romeinse vondsten zijn gedaan, blijkt uit paralellen met Noord‑Afrika in ieder geval een laat‑Punische invloed.

Zie:"La necropolis sureste de Baelo", J R Rodriguez. Ministerio de Cultura, Madrid, 1979.

 

Baetis:             Antieke naam voor de rivier Guadalquivir in Zuid‑Spanje. Langs o.a.deze scheepvaartweg vestigden de Feniciërs en Carthagers hun macht in Spanje.

 

Baetocea:           Heiligdom van Arvad in de bergen.

 

Baeza:             vindplaats in Spanje.

 

Bagradas:           rivier in Tunesië.Medjerda is de moderne naam. Veldslag bij een brug over de rivier t.t.v. de z.g.huurlingenoorlog. De loop van de rivier was in de oudheid een andere dan nu het geval is.

 

B'GT:               Punische naam.(CIS I 5940).

 

Bahrein:            Arados en Tylos.

 

Bailen:             Een plaats gelegen in Zuid‑Spanje ter hoogte van 38íNB en 4í WL. In de veldslag, die hier in 208 plaats (blz 178/540) vond, moest Hasdrubal Barcas het veld ruimen voor Scipio. Hij kon een deel van zijn troepen redden door een snelle aftocht naar en door de Sierra Morena. (eind juni 208). Zie:ZK,Dl2B,4.4.56 

 

                              Foto 473.uit het archief van de schrijver.

                              De heuvel van Bailen, waarop Hasdrubal verschanst zat met zijn leger.

 

Bailon:             Garum‑plaats in Zuid‑Iberië. Het is ten hoogste een semi‑permanente nederzetting voor de Gaditanen geweest.

 

Baisipo:            Garum‑plaats in Keltiberië.

 

Bakchos:            Andere naam voor Dionysos.

 

Bakhuizen, S.C.:    Hedendaags auteur van o.a. "Greek Steel" in World Archeology vol.9 no.2(1977‑London), "Iron and Chalcidian Colonization in Italy"(Ned.Hist.Rome XXVII‑1975).

 

Balawat:            Zie Niniveh nummer in Iraq tijdschrift. Er zijn Fenicische vondsten gedaan.

 

Baldacchino, J.G:   Hedendaags auteur van o.a.:"Punic rock tombs near Pawla" (papers Brit.School Rome XIX 1951).

 

Balearen:           Eilandengroep in de Middellandse zee en naam voor de bevolking, waarvan de krijgers bedreven waren in het hanteren van de slinger.

 

Balezar:            Koning van Tyrus tussen 935‑919. Hij werd 43 jaar. Zie:Baäl-eser I.

 

Balezoros:          Koning van Tyrus tussen 855‑850? Hij werd 55 jaar. Zie: Badezor.

 

Baletoros:          Suffeet van Tyrus omstreeks 570.

 

Balista:            Katapult, zoals die in de oudheid werd gebruikt.

 

Ballao:             Vindplaats van Punische objecten te Sardinië.

 

Balsa:              plaats op kust Zuid-Portugal

 

Balsamen:        Baal van de hemelen. Zie: Baalshamim.

 

Balsilec:           Neopunische naam in inscriptie van Leptis Magna. Het rept over de tempel van Cybele, die op kosten van Iddibal, zoon van Balsilec in 72/71 werd gebouwd.

 

Ba*lu:              Zie:The seasonal pattern in the ugaritic myth of Ba*lu. Een academisch proefschrift  van J C de Moor 1971 Vrije Universiteit te Amsterdam.

 

Bamboula:           Heuvel te Kition, waarin de eerste resten van Kition door Myres in 1913 zijn gevonden. In 1930 heeft een Zweedse expeditie een uitgebreide opgraving verricht.

 

Banasa:             Wellicht is deze plaats aan de Oued Sebou nabij Souk‑Tletla‑du‑Rharb een overlaadplaats geweest van producten, die van schip op lastdier werden overgeladen of andersom. Tot dit punt moet de Oued Sebou in Marokko in de oudheid nog bevaarbaar geweest zijn. De te Banasa gevonden inscripties zijn Punisch. Zie: J Février, Inscriptions puniques et neopuniques‑Paris 1966.       _______________

                              Bijvoorbeeld:        S(H)YN'K

                                     _______________        _______________

                              S(H)N'N

                                     _______________    WQD _______________

                              S(H)

                                     _______________

Tot een heuse Punische nederzetting is Banasa waarschijnlijk niet gekomen, afgaande op de gedane vondsten.

          ___________________________________________________

                              KAART

 

                              ATLANTISCHE

                              OCEAAN

 

                                                  Banasa

 

                                       Oued Sebou

 

                              1:1.000.000

                              __________________________________________________

  Rebuffat geeft in "Maisons à péristyle" 11 plattegronden van huizen.

 

Banasa werd ook door de Romeinen geoccupeerd.  R.Thouvenet heeft onderstaande plattegrond samengesteld. Bij de oostelijke ingang werd een huis altaar aangetroffen.

 

                             Plattegrond van het huis met de vier pilaren.

 

                                                            Vermoedelijk het

                                                            "Macellum".

                                                            In P.S.A.M IX 1951

                                                            pag 84 e.v.

 

Bandinelli, R:      Auteur van "Leptis Magna", Rome 1963.

 

(illeta de) Banyets: plaats op kust van Oost-Spanje bij Alicante

 

Baradez, J.:        Hedendaags auteur van o.a."Fossatum Africae"(Paris),  van "Nouvelles recherches sur les ports antiques de Carthage", Karthago IX, 1958

 

Baramki, D.:        Hedendaags auteur van o.a."Phoenicia and the Phoenicians"(Beiroet 1961).

 

Bararus:           vindplaats in Noord-Afrika:(Rougga)

Guéry (Roger). - L'occupation de Rougga (Bararus) d'après la stratigraphie du forum, BCTH, n.s., 17, 1981, p. 91-100.

Guéry (Roger). - Survivance de la vie sédentaire pendant les invasions arabes en Tunisie centrale : l'exemple de Rougga, BCTH, n.s., 19, 1983, p. 399-407. Discussion, p. 408, Guéry (Roger)et Hallier (Gilbert) – L’arc municipal de Bararus Municipium (Rougga, Tunisie) , Ant. Af., 34, 1998, p. 121-132. Guéry, R.: L'occupation de Rougga (Bararus) d'après la stratigraphie du forum. - BAParis 17 (1981) B,91-99, Abb.  Guéry, R.: Survivances de la vie sédentaire pendant les invasions arabes en Tunisie centrale. L'exemple de Rougga. - BAParis 19 (1983) B,399-407, Abb.

Guéry, R.; Hallier, G.: L'arc municipal de Bararus municipium (Rougga, Tunisie). - AntAfr 34 (1998) 121-132.

Guéry, R.; Morrisson, C.; Slim, H.: Recherches archéologiques franco-tunisiennes à Rougga, 3. Le trésor de monnaies d'or byzantines. (Rome 1982) 94 S., Abb. Taf., (Collection de l'Ecole française de Rome, 60)  Guéry, R.; Morrisson, C.; Slim, H.: Recherches archéologiques franco-tunisiennes à Rougga, 3. Le trésor de monnaies d'or byzantines. (Rome 1982) 94 S., Abb. Taf., (Collection de l'Ecole française de Rome, 60)  Hallier (Gilbert). – Les citernes monumentales de Bararus (Henchir Rougga) en Byzacène, Ant. Af., 23, 1987, p. 129-148. Hallier (Gilbert). Le premier forum de Rougga, BCTH, n.s., 17, 1981, p. 101-114. TROUSSET POL,  Organisation de l'espace urbain de Bararus (Rougga), Africa romana, 10, 1992, p.603-614.

