BAC: afkorting voor tijdschrift: Bulletin archéologie du comité
des Travaux historique et scientifique.
Bacchische
symbolen:Deze komen voor op stèles. Ze komen van de Dionysius, Sjadrapa en
Horus erediensten.
Badajoz: vindplaats in Spanje
Badezor: Koning van Tyrus van 859 tot 853?
Baebelo: Mijn bij Cartagena. De Carthagers
produceerden er 36 ton zilver per jaar.
Baecula: Zie bij Bailen.
Baelo: Garum‑plaats bij de zuidpunt van
Spanje. Alhoewel er voornamelijk Romeinse vondsten zijn gedaan, blijkt uit
paralellen met Noord‑Afrika in ieder geval een laat‑Punische invloed.
Zie:"La
necropolis sureste de Baelo", J R Rodriguez. Ministerio de Cultura,
Madrid, 1979.
Baetis: Antieke naam voor de rivier
Guadalquivir in Zuid‑Spanje. Langs o.a.deze scheepvaartweg vestigden de Feniciërs
en Carthagers hun macht in Spanje.
Baetocea: Heiligdom van Arvad in de bergen.
Baeza: vindplaats in Spanje.
Bagradas: rivier in Tunesië.Medjerda is de
moderne naam. Veldslag bij een brug over de rivier t.t.v. de z.g.huurlingenoorlog.
De loop van de rivier was in de oudheid een andere dan nu het geval is.
B'GT: Punische naam.(CIS I 5940).
Bahrein:
Arados en Tylos.
Bailen: Een plaats gelegen in Zuid‑Spanje
ter hoogte van 38íNB en 4í WL. In de veldslag, die hier in 208 plaats (blz
178/540) vond, moest Hasdrubal Barcas het veld ruimen voor Scipio. Hij kon een
deel van zijn troepen redden door een snelle aftocht naar en door de Sierra
Morena. (eind juni 208). Zie:ZK,Dl2B,4.4.56
Foto 473.uit het archief van de
schrijver.
De heuvel van
Bailen, waarop Hasdrubal verschanst zat met zijn leger.
Bailon: Garum‑plaats in Zuid‑Iberië. Het
is ten hoogste een semi‑permanente nederzetting voor de Gaditanen geweest.
Baisipo: Garum‑plaats in Keltiberië.
Bakchos: Andere naam voor Dionysos.
Balawat: Zie Niniveh nummer in Iraq
tijdschrift. Er zijn Fenicische vondsten gedaan.
Baldacchino,
J.G: Hedendaags auteur van
o.a.:"Punic rock tombs near Pawla" (papers Brit.School Rome XIX
1951).
Balearen: Eilandengroep in de Middellandse zee
en naam voor de bevolking, waarvan de krijgers bedreven waren in het hanteren
van de slinger.
Balezar: Koning van Tyrus tussen 935‑919.
Hij werd 43 jaar. Zie:Baäl-eser I.
Balezoros: Koning van Tyrus tussen 855‑850? Hij werd
55 jaar. Zie: Badezor.
Baletoros: Suffeet van Tyrus omstreeks 570.
Balista: Katapult, zoals die in de oudheid
werd gebruikt.
Ballao: Vindplaats van Punische objecten
te Sardinië.
Balsa:
plaats op kust Zuid-Portugal
Balsamen:
Baal van de hemelen. Zie:
Baalshamim.
Balsilec: Neopunische naam in inscriptie van
Leptis Magna. Het rept over de tempel van Cybele, die op kosten van Iddibal,
zoon van Balsilec in 72/71 werd gebouwd.
Ba*lu: Zie:The seasonal pattern in the
ugaritic myth of Ba*lu. Een
academisch proefschrift van J C de Moor
1971 Vrije Universiteit te Amsterdam.
Bamboula: Heuvel te Kition, waarin de eerste
resten van Kition door Myres in 1913 zijn gevonden. In 1930 heeft een Zweedse
expeditie een uitgebreide opgraving verricht.
Banasa: Wellicht is deze plaats aan de
Oued Sebou nabij Souk‑Tletla‑du‑Rharb een overlaadplaats geweest van producten,
die van schip op lastdier werden overgeladen of andersom. Tot dit punt moet de
Oued Sebou in Marokko in de oudheid nog bevaarbaar geweest zijn. De te Banasa
gevonden inscripties zijn Punisch. Zie: J Février, Inscriptions puniques et neopuniques‑Paris
1966. _______________
Bijvoorbeeld: S(H)YN'K
_______________
_______________
S(H)N'N
_______________ WQD
_______________
S(H)
_______________
Tot
een heuse Punische nederzetting is Banasa waarschijnlijk niet gekomen, afgaande
op de gedane vondsten.
___________________________________________________
KAART
ATLANTISCHE
OCEAAN
Banasa
Oued
Sebou
1:1.000.000
__________________________________________________
Rebuffat geeft in "Maisons à péristyle"
11 plattegronden van huizen.
Banasa
werd ook door de Romeinen geoccupeerd.
R.Thouvenet heeft onderstaande plattegrond samengesteld. Bij de oostelijke
ingang werd een huis altaar aangetroffen.
Plattegrond van
het huis met de vier pilaren.
Vermoedelijk het
"Macellum".
In P.S.A.M IX 1951
pag 84 e.v.
Bandinelli,
R: Auteur van "Leptis
Magna", Rome 1963.
(illeta
de) Banyets: plaats op kust van Oost-Spanje bij Alicante
Baradez,
J.: Hedendaags auteur van
o.a."Fossatum Africae"(Paris),
van "Nouvelles recherches sur les ports antiques de Carthage",
Karthago IX, 1958
Baramki, D.: Hedendaags auteur van o.a."Phoenicia
and the Phoenicians"(Beiroet 1961).
Bararus: vindplaats
in Noord-Afrika:(Rougga)
Guéry (Roger). - L'occupation de Rougga (Bararus) d'après la stratigraphie du
forum, BCTH, n.s., 17, 1981, p.
91-100.
Guéry (Roger). - Survivance de la vie sédentaire
pendant les invasions arabes en Tunisie centrale : l'exemple de Rougga, BCTH, n.s., 19, 1983, p. 399-407.
Discussion, p. 408, Guéry (Roger)et Hallier (Gilbert) – L’arc municipal de Bararus Municipium (Rougga, Tunisie)
, Ant. Af., 34, 1998, p.
121-132. Guéry, R.: L'occupation de Rougga (Bararus) d'après la stratigraphie
du forum. - BAParis 17 (1981) B,91-99, Abb.
Guéry, R.: Survivances de la vie sédentaire pendant les invasions arabes
en Tunisie centrale. L'exemple de Rougga. - BAParis 19 (1983) B,399-407, Abb.
Guéry, R.; Hallier, G.: L'arc municipal de Bararus
municipium (Rougga, Tunisie). - AntAfr 34 (1998) 121-132.
Guéry, R.; Morrisson, C.; Slim, H.: Recherches
archéologiques franco-tunisiennes à Rougga, 3. Le trésor de monnaies d'or
byzantines. (Rome 1982) 94 S., Abb. Taf.,
(Collection de l'Ecole française de Rome ,
60) Guéry, R.; Morrisson, C.; Slim, H.:
Recherches archéologiques franco-tunisiennes à Rougga, 3. Le trésor de monnaies
d'or byzantines. (Rome 1982) 94 S., Abb. Taf.,
(Collection de l'Ecole française de Rome ,
60) Hallier (Gilbert). – Les citernes
monumentales de Bararus (Henchir Rougga) en
Byzacène, Ant. Af., 23, 1987,
p. 129-148. Hallier (Gilbert). Le premier forum de Rougga, BCTH, n.s., 17, 1981, p. 101-114.
TROUSSET POL, Organisation de
l'espace urbain de Bararus (Rougga),
Africa romana, 10, 1992, p.603-614.
Barbate:
vindplaats op kust Zuid-Spanje
Barcas:
familie of bijnaam van
Hamilcar.
Barce: Griekse stad in Cyrenaïca met
vermoedelijk een Fenicisch verleden.