 

Barbate:           vindplaats op kust Zuid-Spanje

 

Barcas:            familie of bijnaam van Hamilcar.

 

Barce:              Griekse stad in Cyrenaïca met vermoedelijk een Fenicisch verleden.

 

Barcelona:        plaats op oostkust van Spanje: BARCINO.

 

Barciden:           Familie van Hamilcar, Hannibal, Hasdrubal, Mago Barcas. De herkomst van de familie is niet bekend, maar een enkele bron weet te melden, dat Hamilcar uit Cyrene zou stammen. De Barciden met hun aangetrouwde aanhang hebben de geschiedenis van Carthago

van c.250 tot 195 beheerst. Barcas betekent=bliksem.

 

DE BARCIDEN

 

In de tweede helft van de 3e eeuw v.C hebben de Barciden een sterk stempel gedrukt op de geschiedenis van Carthago. De naam Barciden stamt af van Barcas, de bijnaam van vader Hamilcar.

Directe familie:Grootvader Hannibal?Vader Hamilcar Dochter Hamilcar Dochter Hamilcar Zoon Hannibal Dochter Hamilcar Dochter Hamilcar Zoon Hasdrubal Zoon Mago Zoon Hanno? Zoon Gisco?

Aangetrouwd:Bomilcar Hasdrubal Navaras Imilce

Kleinkinderen: Hanno Sycho? Hamilcar? Hannibal?

Bloedverwant:Mago

Voorvaders?

Volgens een legende zou hij afstammen van de oude Tyrische stadskoningen, namelijk van Belus (=Baal). Dit kan enerzijds een eigen verzinsel zijn ter meerdere eer en glorie van zijn eigen geslacht en dynastie, of anderzins een verzinsel in de Punica van Silius Italicus, die toch al bolstaat van dit soort romantische oprispingen. Een andere overlevering zegt, dat Hamilcar zou afstammen van de Hamilcar, die bij Himera (480/479) het loodje liet. Het is vrij onwaarschijnlijk, maar als er een link is, dan zou onderstaand schema in die richting kunnen wijzen.

Indien er sprake is van een stricte naamswisseling, dan zou onderstaand schema in aanmerking kunnen komen:

Hamilcar I (1) {1} 484-479 in functie

|

Hannibal ?   ca.466

|

Hamilcar ?   ca.433

|

Hannibal III (1) {2} 410-405 in functie

|

Hamilcar ?   ca.390

|

Hannibal ?   ca.365

|

Hamilcar V (2) {2} 343-339 in functie

|

Hannibal ?   ca.325

|

Hamilcar X (6) {5} 311-309 in functie

|

Hannibal IX (3) {3} 269-258 in functie

|

Hamilcar XIV (8) {7} 247-229 in functie

 

Grootvader Hannibal?

        h.nb*l (pun) en bij uitzondering hnb*l (pun), Annibas (gr), (H)annibal of An(n)obal (lat), Anniboni (gen). In het Neopunisch komen de namen voor in de latijnse versie als: Aninibni, Annibal, Hannibal, Hannibalis, Anibas, Annobal,  Annobalis, Anobal en zelfs Annbal.  Soms wordt ook een korte vorm van h.n' gebruikt.  Een veel voorkomende naam bij vooral de Puniërs. Het betekent:"in de gunst van Baäl". De naam wordt ook door vrouwen gebruikt! De naam komt niet in het Fenicisch voor. In het Punisch 60 x en in het  Neopunisch 10 x. Zie: Jongeling & Benz. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionnaire Lipinski en tussen {accolades} de nummering In Paulys 1912. Hier is de nummering met Romeinse cijfers weergegeven.

 

Wie komen er in aanmerking?

        Hannibal IX (3) {3}

        Zoon van Geskon (of Gersakon of Gisgo). Hij leefde aan het begin van de eerste Romeins‑Punische oorlog. Hij was veldheer en vlootvoogd in de periode 269‑265  voorafgaande aan deze oorlog of wellicht reeds langer. Zijn vloot heeft als basis Lipara. Deze Hannibal intervenieert op het diplomatieke vlak op het  moment, dat Hiëro van Syracuse de Mamertijnen van Messana definitief dreigt te  verslaan en legt daarbij een Carthaags garnizoen in de burcht van de stad.

Bronnen:  Diodorus XXII, 13,7, Zonaras VIII,8 en Polybius I,10.  Frontin.(IV,1,19) vermeldt het misschien te betwijfelen feit, dat hij in de

        eerste oorlogsjaren een Romeins korps tot overgave dwong en onder het juk door  liet gaan.

        In 261 verdedigt deze Hannibal Akragas van juni tot december tegen de Romeinen,  waarna hij dank zij het optreden van een ontzettingsleger (Hanno) zonder veel  verliezen kan uitbreken. Vervolgens wordt hij weer vlootvoogd en heeft Panormus als uitvalsbasis. Bij Mylae lijdt hij echter een nederlaag tegen de Romeinse  vloot, die voor het eerst met de enterbruggen opereren. Zijn schip, dat nog van Pyrrhus was geweest, raakt hij echter kwijt, maar hij weet zichzelf in veiligheid te brengen. Terug in Carthago wordt hij uit zijn ambt gezet, maar niet bestraft op de gebruikelijke manier. Integendeel, hij krijgt een nieuwe opdracht en wordt naar Sardinië gestuurd. Daar laat de ongelukkige zich in 258 v.C in een haven te Sulcis opsluiten door een Romeinse vloot, waarbij hij veel schepen verliest. Daarna wordt hij gekruisigd door zijn eigen manschappen. Zie:ZK,Dl2B,blz 4‑11 (368‑375).  Bronnen:Polybius I, 17‑24, Diodorus XXIII 7‑9, Zonaras VIII,10 en Orosius IV,7. Deze Hannibal heeft dus vanaf minimaal 269 tot in 258 v.C de Carthaagse zaak  gediend. Het is niet duidelijk wie zijn vader Gersakon in feite was. Zijn zoon is volgens Paulys ook een Hannibal {4}.

Hij was in 269 minimaal 20-25 jaar en kan dus goed de vader van Hamilcar geweest zijn. Wat tegen hem spreekt, is, dat er geen naamswisseling plaats vindt. Zijn zoon heet ook Hannibal, maar er kan nog een andere zoon (Hamilcar?) geweest zijn?

 

        Hannibal X {4}

        Zoon van Hannibal Gersacon uit ca.270‑260. Hij is onderbevelhebber te Lilybaeum.  Zijn chef is Himilco. Deze Hannibal weet een rebellie onder Gallische huurlingen te voorkomen. Hij leefde dus in de eerste Romeins‑Punische oorlog. Zijn vader  sterft in 258 v.C te Sulcis op Sardinië. Het lot van deze Hannibal is verder onbekend, of hij is dezelfde als een van de andere Hannibals, die verderop in de  strijd worden genoemd.  Bron:Polybius I, 43,4. Hij is dus minimaal 20-25  jaar, als hij onderbevelhebber in Lilybaeum wordt. Hamilcar kan dan net zijn zoon zijn geweest. Maar waarschijnlijk is hij als bevelvoerend officier wat ouder. Kortom, het is een mogelijkheid, maar er vind geen naamswisseling plaats. Ook zijn vader heet Hannibal!

 

        Hannibal XI {5} de Rhodiër.

        Bijgenaamd de Rhodiër en dat zal niet zonder betekenis zijn geweest. Een buitengewoon bekwame Carthaagse zeevaarder, die keer op keer de Romeinse blokkade van Lilybaeum weet te doorbreken in de jaren 250‑249. Uiteindelijk valt hij met zijn schip toch in Romeinse handen. Hij zal de rest van zijn leven in  gevangenschap of als slaaf hebben moeten doorbrengen. Bron:Polybius I,47,7‑10. Hij is in 250 v.C minimaal 20-25 jaar en dan kan hij nauwelijks de vader van Hamilcar zijn geweest. Als hij 10 jaar ouders was, dan is het wel net mogelijk.