Barcelona:
plaats op oostkust van Spanje:
BARCINO.
Barciden: Familie van Hamilcar, Hannibal,
Hasdrubal, Mago Barcas. De herkomst van de familie is niet bekend, maar een
enkele bron weet te melden, dat Hamilcar uit Cyrene zou stammen. De Barciden
met hun aangetrouwde aanhang hebben de geschiedenis van Carthago
van
c.250 tot 195 beheerst. Barcas betekent=bliksem.
DE BARCIDEN
In de tweede helft van de 3e
eeuw v.C hebben de Barciden een sterk stempel gedrukt op de geschiedenis van
Carthago. De naam Barciden stamt af van Barcas, de bijnaam van vader Hamilcar.
Directe familie:Grootvader
Hannibal?Vader Hamilcar Dochter Hamilcar Dochter Hamilcar Zoon Hannibal Dochter
Hamilcar Dochter Hamilcar Zoon Hasdrubal Zoon Mago Zoon Hanno? Zoon Gisco?
Aangetrouwd:Bomilcar Hasdrubal
Navaras Imilce
Kleinkinderen: Hanno Sycho? Hamilcar?
Hannibal?
Bloedverwant:Mago
Voorvaders?
Volgens
een legende zou hij afstammen van de oude Tyrische stadskoningen, namelijk van
Belus (=Baal). Dit kan enerzijds een eigen verzinsel zijn ter meerdere eer en
glorie van zijn eigen geslacht en dynastie, of anderzins een verzinsel in de
Punica van Silius Italicus, die toch al bolstaat van dit soort romantische
oprispingen. Een andere overlevering zegt, dat Hamilcar zou afstammen van de
Hamilcar, die bij Himera (480/479) het loodje liet. Het is vrij
onwaarschijnlijk, maar als er een link is, dan zou onderstaand schema in die
richting kunnen wijzen.
Indien er sprake is van een
stricte naamswisseling, dan zou onderstaand schema in aanmerking kunnen komen:
Hamilcar I (1) {1} 484-479 in functie
|
|
Hamilcar ? ca.433
|
Hannibal III (1) {2} 410-405 in functie
|
Hamilcar ? ca.390
|
Hannibal ? ca.365
|
Hamilcar V (2) {2} 343-339 in
functie
|
Hannibal ? ca.325
|
Hamilcar X (6) {5} 311-309 in
functie
|
Hannibal IX (3) {3} 269-258 in
functie
|
Hamilcar XIV (8) {7} 247-229
in functie
Grootvader Hannibal?
h.nb*l (pun) en bij uitzondering hnb*l (pun), Annibas (gr), (H)annibal
of An(n)obal (lat), Anniboni (gen). In het Neopunisch komen de namen voor in de
latijnse versie als: Aninibni, Annibal, Hannibal, Hannibalis, Anibas,
Annobal, Annobalis, Anobal en zelfs
Annbal. Soms wordt ook een korte vorm
van h.n' gebruikt. Een veel voorkomende
naam bij vooral de Puniërs. Het betekent:"in de gunst van Baäl". De
naam wordt ook door vrouwen gebruikt! De naam komt niet in het Fenicisch voor.
In het Punisch 60 x en in het Neopunisch
10 x. Zie: Jongeling & Benz. Tussen (haakjes) de nummering in de
Dictionnaire Lipinski en tussen {accolades} de nummering In Paulys 1912. Hier
is de nummering met Romeinse cijfers weergegeven.
Wie komen er in aanmerking?
Hannibal IX (3) {3}
Zoon
van Geskon (of Gersakon of Gisgo). Hij leefde aan het begin van de eerste
Romeins‑Punische oorlog. Hij was veldheer en vlootvoogd in de periode 269‑265 voorafgaande aan deze oorlog of wellicht
reeds langer. Zijn vloot heeft als basis Lipara. Deze Hannibal intervenieert op
het diplomatieke vlak op het moment, dat
Hiëro van Syracuse de Mamertijnen van Messana definitief dreigt te verslaan en legt daarbij een Carthaags
garnizoen in de burcht van de stad.
Bronnen:
Diodorus XXII, 13,7, Zonaras VIII,8 en Polybius I,10. Frontin.(IV,1,19) vermeldt het misschien te
betwijfelen feit, dat hij in de
eerste oorlogsjaren een Romeins korps tot overgave dwong en onder het
juk door liet gaan.
In
261 verdedigt deze Hannibal Akragas van juni tot december tegen de
Romeinen, waarna hij dank zij het
optreden van een ontzettingsleger (Hanno) zonder veel verliezen kan uitbreken. Vervolgens wordt hij
weer vlootvoogd en heeft Panormus als uitvalsbasis. Bij Mylae lijdt hij echter
een nederlaag tegen de Romeinse vloot,
die voor het eerst met de enterbruggen opereren. Zijn schip, dat nog van
Pyrrhus was geweest, raakt hij echter kwijt, maar hij weet zichzelf in
veiligheid te brengen. Terug in Carthago wordt hij uit zijn ambt gezet, maar
niet bestraft op de gebruikelijke manier. Integendeel, hij krijgt een nieuwe
opdracht en wordt naar Sardinië gestuurd. Daar laat de ongelukkige zich in 258
v.C in een haven te Sulcis opsluiten door een Romeinse vloot, waarbij hij veel
schepen verliest. Daarna wordt hij gekruisigd door zijn eigen manschappen.
Zie:ZK,Dl2B,blz 4‑11 (368‑375).
Bronnen:Polybius I, 17‑24, Diodorus XXIII 7‑9, Zonaras VIII,10 en
Orosius IV,7. Deze Hannibal heeft dus vanaf minimaal 269 tot in 258 v.C de
Carthaagse zaak gediend. Het is niet
duidelijk wie zijn vader Gersakon in feite was. Zijn zoon is volgens Paulys ook
een Hannibal {4}.
Hij was in 269 minimaal 20-25 jaar en kan dus goed
de vader van Hamilcar geweest zijn. Wat tegen hem spreekt, is, dat er geen
naamswisseling plaats vindt. Zijn zoon heet ook Hannibal, maar er kan nog een
andere zoon (Hamilcar?) geweest zijn?
Hannibal X {4}
Zoon
van Hannibal Gersacon uit ca.270‑260. Hij is onderbevelhebber te
Lilybaeum. Zijn chef is Himilco. Deze
Hannibal weet een rebellie onder Gallische huurlingen te voorkomen. Hij leefde
dus in de eerste Romeins‑Punische oorlog. Zijn vader sterft in 258 v.C te Sulcis op Sardinië. Het
lot van deze Hannibal is verder onbekend, of hij is dezelfde als een van de
andere Hannibals, die verderop in de
strijd worden genoemd.
Bron:Polybius I, 43,4. Hij is dus minimaal 20-25 jaar, als hij onderbevelhebber in Lilybaeum
wordt. Hamilcar kan dan net zijn zoon zijn geweest. Maar waarschijnlijk is hij
als bevelvoerend officier wat ouder. Kortom, het is een mogelijkheid, maar er
vind geen naamswisseling plaats. Ook zijn vader heet Hannibal!
Hannibal XI {5} de Rhodiër.
Bijgenaamd de Rhodiër en dat zal niet
zonder betekenis zijn geweest. Een buitengewoon bekwame Carthaagse zeevaarder,
die keer op keer de Romeinse blokkade van Lilybaeum weet te doorbreken in de
jaren 250‑249. Uiteindelijk valt hij met zijn schip toch in Romeinse handen.
Hij zal de rest van zijn leven in
gevangenschap of als slaaf hebben moeten doorbrengen. Bron:Polybius
I,47,7‑10. Hij is in 250 v.C minimaal 20-25 jaar en dan kan hij nauwelijks de
vader van Hamilcar zijn geweest. Als hij 10 jaar ouders was, dan is het wel net
mogelijk.
Hannibal XII (4) {6}
Zoon
van Hamilcar (7) en bevriend met Adherbal (2), de commandant van Drepana. Deze
Hannibal brengt in 250/249 v.C 10.000 huurlingen in Lilybaeum met 50 schepen vanuit de Aegatische eilanden.