 

        Hannibal XII (4) {6}

        Zoon van Hamilcar (7) en bevriend met Adherbal (2), de commandant van Drepana. Deze Hannibal brengt in 250/249 v.C 10.000 huurlingen in Lilybaeum met 50  schepen vanuit de Aegatische eilanden. Hannibal maakt de daarop volgende uitval  van de Carthagers mee, maar vertrekt daarna met zijn vloot naar Drepana. Bron:Polybius I, 44+46 en Orosius IV, 10.  Zijn verdere lot is onbekend, of hij zou dezelfde moeten zijn als Hannibal (5) {7}. Hij is in 250 v.C minimaal 20-25 jaar en dan kan hij nauwelijks de vader van Hamilcar zijn geweest. Als hij 10 jaar ouders was, dan is het wel net mogelijk. Wat wel voor hem spreekt is de naamswisseling naar Hamilcar als zijn vader.

Verder zijn ons geen Hannibal’s bekend uit de directe tijdsmatige omgeving, maar de vader van Hamilcar kan natuurlijk ook een ons geheel onbekende Hannibal geweest zijn. Als de naamswisseling Hamilcar – Hannibal een rol speelt bij de Barciden, dan komt komt Hamilcar XII (4) {6} nog het meest in aanmerking. Qua leeftijd komt Hannibal IX (3) {3} nog het meest in aanmerking.We kunnen dus geen definitief uitsluitsel geven.

 

Vader Hamilcar

Woord vooraf:

Waarom zijn er zoveel boeken over Hannibal, de zoon van Hamilcar verschenen en zo weinig (of geen) over de vader Hamilcar? We moeten het ten hoogste doen met korte nauwelijks iets zeggende berichtjes op internet. Voor een heuse biografie moeten we in feite terug naar de Oudheid.

Welke wereld:

Carthago in het midden van de 3e eeuw was een conservatieve stad. Hoffmann (BK 10) verwoordt het als volgt op blz 10: Der Konservatieve Sinn, nicht selten gerade bei Kolonisten anzutreffen, war hier besonders ausgeprägt.

De oude goden uit Tyrus en Sidon worden nog volop vereerd. De raad van ouden (104) beslist in vele zaken. De adel-kooplieden maakten de dienst uit. Met succes zijn diverse eeuwen lang de Grieken op Sicilië in toom gehouden. Met de nieuwe macht uit Italië heeft men nu van doen en dat viel tegen met voor het eerst ook rampzalige nederlagen op zee, waarschijnlijk omdat de Grieks-Italische zeemacht door de Romeinen goed werd gebruikt.

        Naam HAMILCAR

Volgens Lipinski: Dictionnaire:  *bdmlqrt (fen‑pun), Amilkhar / Ammikar / Amilkas (gr), (H)amilcar / Am(m)icar / Admicar (lat).

Betekenis: dienaar van Melqart. Het is een van de meest gebruikte namen in de Punische wereld (920x). In het  Fenicisch komt de naam 8x voor en in het Neopunisch: 33x. F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,  Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling,  Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.Volgens Krahmalkov: H.NMLQRT = H.AN-MILQART = Milqart zal gunstig voor me/jou/hem zijn.  Benz 125 (Pu) met Ammicar, Amicar, Admicar, Hamilcar. Volgens Henry C.Boren, Emeritus Prof.of History, Univ.of North Carolina: Huh MILHL kahr ofwel HAM uhl kahr. Er is dus sprake van geheel verschillende betekenissen voor de naam. Ik hou het met de meeste andere onderzoekers op de eerste mogelijkheid. Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski. Tussen accolades de nummering bij Paulys 1912. In Romeinse cijfers mijn  volgorde. In dit verband zijn verder vooral de Fenicische namen van belang:

- 31e naam *bdmlqrt op een grafitti uit Abydos op de tempel van Osiris (5e-3e eeuw), CIS I 99-110 KAI 49.

- nr.4 te Elefantina *bdmlqrt 5e eeuw

- nr.1 Kition: *bd’šmn, zoon van *bdmlqrt CIS I 68

- nr.21 Kition: b*lytn, zoon van *bdml[qrt]

- nr.56  Kition: *bd’l[m, zoon van] *bdmlqrt, zoon van [*bdr]šp voor de heer [Rešef MK]L, (362-350) CIS I 14

- nr.69 Kition: voor ‘šmn door šdrl, zoon van *bdmlqrt, zoon van ršpytn, tolk bij de troon. CIS I 44

- nr.76 Kition: *bdssm, zoon van *bdh.r, zoon van *bdmlqrt. CIS I 53

- nr.3 Idalion: *bdpmy en *bdmlqrt, de twee zonen van ‘dnšmš, zoon van ršpytn, tolk bij de troon, die zorgen voor het beeld bij de ingang van de plaats der bezichtiging en de altaren. (380-375) CIS I 88.

- nr 2 Athene: bilingue uit 4e-3e eeuw. Noumenios van Kition (grieks). De Fenicische tekst: van bnh.dš, zoon van *bdmlqrt, zoon van *bdšmš, zoon van tgns, man van Kition. CIS I 117.

Alle informatie stamt uit Le iscrizione fenicie dell’orient van Pietro Magnanini, Instituto di Studi del vicino oriente, Roma 1973.

Opmerkelijk is, dat de naam vooral voorkomt te Egypte en Cyprus en dan veelal in relatie met de godheid Rešef. Bij de inscriptie van Athene wordt Kition als oord van herkomst genoemd. Een duidelijk verband met de hier besproken Hamilcar is echter niet aantoonbaar. Ten hoogste kan er een vermoeden ontstaan over een mogelijke Griekse ‘link’ (via Cyrene?) naar Athene?

?

Carthago ß------------ Cyrene ß------------ Athene ß------------- Kition ß------------ Tyrus ?

?

        Hamilcar XIV (8) {7}

Een van de grootste veldheren en politici van Carthago. Hij heeft de bijnaam Baraq (Barca), wat de bliksem betekent. Herm (BK 40) ziet dit als een modeverschijnsel overgewaaid uit de Hellenistische wereld (blz 240). Hij is de zoon van een Hannibal (vlg.Nepos Hann.1). Hij moet ongeveer in 270 v.C zijn geboren, want Cornelius Nepos zegt, dat hij 247 op jeugdige leeftijd aantrad: ad modum adulescentulus! Tegelijkertijd is hij al vader van 3 of 4 dochters! Het vaderschap kan op bijvoorbeeld 18 jarige leeftijd zijn begonnen en dan is hij in 247 dus 23 jaar, hetgeen nog misschien nog net adolescent genoemd kan worden. Veel jonger kan aan de andere kant een legeraanvoerder niet geweest zijn. Volgens een legende zou hij afstammen van de oude Tyrische stadskoningen, namelijk van Belus (=Baal). Dit kan enerzijds een eigen verzinsel zijn ter meerdere eer en glorie van zijn eigen geslacht en dynastie, of anderzins een verzinsel in de Punica van Silius Italicus, die toch al bolstaat van dit soort romantische oprispingen. Niet onvermeld mag blijven, dat misschien Hamilcar XIV dezelfde is als Hamilcar XIII, Zeker in het begin van beiderlei acties zijn er veel overeenkomsten, maar het wordt onmogelijk gemaakt door de opmerking van Cornelius Nepos, dat hij op jeugdige leeftijd aan zijn taak begon. In de loopbaan van Hamilcar Baraq zijn drie à vier perioden te onderscheiden, waarbij zeker periode B en C door elkaar heenlopen:

 

A.de strijd bij en op Sicilië (247‑241 v.C):

In 247/246 v.C neemt hij het commando over van Carthalo te Sicilië (Zonaras 8,16 397a). Waarom eigenlijk? Carthalo had tot dan toe succesvol geopereerd, maar misschien was hij op hoge leeftijd, of het niet eens met de lethargische koers, die de regering van Carthago was ingeslagen. Hamilcar wordt tot opperbevelhebber van de zeestrijdkrachten benoemd (Polybios I 56,1). Volgens Polybios (I, 56,2) begint hij in het 18e oorlogsjaar (=247/6). Volgens Zonaras (8,16,2) echter tijdens het einde van het consulaat van C.Aurelius/P.Servilius (248/7). Carthago heeft net in 248 een vredesaanbod gedaan aan Rome na de grote overwinningen te Drepana en Camarina, maar dat is afgewezen, want Rome onderhandelt niet in een positie van zwakte. Carthago weet met de situatie geen raad en vervalt evenzeer tot lethargie. Dat betekent, dat de strijdkrachten nauwelijks nog ondersteuning krijgen en erger: de vloot gaat misdadig verwaarloosd worden. Je kunt echter op een koopje geen oorlog winnen.  Daarbij kwam, dat Italië nu een groot vijandig blok was, waarmee geen handel meer te drijven viel, zoals het vroeger tijdens de Griekse oorlogen nog wel kon. Gevolg: de inkomsten van de Carthaagse staat liepen ook terug. Gevolg o.a: de huurlingen konden nauwelijks nog worden betaald.

In die situatie kwam Hamilcar Barcas aan zet. Hij wordt bij zijn ambtsaanvaarding als volgt tegenwoordig afgeschilderd:

BK 5
Soren, 1990
Blz 94
Een briljante jonge generaal
BK 8
Picard, 1970
Blz 195
Een jonge officier in 247
BK 37
Baramki, 1961
Blz 43
Een nazaat van de Hamilcar van Himera (479)
BK 43
Mommsen, 1932
Blz 221
Een jonge veelbelovende officier in 247
BK 44
Huss, 1990
Blz 177
Een nieuwe admiraal in voorjaar 247

Briljant en veelbelovend zijn echter kwaliteiten, die pas bij de latere informatie naar voren kunnen komen dan wel zijn beslag kunnen krijgen.

Het begin van de loopbaan van Hamilcar is niet bemoedigend, want in dit jaar 247 weet N.Fabius Buteo het eilandje Pelias te bezetten, dat de toegang beheerst van de haven van Drepanum, waardoor proviandering en aanvoer van verse troepen moeilijker werd.. Als Hannibal nu pas geboren werd, dan heeft Hamilcar zijn vrouw meegenomen en groeit Hannibal op in een legerkamp. Mommsen (BK 43) schetst de toekomst: ‘Sechs tatenlose Kriegsjahre (248-243)’, die roemloos voor beide zijden zijn, maar hij zegt tegelijkertijd, dat één man anders handelde. Hamilcar dempt een begin van rebellie en plundert vervolgens de kusten van Bruttië en Lucanië. De kaapvaart reikt tot aan Kyme in Campania. Dit is het dubbele met Hamilcar XIII.Hamilcar huurt ook nieuwe huurlingen in, want hij mist goed voetvolk. Met de Romeinen komt hij een uitwisseling van krijgsgevangenen overeen. Het is opmerkelijk, dat hij nooit een grote veldslag met de Romeinen waagt, maar hij is wel de koning van de “Kleinkrieg”. Hij neemt bij Heirkte een sterke verdedigbare positie in. Dit kan de Monte Pellegrino zijn, of de Monte Castellaccio ten noorden van Panormus. Heirkte betekent in feite omheining of gevangenis (Ptol.I 56). Tal van gevechten vinden er plaats op de flanken van de Heirkte. Na enige jaren (244/3) verschuift hij zijn positie naar Eryx. Het is de tijd, dat Hasdrubal, de 2e zoon, geboren wordt. Is Hamilcar tussentijds terug in Carthago, of is zijn gezin gewoon al die tijd bij hem? Via de zee wordt hij te Eryx bevoorraad via de bocht van Tonnara di Bonagia. De Romeinen houden posities rond de tempel van Astarte op Eryx. Drepanum blijft nog steeds in Carthaagse handen, maar de haven is nauwelijks bruikbaar. Tot 241 v.C zet hij zijn guerrilla met succes voort, maar de nederlaag bij de Aegatische  eilanden (10 maart 241) van de vloot onder Hanno dwingt Carthago tot vrede. Deze Hanno had maar liefst 170 schepen tot zijn beschikking, waarvan 70 tot zinken werden gebracht, 50 door de Romeinen werden buitgemaakt en slechts 50 een goed heenkomen konden vinden door een plots gunstiger wind. Het merendeel was echter een transportvloot, zodat ze geen kans maakten tegen de 200 oorlogsschepen van de Romeinen, die ontworpen waren op basis van een in 250 buitgemaakt Carthaags oorlogsschip. De poging tot bevoorrading van Hamilcar Barcas was gewoon gekkenwerk. Hamilcar krijgt met zijn manschappen vrije aftocht naar Lilybaion en vandaar naar Carthago, maar wel tegen 18 denaren per man.. Hij is ook degene, die met onbeperkte volmacht de vredesbepalingen met Catulus gaat opstellen (Polybios I 62,3). De eerste overeenkomst met Catulus (opgave Sicilië en betaling oorlogschatting van 2200 talenten in 20 jaren en uitlevering gevangenen) wordt door de volksvergadering in Rome afgewezen. Er gaat daarom een commissie van tien (Gremium van Decemviri) naar Sicilië om ter plekke te beslissen. Carthago moet meer gaan betalen (3200 talenten, waarvan 1/3 meteen en de rest in 10 jaar) en moet ook de tussenliggende eilanden gaan afstaan, zoals de Aeolische en de Aegatische eilanden en de bondgenoten wederzijds werden beter gevrijwaard. Hamilcar legt dan zijn commando neer. Gisco gaat er zorg voor dragen, dat de huurlingen netjes via Lilybaeum worden afgevoerd. Hamilcar moet verbitterd zijn geweest. Was hij niet onoverwonnen geweest, maar gooiden juist de heren in Carthago de handdoek in de ring. Nog erger, de vloot was in de jaren ervoor ernstig verwaarloosd en daarom geen partij meer voor de plots opduikende Romeinse vloot. Daarbij komt, dat Hamilcar als verliezer uit Sicilië terugkeert, maar dat Hanno ‘de Grote’ in triomf terugkomt van zijn veldtocht in het achterland van Carthago. Dat Hanno ‘de Grote’ moet met een korrel zout genomen worden en misschien heeft hij als bijnaam wel ‘de Oudere’. Hamilcar gaat terug naar zijn landgoed in Afrika en zint op nieuwe plannen, die echter gruwelijk worden gedwarsboomd door de op til staande huurlingenopstand of misschien wel juist daardoor mogelijk werden.

Polybius (I 64,6) geeft hem al na de strijd op Sicilië een gepast afscheidswoord: Hamilcar met de bijnaam Barcas [.....] verdient door zijn moed, ondernemingslust en genialiteit de hoogste prijs. Hamilcar  moet echter in dit stadium beseft hebben, zoals ook uit zijn latere acties zal blijken, dat Carthago op een keerpunt in zijn geschiedenis stond. Voor het eerst had men geen enkel steunpunt meer op Sicilië en had men torenhoge oorlogsschulden te voldoen. Voeg daar nog een zwalkend bestuur bij in Carthago zelf en de toekomst ziet er niet meer rooskleurig uit voor de koopmansstad. Er was in deze tijd een vredespartij van de regenten aan de regering met als voornaamste vertegenwoordiger Hanno ‘de Grote’, die veel meer in een landgerichte expansie zag. De oppositie kwam van een volkspartij, ofwel oorlogspartij, ofwel patriottenpartij, ofwel partij van de mercantiele imperialisten, zoals ze tegenwoordig bij diverse auteurs genoemd worden en die de vrede slechts zagen als een wapenstilstand voor de volgende ronde met de Romeinen. De kiem voor de komende zogeheten wat te zwaar uitgedrukte “Barcidische” revolutie was gelegd.