Hannibal maakt de daarop volgende uitval
van de Carthagers mee, maar vertrekt daarna met zijn vloot naar Drepana.
Bron:Polybius I, 44+46 en Orosius IV, 10.
Zijn verdere lot is onbekend, of hij zou dezelfde moeten zijn als
Hannibal (5) {7}. Hij is in 250 v.C minimaal 20-25 jaar en dan kan hij
nauwelijks de vader van Hamilcar zijn geweest. Als hij 10 jaar ouders was, dan
is het wel net mogelijk. Wat wel voor hem spreekt is de naamswisseling naar
Hamilcar als zijn vader.
Verder
zijn ons geen Hannibal’s bekend uit de directe tijdsmatige omgeving, maar de
vader van Hamilcar kan natuurlijk ook een ons geheel onbekende Hannibal geweest
zijn. Als de naamswisseling Hamilcar – Hannibal een rol speelt bij de Barciden,
dan komt komt Hamilcar XII (4) {6} nog het meest in aanmerking. Qua leeftijd
komt Hannibal IX (3) {3} nog het meest in aanmerking.We kunnen dus geen
definitief uitsluitsel geven.
Vader Hamilcar
Woord vooraf:
Waarom zijn er zoveel boeken
over Hannibal, de zoon van Hamilcar verschenen en zo weinig (of geen) over de
vader Hamilcar? We moeten het ten hoogste doen met korte nauwelijks iets
zeggende berichtjes op internet. Voor een heuse biografie moeten we in feite
terug naar de Oudheid.
Welke wereld:
Carthago in het midden van de
3e eeuw was een conservatieve stad. Hoffmann (BK 10) verwoordt het
als volgt op blz 10: Der Konservatieve
Sinn, nicht selten gerade bei Kolonisten anzutreffen, war hier besonders
ausgeprägt.
De oude goden uit Tyrus en
Sidon worden nog volop vereerd. De raad van ouden (104) beslist in vele zaken.
De adel-kooplieden maakten de dienst uit. Met succes zijn diverse eeuwen lang
de Grieken op Sicilië in toom gehouden. Met de nieuwe macht uit Italië heeft
men nu van doen en dat viel tegen met voor het eerst ook rampzalige nederlagen
op zee, waarschijnlijk omdat de Grieks-Italische zeemacht door de Romeinen goed
werd gebruikt.
Naam
HAMILCAR
Volgens Lipinski: Dictionnaire: *bdmlqrt (fen‑pun), Amilkhar / Ammikar /
Amilkas (gr), (H)amilcar / Am(m)icar / Admicar (lat).
Betekenis: dienaar van Melqart. Het is een van de
meest gebruikte namen in de Punische wereld (920x). In het Fenicisch komt de naam 8x voor en in het
Neopunisch: 33x. F.L.Benz in: Personal Names in the
Phoenician and Punic Inscriptions, Rome , Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984,
R.U.Groningen.Volgens Krahmalkov: H.NMLQRT = H.AN-MILQART = Milqart zal gunstig
voor me/jou/hem zijn. Benz 125 (Pu) met
Ammicar, Amicar, Admicar, Hamilcar. Volgens Henry C.Boren,
Emeritus Prof.of History, Univ.of North Carolina :
Huh MILHL kahr ofwel HAM uhl kahr. Er is dus sprake van geheel verschillende
betekenissen voor de naam. Ik hou het met de meeste andere onderzoekers op de
eerste mogelijkheid. Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski.
Tussen accolades de nummering bij Paulys 1912. In Romeinse cijfers mijn volgorde. In dit verband zijn verder vooral
de Fenicische namen van belang:
- 31e naam *bdmlqrt op een grafitti uit
Abydos op de tempel van Osiris (5e-3e eeuw), CIS I 99-110
KAI 49.
- nr.4 te Elefantina *bdmlqrt 5e eeuw
- nr.1 Kition: *bd’šmn, zoon van *bdmlqrt CIS I 68
- nr.21 Kition: b*lytn, zoon van *bdml[qrt]
- nr.56
Kition: *bd’l[m, zoon van] *bdmlqrt, zoon van [*bdr]šp voor de heer
[Rešef MK]L, (362-350) CIS I 14
- nr.69 Kition: voor ‘šmn door šdrl, zoon van
*bdmlqrt, zoon van ršpytn, tolk bij de troon. CIS I 44
- nr.76 Kition: *bdssm, zoon van *bdh.r, zoon van
*bdmlqrt. CIS I 53
- nr.3 Idalion: *bdpmy en *bdmlqrt, de twee zonen
van ‘dnšmš, zoon van ršpytn, tolk bij de troon, die zorgen voor het beeld bij
de ingang van de plaats der bezichtiging en de altaren. (380-375) CIS I 88.
- nr 2 Athene: bilingue uit 4e-3e
eeuw. Noumenios van Kition (grieks). De Fenicische tekst: van bnh.dš, zoon van
*bdmlqrt, zoon van *bdšmš, zoon van tgns, man van Kition. CIS I 117.
Alle informatie stamt uit Le iscrizione fenicie
dell’orient van Pietro Magnanini, Instituto di Studi del vicino oriente, Roma
1973.
Opmerkelijk is, dat de naam vooral voorkomt te
Egypte en Cyprus en dan veelal in relatie met de godheid Rešef. Bij de
inscriptie van Athene wordt Kition als oord van herkomst genoemd. Een duidelijk
verband met de hier besproken Hamilcar is echter niet aantoonbaar. Ten hoogste
kan er een vermoeden ontstaan over een mogelijke Griekse ‘link’ (via Cyrene?)
naar Athene?
?
Carthago
ß------------ Cyrene ß------------ Athene ß-------------
Kition ß------------ Tyrus ?
?
Hamilcar XIV (8) {7}
Een van de grootste veldheren en politici van
Carthago. Hij heeft de bijnaam Baraq (Barca), wat de bliksem betekent. Herm (BK
40) ziet dit als een modeverschijnsel overgewaaid uit de Hellenistische wereld
(blz 240). Hij is de zoon van een Hannibal (vlg.Nepos Hann.1). Hij moet
ongeveer in 270 v.C zijn geboren, want Cornelius Nepos zegt, dat hij 247 op
jeugdige leeftijd aantrad: ad modum
adulescentulus! Tegelijkertijd is hij al vader van 3 of 4 dochters! Het
vaderschap kan op bijvoorbeeld 18 jarige leeftijd zijn begonnen en dan is hij
in 247 dus 23 jaar, hetgeen nog misschien nog net adolescent genoemd kan
worden. Veel jonger kan aan de andere kant een legeraanvoerder niet geweest
zijn. Volgens een legende zou hij afstammen van de oude Tyrische stadskoningen,
namelijk van Belus (=Baal). Dit kan enerzijds een eigen verzinsel zijn ter meerdere
eer en glorie van zijn eigen geslacht en dynastie, of anderzins een verzinsel
in de Punica van Silius Italicus, die toch al bolstaat van dit soort
romantische oprispingen. Niet onvermeld mag blijven, dat misschien Hamilcar XIV
dezelfde is als Hamilcar XIII, Zeker in het begin van beiderlei acties zijn er
veel overeenkomsten, maar het wordt onmogelijk gemaakt door de opmerking van
Cornelius Nepos, dat hij op jeugdige leeftijd aan zijn taak begon. In de
loopbaan van Hamilcar Baraq zijn drie à vier perioden te onderscheiden, waarbij
zeker periode B en C door elkaar heenlopen:
A.de strijd bij en op Sicilië (247‑241 v.C):
In 247/246 v.C neemt hij het commando over van
Carthalo te Sicilië (Zonaras 8,16 397a). Waarom eigenlijk? Carthalo had tot dan
toe succesvol geopereerd, maar misschien was hij op hoge leeftijd, of het niet
eens met de lethargische koers, die de regering van Carthago was ingeslagen.