In deze tijd valt de geboorte van de derde zoon Mago. Dat moet in 241-240 gebeurd zijn.

 

B.De huurlingenoorlog (241‑238 v.C):

De uitkering van het achterstallig loon van de huurlingen loopt vertraging op. Bovendien zijn er krachten, die helemaal geen vergelijk met Carthago willen. Volgens Polybios (1,68,11) zouden zijn huurlingen Hamilcar hebben verweten, dat hij hen niet goed behandeld had en dat hij het opperbevel zo maar niet uit handen had moeten geven. De Carthaagse regenten verwijten hem, dat hij de huurlingen teveel beloften heeft gedaan. (App.Iber.4,16). Niet zeker is, of er nu al een officiële klacht bij de Raad van 104 tegen hem komt, of dat dat pas later zal plaatsvinden.

In ieder geval geraken de huurlingen in rep en roer, nu ze merken hoeveel achterstallig loon ze hebben en waarnaar ze dus kunnen fluiten. Daarbij komt, dat de plattelandsbevolking ook nog eens het juk van Carthago van zich af wil werpen. Dat tezamen schept de voorwaarden voor een gigantische opstand. De opstandelingen rukken vanuit Sicca Veneria op naar Tunes en sluiten Carthago van de landzijde af. Op dat moment sluiten zich in grote getale Libysche opstandelingen bij hen aan. Hier wreekt zich de door Hanno ‘de Grote’ gehouden veldtocht het binnenland in van een paar jaar eerder. De situatie wordt zo nijpend, dat volgens Appianos Carthago Rome verzoekt om een symmachieverdag! Waarschijnlijker is wellicht, dat er een Romeins gezantschap kwam ter bemiddeling, maar de huurlingen wijzen vermoedelijk elke bemiddeling af. Ze willen zich mogelijk aan Rome onderwerpen en dat wijst Rome dan weer af. De hele episode blijft echter zeer twijfelachtig. Hanno moet de crisis gaan bezweren en in die beginperiode zit Hamilcar stil te zijn op zijn landgoed (Pol.1,73,1). Nadat Hanno in 240 een paar nederlagen heeft moeten incasseren o.a. bij Utica, wordt Hamilcar echter teruggeroepen en moet met Hanno samen de opstand zien te bedwingen (Polybios I 75,3).

Zie:      79.21.  JOURNAL NEAR EASTERN STUDIES 53           Univ.of Chicago,1994

          79.21.4.Crossing the Waters:Moses and Hamilcar    Stanislav Segert

In allerijl worden er nieuwe huurlingen geworven. Hamilcar verslaat Spendios, de Oskische slaaf, aan de Makaras bij de brug (La Sebala) en ontzet Utica.  De opstandelingen schieten er 6000 man bij in. Eerst behandelt Hamilcar de gevangen genomen opstandelingen nog mild, maar wanneer Gisco met nog eens 700 gevangen Carthagers worden afgeslacht op instigatie van de Punisch sprekende Galliër Autarites, is geen vergelijk meer mogelijk. Vertrapping door de olifanten wordt nu de geijkte straf. Even later: Met behulp van een Numidische hoofdman Narhavas weet Hamilcar zich uit een netelige ingesloten positie te bevrijden, waarbij de rebellen c.10.000 man verloren. Autarites en  de Libyër Zarzas worden met hun troepen verslagen in de pas van Prion (Polybios I 84, 1‑85) of bij Nepheris. Aan Naravas belooft Hamilcar een dochter. “Belooft”: mogelijk is die nog niet op de huwbare leeftijd! Indien het nrwt (KAI 141) op deze inscriptie, dan betreft het waarschijnlijk een broer van koning Gaia van Numidië.

In deze tijd is er sprake van een vierde zoon (Liv.29,34,1). Het zou om een Hanno gaan, die in de periode 240-239 geboren zou zijn, maar het is twijfelachtig. Er is trouwens ook sprake van een zoon Gisco, maar dat is nog twijfelachtiger. Ondertussen roeren zich ook de huurlingen op Sardinië, die Bostar vermoorden. De Sarden verdrijven de huurlingen echter op hun beurt weer en die vluchten massaal naar Italië.Vervolgens gaat nog een proviandvloot verloren met voorraden vanuit de Emporia. Hanno wordt echter nu eerst met pensioen gestuurd, want een overleg tussen Hamilcar en Hanno loopt uit op een fiasco. De Barcidische revolutie neemt al een aanvang. Het leger moet dan maar beslissen wie de opperbevelhebber wordt. Hamilcar verschijnt dan als enige bevelhebber, waarbij Hanno wordt teruggeroepen (Polybios I 82,1‑10). Dat is niet helemaal waar, want Hamilcar krijgt waarschijnlijk als onderbevelhebber Hannibal, de zoon van de Hamilcar van Paropos op Sicilië. Deze gaat later Matho, een Libische soldaat, in Tunes aan de noordkant belegeren. Na een verdere massamoord op gevangen genomen Carthagers vallen ook Ityke en Hippu Akra van Carthago af. Het is de vraag, of de Carthagers in deze tijd weer terugvallen in de offering van eerstelingen aan de goden, zoals in de tijd van Agathocles. Heeft Hannibal toen ook gevaar gelopen? Silius Italicus heeft het er in ieder geval wel over (4,765). Eind 239 is de situatie hoe dan ook weer zeer belabberd en Carthago verzoekt Rome en Hieron II om steun. Het is immers een internationaal gevaar. Die steun krijgt het. Rome houdt zichzelf zeer rustig. Het accepteert de overgave van Ityke bijvoorbeeld niet en wacht nog met het inpalmen van Sardinië, want volksbewegingen zijn bij Rome nou niet bepaald favoriet. Carthago laat dan 500 Italische kooplieden vrij, die zaken hadden gedaan met de opstandelingen en Rome laat de laatste krijgsgevangenen vrij vanuit de vorige oorlog. Carthago zou zelfs huurlingen op Italisch grondgebied mogen werven (App.Lib.18) en mogelijk valt nu het eventuele bemiddelingsgezantschap van de Romeinen te plaatsen. De opstandelingen zijn inmiddels begonnen met een belegering van Carthago, maar dat vak (Poliorketik) verstaan ze niet erg goed. Hamilcar verschijnt aan hun achterzijde en het beleg moet worden opgeheven. Dan weet Hamilcar een groot leger van de opstandelingen in een nauw dal op te sluiten. Dit gebeurt in de z.g. Défilé de la Scie in de bergen van Dorsale, waar Spendios en Autharites verslagen worden (Pol.1,84,9 + 85,7). Mogelijk is dit te Dj.el-Jedidi en Menzel Moussa. Vervolgens wordt Tunes, het hoofdkwartier van de rebellen, aangevallen. Hamilcar bevindt zich aan de zuidkant en Hannibal aan de noordkant. Deze Hannibal (5) wordt echter verslagen en het beleg van Tunes moet worden opgeheven (Polybios I 86). Deze Hannibal en nog eens 30 voorname Carthagers sterven de marteldood. Hanno brengt dan nieuwe troepen en beide veldheren verzoenen zich met elkaar op instigatie van een commissie van 30 leden van de senaat.  Bij Leptis minor wordt Matho dan in 238 verslagen. Beide kemphanen verslaan Mathos tenslotte definitief, die een alles of niets poging onderneemt. Hamilcar herovert tenslotte Utica en Hanno doet hetzelfde met Hippu Acra (of andersom) en dat betekent het einde van de huurlingenoorlog in het begin van het jaar 237 na 3 jaar en 4 maanden. Volgens Diodoros duurt de oorlog 4 jaar en 4 maanden (25,6) en volgens Livius (21,2,1) maar liefst 5 jaar, maar dan zou die pas in 236 zijn afgelopen en dat kan niet, want dan is Hamilcar al op weg naar een volgende bestemming. Carthago maakt zich op om ook Sardinië weer onder zijn controle te brengen, maar dan grijpt Rome in. Het accepteert de deditio van de gevluchte rebellen. De stad dreigt met een oorlogsverklaring en annexeert het eiland. Carthago moet wel toegeven en dient zelfs een oorlogschatting te betalen van 1200 talenten voor een oorlog, die niet zal plaats vinden.  Livius (21,40,5) zegt, dat het in 20 termijnen betaald moet worden. Polybios vindt dit een actie zonder redelijk voorwendsel en tegengesteld aan alle rechtvaardigheid!!! Waarom gaat Rome eigenlijk over tot deze actie. Er zijn verschillende verklaringen: De Tyrrheense zee moet Romeins worden; gewone winzucht, oorlogskrachten winnen het nu in Rome. Het zal wel een combinatie zijn geweest van deze en andere faktoren. Ondertussen pacificeert Hamilcar het achterland en breidt de grenzen van Carthaags gebied nog verder uit (App.Hann.2, Corn.Nep.Ham.II 5). De stam Mikatani (=Muxitani?) werd speciaal bestraft voor het deelnemen aan de opstand.Als er al wel een eed heeft plaats gevonden door Hannibal (om nooit een vriend van de Romeinen te worden), dan moet dat welhaast nu gebeurd zijn. Het is net na de flagrante wegkaping van Sardinië door Rome en aan de vooravond van het komende Spaanse avontuur.

Er is twijfel over de echtheid van de eed. Zo is het aan Q.Fabius in het geheel niet bekend en wordt bij de andere overleveringen de verwoording steeds sterker:

Livius 21,1,4              hostem fore populo Romano

          35,19,3           numquam amicum fore populi Romani

Nep.Ham.2,4             numquam me in amicitia cum Romanis fore

App.Ann.3,10             de Romeinen vervolgen

Ib.9,34                      een onverzoenlijke vijand van Rome te zijn

Val.Max.9,3                               acerrimum hostem poluli Romani futurum

Inmiddels moet ook Hanno hebben gezien, dat zijn droom van een vreedzaam naast elkaar bestaan van Rome en Carthago uit elkaar gespat is. Hij blijft echter een Afrikaanse expansie zien als de beste oplossing in de gegeven situatie. En toch ook blijven er contacten tussen de senaat van Rome en de Raad van 104, hetgeen doet denken aan het optreden van een Suniathus in relatie met Syrace een eeuw eerder.

Hamilcar zal in ieder geval een andere weg kiezen. Hij krijgt dan ook de opdracht om de bezittingen in Iberië terug te winnen (Pol.2,1,6).

 

C.De “Barcidische revolutie” (238-237 v.C).

Hamilcar Baraq was ook een politicus, want tijdens, maar vooral tegen het eind van de huurlingenoorlog is hij ook verantwoordelijk voor de z.g.Barcidische revolutie in Carthago, waarbij wat meer democratie wordt ingevoerd. Wat meer, want eigenlijk ging het vooral om de eigen positie te verstevigen, waardoor er als het ware een principaat der Barciden zou ontstaan. De politieke strijd tussen de oligarchen (Hanno 17) en de ‘democraten’ (Hamilcar) wordt in het voordeel van de laatsten beslist (Appianus Iber 5,18). Wanneer de huurlingen bijna verslagen zijn  willen de oligarchen Hanno (17) weer terug in het zadel helpen, maar de  volksvergadering beslist even later, dat alleen Hamilcar het bevel over de  strijdkrachten krijgt (Diodoros XXV 8). Zijn schoonzoon Hasdrubal ondersteunt hem ook hierin en die wordt vooralsnog tot admiraal van de vloot benoemd. Deze Hasdrubal (4) dempt later tevens een Numidische opstand en zal Hamilcar in Spanje opvolgen.

 

Waarom deze ‘revolutie’?

Feitelijk behoort Hamilcar Barcas tot de gevestigde orde, maar af en toe staat daar een man tussen op, die het over een andere boeg wil gooien en de macht van de oligarchen wil neutraliseren. De politieke voorouders van Hamilcar zijn bijvoorbeeld Malchus, Mago, Gisco, Hanno en Bomilcar. Zij allen mislukken in meer of mindere mate, maar bij Hamilcar zal het gelukken om de macht van de oligarchie aan banden te leggen. Hij heeft namelijk voor afdoende rugdekking gezorgd, want zijn schoonzoon (huwt dochter van Hamilcar) zit als aanvoerder van een van de belangrijkste fracties in de volksvergadering, terwijl een bevriende suffeet Bomilcar (huwt andere dochter) er voor zorgt, dat die volksvergadering aan bod kan komen. Pas bij een conflict tussen suffeten en senaat is dat het geval. Verder heeft Hamilcar 2 schoonzoons onder de Numidische prinsen (Navaras en Mazaetulle), die het achterland in toom houden. Zo wordt hij gezien door het volk en door de kooplieden als de redder van de stad. Zelfs een proces voor de Raad van 104 als zou hij de aanstichter van de huurlingenopstand zijn, kan hem op een of andere manier niet deren. Zo wordt deze Carthager met een Helleens stempel een stille koning met zijn op het volk en leger steunend apparaat over nog altijd een min of meer democratische republiek. In feite heeft hij wel zo een tegenstelling geschapen tussen de militaire macht en de instellingen van de republiek. Ondanks de Romeinse prietpraat daarover komt het nooit tot serieuze geschillen. Handhaving van de wettelijke schijn maskeert het feitelijke monarchale gezag. Hamilcar en zijn opvolgers zijn condottieri geworden, wier macht berust op de loyaliteit van de troepen. De volksvergadering keurt de keuze van de soldaten slechts goed. Om alles dan nog een schijn van religieuze wettelijkheid te geven, stellen ze zich onder de bescherming van de Melqart van Gadir.

Alles met het doel om de stadsstaat te redden. En het leger moet dat doen, waarbij een volgende oorlog het leger moet betalen en als het kan nog wel meer dan dat, namelijk de gehele Carthaagse staat. Corn.Nepos (Ham. III 2) kan niet nalaten boosaardig te berichten over een mogelijke sexuele relatie tussen Hamilcar en zijn schoonzoon Hasdrubal. Het is maar zeer de vraag, of hier iets van waar is. Tegenwoordig zouden we zeggen: en wat dan nog? Er zijn er nog meer, die kwaad spreken. Zo heeft Diodoros het over dubieuze middelen (XXV 8), die Hamilcar aangewend zou hebben om zijn doelen te bereiken. In ieder geval is het tijd voor een nieuwe stap en weg. Volgens Zonaras (VIII 17) gaat hij op eigen initiatief naar Spanje. Volgens Polybius wil Hamilcar revanche en daar heeft hij Spanje voor nodig. De Klassieke auteurs laten Hanno zeggen, dat hij zonder toestemming naar Spanje ging. Waarschijnlijk vond de Carthaagse regering het prima, dat de zo machtige man een andere richting koos. Bovendien wordt er een nieuwe afzetmakt aangeboord.