Hamilcar wordt tot opperbevelhebber van de zeestrijdkrachten benoemd (Polybios
I 56,1). Volgens Polybios (I, 56,2) begint hij in het 18e
oorlogsjaar (=247/6). Volgens Zonaras (8,16,2) echter tijdens het einde van het
consulaat van C.Aurelius/P.Servilius (248/7). Carthago heeft net in 248 een
vredesaanbod gedaan aan Rome na de grote overwinningen te Drepana en Camarina,
maar dat is afgewezen, want Rome onderhandelt niet in een positie van zwakte.
Carthago weet met de situatie geen raad en vervalt evenzeer tot lethargie. Dat
betekent, dat de strijdkrachten nauwelijks nog ondersteuning krijgen en erger:
de vloot gaat misdadig verwaarloosd worden. Je kunt echter op een koopje geen
oorlog winnen. Daarbij kwam, dat Italië
nu een groot vijandig blok was, waarmee geen handel meer te drijven viel, zoals
het vroeger tijdens de Griekse oorlogen nog wel kon. Gevolg: de inkomsten van
de Carthaagse staat liepen ook terug. Gevolg o.a: de huurlingen konden
nauwelijks nog worden betaald.
In die situatie kwam Hamilcar Barcas aan zet. Hij
wordt bij zijn ambtsaanvaarding als volgt tegenwoordig afgeschilderd:
|
BK 5
|
Soren, 1990
|
Blz 94
|
Een briljante jonge generaal
|
|
BK 8
|
Picard, 1970
|
Blz 195
|
Een jonge officier in 247
|
|
BK 37
|
Baramki, 1961
|
Blz 43
|
Een nazaat van de Hamilcar van Himera (479)
|
|
BK 43
|
Mommsen, 1932
|
Blz 221
|
Een jonge veelbelovende officier in 247
|
|
BK 44
|
Huss, 1990
|
Blz 177
|
Een nieuwe admiraal in voorjaar 247
|
Briljant en veelbelovend zijn echter kwaliteiten,
die pas bij de latere informatie naar voren kunnen komen dan wel zijn beslag
kunnen krijgen.
Het begin van de loopbaan van Hamilcar is niet
bemoedigend, want in dit jaar 247 weet N.Fabius Buteo het eilandje Pelias te
bezetten, dat de toegang beheerst van de haven van Drepanum, waardoor
proviandering en aanvoer van verse troepen moeilijker werd.. Als Hannibal nu
pas geboren werd, dan heeft Hamilcar zijn vrouw meegenomen en groeit Hannibal
op in een legerkamp. Mommsen (BK 43) schetst de toekomst: ‘Sechs tatenlose Kriegsjahre (248-243)’, die roemloos voor beide
zijden zijn, maar hij zegt tegelijkertijd, dat één man anders handelde. Hamilcar
dempt een begin van rebellie en plundert vervolgens de kusten van Bruttië en
Lucanië. De kaapvaart reikt tot aan Kyme in Campania. Dit is het dubbele met
Hamilcar XIII.Hamilcar huurt ook nieuwe huurlingen in, want hij mist goed
voetvolk. Met de Romeinen komt hij een uitwisseling van krijgsgevangenen
overeen. Het is opmerkelijk, dat hij nooit een grote veldslag met de Romeinen
waagt, maar hij is wel de koning van de “Kleinkrieg”. Hij neemt bij Heirkte een
sterke verdedigbare positie in. Dit kan de Monte Pellegrino zijn, of de Monte
Castellaccio ten noorden van Panormus. Heirkte betekent in feite omheining of
gevangenis (Ptol.I 56). Tal van gevechten vinden er plaats op de flanken van de
Heirkte. Na enige jaren (244/3) verschuift hij zijn positie naar Eryx. Het is
de tijd, dat Hasdrubal, de 2e zoon, geboren wordt. Is Hamilcar
tussentijds terug in Carthago, of is zijn gezin gewoon al die tijd bij hem? Via
de zee wordt hij te Eryx bevoorraad via de bocht van Tonnara di Bonagia. De
Romeinen houden posities rond de tempel van Astarte op Eryx. Drepanum blijft
nog steeds in Carthaagse handen, maar de haven is nauwelijks bruikbaar. Tot 241
v.C zet hij zijn guerrilla met succes voort, maar de nederlaag bij de
Aegatische eilanden (10 maart 241) van
de vloot onder Hanno dwingt Carthago tot vrede. Deze Hanno had maar liefst 170
schepen tot zijn beschikking, waarvan 70 tot zinken werden gebracht, 50 door de
Romeinen werden buitgemaakt en slechts 50 een goed heenkomen konden vinden door
een plots gunstiger wind. Het merendeel was echter een transportvloot, zodat ze
geen kans maakten tegen de 200 oorlogsschepen van de Romeinen, die ontworpen
waren op basis van een in 250 buitgemaakt Carthaags oorlogsschip. De poging tot
bevoorrading van Hamilcar Barcas was gewoon gekkenwerk. Hamilcar krijgt met
zijn manschappen vrije aftocht naar Lilybaion en vandaar naar Carthago, maar
wel tegen 18 denaren per man.. Hij is ook degene, die met onbeperkte volmacht
de vredesbepalingen met Catulus gaat opstellen (Polybios I 62,3). De eerste
overeenkomst met Catulus (opgave Sicilië en betaling oorlogschatting van 2200
talenten in 20 jaren en uitlevering gevangenen) wordt door de volksvergadering
in Rome afgewezen. Er gaat daarom een commissie van tien (Gremium van
Decemviri) naar Sicilië om ter plekke te beslissen. Carthago moet meer gaan betalen
(3200 talenten, waarvan 1/3 meteen en de rest in 10 jaar) en moet ook de
tussenliggende eilanden gaan afstaan, zoals de Aeolische en de Aegatische
eilanden en de bondgenoten wederzijds werden beter gevrijwaard. Hamilcar legt
dan zijn commando neer. Gisco gaat er zorg voor dragen, dat de huurlingen
netjes via Lilybaeum worden afgevoerd. Hamilcar moet verbitterd zijn geweest.
Was hij niet onoverwonnen geweest, maar gooiden juist de heren in Carthago de
handdoek in de ring. Nog erger, de vloot was in de jaren ervoor ernstig
verwaarloosd en daarom geen partij meer voor de plots opduikende Romeinse
vloot. Daarbij komt, dat Hamilcar als verliezer uit Sicilië terugkeert, maar
dat Hanno ‘de Grote’ in triomf terugkomt van zijn veldtocht in het achterland
van Carthago. Dat Hanno ‘de Grote’ moet met een korrel zout genomen worden en
misschien heeft hij als bijnaam wel ‘de Oudere’. Hamilcar gaat terug naar zijn
landgoed in Afrika en zint op nieuwe plannen, die echter gruwelijk worden
gedwarsboomd door de op til staande huurlingenopstand of misschien wel juist
daardoor mogelijk werden.
Polybius (I 64,6) geeft hem al na de strijd op
Sicilië een gepast afscheidswoord: Hamilcar
met de bijnaam Barcas [.....] verdient door zijn moed, ondernemingslust en
genialiteit de hoogste prijs. Hamilcar moet echter in dit stadium beseft hebben,
zoals ook uit zijn latere acties zal blijken, dat Carthago op een keerpunt in
zijn geschiedenis stond. Voor het eerst had men geen enkel steunpunt meer op
Sicilië en had men torenhoge oorlogsschulden te voldoen. Voeg daar nog een
zwalkend bestuur bij in Carthago zelf en de toekomst ziet er niet meer
rooskleurig uit voor de koopmansstad. Er was in deze tijd een vredespartij van
de regenten aan de regering met als voornaamste vertegenwoordiger Hanno ‘de
Grote’, die veel meer in een landgerichte expansie zag. De oppositie kwam van
een volkspartij, ofwel oorlogspartij, ofwel patriottenpartij, ofwel partij van
de mercantiele imperialisten, zoals ze tegenwoordig bij diverse auteurs genoemd
worden en die de vrede slechts zagen als een wapenstilstand voor de volgende
ronde met de Romeinen. De kiem voor de komende zogeheten wat te zwaar
uitgedrukte “Barcidische” revolutie was gelegd.
In deze tijd valt de geboorte van de derde zoon
Mago. Dat moet in 241-240 gebeurd zijn.
B.De huurlingenoorlog (241‑238 v.C):
De uitkering van het achterstallig loon van de
huurlingen loopt vertraging op. Bovendien zijn er krachten, die helemaal geen
vergelijk met Carthago willen. Volgens Polybios (1,68,11) zouden zijn huurlingen
Hamilcar hebben verweten, dat hij hen niet goed behandeld had en dat hij het
opperbevel zo maar niet uit handen had moeten geven. De Carthaagse regenten
verwijten hem, dat hij de huurlingen teveel beloften heeft gedaan.
(App.Iber.4,16). Niet zeker is, of er nu al een officiële klacht bij de Raad
van 104 tegen hem komt, of dat dat pas later zal plaatsvinden.
In ieder geval geraken de huurlingen in rep en
roer, nu ze merken hoeveel achterstallig loon ze hebben en waarnaar ze dus
kunnen fluiten. Daarbij komt, dat de plattelandsbevolking ook nog eens het juk
van Carthago van zich af wil werpen. Dat tezamen schept de voorwaarden voor een
gigantische opstand. De opstandelingen rukken vanuit Sicca Veneria op naar
Tunes en sluiten Carthago van de landzijde af. Op dat moment sluiten zich in
grote getale Libysche opstandelingen bij hen aan. Hier wreekt zich de door
Hanno ‘de Grote’ gehouden veldtocht het binnenland in van een paar jaar eerder.
De situatie wordt zo nijpend, dat volgens Appianos Carthago Rome verzoekt om
een symmachieverdag! Waarschijnlijker is wellicht, dat er een Romeins
gezantschap kwam ter bemiddeling, maar de huurlingen wijzen vermoedelijk elke
bemiddeling af. Ze willen zich mogelijk aan Rome onderwerpen en dat wijst Rome
dan weer af. De hele episode blijft echter zeer twijfelachtig. Hanno moet de
crisis gaan bezweren en in die beginperiode zit Hamilcar stil te zijn op zijn
landgoed (Pol.1,73,1). Nadat Hanno in 240 een paar nederlagen heeft moeten
incasseren o.a. bij Utica, wordt Hamilcar echter teruggeroepen en moet met
Hanno samen de opstand zien te bedwingen (Polybios I 75,3).
Zie: 79.21.
JOURNAL NEAR EASTERN STUDIES 53
Univ.of Chicago,1994
79.21.4.Crossing the Waters:Moses and
Hamilcar Stanislav Segert
In allerijl worden er nieuwe huurlingen geworven.
Hamilcar verslaat Spendios, de Oskische slaaf, aan de Makaras bij de brug (La
Sebala) en ontzet Utica. De
opstandelingen schieten er 6000 man bij in. Eerst behandelt Hamilcar de
gevangen genomen opstandelingen nog mild, maar wanneer Gisco met nog eens 700
gevangen Carthagers worden afgeslacht op instigatie van de Punisch sprekende
Galliër Autarites, is geen vergelijk meer mogelijk. Vertrapping door de
olifanten wordt nu de geijkte straf. Even later: Met behulp van een Numidische
hoofdman Narhavas weet Hamilcar zich uit een netelige ingesloten positie te
bevrijden, waarbij de rebellen c.10.000 man verloren. Autarites en de Libyër Zarzas worden met hun troepen
verslagen in de pas van Prion (Polybios I 84, 1‑85) of bij Nepheris. Aan
Naravas belooft Hamilcar een dochter. “Belooft”: mogelijk is die nog niet op de
huwbare leeftijd! Indien het nrwt (KAI 141) op deze inscriptie, dan betreft het
waarschijnlijk een broer van koning Gaia van Numidië.
In deze tijd is er sprake van een vierde zoon
(Liv.29,34,1). Het zou om een Hanno gaan, die in de periode 240-239 geboren zou
zijn, maar het is twijfelachtig. Er is trouwens ook sprake van een zoon Gisco,
maar dat is nog twijfelachtiger. Ondertussen roeren zich ook de huurlingen op
Sardinië, die Bostar vermoorden. De Sarden verdrijven de huurlingen echter op
hun beurt weer en die vluchten massaal naar Italië.Vervolgens gaat nog een
proviandvloot verloren met voorraden vanuit de Emporia. Hanno wordt echter nu
eerst met pensioen gestuurd, want een overleg tussen Hamilcar en Hanno loopt
uit op een fiasco. De Barcidische revolutie neemt al een aanvang. Het leger
moet dan maar beslissen wie de opperbevelhebber wordt. Hamilcar verschijnt dan
als enige bevelhebber, waarbij Hanno wordt teruggeroepen (Polybios I 82,1‑10).
Dat is niet helemaal waar, want Hamilcar krijgt waarschijnlijk als
onderbevelhebber Hannibal, de zoon van de Hamilcar van Paropos op Sicilië. Deze
gaat later Matho, een Libische soldaat, in Tunes aan de noordkant belegeren. Na
een verdere massamoord op gevangen genomen Carthagers vallen ook Ityke en Hippu
Akra van Carthago af. Het is de vraag, of de Carthagers in deze tijd weer
terugvallen in de offering van eerstelingen aan de goden, zoals in de tijd van
Agathocles. Heeft Hannibal toen ook gevaar gelopen? Silius Italicus heeft het
er in ieder geval wel over (4,765). Eind 239 is de situatie hoe dan ook weer
zeer belabberd en Carthago verzoekt Rome en Hieron II om steun. Het is immers
een internationaal gevaar. Die steun krijgt het. Rome houdt zichzelf zeer
rustig. Het accepteert de overgave van Ityke bijvoorbeeld niet en wacht nog met
het inpalmen van Sardinië, want volksbewegingen zijn bij Rome nou niet bepaald
favoriet. Carthago laat dan 500 Italische kooplieden vrij, die zaken hadden
gedaan met de opstandelingen en Rome laat de laatste krijgsgevangenen vrij
vanuit de vorige oorlog. Carthago zou zelfs huurlingen op Italisch grondgebied
mogen werven (App.Lib.18) en mogelijk valt nu het eventuele
bemiddelingsgezantschap van de Romeinen te plaatsen. De opstandelingen zijn
inmiddels begonnen met een belegering van Carthago, maar dat vak (Poliorketik)
verstaan ze niet erg goed. Hamilcar verschijnt aan hun achterzijde en het beleg
moet worden opgeheven. Dan weet Hamilcar een groot leger van de opstandelingen
in een nauw dal op te sluiten. Dit gebeurt in de z.g. Défilé de la Scie in de
bergen van Dorsale, waar Spendios en Autharites verslagen worden (Pol.1,84,9 +
85,7). Mogelijk is dit te Dj.el-Jedidi en Menzel Moussa. Vervolgens wordt Tunes,
het hoofdkwartier van de rebellen, aangevallen. Hamilcar bevindt zich aan de
zuidkant en Hannibal aan de noordkant. Deze Hannibal (5) wordt echter verslagen
en het beleg van Tunes moet worden opgeheven (Polybios I 86). Deze Hannibal en
nog eens 30 voorname Carthagers sterven de marteldood. Hanno brengt dan nieuwe
troepen en beide veldheren verzoenen zich met elkaar op instigatie van een
commissie van 30 leden van de senaat. Bij
Leptis minor wordt Matho dan in 238 verslagen. Beide kemphanen verslaan Mathos
tenslotte definitief, die een alles of niets poging onderneemt. Hamilcar
herovert tenslotte Utica en Hanno doet hetzelfde met Hippu Acra (of andersom)
en dat betekent het einde van de huurlingenoorlog in het begin van het jaar 237
na 3 jaar en 4 maanden. Volgens Diodoros duurt de oorlog 4 jaar en 4 maanden
(25,6) en volgens Livius (21,2,1) maar liefst 5 jaar, maar dan zou die pas in
236 zijn afgelopen en dat kan niet, want dan is Hamilcar al op weg naar een
volgende bestemming. Carthago maakt zich op om ook Sardinië weer onder zijn
controle te brengen, maar dan grijpt Rome in. Het accepteert de deditio van de
gevluchte rebellen. De stad dreigt met een oorlogsverklaring en annexeert het
eiland. Carthago moet wel toegeven en dient zelfs een oorlogschatting te
betalen van 1200 talenten voor een oorlog, die niet zal plaats vinden. Livius (21,40,5) zegt, dat het in 20
termijnen betaald moet worden. Polybios vindt dit een actie zonder redelijk
voorwendsel en tegengesteld aan alle rechtvaardigheid!!! Waarom gaat Rome
eigenlijk over tot deze actie. Er zijn verschillende verklaringen: De
Tyrrheense zee moet Romeins worden; gewone winzucht, oorlogskrachten winnen het
nu in Rome. Het zal wel een combinatie zijn geweest van deze en andere
faktoren. Ondertussen pacificeert Hamilcar het achterland en breidt de grenzen
van Carthaags gebied nog verder uit (App.Hann.2, Corn.Nep.Ham.II 5). De stam
Mikatani (=Muxitani?) werd speciaal bestraft voor het deelnemen aan de
opstand.Als er al wel een eed heeft plaats gevonden door Hannibal (om nooit een vriend van de Romeinen te
worden), dan moet dat welhaast nu gebeurd zijn. Het is net na de flagrante
wegkaping van Sardinië door Rome en aan de vooravond van het komende Spaanse
avontuur.
Er is twijfel over de echtheid van de eed. Zo is
het aan Q.Fabius in het geheel niet bekend en wordt bij de andere
overleveringen de verwoording steeds sterker:
Livius 21,1,4 hostem fore populo Romano
35,19,3 numquam amicum fore populi Romani
Nep.Ham.2,4 numquam me in amicitia cum Romanis fore
App.Ann.3,10 de Romeinen vervolgen
Ib.9,34 een onverzoenlijke vijand van Rome te zijn
Val.Max.9,3 acerrimum hostem poluli Romani futurum
Inmiddels moet ook Hanno hebben gezien, dat zijn
droom van een vreedzaam naast elkaar bestaan van Rome en Carthago uit elkaar
gespat is. Hij blijft echter een Afrikaanse expansie zien als de beste
oplossing in de gegeven situatie. En toch ook blijven er contacten tussen de
senaat van Rome en de Raad van 104, hetgeen doet denken aan het optreden van
een Suniathus in relatie met Syrace een eeuw eerder.
Hamilcar zal in ieder geval een andere weg kiezen. Hij
krijgt dan ook de opdracht om de bezittingen in Iberië terug te winnen
(Pol.2,1,6).
C.De “Barcidische revolutie” (238-237 v.C).
Hamilcar Baraq was ook een politicus, want tijdens,
maar vooral tegen het eind van de huurlingenoorlog is hij ook verantwoordelijk
voor de z.g.Barcidische revolutie in Carthago, waarbij wat meer democratie
wordt ingevoerd. Wat meer, want eigenlijk ging het vooral om de eigen positie
te verstevigen, waardoor er als het ware een principaat der Barciden zou
ontstaan. De politieke strijd tussen de oligarchen (Hanno 17) en de
‘democraten’ (Hamilcar) wordt in het voordeel van de laatsten beslist (Appianus
Iber 5,18). Wanneer de huurlingen bijna verslagen zijn willen de oligarchen Hanno (17) weer terug in
het zadel helpen, maar de
volksvergadering beslist even later, dat alleen Hamilcar het bevel over
de strijdkrachten krijgt (Diodoros XXV
8). Zijn schoonzoon Hasdrubal ondersteunt hem ook hierin en die wordt
vooralsnog tot admiraal van de vloot benoemd. Deze Hasdrubal (4) dempt later
tevens een Numidische opstand en zal Hamilcar in Spanje opvolgen.
Waarom deze ‘revolutie’?
Feitelijk behoort Hamilcar Barcas tot de gevestigde
orde, maar af en toe staat daar een man tussen op, die het over een andere boeg
wil gooien en de macht van de oligarchen wil neutraliseren. De politieke
voorouders van Hamilcar zijn bijvoorbeeld Malchus, Mago, Gisco, Hanno en
Bomilcar. Zij allen mislukken in meer of mindere mate, maar bij Hamilcar zal
het gelukken om de macht van de oligarchie aan banden te leggen. Hij heeft
namelijk voor afdoende rugdekking gezorgd, want zijn schoonzoon (huwt dochter
van Hamilcar) zit als aanvoerder van een van de belangrijkste fracties in de volksvergadering,
terwijl een bevriende suffeet Bomilcar (huwt andere dochter) er voor zorgt, dat
die volksvergadering aan bod kan komen. Pas bij een conflict tussen suffeten en
senaat is dat het geval. Verder heeft Hamilcar 2 schoonzoons onder de Numidische
prinsen (Navaras en Mazaetulle), die het achterland in toom houden. Zo wordt
hij gezien door het volk en door de kooplieden als de redder van de stad. Zelfs
een proces voor de Raad van 104 als zou hij de aanstichter van de
huurlingenopstand zijn, kan hem op een of andere manier niet deren. Zo wordt
deze Carthager met een Helleens stempel een stille koning met zijn op het volk
en leger steunend apparaat over nog altijd een min of meer democratische
republiek. In feite heeft hij wel zo een tegenstelling geschapen tussen de
militaire macht en de instellingen van de republiek. Ondanks de Romeinse
prietpraat daarover komt het nooit tot serieuze geschillen. Handhaving van de
wettelijke schijn maskeert het feitelijke monarchale gezag. Hamilcar en zijn
opvolgers zijn condottieri geworden, wier macht berust op de loyaliteit van de
troepen. De volksvergadering keurt de keuze van de soldaten slechts goed. Om
alles dan nog een schijn van religieuze wettelijkheid te geven, stellen ze zich
onder de bescherming van de Melqart van Gadir.
Alles met het doel om de stadsstaat te redden. En
het leger moet dat doen, waarbij een volgende oorlog het leger moet betalen en
als het kan nog wel meer dan dat, namelijk de gehele Carthaagse staat. Corn.Nepos
(Ham. III 2) kan niet nalaten boosaardig te berichten over een mogelijke
sexuele relatie tussen Hamilcar en zijn schoonzoon Hasdrubal. Het is maar zeer
de vraag, of hier iets van waar is. Tegenwoordig zouden we zeggen: en wat dan
nog? Er zijn er nog meer, die kwaad spreken. Zo heeft Diodoros het over
dubieuze middelen (XXV 8), die Hamilcar aangewend zou hebben om zijn doelen te
bereiken. In ieder geval is het tijd voor een nieuwe stap en weg. Volgens
Zonaras (VIII 17) gaat hij op eigen initiatief naar Spanje. Volgens Polybius
wil Hamilcar revanche en daar heeft hij Spanje voor nodig. De Klassieke auteurs
laten Hanno zeggen, dat hij zonder toestemming naar Spanje ging. Waarschijnlijk
vond de Carthaagse regering het prima, dat de zo machtige man een andere
richting koos. Bovendien wordt er een nieuwe afzetmakt aangeboord.
D.De strijd in Spanje (237‑229/8 v.C):
Hamilcar is halverwege in de dertig als hij de
strategie Libya voor onbegrensde tijd krijgt. Zijn zoon Hannibal is negen jaar.
Gezamenlijk (en misschien met heel zijn gezin) gaan ze op reis naar een land
buiten bereik en het zichtveld van Rome.
Ze gaan richting west over het land met de beschikbare olifanten (Pol.II 1,6)
of via de zee (Diodoros). In het voorjaar van 237 v.C gaat dus Hamilcar naar
Spanje en herstelt de macht van Carthago over de vroegere bezittingen. Hij
begint hiermee in Gadir (Polybios II 1,6 + Diodoros XXV 14).
Waarom deze zijwaartse sprong?
|
BK 8
|
Picard, 1970
|
1.zelf de produktie van de mijnen ter hand nemen.
2.onafhankelijke staat ver weg van Rome en ver
weg van de oligarchische bemoeienis.
|
|
BK 37
|
Baramki, 1961
|
Recruteringsgebied: hij heeft via conscriptie
mankracht nodig.
|
|
BK 40
|
Herm, 1974
|
Vervanging bieden voor Sicilië en Sardinië.
|
|
BK 42
|
Charles-Picard, 1960
|
De Punische staatshuishouding werd gered door de
Barciden via de Baetica-mijnen.
|
|
BK 44
|
Huss, 1990
|
Verlies goed maken van Sicilië en Sardinië.
|
|
BK 110
|
Moscati, 1973
|
De enige mogelijke basis voor wraak tegen Rome.
|
|
|
|
|
In feite ging het hierom: De schilden zijn
weggevallen. Rome dicteert nog slechts. Dat zijn de werkelijke verhoudingen
geworden. Zich alleen verder baseren op het Afrikaanse achterland heeft geen
zin, want daar zijn niet de zo benodigde zilvermijnen. Er moeten nieuwe
gebieden (met mijnen) veroverd worden in naam van Carthago. De mijnen moeten zelf
geëxploiteerd gaan worden. * Zo kan er een eigen vorstendom ontstaan onder een
Carthaagse dynastie. Helemaal los van Carthago zal het niet kunnen, want het
leger alleen al is zeker in het begin nog vrijwel geheel Carthaags/Afrikaans.
Hamilcar heeft ingezien, dat niet meer op zee, maar op het land ergens nog kans
op overleven is, gezien de algemene trend van vorming van “Territorialstaten”
(Hoffmann blz 28). Dit houdt in, dat Spanje hoe dan ook een faktor van
betekenis in de politiek zal gaan worden en Carthago zal daarvoor
verantwoordelijk blijven. Ondertussen moet schoonzoon Hasdrubal met de
bevriende Numidische prinsen Numidië in bedwang houden. Dit was niet gebaseerd op haat en revanche,
maar meer een plan voor een mogelijke volgende oorlog met Rome. De Barciden
bereiden Carthago slechts voor op de volgende Romeinse aggressie na de
Sardijnse affaire. Een mensenleven is niet genoeg om dit realiseren. Daarom
neemt hij zijn drie zonen mee, die klaar gestoomd moeten worden om het karwei
in de toekomst af te maken. Het leeuwengebroed, zoals het bij Valerius Maximus
(IX 3,2) genoemd wordt!Kortom: het was een geniaal ontwerp (Mommsen blz 250).
* Map 45.1.28 Diez anos de novedades en la numismatica hispano‑ L Villaronga Barcelona
cartaginesa
1973‑1983 DIAGRAMMEN
Map 45.1.29 Oro ed argento in alcune emissioni dei Barcidi P Serafin
Petrillo Roma
Wat treft hij aan: Een serie oude Fenicische
nederzettingen; sommigen waren al opgegeven. Duidelijke brandpunten van de
Fenicische aanwezigheid zijn nog Gadir, Villaricos en Carmona. * Sommige Feniciërs leefden tussen de inheemse
bevolking. Er zijn mengvolken ontstaan zoals de Bastulo-Feniciërs. Strabo zegt
(III 3,13): De onderworpenheid van de
IberiDe onderworpenheid van de Iberiërs an de Feniciërs was zo volledig, dat
tegenwoordig nog het merendeel van de steden in Turdetan en in de naburige
gebieden door hen worden bewoond. Dat is dus zwaar overdreven. ** De
Griekse keramiek is wijd verspreid tot in Portugal toe, maar niet zo met de
Griekse inscripties. De Feniciërs hebben uitstekend dienst gedaan als
doorgeefluik. Carthago beschikte dus alleen nog maar over gepriviligeerde
commerciële en culturele punten. Hamilcar moest bijna van de grond af aan
beginnen en hij heeft dat in een razend tempo gedaan. Zozeer zelfs, dat hij
zich uiteindelijk overliep.
De verovering: Hij onderwerpt de Baetisvallei en
neemt bezit van vele mijnen (Diodoros XXV 9 + Appianus Iber.4). De Turdetanen
(westelijke tak van de Tartessiërs) worden als eerste onderworpen. Dat gaat
niet van een leien dakje. Iberiërs en Tartessiërs (Diodoros) worden door de
Keltiberiër Istolatios ondersteund. Ze worden verslagen, Istolatios sneuvelt en
3000 krijgsgevangenen worden in het leger ingelijfd. Vervolgens wordt Indortes
met 50.000 man verslagen. Opnieuw 10.000 krijgsgevangenen, die vermoedelijk na
betaling van een losgeld weer vrij komen. Indortes echter niet. Die wordt
gemarteld en terechtgesteld. Waarschijnlijk was hij een afvallige. Reeds in 235
zijn vele mijnen in handen van Hamilcar en begint hij munten uit te geven. ***
Ook in Carthago verschijnen dan zilveren munten. De oorlogsschatting(en) kan
ook vlot worden voldaan.
* Map 57.36 The Carthagians in ancient Spain : C G Wagner
From Administrative Trade to Territorial
Annexation
**
Map 57.38 Beobachtungen zur Entstehung
der P Barceló
barkidischen Herrschaft in Hispanien
***
57.37 Die Metallgwinnung in den
Bergwerken J M Blazquez
der Iberischen Halinsel in
Barkidischer Zeit
Dan is er tussentijds een bericht, dat Carthaagse
agenten tussen 235 en 233 een opstand op Sardinië zouden geëntameerd hebben
(Zonaras) en dat er Italische kooplieden in Carthago dan gemolesteerd zouden
zijn. Dat valt niet goed te plaatsen, want Hamilcar wil helemaal geen oorlog met
de Romeinen. De zaak in Spanje moet eerst goed opgebouwd worden. Mogelijk is
het een actie vanuit Carthago geweest, die aan de aandacht van de volkspartij
is ontsnapt. In ieder geval verloopt de opstand en worden er snel excuses
aangeboden (Zonaras 18,9). De Romeinen
zouden echter alweer de oorlog verklaard hebben (Cass.12 frg.46,1,
Zonar.8,18,9, Oros.4,12,2). In 233 is het echter weer raak op Sardinië en
opnieuw krijgt Carthago daar de schuld van (Zonar.8,18,12). Er komt een Romeins
gezantschap, die de Carthagers de volgende keus voorlegt. Of de speer, of de
herautenstaf. Kiezen de Carthagers de speer, dan kan Rome een ‘terechte’ oorlog
voeren. Kiezen de Carthagers de herautenstaf, dan erkennen ze schuld en moeten
ze betalen. De Carthagers weigeren de keuze en zeggen, dat het gezantschap maar
zelf moet kiezen. Die doen dat niet en nemen hun vordering terug. Hamilcar wordt bij dit alles ondersteund door Hasdrubal
(4). Dan volgt er een Numidische opstand en Hamilcar stuurt zijn schoonzoon er
op af, die de zaak weet in te tomen. Hier blijven 8000 gesneuvelden op het
slagveld en worden 2000 krijgsgevangenen gemaakt. Terug in Spanje huwt deze
Hasdrubal een Spaanse prinses, want zijn eerste vrouw en dochter van Hamilcar
moet ondertussen overleden zijn.
Hamilcar heeft inmiddels de eerste drie fasen van
zijn verovering afgerond, namelijk
1.herstel posities aan de zuidpust 2.verovering van de Baetisvallei en
3.controle over de mijnen in de bergen van de Sierra Morena en de bergen van
Cazorle. *
* Map 34.4.Phönizier im Westen H.Schubart Madrider Beitrage
Phönizische
Niederlassungen band 8 ,
1982
an der
Iberischen Sudkuste
P.von Zabern/Mainz
Map 35.11 RSF 1977 ‑Panorama actual de la G.Lopez Monteagudo
colonizacion semitica en la penGnsula Iberica
Het is tijd voor een volgende fase, waarbij de
oostkust van Spanje meer in het vizier komt.
Hamilcar vestigt in 231 v.C een steunpunt te Akra
Leuke (Lucentum=Alicante) en begint met de (verdere) onderwerping van de Spaanse stammen (Polybios
II 1,6‑8). Akra Leuke ligt bij Alicante en vormt het latere Castrum Album. Akra
Leuke = de witte kaap nabij La Albufereta. Overigens wordt over de exacte lokatie nog van mening
verschilt. In ieder geval ligt die nog meer dan 300 kilometer verwijderd van de
Ebro en toch wordt Massilia van dit alles zeer onrustig. Deze Grieken zitten
namelijk aan de Noordoost kust van Spanje bij Ampurias en Rhodae en zien de
Carthaagse wapenen gevaarlijk dichtbij komen. Die alarmeren Rome. In 231/230
komt er dus een Romeins gezantschap om te kijken wat Hamilcar van plan is
(Cassius Dio fragm.46). Het is de eerste inperking van de Carthaagse
ontplooiing, of althans een poging daartoe. Die sust ze met de mededeling, dat
het allemaal nodig is om de oorlogschatting aan Rome te voldoen. Die laatste
aflossing vond overigens waarschijnlijk precies in 231 plaats. De Romeinen
geloven het of laten het maar zo. Rome laat begaan, want het is zo ver weg.
Hamilcar reageert beheerst op het affront, wat goed zou zijn geweest voor een
oorlogsverklaring zijnerzijds en wijst fijntjes op de hebzucht van de Romeinen.
Als de opduikende naam C.Papirius een gezant is, dan valt het gezantschap reeds
in 232 binnen. Is het de consul, dan is het 231 v.C. Dan duikt er wel weer een
bericht op, dat er nog in 230 Carthaagse agenten worden gesnapt bij de
Liguriërs, die de stammen willen opzetten tegen de Romeinen. Het is, of
Romeinse propaganda of Hamilcar laat werkelijk al de toekomstige marsroute
verkennen.
In de winter van 229/8 v.C valt Hamilcar na 8 jaar in een hinderlaag bij de belegering van Helike in het gebied van de Vettonen of de Oretanen? (Polybios II 1,7 + Frontinus II 4 + Appianus I 5 + Zonaras VIII 19 401 D). La Alcudia de Elche of Elche de la Sierra komen in aanmerking. Er zijn verschillende versies over de toedracht: Verdronken in een rivier (Diodoros XXV 10, 3-4) en in de val bij de koning van de Orissiërs te Helike. Om zijn zonen te redden trekt hij de vijand naar zich toe, zodat zijn zonen kunnen ontkomen. Het is waarschijnlijk een al te romantische voorstelling van zaken. Sneuvelt tegen de Vettonen (Corn.Nep. Ham. 4,2), maar die leven veel meer westwaarts!
In de winter van 229/8 v.C valt Hamilcar na 8 jaar in een hinderlaag bij de belegering van Helike in het gebied van de Vettonen of de Oretanen? (Polybios II 1,7 + Frontinus II 4 + Appianus I 5 + Zonaras VIII 19 401 D). La Alcudia de Elche of Elche de la Sierra komen in aanmerking. Er zijn verschillende versies over de toedracht: Verdronken in een rivier (Diodoros XXV 10, 3-4) en in de val bij de koning van de Orissiërs te Helike. Om zijn zonen te redden trekt hij de vijand naar zich toe, zodat zijn zonen kunnen ontkomen. Het is waarschijnlijk een al te romantische voorstelling van zaken. Sneuvelt tegen de Vettonen (Corn.Nep. Ham. 4,2), maar die leven veel meer westwaarts!
Krijgslist van ossenspannen met hout, wat in brand
raakt. In de chaos komt Hamilcar om (Appianos+Zonar. VIII 19). In werkelijkheid
is Hamilcar met een klein leger bezig langs de Jucar om terrein te winnen en is
ex-schoonzoon Hasdrubal met een groter leger wat zuidelijker bezig. Hamilcar
heeft zich te ver voorwaarts gewaagd en loopt in de val bij de Oretanen. Op
zijn vlucht verdrinkt hij in de Jucar op waarschijnlijk al 46-47 jarige
leeftijd..
Helike (als Elche of ILICI) ligt in de buurt van
Segura. De Jucar ligt daar een stuk noordelijker van. De exacte plaats van de
verdrinking of het sneuvelen valt dus tot nu toe niet te achterhalen.
Wat heeft hij tot stand gebracht? Een sterk leger
van Keltiberiërs, dat trouw is aan zijn chef en niet aan de staat. Dit had
kunnen leiden tot militaire anarchie, maar niet zo bij de Feniciërs.Het is een
religieuze dynastie (op munten verschijnt Melqart) geworden gebaseerd op een
familiaal pantheon ondersteund door de soldaten. Door echte annexatie is een
Carthaags rijk ontstaan in Spanje. De overdracht van de macht zal dan ook
rimpelloos overgaan naar Hasdrubal de Schone, zoals hij genoemd gaat worden.
Nawoord:
De klassieke auteurs hebben
Hamilcar Barcas heel wat toegedicht. Zo moeten grote vraagtekens gezet worden
bij:
- zijn plannen om Spanje als
uitvalsbasis voor een wraak op Rome te gebruiken.;
- zijn gedachte om in Italië
de strijd met Rome aan te binden;
- het aan de Barciden
toedichten van de schuld van de 2e Punische oorlog;
- de z.g. eed van de 9 jarige
Hannibal om nooit een vriend van de Romeinen te worden;
- Hannibal is de uitvoerder
van de haat van Hamilcar.
Aan loftuitingen is er in de
Oudheid ook geen gebrek. Zo stelt Corn.Nepos (XXI 3,3) bijvoorbeeld, dat deze
beide mannen (Hamilcar+Hannibal) alle Afrikanen animi magnitudine et callididate overtroffen hebben.
Aan de andere kant van de tijd
in ons huidige tijdvak kan men er ook wat van. Zo betoogt Barthold Georg
Niebuhr: Hamilkar ist meiner überzeugung
noch fast grösser als Sein Sohn.
Eduard Meyer gooit het over
een iets andere boeg: De haat tegen de
Romeinen van Hamilkar Barcas is bij Hannibal tot in het geniale gestegen.
Aan alle kanten wordt
overdreven. Zowel in de Oudheid door de klassieke auteurs, als door de
tegenwoordige beschouwingen. De onderwerping van Spanje door Hamilcar was in
zijn ogen hoogstwaarschijnlijk alleen maar een noodzakelijke expansie om zijn
vaderstad van de ondergang te redden. De afloop van de Siciliaanse oorlog moet
te pruimen zijn geweest. Hij kon zelf daar geen beslissing forceren. Tijdens de
huurlingenoorlog gedroeg Rome zich lange tijd keurig. Slechts bij de roof van
Sardinië kunnen er gevoelens van wrok zijn ontstaan.
Ik denk, dat Hamilcar meer
bezig was met de bijzondere Carthaagse interne problematiek, dan dat hij nu
enorme oorlogsplannen zat uit te werken, die zijn zoon ten uitvoer moest gaan
brengen. Hij heeft echter (onbewust?) wel de voorwaarden geschapen voor een
laatste poging tot behoud van Carthago as grootmacht. Dat Hannibal die
voorwaarden op een zo’n imposante manier zou gebruiken, dat heeft Hamilcar in
zijn stoutste dromen niet voorzien.
Dochter Hamilcar (&
Bomilcar)
De oudste dochter kan omstreeks 257 geboren zijn. Vader
Hamilcar is minimaal dan c.18 jaar oud. Haar naam is onbekend gebleven. Ze
groeit zeer waarschijnlijk op in Carthago of op het landgoed van Hamilcar. Ze
is ten tijde van de huurlingenoorlog uitgehuwelijkt geworden aan Bomilcar, de
suffeet en (latere) vlootvoogd. Ze moet dan c.16-18 jaar geweest zijn.
Uit het huwelijk is minstens
één zoon geboren: Hanno. Wellicht is er sprake van een tweede zoon: Hannibal,
maar dat is uiterst onzeker. De Hanno zal als jonge man op expeditie met
Hannibal (de zoon van Hamilcar) gaan. De sterfdatum van de oudste dochter van
Hamilcar is onbekend.
ncfps
Geen opmerkingen:
Een reactie posten