 

D.De strijd in Spanje (237‑229/8 v.C):

Hamilcar is halverwege in de dertig als hij de strategie Libya voor onbegrensde tijd krijgt. Zijn zoon Hannibal is negen jaar. Gezamenlijk (en misschien met heel zijn gezin) gaan ze op reis naar een land buiten bereik  en het zichtveld van Rome. Ze gaan richting west over het land met de beschikbare olifanten (Pol.II 1,6) of via de zee (Diodoros). In het voorjaar van 237 v.C gaat dus Hamilcar naar Spanje en herstelt de macht van Carthago over de vroegere bezittingen. Hij begint hiermee in Gadir (Polybios II 1,6 + Diodoros XXV 14).

 

Waarom deze zijwaartse sprong?

BK 8
Picard, 1970
1.zelf de produktie van de mijnen ter hand nemen.
2.onafhankelijke staat ver weg van Rome en ver weg van de oligarchische bemoeienis.
BK 37
Baramki, 1961
Recruteringsgebied: hij heeft via conscriptie mankracht nodig.
BK 40
Herm, 1974
Vervanging bieden voor Sicilië en Sardinië.
BK 42
Charles-Picard, 1960
De Punische staatshuishouding werd gered door de Barciden via de Baetica-mijnen.
BK 44
Huss, 1990
Verlies goed maken van Sicilië en Sardinië.
BK 110
Moscati, 1973
De enige mogelijke basis voor wraak tegen Rome.
 
 
 

In feite ging het hierom: De schilden zijn weggevallen. Rome dicteert nog slechts. Dat zijn de werkelijke verhoudingen geworden. Zich alleen verder baseren op het Afrikaanse achterland heeft geen zin, want daar zijn niet de zo benodigde zilvermijnen. Er moeten nieuwe gebieden (met mijnen) veroverd worden in naam van Carthago. De mijnen moeten zelf geëxploiteerd gaan worden. * Zo kan er een eigen vorstendom ontstaan onder een Carthaagse dynastie. Helemaal los van Carthago zal het niet kunnen, want het leger alleen al is zeker in het begin nog vrijwel geheel Carthaags/Afrikaans. Hamilcar heeft ingezien, dat niet meer op zee, maar op het land ergens nog kans op overleven is, gezien de algemene trend van vorming van “Territorialstaten” (Hoffmann blz 28). Dit houdt in, dat Spanje hoe dan ook een faktor van betekenis in de politiek zal gaan worden en Carthago zal daarvoor verantwoordelijk blijven. Ondertussen moet schoonzoon Hasdrubal met de bevriende Numidische prinsen Numidië in bedwang houden.  Dit was niet gebaseerd op haat en revanche, maar meer een plan voor een mogelijke volgende oorlog met Rome. De Barciden bereiden Carthago slechts voor op de volgende Romeinse aggressie na de Sardijnse affaire. Een mensenleven is niet genoeg om dit realiseren. Daarom neemt hij zijn drie zonen mee, die klaar gestoomd moeten worden om het karwei in de toekomst af te maken. Het leeuwengebroed, zoals het bij Valerius Maximus (IX 3,2) genoemd wordt!Kortom: het was een geniaal ontwerp (Mommsen blz 250).

* Map 45.1.28     Diez anos de novedades en la  numismatica hispano‑      L Villaronga Barcelona

                         cartaginesa 1973‑1983                                  DIAGRAMMEN

   Map 45.1.29     Oro ed argento in alcune  emissioni dei Barcidi                   P Serafin Petrillo Roma

 

Wat treft hij aan: Een serie oude Fenicische nederzettingen; sommigen waren al opgegeven. Duidelijke brandpunten van de Fenicische aanwezigheid zijn nog Gadir, Villaricos en Carmona. *  Sommige Feniciërs leefden tussen de inheemse bevolking. Er zijn mengvolken ontstaan zoals de Bastulo-Feniciërs. Strabo zegt (III 3,13): De onderworpenheid van de IberiDe onderworpenheid van de Iberiërs an de Feniciërs was zo volledig, dat tegenwoordig nog het merendeel van de steden in Turdetan en in de naburige gebieden door hen worden bewoond. Dat is dus zwaar overdreven. ** De Griekse keramiek is wijd verspreid tot in Portugal toe, maar niet zo met de Griekse inscripties. De Feniciërs hebben uitstekend dienst gedaan als doorgeefluik. Carthago beschikte dus alleen nog maar over gepriviligeerde commerciële en culturele punten. Hamilcar moest bijna van de grond af aan beginnen en hij heeft dat in een razend tempo gedaan. Zozeer zelfs, dat hij zich uiteindelijk overliep.

De verovering: Hij onderwerpt de Baetisvallei en neemt bezit van vele mijnen (Diodoros XXV 9 + Appianus Iber.4). De Turdetanen (westelijke tak van de Tartessiërs) worden als eerste onderworpen. Dat gaat niet van een leien dakje. Iberiërs en Tartessiërs (Diodoros) worden door de Keltiberiër Istolatios ondersteund. Ze worden verslagen, Istolatios sneuvelt en 3000 krijgsgevangenen worden in het leger ingelijfd. Vervolgens wordt Indortes met 50.000 man verslagen. Opnieuw 10.000 krijgsgevangenen, die vermoedelijk na betaling van een losgeld weer vrij komen. Indortes echter niet. Die wordt gemarteld en terechtgesteld. Waarschijnlijk was hij een afvallige. Reeds in 235 zijn vele mijnen in handen van Hamilcar en begint hij munten uit te geven. *** Ook in Carthago verschijnen dan zilveren munten. De oorlogsschatting(en) kan ook vlot worden voldaan.

* Map 57.36  The Carthagians in ancient Spain:      C G Wagner

       From Administrative Trade to Territorial Annexation

** Map 57.38  Beobachtungen zur Entstehung der       P Barceló

       barkidischen Herrschaft in Hispanien

*** 57.37  Die Metallgwinnung in den Bergwerken   J M Blazquez

       der Iberischen Halinsel in Barkidischer  Zeit

Dan is er tussentijds een bericht, dat Carthaagse agenten tussen 235 en 233 een opstand op Sardinië zouden geëntameerd hebben (Zonaras) en dat er Italische kooplieden in Carthago dan gemolesteerd zouden zijn. Dat valt niet goed te plaatsen, want Hamilcar wil helemaal geen oorlog met de Romeinen. De zaak in Spanje moet eerst goed opgebouwd worden. Mogelijk is het een actie vanuit Carthago geweest, die aan de aandacht van de volkspartij is ontsnapt. In ieder geval verloopt de opstand en worden er snel excuses aangeboden (Zonaras 18,9).  De Romeinen zouden echter alweer de oorlog verklaard hebben (Cass.12 frg.46,1, Zonar.8,18,9, Oros.4,12,2). In 233 is het echter weer raak op Sardinië en opnieuw krijgt Carthago daar de schuld van (Zonar.8,18,12). Er komt een Romeins gezantschap, die de Carthagers de volgende keus voorlegt. Of de speer, of de herautenstaf. Kiezen de Carthagers de speer, dan kan Rome een ‘terechte’ oorlog voeren. Kiezen de Carthagers de herautenstaf, dan erkennen ze schuld en moeten ze betalen. De Carthagers weigeren de keuze en zeggen, dat het gezantschap maar zelf moet kiezen. Die doen dat niet en nemen hun vordering terug. Hamilcar  wordt bij dit alles ondersteund door Hasdrubal (4). Dan volgt er een Numidische opstand en Hamilcar stuurt zijn schoonzoon er op af, die de zaak weet in te tomen. Hier blijven 8000 gesneuvelden op het slagveld en worden 2000 krijgsgevangenen gemaakt. Terug in Spanje huwt deze Hasdrubal een Spaanse prinses, want zijn eerste vrouw en dochter van Hamilcar moet ondertussen overleden zijn.

Hamilcar heeft inmiddels de eerste drie fasen van zijn verovering afgerond, namelijk  1.herstel posities aan de zuidpust 2.verovering van de Baetisvallei en 3.controle over de mijnen in de bergen van de Sierra Morena en de bergen van Cazorle. *

* Map 34.4.Phönizier im Westen        H.Schubart        Madrider Beitrage

     Phönizische Niederlassungen                  band 8 , 1982

     an der Iberischen Sudkuste                   P.von Zabern/Mainz

   Map 35.11 RSF 1977  ‑Panorama actual de la    G.Lopez Monteagudo

      colonizacion semitica en  la penGnsula Iberica

Het is tijd voor een volgende fase, waarbij de oostkust van Spanje meer in het vizier komt.

Hamilcar vestigt in 231 v.C een steunpunt te Akra Leuke (Lucentum=Alicante) en begint met de (verdere)  onderwerping van de Spaanse stammen (Polybios II 1,6‑8). Akra Leuke ligt bij Alicante en vormt het latere Castrum Album. Akra Leuke = de witte kaap nabij La Albufereta. Overigens  wordt over de exacte lokatie nog van mening verschilt. In ieder geval ligt die nog meer dan 300 kilometer verwijderd van de Ebro en toch wordt Massilia van dit alles zeer onrustig. Deze Grieken zitten namelijk aan de Noordoost kust van Spanje bij Ampurias en Rhodae en zien de Carthaagse wapenen gevaarlijk dichtbij komen. Die alarmeren Rome. In 231/230 komt er dus een Romeins gezantschap om te kijken wat Hamilcar van plan is (Cassius Dio fragm.46). Het is de eerste inperking van de Carthaagse ontplooiing, of althans een poging daartoe. Die sust ze met de mededeling, dat het allemaal nodig is om de oorlogschatting aan Rome te voldoen. Die laatste aflossing vond overigens waarschijnlijk precies in 231 plaats. De Romeinen geloven het of laten het maar zo. Rome laat begaan, want het is zo ver weg. Hamilcar reageert beheerst op het affront, wat goed zou zijn geweest voor een oorlogsverklaring zijnerzijds en wijst fijntjes op de hebzucht van de Romeinen. Als de opduikende naam C.Papirius een gezant is, dan valt het gezantschap reeds in 232 binnen. Is het de consul, dan is het 231 v.C. Dan duikt er wel weer een bericht op, dat er nog in 230 Carthaagse agenten worden gesnapt bij de Liguriërs, die de stammen willen opzetten tegen de Romeinen. Het is, of Romeinse propaganda of Hamilcar laat werkelijk al de toekomstige marsroute verkennen.
 In de winter van 229/8 v.C valt Hamilcar na 8 jaar in een hinderlaag bij de belegering van Helike in het gebied van de Vettonen of de Oretanen? (Polybios II 1,7 + Frontinus II 4 + Appianus I 5 + Zonaras VIII 19 401 D). La Alcudia de Elche of Elche de la Sierra komen in aanmerking. Er zijn verschillende versies over de toedracht: Verdronken in een rivier (Diodoros XXV 10, 3-4) en in de val bij de koning van de Orissiërs te Helike. Om zijn zonen te redden trekt hij de vijand naar zich toe, zodat zijn zonen kunnen ontkomen. Het is waarschijnlijk een al te romantische voorstelling van zaken. Sneuvelt tegen de Vettonen (Corn.Nep. Ham. 4,2), maar die leven veel meer westwaarts!

Krijgslist van ossenspannen met hout, wat in brand raakt. In de chaos komt Hamilcar om (Appianos+Zonar. VIII 19). In werkelijkheid is Hamilcar met een klein leger bezig langs de Jucar om terrein te winnen en is ex-schoonzoon Hasdrubal met een groter leger wat zuidelijker bezig. Hamilcar heeft zich te ver voorwaarts gewaagd en loopt in de val bij de Oretanen. Op zijn vlucht verdrinkt hij in de Jucar op waarschijnlijk al 46-47 jarige leeftijd..

Helike (als Elche of ILICI) ligt in de buurt van Segura. De Jucar ligt daar een stuk noordelijker van. De exacte plaats van de verdrinking of het sneuvelen valt dus tot nu toe niet te achterhalen.

Wat heeft hij tot stand gebracht? Een sterk leger van Keltiberiërs, dat trouw is aan zijn chef en niet aan de staat. Dit had kunnen leiden tot militaire anarchie, maar niet zo bij de Feniciërs.Het is een religieuze dynastie (op munten verschijnt Melqart) geworden gebaseerd op een familiaal pantheon ondersteund door de soldaten. Door echte annexatie is een Carthaags rijk ontstaan in Spanje. De overdracht van de macht zal dan ook rimpelloos overgaan naar Hasdrubal de Schone, zoals hij genoemd gaat worden.

 

Nawoord:

De klassieke auteurs hebben Hamilcar Barcas heel wat toegedicht. Zo moeten grote vraagtekens gezet worden bij:

- zijn plannen om Spanje als uitvalsbasis voor een wraak op Rome te gebruiken.;

- zijn gedachte om in Italië de strijd met Rome aan te binden;

- het aan de Barciden toedichten van de schuld van de 2e Punische oorlog;

- de z.g. eed van de 9 jarige Hannibal om nooit een vriend van de Romeinen te worden;

- Hannibal is de uitvoerder van de haat van Hamilcar.

Aan loftuitingen is er in de Oudheid ook geen gebrek. Zo stelt Corn.Nepos (XXI 3,3) bijvoorbeeld, dat deze beide mannen (Hamilcar+Hannibal) alle Afrikanen animi magnitudine et callididate overtroffen hebben.

Aan de andere kant van de tijd in ons huidige tijdvak kan men er ook wat van. Zo betoogt Barthold Georg Niebuhr: Hamilkar ist meiner überzeugung noch fast grösser als Sein Sohn.

Eduard Meyer gooit het over een iets andere boeg: De haat tegen de Romeinen van Hamilkar Barcas is bij Hannibal tot in het geniale gestegen.

Aan alle kanten wordt overdreven. Zowel in de Oudheid door de klassieke auteurs, als door de tegenwoordige beschouwingen. De onderwerping van Spanje door Hamilcar was in zijn ogen hoogstwaarschijnlijk alleen maar een noodzakelijke expansie om zijn vaderstad van de ondergang te redden. De afloop van de Siciliaanse oorlog moet te pruimen zijn geweest. Hij kon zelf daar geen beslissing forceren. Tijdens de huurlingenoorlog gedroeg Rome zich lange tijd keurig. Slechts bij de roof van Sardinië kunnen er gevoelens van wrok zijn ontstaan.

Ik denk, dat Hamilcar meer bezig was met de bijzondere Carthaagse interne problematiek, dan dat hij nu enorme oorlogsplannen zat uit te werken, die zijn zoon ten uitvoer moest gaan brengen. Hij heeft echter (onbewust?) wel de voorwaarden geschapen voor een laatste poging tot behoud van Carthago as grootmacht. Dat Hannibal die voorwaarden op een zo’n imposante manier zou gebruiken, dat heeft Hamilcar in zijn stoutste dromen niet voorzien.

 

Dochter Hamilcar (& Bomilcar)

De oudste dochter  kan omstreeks 257 geboren zijn. Vader Hamilcar is minimaal dan c.18 jaar oud. Haar naam is onbekend gebleven. Ze groeit zeer waarschijnlijk op in Carthago of op het landgoed van Hamilcar. Ze is ten tijde van de huurlingenoorlog uitgehuwelijkt geworden aan Bomilcar, de suffeet en (latere) vlootvoogd. Ze moet dan c.16-18 jaar geweest zijn.

Uit het huwelijk is minstens één zoon geboren: Hanno. Wellicht is er sprake van een tweede zoon: Hannibal, maar dat is uiterst onzeker. De Hanno zal als jonge man op expeditie met Hannibal (de zoon van Hamilcar) gaan. De sterfdatum van de oudste dochter van Hamilcar is onbekend.


ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten