woensdag 25 juni 2014

B3


BOMILCAR

Bdmlqrt (fen‑pun), Bomilk(h)as (gr), Bomilcar / Boncar (lat).  Betekenis: in of door de hand van Melqart.  Vanuit de Fenicische wereld zijn slechts enkele voorbeelden bekend. Daarentegen  komt de naam overweldigend voor in de Punische wereld (c.1670x). Ook in de neopunische inscripties komt de naam niet echt veel voor (c.10x).  F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,  Biblical Institute Press, 1972.  Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

De nummering tussen haakjes is de aanduiding in de Dictionnaire Lipinski. In Romeinse cijfers de volgorde in deze opsomming.

 

Bomilcar V (3)

Admiraal in de 2e Punische oorlog. Hij is de vader van Hanno (21).  Zie: Polyb.III 42,6; Livius XXI 27,2.  Het was kennelijk de taak van deze Bomilcar om troepen te vervoeren of legers  te provianderen. Tot echt grote zeegevechten liet hij het nooit komen. Hij was erg zuinig op zijn schepen. Wanneer er een confrontatie met een Romeinse vloot dreigde, trok hij zich schielijk terug, zoals bij Syracuse. De blokkade van Tarentum moet al een heel waagstuk voor hem zijn geweest. Het is niet zeker of  hij ook in Griekenland heeft geopereerd. Daar was wel op een gegeven moment een

Carthaagse vloot aanwezig. Hij wordt in de volgende jaren genoemd:

        215 (Livius XXIII 41,10‑12)

        213 (Livius XXIV 36, 3‑7)

        212 (Livius XXV 25, 11‑13; 27, 2‑12)

        211 (Polyb.IX 9,11)

De zoon Hanno (21) dient in het leger van Hannibal reeds vanaf in ieder geval het jaar 218 v.C. Hij moet dan minstens c.20 jaar zijn geweest. Zijn vader Bomilcar (3) moet dan in 218 v.C al minstens c.40 jaar zijn geweest. In 211 v.C horen we voor het laatst van Bomilcar (3). Dan moet zijn leeftijd minstens c.48 jaar zijn geweest. Bomilcar moet minstens voor c.258 v.C zijn geboren. Hij heeft als volwassene de huurlingenopstand meegemaakt.

Bomilcar komt voor het eerst in beeld bij de z.g.’Barcidische’ revolutie. Hamilcar zal het namelijk gelukken om de macht van de oligarchie aan banden te leggen. Hij heeft voor afdoende rugdekking gezorgd, want zijn schoonzoon (huwt dochter van Hamilcar) zit als aanvoerder van een van de belangrijkste fracties in de volksvergadering, terwijl een bevriende suffeet Bomilcar (huwt andere dochter) er voor zorgt, dat die volksvergadering aan bod kan komen. Pas bij een conflict tussen suffeten en senaat is dat het geval. Vervolgens blijft het lang stil rond deze Bomilcar. Waarschijnlijk is hij de ‘man’ van Hamilcar, die in Carthago de zaken regelt. De andere Carthaagse schoonzoon Hasdrubal is met de vloot onderweg, of op campagne in Spanje of Numidië. Wellicht heeft Bomilcar (nu ook als vlootvoogd) in 217 de uitval geleid van de Carthaagse vloot langs de Sardijnse en Corsikaanse wateren tot bij Pisa.

Wellicht is deze Bomilcar de vader van:

 

Hannibal XVII (7) {10}

Zoon van Bomilkar. Hij is een van de commandanten van het Carthaagse leger in Spanje bij de belegeringen van Intibili en Iliturgi in 215 v.C. Zie: Livius XXXIII 49,5. We kennen uit deze periode maar een Bomilcar, die in aanmerking kan komen, of het zou een ons onbekende moeten zijn.

Maar pas wanneer de 2e Romeins-Punische oorlog al een paar jaar aan de gang is, komt hij weer echt  in beeld. In het jaar 215 weet hij een transport met de Carthaagse vloot naar Locri te manoevreren (Liv.XXIII 41,10-12). De stadpoorten gaan dicht voor de praetor Appius Claudius, maar dan is Bomilcar al lang weer vertrokken. Hij heeft 4000 Numidiërs, een grote hoeveelheid zilver en 40 Indische(?) olifanten gebracht. In deze tijd duiken namelijk munten in Campanië en Zuid-Italië op met op de afbeelding Indische olifanten. Mogelijk zijn die door Ptolemeus IV in de slag bij Raphia (217) buitgemaakt en doorverkocht aan de Carthagers. Mogelijk ziet Bomilcar bij deze actie zijn zoon Hanno weer even, die de versterkingen snel naar Campanië zal dirgeren. Op zijn tocht naar en van Locri heeft T.Otacilius vergeefs ook nog geprobeerd om Bomilcar te onderscheppen. Dat lukte dus niet en daarvoor kreeg de arme Otacilius een reprimande (Liv.XXIV 8,14). Een jaar later in 214 zien we Bomilcar met de Carthaagse vloot in de grote haven van Syracuse, dat de Carthaagse zijde gekozen heeft. Omdat de Romeinen het dubbele aantal schepen hebben en omdat hij de voedselvoorziening van de belegerde stad te zwaar belast, verdwijnt hij weer snel. Twee jaar later in 212 is Bomilcar weer terug met zijn vloot van 80 schepen in Syracuse. De situatie in Syracuse wordt nijpend. Hij gaat hulp halen en verdwijnt met 35 schepen in de nacht, wanneer de Romeinse wachtschepen door het slechte weer geen wacht kunnen houden. Binnen enkele dagen al komt hij terug met 100 schepen, die veel proviand komen brengen. Hij wordt daarvoor beloond door Epicydes met voorwerpen uit de schat van Hiero. Hij heeft nu een getalsmatige grotere vloot dan de Romeinen in de buurt van Syracuse, maar kan of wil dat voordeel niet uitbuiten (Liv.XXV 25,11-13). Wanneer Syracuse dreigt te vallen, komt Bomilcar nog in hetzelfde jaar terug met een vloot van 130 oorlogsschepen en 700 transportschepen. Door de ongunstige (oosten)wind kan hij echter Kaap Pachynos niet ronden en moet op beter weer wachten. De transportvloot wordt ondergebracht bij Ras Melqart (Heracleia minoa). Marcellus posteert zijn oorlogsschepen aan de oostzijde van Pachynos. Epicydes komt naar Bomilcar om hem over te halen door te zetten.  Wanneer de wind draait lijkt een zeeslag onvermijdelijk, maar op het laatste moment draait Bomilcar met zijn schepen af en zet koers naar Tarente. De transportvloot wordt teruggeroepen naar Carthago. Epicydes heeft nu ook geen vertrouwen meer in de goede afloop voor Syracuse en strijkt neer in Agrigentum (Liv. XXV 27,2-12). Een plotselinge schrik zou Bomilcar bewogen hebben om met zijn grotere vloot zomaar af te draaien. Het is moeilijk te geloven. Misschien kreeg hij wel opdracht om dat te doen, omdat de situatie in Syracuse hopeloos was. Toch komt Bomilcar bij veel van zijn acties over als een uitermate voorzichtig man, die niet snel het lot van zijn vloot in de weegschaal stelt. Aan de andere kant waagt hij verre tochten tot Locri, Tarentum en zelfs Griekenland. In 211 horen we voor het laatst van hem, wanneer hij met een vloot Philippus van Macedonië te hulp snelt in Griekenland, maar onverrichterzake terug moet keren, omdat Philippus met een opstand in Macedonië zelf te maken krijgt. Bomilcar is dan minimaal 48 jaar. Het lijkt er op, dat hij van de Carthaagse regering de opdracht heeft gekregen om behoedzaam met de vloot om te springen, die zorgvuldig in reserve te houden, maar in diverse situaties, waarin hij getalsmatig meer schepen tot zijn beschikking had, had hij meer actie kunnen ondernemen en dus slag kunnen leveren. Dat is gemakkelijk te concluderen vanuit de gemakkelijke bureaustoel, maar we kunnen niet de exacte omstandigheden en we moeten het vooral hebben van de gekleurde zienswijze van Livius.

 

Dochter Hamilcar (& Hasdrubal).

Zij werd mogelijk in 255 v.C geboren. Haar vader Hamilcar is dan vermoedelijk 20 jaar. Waarschijnlijk werd ze in Carthago of op het landgoed er vlakbij opgevoed. Verder weten we van haar jeugd niets. Zelfs haar naam is onbekend, maar ze wordt al op jeugdige leeftijd uitgehuwelijkt aan Hasdrubal, die de leider van de ‘democratische’ volkspartij is in de volksvergadering omstreeks 240 v.C. Zie: Appianos (Iber 4,16). Ze moet dan pas c.17 jaar geweest zijn.

 

Hasdrubal.

          De naam Hasdrubal komt bij de Puniërs veelvuldig voor.

          Fenicisch   6x

          Punisch   720x

          Neopunisch 13x

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          Totaal    749x

 

Als *zrtb*l (IZRATIBAAL) komt de naam in Fenicisch nog 2x voor (Baal is  mijn hulp). Zie: Krahmalkov, blz 365. Zie:F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionnaire Lipinski. Tussen  {accolades} staat de nummering van Paulys encyclopedie 1912. In Romeinse cijfers mijn volgorde.

 

Hasdrubal XIV de luisterrijke (4) {5}.

Schoonzoon van Hamilcar Barcas. Tegen het einde van de 1e Punische oorlog is hij de volksleider in Carthago (Appianos Iber.4). Hij zal later de Luisterrijke of de Schone en een enkele keer de Oudere genoemd worden. Hij moet minimaal omstreeks 265-270 v.C geboren zijn, want als leider van de volkspartij in 241 moet hij toch zeker de volwassen leeftijd hebben bereikt.Volgens een bericht van Livius (XXI 2,3) en Nepos (Hann.3) zou hij een ontoelaatbare relatie met Hamilcar hebben gehad. Corn.Nepos (Ham. III 2) kan niet nalaten boosaardig te berichten over een mogelijke sexuele relatie tussen Hamilcar en zijn schoonzoon Hasdrubal. Het is maar zeer de vraag, of hier iets van waar is. Tegenwoordig zouden we zeggen: en wat dan nog? Er zijn er nog meer, die kwaad spreken. Zo heeft Diodoros het over dubieuze middelen (XXV 8), die Hamilcar aangewend zou hebben om zijn doelen te bereiken. Daarbij zou hij oorlogsbuit misbruikt hebben om in de gunst te komen bij het gewone volk. Volgens Diodoros (XXV 8) zou Hamilcar zich met zaken hebben ingelaten, die tot de minst aanbevelenswaardige van Carthago behoren Livius (XXI,2) maakt het helemaal te bont: Deze had volgens zeggen eerst om zijn jeugdige schoonheid Hamilcars gunsten genoten en was vervolgens (stellig om andere kwaliteiten) als schoonzoon in de familie opgenomen.Corn.Nepos (Ham.III,2) maakt gewag van een zogenaamd Carthaags familiegebruik, dat schoonvader en schoonzoon niet gescheiden mogen worden. Hij trouwt dus niettemin de tweede dochter van Hamilcar. De politieke strijd tussen de oligarchen en de ‘democraten’ (Hamilcar) wordt in het voordeel van de laatsten beslist (Appianus Iber 5,18). Wanneer de huurlingen bijna verslagen zijn,  willen de oligarchen Hanno (17) weer terug in het zadel helpen, maar de volksvergadering beslist even later, dat alleen Hamilcar het bevel over de strijdkrachten krijgt (Diodoros XXV 8). Zijn schoonzoon Hasdrubal ondersteunt hem hierin als leider van de grootste fractie in de volksvergadering en die wordt vooralsnog tot admiraal van de vloot benoemd. Hij gaat in 237 mee naar Spanje. In het voorjaar van 237 vergezelt hij Hamilcar op diens tocht naar Zuid-Spanje. Wellicht doet dat samen met (een deel van) de Carthaagse vloot.Hamilcar is halverwege in de dertig als hij de strategie Libya voor onbegrensde tijd krijgt. Zijn zoon Hannibal is negen jaar. Gezamenlijk (en misschien met heel zijn gezin) gaan ze op reis naar een land buiten bereik en het zichtveld van Rome. Ze gaan richting west over het land met de beschikbare olifanten (Pol.II 1,6) of via de zee (Diodoros).Hamilcar herstelt de macht van Carthago over de vroegere bezittingen. Hij begint hiermee in Gadir (Polybios II 1,6 + Diodoros XXV 14). Welke rol Hasdrubal hierbij gespeeld heeft, is niet duidelijk. Wellicht hield hij zich alleen bezig met de vloot, waarover hij het commando had. Nu is er veel later (in 219 v.C) daadwerkelijk in Carthago-nova een vloot aanwezig van c.50 oorlogsschepen, die goeddeels uit de regio afkomstig waren. Wellicht was Hasdrubal dus druk doende om de schepen van Ebusos, Baria, Abdera, Sexi, Malaka, Gadir, Tavira, Tingi, Abyla, Rusaddir, Rachgoun, Cerro del Prado, Tarifa, Morro de Mezquitilla, Huelva, Silves, Faro, El Torreon en Castro Marim bij elkaar te krijgen. Per plaats zou dat gemiddeld 3 schepen zijn en dat behoort tot de mogelijkheden, waarbij aangetekend, dat Gadir, Sexi, Malaka en Rusaddir bijvoorbeeld veel meer dan dat gemiddelde konden leveren. Tussen de bedrijven door onderdrukt hij in Afrika ook nog een Numidische opstand (Diodoros XXV 10). Hij wordt in ieder geval door Hamilcar naar Afrika teruggestuurd en verslaat de opstandelingen (mogelijk de Mikataner)  in een veldslag, waarbij 8000 rebellen sneuvelen en er 2000 krijgsgevangen worden genomen. Hij heft tribuut bij de diverse Numidische stammen. Dit moet omstreeks 235 v.C gebeurd zijn, want dan er is een bericht van de Sardijnse moeilijkheden, waarbij de handen van Carthago elders waren gebonden (Frontin.4,7,18). In 229 sterft Hamilcar:. hij stierf op een manier waardig aan al zijn grote totstandkomingen; want hij verloor zijn leven in een veldslag tegen de mest oorlogszuchtige en machtige der stammen, waarin hij een schitterende en zelfs roekeloze persoonlijke dapperheid toonde. De Carthagers benoemden zijn zwager Hasdrubal als opvolger, die in die tijd het commando over de vloot had. Het is niet bekend, waar Hasdrubal zich op dat moment bevond. Was hij erbij in de buurt van Helike, of opereerde hij apart zuidelijker of elders in Spanje, of kwam hij vanuit Afrika direct naar Akra Leuke aangesneld om het oppercommando op zich te nemen? In ieder geval kiest het leger hem als aanvoerder en Carthago bekrachtigt de benoeming (Diod.XXV 12, App.Ib.6,22 en Pol.II 1,9). Hasdrubal is dan minmaal 36-41 jaar oud. Het eerste wat Hasdrubal doet is wraak nemen voor de dood van Hamilcar. Hij heeft daarvoor een behoorlijke macht (nog versterkt met troepen & 100 olifanten uit Afrika) ter beschikking: 50.000 man voetvolk, 6000 ruiters en 200 olifanten. Hij verslaat daarmee de Orissiërs en neemt 12 steden in bij de Oretanen (Diod.XXV 12). Waarschijnlijk zijn de Orissiërs = Oretanen, die aan de midden- en bovenloop van de Guadiana wonen. Een nieuw huwelijk. Hij huwt een Spaanse prinses (Diodoros XXV 12) en bereikt veel met diplomatie. Waarschijnlijk is dan de dochter van Hamilcar overleden, of, nu zijn schoonvader er niet meer is, gaat hij over tot bigamie. Het was in ieder geval noodzakelijk, dat hij zich verbond met de plaatselijke elite, of zoals Hoffmann (Boek 186 blz 30) het uitdrukt: Er begriff die Notwendigkeit die führende Schicht der eroberten Landes eng an sich zu binden. Zijn voorbeeld zal navolging vinden bij de zonen van Hamilcar. Al snel wordt hij een Strategos autokrator genoemd naar het voorbeeld van Alexander bij de liga van Corinthe in 335 v.C. Hij roept namelijk een congres bij elkaar van Iberische stamhoofden en die kiezen hem tot commandant en chef van de gehele natie.Dat heeft wel een keerzijde, want de kinderen van de Iberische stamhoofden moeten wel als gijzelaar naar Carthago gestuurd worden. Een staatsgreep? Vervolgens schijnt hij afgereisd te zijn naar Carthago om daar orde op zaken te stellen en wellicht om zelfs daar de monarchie in te voeren, als we Q.Fabius Pictor (leefde c.200 v.C en dus vrijwel tijdgenoot) mogen geloven. Hierbij schijnt hij de ruggesteun van Hannibal gehad te hebben (Liv.XXI 3,5). Hij vangt echter bot en zal terugkeren naar Spanje om zich niet meer met Carthago te bemoeien. Wellicht stamt ook uit deze tijd een verzoek van Hasdrubal aan de regering van Carthago om Hannibal naar Spanje te sturen. Hiertegen verzet Hanno de Oude zich vergeefs met o.a.de volgende woorden: De beste jaren van zijn leven heeft Hasdrubal gewijd aan de genoegens van Hannibals vader en nu vindt hij, dat hij ze met het volste recht van zijn zoon mag opeisen. (Liv.XXI, 3). Het is de vraag welke positie Bomilcar (gehuwd met de oudste dochter van Hamilcar) in dit verband innam! Hannibal werd overigens naar Spanje toegestuurd (Liv.XXI, 4). Het is overigens zeer de vraag, of het debat werkelijk heeft plaats gehad. Mogelijk zal Hannibal gewoon al die tijd gewoon in Spanje, want dat zegt Hannibal veel later over zichzelf ook. Als negenjarige vertrok ik uit Carthago en pas in het jaar voor Zama kwam ik weer terug. Polybios (III 8) heeft ook zo zijn twijfels over het gehele verhaal.Hij is in 228/227 de stichter van Carthago‑Nova (Polybios II 13,2)

Het zou de oude Iberische stad Mastia betreffen. Waarom gaat Hasdrubal met zijn nieuwe hoofdstad eigenlijk een stuk terug. Mastia ligt zo’n 150 km zuidelijker dan Akra Leuke! Wellicht heeft het te maken met de veel betere havenfaciliteiten, het voorkomen van het espartogras (voor de schepen), de nabijheid van de zilvermijnen en minder met het zich afzetten tegen Hamilcar. Het wordt een ware koningsburcht, die uit de grond wordt gestampt. Hij gaat er ook eigen geld uitgeven met een heuse diadeem op de afbeeldingen. Hij geeft geld uit, waarop hij staat afgebeeld in hellenistische stijl. Zie:E.S.G.Robinson, Punic Coins of Spain, Oxford 1956 p.34‑53.Deze lijken vooral op Siciliaanse en Syrische heersers. Hasdrubal wil kennelijk tot de hellenistische wereld behoren. Diverse munten zijn ook dubbele shekels met een olifant en Melqart. Een enkele munt heeft een afbeelding, die erg lijkt op die van Ptolemeus I Soter. Hasdrubal is bezig een nieuw politiek centrum te maken en zeker geen eenvoudige factorij. Polybios noemt het een Kaine polis met de tempel van Ešmoen-Asklepios in het oosten en het paleis van Hasdrubal in het westen, waar tussendoor een kanaal liep. Noord daarvan lag de heuevel van Mercurius – Aletes. Speciaal van belang zijn de nabijgelegen zilvermijnen. Hier zouden 40.000 arbeiders werkzaam zijn en de opbrengst zou 25.000 drachmen per dag zijn geweest (Pol.XXI 9,8-10). Hij sluit het Ebro‑verdrag in 226/225 met de Romeinen  (Polybios II 13,7).  Bij Hasdrubal is er dus meer ruimte voor diplomatie dan voor strijd. Livius: Hasdrubal ging meer met overleg te werk dan met brute kracht. De Carthaagse invloed rukt desondanks steeds noordelijker op. Dat laat waarschijnlijk de oude bijna verjaarde Carthaags-Massaliotische tegenstelling weer herleven. Het zullen de Massalioten zijn geweest, die Rome attent gemaakt zullen hebben op de nadering van het Carthaagse ‘gevaar’. Daarbij kwam, dat de Galliërs in de Rhône-vallei zich gingen roeren. Gecombineerd zouden deze krachten inderdaad een groot gevaar betekend hebben. Dus komt er in de herfst van 226 of in de lente van 225 een Romeins gezantschap aankloppen op de deur van het paleis van Hasdrubal. De gezanten zijn wat voorkomender dan bij het vorige gezantschap, dat Hamilcar voor zijn kiezen kreeg. Geen wonder, Rome dreigt in een moeilijke situatie te geraken. Het is overigens veelbetekenend, dat het Romeins gezantschap bij Hasdrubal opduikt en niet te Carthago zelf. Kennelijk was de zelfstandige positie van Hasdrubal alomwege bekend.  Het komt tot een verdrag, waarvan de inhoud omstreden is:

Pol.II 13,7: Carthagers mogen voor krijgshandelingen niet over de Ebro (Iber). Voor de handel bijvoorbeeld dus wel! App.Ib 7,25: Het is aan de Romeinen verboden om oorlog te voeren tegen stammen ten zuiden van de Ebro, die onderdaan van Carthago zijn. Er schijnt een bijzondere clausule voor Saguntum te zijn. Deze en andere Grieken moeten vrij zijn. In Saguntum woonden overigens hoegenaamd geen Grieken!

Liv.XXI 2,7: Het is een vernieuwing van het verdrag van 241, waarbij de Ebro de grens vormt tussen beide machtssferen en Sagunto vrij zal blijven.

Florus I 22,4: vrijheid voor Saguntum. Zonar. 8, 21, 3-4: Saguntijnen wonen niet ver van de Ebro en krijgen een bijzondere positie in het verdrag.

Anonymus in: viris illustribus 41,2: De Ebro is al als grens opgenomen in het Lutatius verdrag. Nog interressanter is de getuigenis van Q.Fabius Pictor, Die rept met geen woord over het verdrag. Of, hij heeft er geen weet van, of het heeft helemaal niet plaatsgevonden, of de inhoud is zo belastend voor de Romeinen, dat hij er maar het zwijgen toedoet. Waarschijnlijk is er inderdaad wel een verdrag geweest, want het komt bij de Romeinse oorlogsverklaring in 219 v.C weer ter sprake. Maar het is een verdrag tussen een bijna-monarch van een vrijwel zelfstandige staat met Rome en in veel mindere mate met Carthago. Het is opvallend, dat noch het Romeins gezantschap, noch Hasdrubal moeite doen om het geratificeerd te krijgen bij hun eigen regeringen in Rome en Carthago. Er was ten hoogste sprake van een ‘gentlemen’s agreement’.

Rome was alleen maar geinterresseerd in een welwillende neutraliteit van Hasdrubal bij de komende confrontatie met de Galliërs. Daarom kwamen er een paar Romeinen (een gezantschap is te zwaar uitgedrukt) polshoogte nemen en die vonden er een diplomaat, die geen enkele zucht naar oorlog vertoonde. Hasdrubal was meer een heerser dan een veldheer. Opgelucht keerde men weerom met een losse afspraak over de afbakening van elkaars invloedsferen, die misschien niet eens op papier is gezet. Op de terugweg doen de Romeinen, waartoe ook de zonen van Regulus behoren, mogelijk nog even Saguntum aan en doen wellicht onverantwoorde toezeggingen. Hoe heeft Hasdrubal het bezoek gezien? Waarschijnlijk positief, want hij is een realist. Zijn koloniaal rijk begint nog maar net vorm te krijgen. Elke stam was nog op een andere manier ondergeschikt gemaakt.  Hij heeft geen enkel baat bij een eventueel conflict met Rome. Hij heeft niets aan Rome afgestaan en heeft wel de erkenning gekregen van alle voor Carthago gedane aanwinsten in Spanje. Hij krijgt nog meer: hij mag zich zonder problemen uitbreiden tot aan de Ebro en daar was hij nog 300 km van verwijderd! Het lijkt op een groot succes, maar er zit toch een adder onder het gras. Zeg maar rustig: meerdere adders.

Adder 1: nog voordat er een Romein op Spaanse bodem staat, heeft Hasdrubal impliciet al toestemming gegeven voor de inrichting van een Romeinse basis in Noord-Spanje. Adder 2: Rome is ineens een politieke factor geworden in Spanje en diverse Iberische steden (waaronder vooral Saguntum) zien dat als een alternatief voor de Carthaagse dreigende overheersing. Heeft Hasdrubal zich wel expliciet vastgelegd op de Ebro-grens? Mogelijk is dat helemaal niet het geval en hebben de Romeinen de borrelpraat bijeenkomst verheven tot ‘verdrag’. Na hun mogelijke bezoek aan Saguntum voegen ze nog eigenhandig een clausule daaromtrent er aan toe. Zo zou het dus ook wel eens gegaan kunnen zijn bij deze vriendschappelijke ontmoeting! De ‘gezanten’ waren niet voor niets zo voorkomend (Pol.II 13,6). Als het zo gegaan is, dan heeft Hasdrubal zich dus niet gemengd in de buitenlandse politiek van Carthago, zoals Hoffmann (Boek 186 blz 33) wel stelt. Het is merkwaardig, dat Carthago zich nooit gedistancieert heeft van het door de Romeinen uitgeroepen Ebro-verdrag, of dat is ons nooit bekend geworden. Feit is ook, dat Hasdrubal vrolijk verder intervenieert in Oost- en Noord-Spanje. Hij zet een Edeco aan het werk te Aragon en Indibilis bij de Ilergeten in Catlonië. Er is dus geen sprake van een terugwijken voor de Romeinse bemoeienis. De Ilergeten wonen benoorden de Ebro. De Ebro als harde grens is nooit ter sprake geweest. Mogelijk heeft Hasdrubal het bezoek van de Romeinen te onbelangrijk gevonden en er geen woorden of berichten meer aan vuil gemaakt.

In 225 v.C volgt de verwachte Gallische inval. De Gaesaten uit het Rhônedal komen de Alpen over en komen hun lotgenoten te hulp in de Povlakte. Een leger kon dus over de Alpen. Het moet voor de Romeinen een aantal jaren dus geen verrassing zijn geweest. Alweer een fabeltje aan gruzelementen! Ze dringen door tot Clusium, waar ze nog een overwinning behalen. Op de terugweg bij Telamon worden ze echter ingesloten en worden vernietigend verslagen. Tot 222 v.C duurt de Gallische onrust en al die tijd houdt Hasdrubal zich rustig. Hij verovert wel de hele Iberische kust (Pol.II 22). Hij zal misschien gehoopt hebben, dat Rome zou bezwijken onder de Gallische storm, maar dat gebeurde niet. In de herfst van 224 v.C maakt hij Hannibal onderbevelhebber en die maakt vooral furore als aanvoerder van de ruiterij. Hasdrubal wenste niemand anders de leiding te geven wanneer ergens moedig en kordaat moest worden opgetreden (Liv.XXI 4). Hasdrubal is nog druk bezig zijn semi-koninkrijk gestalte te geven als hij op wellicht 45-50 jarige leeftijd in 221 v.C wordt vermoord (Polybios II 36,1‑2).  Ook hier zijn er weer diverse versies. Pol.II 36,1: door een Keltische slaaf vanwege privé-onrecht. Just. 44,5,5: door een Iberische slaaf vanwege de moord op zijn baas en tijdens de jacht (App.Ib.8,28) gedood. Hannibal, de zoon van Hamilcar, zal hem opvolgen. Q.Fabius Pictor geeft hem een merkwaardig slotwoord mee: Hebzucht en heerszucht van Hasdrubal hebben geleid tot de tweede Punische oorlog. Het is mij niet duidelijk geworden hoe dan wel? Tijd voor Rome om het ‘Ebroverdrag’ met clausule en al te gaan herinneren. Tijd voor Rome om over de plaats van Saguntum noord of zuid van de Iber, of welke rivier dan ook,  wolken stof te gaan opgooien. Rome heeft zijn adempauze gehad. De Galliërs zijn bedwongen.

 

Dochter Hamilcar (& Naravas).

Een volgende dochter is wellicht omstreeks 253 geboren, wier echte naam we ook niet kennen. Toch heeft ze uiteindelijk 2000 jaar later wel een naam gekregen door de roman van Flaubert: Salammbô. Zij groeide op in Carthago of op het landgoed van Hamilcar. Al vroeg (op waarschijnlijk 16 jarige leeftijd) werd ze uitgehuwelijkt, of in ieder geval beloofd aan de Numidische vorst Naravas. Of het werkelijk tot een huwelijk is gekomen, is dus ook nog onzeker. Haar verdere lot is onbekend. Nakomelingen?

 

NARAVAS

Naravas komt in beeld tijdens de huurlingenopstand. Hamilcar heeft net de veldslag aan de Bagradas gewonnen en pacificeert verder het achterland van Carthago. Daarbij dreigt hij een keer ingesloten te worden. Met behulp van een Numidische hoofdman Narhavas weet Hamilcar zich uit deze netelige ingesloten positie te bevrijden, waarbij de rebellen c.10.000 man verloren. Autarites en de Libyër Zarzas worden met hun troepen verslagen in de pas van Prion (Polybios I 84, 1‑85) of bij Nepheris. Aan Naravas belooft Hamilcar een dochter. “Belooft”: mogelijk is die nog niet op de huwbare leeftijd! Indien het gaat om nrwt (KAI 141) op deze inscriptie, dan betreft het waarschijnlijk een broer van koning Gaia van Numidië.

Naravas wordt verder in de overleveringen niet meer genoemd. We weten dus ook niet welke rol hij verder in de huurlingenoorlog gespeeld heeft of dat hij wellicht  aan welke zijde dan ook geparticipeerd in de Numidische opstand van 235 v.C.

 

Dochter Hamilcar (& Numidische prins).

Er is enige twijfel, maar toch wordt ze hier vermeld. Ze zou omstreeks 251 v.C geboren kunnen zijn. Mogelijk is ze ook uitgehuwelijkt aan een Numidische prins. Ofwel die prins heet Mazaetullus (Mesotylos?), ofwel de zoon uit dit huwelijk gaat zo heten.

Verder weten we eigenlijk helemaal niets.

 

Zoon Hannibal

        HANNIBAL

        h.nb*l (pun) en bij uitzondering hnb*l (pun), Annibas (gr), (H)annibal of An(n)obal (lat), Anniboni (gen). In het Neopunisch komen de namen voor in de latijnse versie als: Aninibni, Annibal, Hannibal, Hannibalis, Anibas, Annobal,  Annobalis, Anobal en zelfs Annbal.  Soms wordt ook een korte vorm van h.n' gebruikt. Een veel voorkomende naam bij vooral de Puniërs. Het betekent:"in de gunst van Baäl". De naam wordt ook door vrouwen gebruikt! De naam komt niet in het Fenicisch voor. In het Punisch 60 x en in het  Neopunisch 10 x. Zie: Jongeling & Benz. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionnaire Lipinski en tussen {accolades} de nummering In Paulys 1912. Hier is de nummering met Romeinse cijfers weergegeven.

 

Hannibal XIV (6) {8} de Barcid.

De beroemdste Carthager, die in de tweede Romeins‑Carthaagse confrontatie, Rome aan het wankelen bracht, maar net niet slaagde in zijn opzet. Hij is sindsdien  nogal eens geromantiseerd als de "edelste mislukkeling" van de oudheid.  Weliswaar was hij een briljant generaal, die schitterende veldslagen voor zijn  stad vrijwel altijd goedgunstig deed aflopen, maar Rome op de knieën krijgen, dat lukte net niet. Deze Hannibal is de zoon van Hamilcar Barcas. Hij werd vermoedelijk in 247  geboren in Carthago. Wellicht lag zijn afstamming op Malta of Cyrenaïca. Silius Italicus beweert, dat zijn familie afstamt van Elissa en Belos, maar dat is wat al te romantisch gedacht. Barca schijnt een gewone naam te zijn en is misschien toevallig ook een woord voor "bliksem". De naam kan ook terugslaan op het land  van Barca=Cyrenaïca. Hannibal maakt als vijfjarige(?) de strijd om Eryx(?) mee,  beleeft in Carthago de huurlingenopstand en volgt zijn vader naar Spanje. Hannibal's leraar was de Spartaan Sosylus. Hannibal kende Grieks en ook de Griekse leefwijze. Zijn belang voor Carthago is groot geweest. Hij heeft de Romeinse wals nog even opgehouden, maar tot stilstand brengen kon hij niet  meer. Wel heeft hij ingezien, dat de enige kans lag bij het gebruiken van de  inheemse westerse krachten van de landen van de Middellandse zee. Hij zag in,  dat de inheemse kenmerken van de huurlingengroepen gebruikt dienden te worden. De inheemse westerse volken zagen een veldslag als een serie van man‑tot‑man  gevechten. Hij bracht daar verandering in, zodat zijn leger gelijkwaardig werd  aan dat van de Romeinen mede door zijn geniaal veldheerinzicht. Hij ziet verder af van de lans en neemt het zwaard als hoofdwapen voor het offensief. Deze

innovatie ziet G Brizzi als zijn belangrijkste verdienste voor de krijgswetenschap in de oudheid. In plaats van de massieve falanx maakt Hannibal een meer elastisch leger, dat  verdeeld wordt in kleine tactische groepen (speirai). Slechts de bewegingen van  zijn leger waren nog "Grieks". Hannibal heeft moeten beseffen, dat een aanval op het hart van Italië alleen nog tot succes zou kunnen leiden teneinde de  confederatie te breken. Numeriek zou Carthago nooit meer van Rome kunnen  winnen. De afval van de bondgenoten van Rome was noodzakelijk. Eenmaal zover  zou met Rome te onderhandelen zijn. Was dat in de tijd van Pyrrhus ook niet zo gegaan? Toen was Mago gekomen en had Rome bewogen de strijd voort te zetten.

Vandaar het idee van de "Blitzkrieg" en na 1 of 2 beslissende veldslagen zou  "arcem et caput italiae" zijn. Het is alles zeer goed doordacht, maar de senaat van Rome in 216 is een andere dan die van de tijd van Mago! De senaat van Rome vergeeft het Hannibal namelijk niet, dat hij zich aan het hoofd van "barbaren" stelde. Dus vecht de adel (niet het gewone volk!) door en overwint tenslotte. Hannibal's grootste teleurstelling moet het zijn geweest, dat hij na dit voldongen feit geen andere wegen heeft gevonden om toch Rome op de knieën te krijgen. Omstreeks 210 moet Hannibal

beseft hebben, dat de grote zaak verloren was. Het mislukte wanhoopsoffensief van de grotelijks onderschatte broer Hasdrubal in 207 doet de deur dicht. Het terugtrekken op Bruttië lijkt op de achterhoedegevechten van zijn vader op de Eryx. Het is definitief verloren. Hij laat zelfs zijn daden vastleggen op plaquettes in een tempel in Bruttië. Dit was geen ijdelheid, maar het vastleggen  van de vreselijke mislukking. Hij weet op dat moment namelijk de nederlaag al en probeert nog te redden wat er te redden is. Vergeefs probeert hij te Zama nog in een vredesgesprek te komen met Scipio, maar de Romeinen willen de kelk tot het einde door de Carthager leeggedronken hebben. In Zama wordt hij door de Numidische ruiterij verslagen. Zijn lot lijkt bezegeld te zijn. Opmerkelijk genoeg keert hij naar Carthago terug als hervormer, zonder dat de Romeinen hem  opeisen. Dat gebeurt pas in 195, maar hij is al verdwenen naar Syrië. Hij zet gewoon de strijd voort, maar helaas met inferieur materiaal. Op Gortyn vindt hij

tenslotte even een toevluchtsoord, nadat de Romeinen zijn uitlevering vergeefs geëist hebben. Opnieuw moet hij vluchten naar uiteindelijk Bythinië.

Tenslotte achterhalen de Romeinen hem te Libyssa (Gebseh), waar hij zelfmoord pleegt. Hij werd nooit een vriend van de Romeinen. Volgens Dio Cassius zou  Septimus Severus op zijn graf veel later een mausoleum hebben laten oprichten  van wit marmer. Wanneer Marcellus weer meer dan een eeuw later erover bericht,  staan er nog  maar een paar  zuilen. Hannibal Barcas is niet alleen de "edelste mislukkeling", maar nog meer het  prototype van de "grootste misrekening", ondanks een geniale voorbereiding en uitvoering. De eed en eigenlijk gewoon de opdracht, die hij kreeg van zijn vader  kon niet worden uitgevoerd. Hannibal verliest in zijn leven zijn beide strijdende broers. Wellicht was er nog een derde broer. Van zijn vier zussen weten we, dat een de vrouw wordt van Bomilcar, een uitgehuwelijkt wordt aan Navaras, een andere trouwt met Hasdrubal (de  Luisterrijke) en de laatste aan een Numidische  vorst wordt gegeven. De zus, die met Hasdrubal trouwde, stierf al spoedig. Hoe het verder met zijn vrouw Imilce en hun enig (?) kind ging weten we ook niet.  Wellicht was dat dat de befaamde Hamilcar in Gallia Cisalpina. Hannibal is een

imposant figuur geweest, die zelfs hedentendage nog tot de verbeelding spreekt.  Enige Bronnen:  Polybius III, Livius XXI‑XXII,XXVII,XXXIII‑XXXVII, Florus II, Eutropius III, Zonaras VIII, Orosius IV, Frontinus II, Florus I, Appianus Hann.4 e.v., Polyaenus VII.

 

Zoon Hasdrubal.

          HASDRUBAL

*zrb*l (fen‑pun), As(d)rubas, Ozerbalos (gr), (H)asdrubal, Az(z)rubal,  Azdrubal, Azrubalis (lat). Er is een verschil tussen AZRUBAAL en

AZORBAAL/OZERBAAL, maar qua betekenis komt het neer op hetzelfde.  Betekenis: Baal is een hulp, Baal helpt, hulp van Baal, Baal help!

De naam Hasdrubal komt bij de Puniërs veelvuldig voor.

          Fenicisch   6x

          Punisch   720x

          Neopunisch 13x

          ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

          Totaal    749x

Als *zrtb*l (IZRATIBAAL) komt de naam in Fenicisch nog 2x voor (Baal is mijn hulp). Zie: Krahmalkov, blz 365.

Zie:F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionnaire Lipinski. Tussen  {accolades} staat de nummering van Paulys encyclopedie 1912. In Romeinse cijfers mijn volgorde alhier.

 

          Hasdrubal XVI (5) {7}

Zoon van Hamilcar Barcas en broer van Hannibal & Mago. Hij volgt in 218 Hannibal Barcas op als bevelhebber over Spanje (Polybios III 33,6 +

Livius XXI 22,1‑4). Hij ijlt zijn verslagen onderbevelhebber Hanno te hulp in Noord‑Spanje en behaalt een overwinning (Polybios III 76,8‑12 +

Livius XXI 61,2‑3). In 217 valt hij samen met Hamilcar (vloot!) opnieuw   noord‑Spanje aan. De vloot wordt verslagen, Hasdrubal weet wel over de

Ebro te komen, maar moet omkeren vanwege een Iberische opstand, waarbij  hij 19.000 man verliest! (Polybius III 95,1‑96,6 + Livius XXII 19,1‑

20,2/21,1‑8). In 217 heeft hij ook te maken met nieuwe problemen:verraad  van Abilux en Bostar (Polybios III 97,1‑99,9 + Livius XXII 22,1‑2). In

216 krijgt hij versterking:4000 man voetvolk en 1000 ruiters (Livius XXII 26,2). Daarmee worden de Tartessiërs bedwongen. Hij weigert dan

naar Italië te gaan, omdat anders Spanje verloren zal gaan. Dan komt  Himilco met versterkingen en pas dan gaat hij op weg. De Scipio│s vangen

hem echter op en hij wordt verslagen aan de Ebro (Livius XXIII 27,9‑ 28,6/29,1‑11). In 215 komt Mago aan met versterkingen (12.000 man

voetvolk en 1500 ruiters. Opnieuw wordt hij echter bij Intibili en  Illiturgi in de buurt van de Ebro overwonnen (Livius XXIII 49,5‑14). In 214 overwint in de lente Hasdrubal eerst nog opstandige stammen (Livius XXIV 41,1), maar daarna is Hasdrubal in Afrika aanwezig om een opstand van Syphax te bezweren (Livius XXIV 48,2 + Appianos Iber.16). In 213  verliezen Mago en Hasdrubal, zoon van Gersakon, veel terrein in Spanje.  In 212/211 is Hasdrubal weer in Spanje met zijn leger te Amtorgis en in een dubbelslag worden de broers Scipio volledig met hun leger vernietigd  (Livius XXV 32‑36).  In 210 wordt Spanje weer goeddeels door de Carthagers heroverd tot aan de Ebro en gaat te Sagunto in winterkwartier (Livius XXVI 17,20).  In 210 weet  Nero Hasdrubal tussen de steden Illiturgi en Mentissa in te sluiten, maar door een list weet hij weer te ontsnappen In de herfst van 210 belegert Hasdrubal nog een stad van de Carpetanen.  In 209 gaat Carthago‑Nova verloren. In 208 ontvangt  Hasdrubal weer versterkingen en weet bij Baecula de doortocht af te dwingen naar het noorden (Polybios X 38 over het jaar 208 + Livius XXVII 18 over het jaar 209). Nog in hetzelfde jaar 208 overschrijdt hij de  Pyreneëen (Appianos Iber.28). In 207 gaat hij de Alpen over, belegert  Placentia en gaat na een maand in de richting van de Metaurus, waar hij en een groot deel van zijn leger het einde vinden tegen twee consulaire legers. De slag aan de Metaurus vindt waarschijnlijk plaats op 24 juni  207 in de buurt van Fanum Fortunae [Liv.XXVII,Zonar.IX,Polyb.XI,Ovid VI en Appian.Hann.]  Waarschijnlijk werd deze Hasdrubal in 243 geboren en  hij sneuvelde in 207. Hij werd dus ca.36 jaar oud. Zie voorts:  "Hasdrubal,een vergeten man in de schaduw van zijn broer", H van Diessen, Apeldoorn‑1986.

 

De zoon Mago.

MAGO.

De zoon van Hamilcar Barcas.De jongste telg van het leeuwenbroed.

De naam MAGO.

Mgn (ug/fen/pun), Maganu (akk), Magon(os) (gr), Mago / Magonus (lat).  De naam komt een enkele keer voor als de verkorte vorm van Magonbaal.

De naam wordt nog al eens verkeerd gespeld (gmn, mgl, mgm, mgnn). betekent=schild (magen), maar in de naamgeving van personen: gift. overgave,  geschenk. Frequentie: 3x Fenicisch, 444x Punisch, 4x Neopunisch.  Zie: F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,  Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.

 

Het leven van Mago.

Dit verhaal wordt enigszins gelardeerd met passages uit de PUNICA van Silius Italicus. Weliswaar betreft het een gedicht van een eeuw later en heeft historisch gezien geen grote betekenis, maar de grote lijn van de geschiedenis houdt Silius Italicus wel vast. In de details gaat hij fantaseren, maar soms zijn zijn details ook verrassend nauwkeurig. In ieder geval is qua sfeertekening sommige passage over Mago wel degelijk op zijn plaats. Zie de cursieve alinea’s.

Broer van Hannibal en Hasdrubal en zoon van Hamilcar Barcas. Hij is de jongste van de drie broers.

Hier worden wat andere leeftijden voor Hasdrubal en Mago gebruikt dan bij het aparte artikel over Mago. We weten het ook niet exact!

241 0   Hannibal = 5-6 jaar. Hasdrubal = 2-3 jaar. Mago = 0-1 jaar.

Geboren bij het begin van de huurlingenopstand te Carthago of op het landgoed van Hamilcar.

240 1   Hannibal = 6-7 jaar. Hasdrubal = 3-4 jaar. Mago = 1-2 jaar.
239 2   Hannibal = 7-8 jaar. Hasdrubal = 4-5 jaar. Mago = 2-3 jaar.
238       3  Hannibal = 8-9 jaar. Hasdrubal = 5-6 jaar. Mago = 3-4 jaar.
237       4   Hannibal = 9-10 jaar. Hasdrubal = 6-7 jaar. Mago = 4-5 jaar.

Hannibal is dan al 9-10 jaar en zeker aanwezig in Spanje, want dat melden de klassieke schijvers: hij ging met zijn vader mee.. Hasdrubal is 6-7 jaar oud, maar wellicht bevindt hij zich nog in Carthago samen met zijn moeder en kleuter Mago.

Diodoros: De Carthagers geraken slaags met de “Iberiërs en de Tartessiërs”. Deze worden onersteund door de Keltiberiër Istolatios. De coalitie wordt echter vernietigend door het leger van Hamilcar verslagen. Istolatios en zijn broer en onderbevelhebber sneuvelen. De 3000 gevangenen worden in het leger van Hamilcar ingelijfd.

236       5  Hannibal = 10-11 jaar. Hasdrubal = 7-8 jaar. Mago = 5-6 jaar.

Een verdere strijd vond plaats met Indortes, die kon beschikken over een leger van 50,000 man. Ze werden goeddeels op de vlucht gejaagd en 10.000 man werden krijgsgevangen gemaakt. Na betaling van een losgeld konden die naar huis gaan. Indortes wordt blind gemaakt, gefolterd en gekruisigd. Deze bestraffing maakt het waarschijnlijk, dat Indortes dan ook een afvallige is. Hierna erkennen veel Spaanse stammen de suprematie van Hamilcar.

235       6  Hannibal = 11-12 jaar. Hasdrubal = 8-9 jaar. Mago = 6-7 jaar.

Nu Hamilcar in Spanje strijdt, denken de Numidiërs in opstand te kunnen komen. Schoonzoon Hasdrubal wordt in deze jaren snel door Hamilcar naar Afrika gestuurd en hij kan de revolte neerslaan. Er sneuvelen 8000 Numidiërs en 2000 worden er gevangen genomen. Diodoros vermeldt, dat de betrokken Numidische stammen een xware boete krijgen opgelegd.

234       7  Hannibal = 12-13 jaar. Hasdrubal = 9-10 jaar. Mago = 7-8 jaar.

Hannibal is nu 13-14 jaar oud en maakt het krijgsbedrijf aan den lijve mee in Zuid-Spanje. Wellicht zijn Hasdrubal (6-7 jaar) en Mago (4-5 jaar) met hun oom Hasdrubal de Schone mee teruggereisd naar Spanje en verkeren zij nu ook in Spanje.

233       8  Hannibal = 13-14 jaar. Hasdrubal = 10-11 jaar. Mago = 8-9 jaar.

In deze jaren vestigt Hamilcar een nieuw militair steunpunt te Leuke Akra nabij het huidige Alicante. Dit kan het latere Lucentum, of de heuvel van Santa Barbara of in het centrum van Alicante zelf geweest zijn. Zie foto:Tossal de Manisses.

232  9  Hannibal = 14-15 jaar. Hasdrubal = 11-12 jaar. Mago = 9-10 jaar.

Welke rol speelt Illeta de Banyets in deze tijd? Is het een puur Iberische nederzetting, of is het ook een steunpunt voor Hamilcar. Het ligt even ten noordoosten van Alicante.

231       10  Hannibal = 15-16 jaar. Hasdrubal = 12-13 jaar. Mago = 10-11 jaar.

In het jaar 231/230 krijgt Hamilcar bezoek van een Romeins gezantschap volgens Cassius Dio. De Romeinen worden enigszins nerveus van de groeiende macht van Hamilcar, maar die verzekert hen, dat zijn acties de belangen van de Romeinen niet schaden. Integendeel, die zijn juist nodig om de oorlogschatting te kunnen betalen. Juist in dit jaar valt ook de laatste termijn van de reparatiebetalingen. In ieder geval neemt het Romeins gezantschap genoegen met de uitleg van Hamilcar.

230  11  Hannibal = 16-17 jaar. Hasdrubal = 13-14 jaar. Mago = 11-12 jaar.

De restanten van de Ibero-punische huizen in La Alcudia de Elche. dit Helike?
 
Merkwaardig is de mogelijke gedenksteen, die midden in een straat staat.
 
In diverse publicaties wordt dit wijkje als Puno-Iberisch aangeduid. In de handleiding van het museum is “Puno” verdwenen!
12  Hannibal = 17-18 jaar. Hasdrubal = 14-15 jaar. Mago = 12-13 jaar.


In de winter van 229/228 sneuvelt Hamilcar. De lezingen over dit gebeuren divergeren. Diodoros: de koning van de Orissiërs lokt hem bij de belegering van Helike in de val. Zijn zonen (welke?) kunnen maar net ontsnappen. Waarschijnlijk zijn dit Hannibal en Hasdrubal geweest.

Appianos: Hamilcar sneuvelt in een geregelde veldslag. De opvolging is geen probleem. Hannibal is met zijn 17-18 jaren is nog net even te jong. Hasdrubal de Schone komt spoedig over uit Afrika? om het opperbevel op zich te nemen. Deze Hasdrubal was misschien nog steeds in Afrika bezig, ofwel hij is opnieuw terug gegaan.

228       13  Hannibal = 18-19 jaar. Hasdrubal = 15-16 jaar. Mago = 13-14 jaar.

Hasdrubal de Schone gaat onmiddellijk wraak nemen. Hij verzamelt een leger van 50.000 man voetvolk, 6000 ruiters en 200 olifanten. Kennelijk hebben twaalf stammen deel genomen aan de opstand en zij worden samen met de koning van de Orissiërs allen verslagen. Hun hoofdsteden krijgen een bezettingsmacht en de stammen krijgen een fors tribuut opgelegd.

227       14  Hannibal = 19-20 jaar. Hasdrubal = 16-17 jaar. Mago = 14-15 jaar.

Nadat Hasdrubal de Schone zijn tanden heeft laten zien, gooit hij het vanaf nu over de diplomatieke kant, Dat heeft een groot succes. Zijn “koninkrijk” breidt zich uit over geheel Zuid-Spanje. Hij treedt in het huwelijk met de dochter van een “koning van de Iberiërs”. Hasdrubal wordt benoemd tot gevolmachtigde veldheer over de Iberische stammen. Er verschijnen nu ook munten met zijn afbeelding. Ook verlegt hij de hoofdstad naar het oude Mastia: Carthago-nova. Waarschijnlijk heeft dit vooral te maken met de zeer gunstige haven en de gemakkelijk te verdedigen stad op het schiereiland.

226       15  Hannibal = 20-21 jaar. Hasdrubal = 17-18 jaar. Mago = 14-15 jaar.

Hoe verder de macht van Hasdrubal de Schone naar het noorden oprukt, des te meer komt hij in de belangensfeer van Massalia. Die maken hun bondgenoot Rome attent op deze ontwikkeling en prompt komt er in de winter van 226-225 een Romeins gezantschap polshoogte nemen. Rome staat namelijk voor een confrontatie met de Kelten en dus is er Rome alles aan gelegen, dat Hasdrubal de Schone zich rustig houdt. In feite krijgt Hasdrubal de Schone de vrije hand in alle gebieden ten zuiden van de Ebro.

225  16  Hannibal = 21-22 jaar. Hasdrubal = 18-19 jaar. Mago = 16-17 jaar.

In feite kennen we van niemand van de drie broers met zekerheid een afbeelding. Een borstbeeld, dat stamt uit Capua, wordt wel voor dat van Hannibal gehouden, maar het is geenszins zeker. Dan zijn er uit deze periode nog munten uit Spanje, maar daarop wordt Melqart, Hamilcar en/of Hasdrubal de Schone afgebeeld.

224  17  Hannibal = 22-23 jaar. Hasdrubal = 19-20 jaar. Mago = 17-18 jaar.

Volgens Appianos komt Hannibal in de herfst van 224 weer terug in Spanje en wijst een benoeming tot “onderbevelhebber” af. Hannibal is dus mogelijk een tijdlang  in Afrika geweest. We weten niet, of zijn broers hem op deze reis hebben vergezeld.

223  18 Hannibal = 23-24 jaar. Hasdrubal = 20-21 jaar. Mago = 18-19 jaar. 
222  19 Hannibal = 24-25 jaar. Hasdrubal = 21-22 jaar. Mago = 19-20 jaar.

Het is bekend, dat Hannibal de dochter van de koning van Castulo gehuwd heeft. Haar naam: Imilce. Hierin zit overigs het Fenicische woord MLK. De kans, dat ook Hasdrubal en Mago dergelijke huwelijken hebben afgesloten, is vrij groot. Het past allemaal in de Barcidische politiek om van Spanje de uitvalsbasis tegen Rome te maken.

221       20 Hannibal = 25-26 jaar. Hasdrubal = 22-23 jaar. Mago = 20-21 jaar.

In de herfst van dit jaar wordt Hasdrubal de Schone door een Keltische slaaf vermoord. Dit zou in zijn paleis, of op de jacht gebeurd zijn. Het motief is wraak, want Hasdrubal de Schone zou de heer van deze slaaf ter dood veroordeeld hebben. Het leger in Spanje kiest Hannibal als de opvolger van Hasdrubal de Schone. De heren in Carthago staan voor een voldongen feit. Ze kunnen deze benoeming niet terugdraaien, maar ze kunnen wel zijn aanhangers in Carthago het lastig maken. Sommigen van hen worden aangeklaagd, omdat zij gelden achter gehouden zouden hebben. We weten niet hoe Hannibal dit opgelost heeft.

Wel is zeker, dat Hannibal tegen de Olcaden in actie komt. Het is mogelijk, dat zijn broers hem daarbij al hebben geassisteerd. Ze zijn immers dan 20 tot 22 jaar. Hannibal verovert de hoofdstad Althaia en de strijd is snel voorbij. De stammen, die hem bijgestaan hebben worden beloond. De Olcaden worden extra bestraft.

220  21 Hannibal = 26-27 jaar. Hasdrubal = 23-24 jaar. Mago = 21-22 jaar.

In dit jaar onderneemt Hannibal een lange tocht naar het noorden en verslaat de Vaccaeiers. Hij neemt de stad Helmantike in. Op de terugweg wordt hij echter geconfronteerd met de Carpetanen en Olcaden. Samen met de gevluchte Vaccaeiers waren er dat 100.000! Aan de Taag wordt deze enorme macht echter door het leger van Hannibal verslagen. Daardoor breidt zijn machtsgebied zich nu ver naar het noorden uit. Ondertussen heeft Saguntum het aan de stok gekregen met zijn buren: de Torboleten. Saguntum annexeert delen van het grondgebied van de Torboleten. Dat kan Hannibal niet over zijn kant laten gaan. Hij verschijnt bij de Torboleten en zegt toe orde op zaken te stellen. Daarop sturen de Saguntijnen een gezantschap naar Rome. In de herfst van dit jaar 220 verschijnen dan P.Valerius Flaccus en Q.Baebius Tamphilus in Carthago-nova om Hannibal te waarschuwen Saguntum niet aan te vallen. Hannibal zegt, dat de houding van de Romeinen in 221 (?) afkeuringswaardig was en dat de Romeinen hem in Spanje niets kunnen voorschrijven. Waarschijnlijk is het zo, dat de Romeinen in 221 de Saguntijnen hebben opgestookt om de Torboleten aan te vallen! Hierna stuurt Hannibal een boodschapper naar Carthago met het verzoek om een aanwijzing hoe verder te handelen. Het Romeins gezantschap gaat ook naar Carthago om de zaak Saguntum aanhangig te maken. Met uitzondering van Hanno wijst de Carthaagse senaat echter de eis van het Romeins gezantschap af. De Saguntijnen hebben het conflict laten ontstaan en niet Hannibal.

219  22 Hannibal = 27-28 jaar. Hasdrubal = 24-25 jaar. Mago = 22-23 jaar.

Saguntum komt meer en meer in beeld. Het is een belangrijke stad, die in meerderheid anti-Carthaags ingesteld is. Saguntum en Massalia daarentegen hebben wel goede betrekkingen. De vorming van Iberisch front tegen de Carthagers behoort niet tot de mogelijkheden. Men moest zich dus wel tot Rome wenden om ondersteuning. In de lente van het jaar 219 verschijnt Hannibal dan voor de muren van Saguntum, nadat hij rugdekking van de regering in Carthago heeft gekregen. Hannibal geraakt gewond, maar niet ernstig. Hij draagt ook even het bevel over aan Maharbal, de zoon van Himilco. Dat is opmerkelijk: niet Hasdrubal, zijn jongere broer krijgt die taak. Achteraf is het toch niet zo verwonderlijk, want later zal blijken, dat Hasdrubal meer een organisator en regeerder dan een vechtersbaas was. Hannibal verschijnt onverwachts in het binnenland om een mogelijke opstand de kop in te drukken. Als hij weer terugkeert bij Saguntum doen Alco en Alcorus nog een bemiddelingspoging. Wellicht maakt Hannibal daar ook gebruik van voor een laatste beslissende aanval nog in de late herfst van dit jaar. Het buitgemaakte geld, zilver en goud gaat in de oorlogskas. Het leger krijgt rust gedurende de winter van 219-218.Bij de opsomming van de strijdkrachten komt bij Silius Italicus ook Mago in beeld: III 240=>Áls eersten in de rangen stonden de soldeniers van Tyrisch Carthago. Zij waren kortbenig en de glorie van een verheven gestalte was hen ontzegd; maar zij waren bereid om te bedriegen en waren nooit langzaam in het leggen van geheime vallen voor de vijand. Zij droegen toen een eenvoudig schild en vochten met een kort zwaard; zij gingen blootvoets en het was ook niet hun gewoonte om een gordel te dragen; hun kleding was rood en zij verstonden de kunst om daarmee het bloed, dat gevloeid was in de slag, te camoufleren. Hun leider was MAGO, de broer van Hannibal en zijn verschijning in purpuren kledij oversteeg hen allen, als hij in zijn strijdwagen langs reed en genoegen schepte in het ratelende geluid en hij was net zo stoutmoedig als zijn broer in de strijd.

218  23 Hannibal = 28-29 jaar. Hasdrubal = 25-26 jaar. Mago = 23-24 jaar.

Voor het eerst komt Mago werkelijk in beeld. Hij gaat met Hannibal mee over de Alpen in 218. De andere broer Hasdrubal blijft in Spanje om het Barcidische “koninkrijk” in stand te houden. Aan het begin van dit jaar is er een oorlogsgezantschap van Rome in Carthago verschenen met de eis om Hannibal uit te leveren. Dat wordt natuurlijk afgewezen en de oorlogsituatie is een feit.

Na een bedevaart naar Melqart van Gadir vertrekt Hannibal in april met 90.000 man voetvolk en 12.000 ruiters vanuit Carthago-nova naar het noorden. In mei overschrijdt hij de Ebro. De pacificatie van Catalonië is echter niet gemakkelijk. Hannibal stuurt troepen terug, waarvan hij denkt, dat ze niet loyaal genoeg zijn. Hanno blijft achter als stadhouder met 11.000 man. In juli worden dan pas de Pyreneën overschreden met 50.000 man voetvolk en 9000 ruiters. Er volgt te Illiberri en Ruscino een overleg met de daar woonachtige stammen en Hannibal kan zonder moeilijkheden zijn weg vervolgen. In augustus wordt de Rhône bereikt. Na de omtrekkende beweging door Hanno, zoon van Bomilcar, kan de overtocht bij de Volcer worden afgedwongen. De Romeinen zijn in Massalia geland. Ondanks een heftig ruitergevecht toch net te laat om hem te onderscheppen. Dan volgt de eigenlijke tocht over de Alpen. Er zijn enorme verliezen. Na de verovering van Taurinorum volgt de eerste grote confrontatie met de Romeinen in het gebied van de Ticino. Hier vermeldt Silius Italicus ook Mago in een korte passage: IV 310: Toen nu Mago zag, dat de rangen van de Galliërs zich hadden gekeerd en dat hun eerste poging mislukt was en dat zij niet tot een tweede in staat waren, beval hij zijn eigen mensen en de ruiterij van het land om de strijd aan te gaan. Van alle kanten kwamen zij aangereden………..

De Romeinse ruiterij wordt verslagen. Hannibal rukt op naar de rivier de Trebia. Hier komt het tot een grote veldslag.Voor zover we weten, geeft Hannibal aan zijn jongste broer hier een eerste grote taak: Hij wordt de commandant van de hinderlaag‑groep in de slag aan de Trebia (Livius XXI 54). Deze groep moet hij zelf uitkiezen. Hij kiest 100 man voetvolk en 100 ruiters en die moeten ieder nog negen van hun beste strijdmakkers aanwijzen. Mago verstopt zich aldus met 1000 man voetvolk en 1000 ruiters in de bossen langs de oever van de Trebia. Waarschijnlijk is dit de rio Colomba of de rio Gerosa, die parallel aan de rio Trebbia stromen. Hij laat het Romeinse leger passeren, dat op weg is naar het slagveld en valt dat tijdens de veldslag van achteren aan. Silius Italicus verwoord het zo onder IV 560:

Maar toen Mago en de onstuimige Maharbal, ieder van hun eigen positie, hen op hetzelfde moment zagen, toen, als twee hongerige beren, kwamen zij van hun tegenover elkaar gelegen heuvels en vielen over de stieren, die door hun twee antagonisten tot schrikken waren gebracht en hun woede zal hen niet verleiden om de buit te delen – zelfs de dappere Allius werd overmand door speren van zijn vijanden.

Uiteindelijk wordt het Romeinse leger goeddeels hier verslagen en gaat men in winterkwartier.

217  24  Hannibal = 29-30 jaar. Hasdrubal = 26-27 jaar. Mago = 24-25 jaar.

In de Apenijnen vormt Mago in 217 met de ruiterij de achterhoede van het leger (Livius XXII 2). om te voorkomen, dat ze te langzaam gaan, of dat ze gaan deserteren. Dan volgt de hinderlaag-veldslag aan het Trasimeense meer. We weten niet welke rol Mago hier heeft

gespeeld, maar Hannibal zou de volgende aanwijzing gegeven kunnen hebben, als het verhaal van Silius Italicus (IV820) op waarheid berust:

Jij Mago moet bivakkeren op de top van de tegenoverliggende berg, terwijl Choapses dichterbij moet blijven en de heuvels ter linkerzijde moet benaderen; en laat Sychaeus zijn mannen door het bos leiden naar de engte en zijn toegang. Ikzelf zal snel rond het Trasimeense meer rijden met een vliegende macht en slachtoffers voor de oorlog zoeken als een offer voor de goden.Tijdens de strijd (V 285):Isalcas stond dichtbij; hij kwam uit Cynips en hij hanteerde een glanzende bijl en verwierf glorie onder de ogen van Mago, zijn (voorgenomen) schoonvader; want hij was trots op zijn toekomstige bruid en hij was gevleid door de ijdele belofte dat, als de oorlog met Rome voorbij was, zij zouden gaan trouwen.


Indien dit waar is, dan zou Mago dus getrouwd zijn en een dochter hebben. Op 21-22 jarige leeftijd kun je gemakkelijk getrouwd zijn, maar een dochter in de huwbare leeftijd is wat moeilijk!Het is zeer de vraag, of Appius, Isalcas en Choapses historische figuren zijn. Ze worden nergens anders genoemd in deze betekenis.Appius verslaat volgens Silius Italicus Isalcas (V 300):Mago, die niet ver daar vandaan vocht, kermde, toen hij zag, dat zijn schoonzoon sneuvelde en de tranen druppelden langs de binnenkant van zijn helm.

In strijd met Appius (V 320):

Mago ontwoordde niet, maar hief woest zijn speer, het prachtige geschenk, dat zijn broer hem had gegeven; want aan de voet van de muren van Saguntum had Hannibal het genomen van Durius, die hij had overwonnen en neergeslagen en hij had de speer gegeven aan zijn broer om te dragen op het slagveld, dit glorieuze aandenken van een beroemde strijd.

Mago is gewond geraakt?! (V 345):

Ondertussen kwam Hannibal haastig naderbij en keek kwaad naar de wond bij zijn broer. Verward door het zien van het bloed, bleef hij Mago en zijn metgezellen vragen, of de wond in het lichaam was en of de speer zijn finale doel met al zijn gewicht bereikt had. Toen hij het betere nieuws hoorde, dan wat hij eigelijk verwachtte te horen en dat het gevaar voor sterven ver weg was, bedekte hij Mago met zijn eigen schild en bracht hem terstond weg van het slagveld en legde hem neer in het legerkamp, veilig voor de storm van de strijd. Vervolgens haastte hij zich om de hulp in te roepen van de kunde en de geneeskunst van de oude Synhalus.

Mago spreekt (V 356):

Maar Mago, die de dood en de beroving van zijn vijand (Appius) overdacht, troostte zijn broer met zijn woorden en maakte van de tegenslag aldus een glorierijk gebeuren: “Vrees niets, broer” zei hij. “Je kunt geen ander geneesmiddel voor mijn lijden aandragen – dan dat Appius neergeslagen is en naar de onderwereld is gezonden door mijn speer. Zelfs al zou ik mijn leven verliezen, ik heb enoeg gedaan en ik zal dan blij mijn vijand naar de schaduwen volgen.”

Mago herstelt (V 530):

Terwijl de veldslag verder ging op deze manier met wisselend geluk en dergelijke beelden van afgrijzen, hadden Hannibal en Mago het legerkamp al weer verlaten en zetten hun troepen aan tot een snelle achtervolging om Romeinen te vellen, omdat ze graag het tijdverlies wilden goed maken door veel bloedvergieten.

Na de veldslag (V 665):

De doden lagen verspreid in het water, in de bossen en in de vallei, waar hij bloed ruim stroomde, toen Hannibal met zijn broer naar het midden van de slachting reed. “Zie je deze wonden, deze doden?” zei hij tegen Mago: “Elke hand houdt een zwaard vast en de krijger ligt in zijn harnas en is nog bereid tot de strijd. Laat onze soldaten ernaar kijken en laat hen zien hoe deze mannen stierven!….”

Na de complete overwinning volgt er wel een belangrijke stafbespreking, waaraan naast Hannibal natuurlijk ook Mago en de “vrienden” deelnamen (Polybios). Hoe moest de oorlog verder gevoerd worden? Door naar Rome of door naar het zuiden? Het wordt uiteindelijk bijkomen aan de Adriatische zee, maar ondertussen wordt door Maharbal met de ruiterij nog de Romeinse ruiterij van C.Centenius uitgeschakeld. Nadat het leger aan de Adriatische kust nieuwe krachten heeft opgedaan volgt een tocht door het binnenland van Italië. Pas bij Aecae komt er weer een Romeins leger in zicht, maar dat weigert te vechten. De bevelhebber Fabius kiest voor de lange adem. Het offensief van Hannibal zal een keer doodbloeden! Vervolgens valt Hannibal het Falernische gebied binnen in Noord-Campanië. In de vlakte durft Fabius hem niet aan te vallen, maar hij wacht in de bergen op hem als Hannibal op zijn schreden terugkeert. Via de ossentruc kan Hannibal zich uit een netelige situatie bevrijden. Gerunium wordt ingericht als winterkwartier. Maar eerst is er nog een nieuwe Romeinse bevelhebber Rufus, die wel denkt van Hannibal te winnen. Hij wordt net op tijd door Fabius gered.

216  25  Hannibal = 30-31 jaar. Hasdrubal = 27-28 jaar. Mago = 25-26 jaar.

Tot juli van dit jaar schijnt er niet veel gebeurd te zijn. Hannibal heeft zich met zijn leger teruggetrokken op de plaats Cannae en wordt omzichtig uiteindelijk door 8 legioenen daarnaartoe gevolgd.

In de slag bij Cannae (216) vinden we Mago terug in het centrum bij Hannibal  (Livius XXII 46).

Het heeft er alle schijn van, dat hij op deze positie inmiddels de tweede man achter Hannibal is.

De linkervleugel staat onder bevel van een Hasdrubal en de rechtervleugel wordt gecommandeerd door Hanno en/of Maharbal. Na de schijnbaar alles beslissende overwinning trekt Hannibal met het leger niet rechtstreeks naar Rome, maar gaat langs Canusium naar Compsa, welke stad door Statius Trebius wordt overgegeven.

Slius Italicus plaatst bij Cannae Mago in de rol van Maharbal (X 378):

Hannibal verborg de goddelijke waarschuwing (om niet naar Rome te gaan) en onderdrukte zijn angsten en hij gaf als excuus de wonden en de zorgen van zijn soldaten na hun onstuimig conflict en hij sprak over te veel zelfvertrouwen als gevolg van het succes. Toen protesteerde Mago, zo zeer teleurgesteld, alsof hij het bevel had gekregen om om te keren en weg te gaan van de muren van Rome: “Dus onze geweldige inspanning heeft niet Rome verslagen, zoals Rome zelf al dacht, maar we hebben alleen maar Varro verslagen. Welk lot doet jou het overvloedige geschenk van Mars weggooien en laat jij je land wachten? Laat mij voortuit snellen met de ruiterij en ik zwwer bij mijn hoofd de muren van de stad zullen voor jou zijn en de poorten zullen zonder strijd open vliegen.

In Compsa splitst Hannibal zijn leger. Mago krijgt de opdracht om de naburige steden te bezetten. Mago dient de ondersteuning van de Osker, Lukaniërs en Bruttiërs te verkrijgen. Daarnaast moeten ook de Griekse steden overgehaald worden de kant van Hannibal te kiezen. Hannibal gaat zelf in de richting van Neapolis. Die aanslag lukt niet, maar Capua gaat wel om. Het lukt Mago wel om de inheemse stammen aan zijn zijde te krijgen, maar met de Griekse steden ligt het wat anders. Slechts Locri kan uiteindelijk als haven worden benut.

Vervolgens stuurt Hannibal zijn broer Mago naar Carthago om de benodigde gelden en manschappen beschikbaar te krijgen.

Silius Italicus laat deze opdracht in Capua plaats vinden (XI 374):

Hij vroeg de trotse Mago terug te gaan naar de torens van Carthago en rapporteer aan de senaat van de successen van hun generaal. Hij kreeg buit mee en ook uitgekozen gevangenen en zaken, die van de doden waren afgenomen in deze bloedige oorlog als dankoffers aan de goden voor het succes in de veldslag.

Nog in dit jaar duikt Mago inderdaad op in Carthago.

Silius Italicus schildert zijn thuiskomst als volgt (XI 481):Ondertussen brachten rustige winden Mago naar het Libysche land. Zijn schip, versierd met lauwerkransen, voer de gewenste haven binnen en de lonkerende buit op haar hoge boeg, schitterde al van ver over het water. Daarbij kwam het geschreeuw van de zeelieden, die al van ver op de open zee hoorbaar was, vulde nu ook de kust met haar geluid; en toen de roeiers allen tegelijk de roeispanen scherp voor hun borst brachten, toen schuimde de zee onder het neerkomen van de honderd spanen….

In de senaat doet Mago verslag van de gebeurtenissen (Livius XXIII 11).  Hierbij laat hij uit een korf honderden ringen van Romeinse gevallen ridders op de vloer uitspreiden. Of het bericht van het verslag objectief is, valt te betwijfelen, maar het is wel pakkend. Hanno is de opposant van de Barciden en hij vraagt bijtend welke Romeinse of Latijnse stad nu werkelijk naar Hannibal is overgelopen?

Het relaas van Silius Italicus (XI 498):

Zo kwam Mago terug in Carthago en ging de poorten binnen en die leiden naar de plaats waar hij verslag diende uit te brengen. De senaat kwam haastig bij elkaar en het senaatsgebouw was volgepakt met een grote menigte. Mago bad tot de goden op de manier van zijn heren en sprak: “Ik breng nieuws van een grote overwinning: de kracht, waarop Italië vertrouwde, is aan het wankelen gebracht; en ik speelde daarbij geen kleine rol. De goden waren goed gezind in de strijd …..”

Silius Italicus (XI 530):

“ ………Als we nog een keer zo’n dag beleven, dan zal Carthago de alleenheerser over alle naties zijn en geëerd worden door de hele wereld.Als bewijs van de slachting ziehier dan deze aandenkens, die de Romeinen van hoge komaf gewoon zijn te dragen aan hun linkerhand.” Tegelijkertijd gooide hij voor hun verbaasde ogen glinsterende ringen van goud; en de waarheid van zijn woorden werd bekrachtigd door de flinke berg aan ringen.

Mago krijgt niettemin 1000 talenten zilver, 4000 Numidische ruiters en 40 olifanten losgepeuterd, ondanks de oppositie van deze Romeinse senator Hanno, zoals hij door Himilco wordt genoemd (Liv.XXIII 12,7). Verder is er een bericht, dat Carthalo en Mago naar Spanje moeten afreizen om daar 20.000 man en 4000 ruiters aan te werven. Is dit Mago, de broer van Hannibal, of een andere Mago?Eind 216 hebben we in ieder geval wel de uitzonderlijke situatie, dat de drie broers Barcas op drie fronten bezig zijn. Hasdrubal probeert Spanje te behouden, maar verliest bij de Ebro een door hem geprobeerde omsingelingsslag. Hannibal is in Italië in het offensief en Mago bewerkt het thuisfront.

215  26  Hannibal = 31-32 jaar. Hasdrubal = 28-29 jaar. Mago = 26-27 jaar.

In dit jaar tracht Hannibal de oorlog ook op diplomatiek gebied te winnen door het bondgenootschap met Macedonië. Carthago geeft Mago 12000 man voetvolk, 1500 ruiters en 20 olifanten, waarmee hij de        strijd in Spanje moet voortzetten. Deze strijdkrachten waren echter oorspronkelijk bedoeld voor Italië, maar omdat de zaken in Spanje zo belabberd gingen (?) werden de plannen veranderd (Liv.XXIII 32,5-6). Na aankomst in Spanje wordt een belegering van Iliturgi op touw gezet. De Romeinen schieten deze stad te hulp. De Scipio’s komen met 16.000 man. De Carthaagse bevelhebbers zijn Hasdrubal, Mago en Hannibal, de zoon van Bomilcar en zij zouden 60.000 man aan troepen onder zich hebben gehad. Desondanks winnen de Romeinen hier. Even later horen we van een beleg van Intibili door de Carthagers en ook hier schieten de Romeinen de stad te hulp en winnen opnieuw. De berichtgeving van Livius is wat dit betreft overdreven, of het is een doublette Aan het eind van jaar zien we de Romeinse frontlijn gewoon weer bij de Ebro liggen. De exacte gang van zaken is niet meer goed te achterhalen.

214  27  Hannibal = 32-33 jaar. Hasdrubal = 29-30 jaar. Mago =  27-28 jaar.

In 214 verslaan Mago en Hasdrubal diverse opstandige Spaanse stammen (Livius XXIV 41). In Spanje verschijnt een nieuwe bevelhebber: Hasdrubal, zoon van Gisgo. Het offensief van de Romeinen reikt tot aan Castrum Album en de Mons Victoriae. Kastalon wordt de Romeinen ingenomen. Hasdrubal, zoon van Gisgo, probeert vergeefs Iliturgi en Bigerra te veroveren. Via Livius horen we over strijd bij Aurinx en Munda. De Romeinen schijnen in het voordeel te zijn. Dat heeft ook te maken met het feit, dat Hasdrubal, zoon van Hamilcar, met een deel van de troepen moest oversteken naar Afrika om Syphax te beteugelen. Bij al deze berichten horen we niet, dat Mago het oppercommando heeft. Hij blijft op het tweede plan. Op een onbekend gebleven plaats strijden weliswaar door Mago aangeworven Kelten, maar onder wie en met welke uitslag blijft in het ongewisse.

213  28  Hannibal = 33-34 jaar. Hasdrubal = 30-31 jaar. Mago = 28-29 jaar.

Wat er precies in 213 met Mago gebeurde is moeilijk traceerbaar, maar wellicht ging ook hij  (net als zijn broer Hasdrubal) terug naar Noord‑Afrika om aldaar te helpen in de Numidische burgeroorlog. In Italië begint Hannibal langzaam terrein te verliezen. Op Sicilië is de strijd om Syracuse volop aan de gang. In Griekenland vinden voortdurend schermutselingen plaats, maar een echte overwinning boekt Philippos eigenlijk nooit op de Romeinen. In de loop van 213 v.C verslaan uiteindelijk de gecombineerde troepen van Carthagers en Numidiërs in een grote veldslag die van Syphax. Daarbij zouden volgens Livius maar liefst 30.000 man omgekomen zijn. Ook dit cijfer moet overdreven zijn.Syphax vlucht naar de Mauretanen (Marusiërs) en geeft niet op. Hij verzamelt nieuwe krachten om zich heen en tracht naar Keltiberië over te steken. Het is Massinissa van Massylië, die dit plan verijdeld.

212  29  Hannibal = 34-35 jaar. Hasdrubal = 31-32 jaar. Mago = 29-30 jaar.

Van het jaar 212 v C weten we ten aanzien van Hasdrubal merkwaardig weinig. Was hij nog steeds in de Numidische kwestie verwikkeld, of was hij al weer terug in Carthago‑nova? Wellicht heeft hij een deel van dat jaar nog nodig gehad om het gebied van Syphax te pacificeren en valt in deze tijd ook de episode, waarbij Massinissa het aan Syphax belet om naar Iberië over te steken. Vergeet niet, dat de vanaf Tingis tot Carthago de Noord‑Afrikaanse kust meer dan 1000 km lang is. Dus daar is een behoorlijke tijd voor nodig om dat in de greep te krijgen. De rest van het jaar 212 v.C. zou hij dan benut kunnen hebben om zijn pas opgebouwde leger naar Iberië te transporteren.

Waarschijnlijk probeert ondertussen Mago in Spanje defensieve posities in te nemen.

Op het krijgstoneel in Keltiberië blijkt er in 212 v.C.sprake van een status quo. Livius (XXV,32): "In Spanje was intussen al twee jaar niets noemenswaard gebeurd." Alleen Sagunto schijnt in Romeinse handen over gegaan te zijn. En dat had behoorlijk veel propagandistische waarde.

De enige opmerkelijke gebeurtenis in 212 v.C., die redelijkerwijze als vaststaand kan worden beschouwd, is dus de inname van Saguntum (of wat er van over was) door de Romeinen. De Edetanen woonden aan de oevers van de rio Turia. De Torboleten woonden meer in het binnenland. De Ilercavones woonden noordelijk van Saguntum en de Contestani hadden hun woonplaatsen ten zuiden van de rio Jucar. De Ilercavones waren in 212 v.C al onder Romeinse 'bescherming'. De rio Jucar moet de scheidingslijn gevormd hebben tussen enerzijds de Bastenani/Contestani en anderzijds de Edetani/Ilercavones. Bij de opmars van de Romeinen in dit jaar wordt mogelijk Almenara verwoest en worden de Edetanen onderworpen. De Torboleten worden verslagen. De Edetanen moeten er niet echt rouwig om geweest zijn, want hun vooraanstaanden werden tijdens het beleg van Saguntum nog door Hannibal gegijzeld.

* Zie: La deuxième guerre punique dans l'est ibérique à travers les données archéologiques, P.Guérin, H.Bonet, C.Mata.

211  30  Hannibal = 35-36 jaar. Hasdrubal = 32-33 jaar. Mago = 30-31 jaar.

In 211 v C is Hasdrubal in ieder geval weer terug op zijn eigenlijke operatiebasis, maar waarschijnlijk al in de winter van 212/211 v.C.**  Er worden weer drie afzonderlijke legers samengesteld onder leiding van Mago, Hasdrubal, zoon van  Gisgo en Hasdrubal, zoon van Hamilcar. Mago heeft nu zeker zijn eigen leger onder zich gekregen, maar opereert nog in nauwe samenwerking met Hasdrubal, zoon van Gisgo.

De Scipio's hebben inmiddels 20.000 Kelten(!) in hun legers opgenomen. Zij zijn vast van plan een beslissing in Keltiberië te forceren. Het feit, dat het volgens de overlevering Kelten zijn en geen Keltiberiërs of Iberiërs kan een verdere betekenis hebben. Het zou wel eens zo kunnen zijn, dat zij alleen Kelten van benoorden de Ebro, of zelfs de Pyreneën in hun rangen opnamen en dat zij dus geen voldoende aanhang bezuiden de Ebro vonden. Overigens heeft Livius het onder XXIV,48 toch weer over Keltiberiërs. Gnaeus en Publius schijnen een strijdplan opgesteld te hebben, dat gebaseerd is op de lokatie van de legers van de Carthagers.

Hasdrubal, zoon van Hamilcar ligt met een leger bij Antorgis, het dichtst bij de frontlinie der Romeinen. Mago en Hasdrubal Gisgo hebben een gezamenlijk legerkamp op 5 dagmarsen afstand van Hasdrubal, zoon van Hamilcar. Helaas is de ligging van Antorgis niet exact bekend, maar uit het verloop van de komende strijd blijkt, dat dat waarschijnlijk vrij zuidwaarts geweest moet zijn. Het plan van de Romeinen zou nu zijn geweest om beide legerkampen aan te vallen, zodat een beslissing valt. Mochten zij zich alleen tot Hasdrubal, zoon van Hamilcar richten en zijn leger vernietigen, dan zouden de legers van Mago en Hasdrubal Gisgo zeker voorlopig een verdere strijd uit de weg gaan. Dat willen de Scipio's voorkomen. Daarom gaat Cn.Scipio met 1/3 deel van het Romeinse leger naar de positie van Hasdrubal, zoon van Hamilcar en P.C.Scipio gaat met 2/3 deel van het leger naar het kamp van de andere twee Carthaagse generaals. Gnaeus en Publius gaan mogelijk eerst samen in de richting van Hasdrubal (Barcas), waarna de opsplitsing volgt. Bij dit plan kunnen vraagtekens geplaatst worden. Ten eerste versnipperen de Scipio's zo hun krachten. Ten tweede moeten ze tamelijk ver van elkaar opereren. Ten derde is er sprake van een verrassing bij de Romeinen over de aanwezigheid en sterkte van de Carthaagse strijdkrachten.

*      : Hier wordt als jaar van de dubbelslag 211 v.C. aangehouden.     

Andere auteurs reppen over het jaar 212 of 210 v.C. als het jaar van de dubbelslag. Hier wordt dus het jaar 211 v.C. o.a. aangehouden op basis van de in de overlevering, waarin gerept wordt over:"Octavo anno, postquam in Hispaniam verrerat."

**     : Th.Mommsen houdt het ook op het jaar 211 v.C.                    

Mogelijk is de echte gang van zaken geweest, dat Gnaeus Scipio zich met zijn leger toch te ver voorwaarts heeft gewaagd, omsloten dreigde te worden en dat Publius Scipio hem nog heeft trachten te ontzetten, maar daarin niet slaagde. Het verhaal, dat ieder van de Scipio's een Carthaags leger wilde aanvallen teneinde de beslissing te forceren is dan een mistverhaal om hun tactische blunder te verhullen. De gecompliceerde veldslag wordt in verschillende fasen uitgevochten.

Hasdrubal, zoon van Hamilcar is met een goedgevulde buidel geld uit Carthago teruggekomen en dat zal in de aanstaande strijd de doorslag geven. Wat ook een belangrijke rol zal spelen is, dat de vele Keltiberische stammen een paar jaar kennis hebben opgedaan met de zogenaamde "bevrijding" door de Romeinen. De strijd begint met een ontmoeting tussen de leger van Cn.Scipio en Hasdrubal, de zoon van Hamilcar.

Uit de voorafgaande paragrafen moge vrij aannemelijk zijn geworden, dat in het jaar 212 v.C. de Romeinen de bovenloop van de Baetis (Castulo/Aurinx) hadden bereikt. De Romeinen hebben een opmars via het binnenland gevolgd en het is zeer wel mogelijk, dat zij in het jaar 211 v.C. eindelijk doorgebroken zijn tot wellicht Osuna, Urso ofwel Munda een stuk nog zuidwestelijker in de Baetis vallei. Hier zou Gnaeus Scipio dicht met zijn leger bij dat van Hasdrubal, zoon van Hamilcar, gelegen zijn. Aan de andere kant zijn er berichten, dat Publius Scipio in de buurt van Kastalon opereert en dat is wel ca.500km van zijn broer verwijderd! Dat is wel erg ver van elkaar verwijderd. Anderzijds is er sprake van een achtervolging van 29 dagen, waarbij pas de legers van de drie Carthaagse generaals verenigd werden voor de laatste aanval en dat zou de verre verwijdering tussen de broers Scipio weer kunnen verklaren. Hier wordt uitgegaan van een diepe penetratie van Gnaeus Scipio in vijandelijk gebied in de Baetis vallei, waarbij hij verrast werd door de sterkte van de plotseling opduikende Hasdrubal, zoon van Hamilcar. De legers van Mago en Hasdrubal, zoon van Gisgo lagen op 5 dagmarsen en moeten dus hoogstens in de buurt van de Siërra Morena dan wel de Saltus Castulonensis gelegen hebben. Publius Scipio opereert vanuit Kastalon in de richting van de Saltus Castulonensis, maar moet al snel omkeren!

Hasdrubal, zoon van Hamilcar, ziet. dat een belangrijk deel van het Romeinse leger bestaat uit door Cn.Scipio aangeworven Kelten en Keltiberiërs. Hij laat daarom Keltiberische spionnen uit zijn eigen leger contact met hem te leggen. Deze weten hun landgenoten om te praten en/of om te kopen. De Keltiberiërs verlaten massaal de rangen in het leger van C.Scipio. Ze gaan ofwel naar huis, ofwel ze nemen dienst in het leger van Hasdrubal, zoon van Hamilcar. Als de helft van de Keltiberiërs mogelijk dienst nam, dan had Hasdrubal in de komende lange achtervolging de beschikking over wellicht 25.000 man.

*      : Liv.XXV 32

Cn.Scipio ziet inderdaad in, dat hij nu veruit de zwakkere partij is geworden en aanvaardt de terugtocht. Het moet zijn doel zijn geweest om zich zo snel mogelijk met Publius Scipio te verenigen. Hasdrubal, zoon van Hamilcar achtervolgt hem op korte afstand. Gnaeus tracht via de heuvels en bergen te ontkomen, want in de vlakte zou hij geen partij meer geweest zijn voor Hasdrubal. Dat hij via de heuvels en bergen opereert, betekent, dat hij veel meer tijd nodig heeft om in oostelijke richting dichterbij Publius te komen.

Tegelijkertijd komt het tot een confrontatie tussen het leger van P.Scipio en de ruiterij van Massinissa. Dit zou in de buurt van Kastalon gebeurd moeten zijn. Op een gegeven moment schijnt Publius door de ruiters van Massinissa zelfs in zijn legerkamp te zijn opgesloten.

*      : Liv. XXV 33.

Achter Massinissa rukken de legers van Mago en Hasdrubal Gisgo op. Aan de achterzijde van P.Scipio doemt voor de Romeinen een nieuw gevaar op. Daar verschijnt plotseling uit het niets Andobales met 7500 Suessetanen. Hun woonplaats zou benoorden de Ebro zijn.*

Het leger van P.Scipio dreigt bekneld te raken. Hij laat daarom in een versterkt legerkamp Ti.Fonteius achter met de tros van het leger en gaat in de nacht zelf met de hoofdmacht in de richting van Andobales om eerst deze vijand uit te schakelen. Wat zich dan gaat afspelen, is meer een gevecht van marscolonnes dan van slaglinies (Livius XXV,34).

*      : Liv.XXV 34.

Het begin van de veldslag verloopt voor P.Scipio natuurlijk niet slecht, want het legertje van Andobales is veel kleiner. Hij wordt echter al snel in de flanken aangetast door de ruiters van Massinissa. Niet veel later komt ook de gehele legermacht van Hasdrubal, zoon van Gisgo en Mago ten tonele en omsingelen het leger van P.Scipio volledig. Er zijn er weinig, die in de donkerte van de nacht kunnen ontsnappen. Na hun grote overwinning haasten Mago en Hasdrubal, zoon van Gisgo zich zo snel mogelijk naar Hasdrubal, zoon van Hamilcar. Die achtervolgt nog steeds Cn.Scipio. Deze achtervolging zou maar liefst 29 dagen geduurd hebben. Cn.Scipio tracht veiliger grond benoorden de Ebro te bereiken. Bij iedere afgelegde mijl stijgen de verliezen. Het moet een marteltocht geworden zijn. Dan is het eindelijk zover, dat Cn.Scipio's leger volledig omsingeld wordt door de drie Carthaagse legers, aangevuld met de strijdkrachten van Massinissa (en Andobales?). Er is geen ontkomen meer aan. Een deel van het Romeinse leger weet nog wel te vluchten naar een kale* heuvel, waarbij in de haast nog een verschansing opgetrokken wordt van de bagage en de zadels. Dit zou misschien de heuvel van Ilorci (Lorca) aan de rio Luchena of de heuvel Lorgui (nabij Murcia) aan de rio Segura (Tader) geweest kunnen zijn. Het doet aan generaal Custer denken in de strijd tegen de Indianen! Deze lokatie is nog erg zuidelijk en dicht in de buurt van Carthago‑nova. Op zijn weg terug naar het noorden op weg naar Publius Scipio moet Gnaeus Scipio aan de bovenloop van de Guadalquivir en Segura zich gerealiseerd hebben (dan wel bericht hebben gekregen van de nederlaag van Publius), dat hij in de val dreigde te komen tussen het leger van Hasdrubal, zoon van Hamilcar enerzijds en de legers van Mago, Hasdrubal, zoon van Gisgo, Andobales en Massinissa anderzijds. Om dat te voorkomen boog hij af in ZO richting om met een boog langs Carthago‑nova hieraan te ontkomen, waarbij hij en‑passant ook nog eens Carthago‑nova bedreigde en zo mogelijk voor verwarring kon zorgen bij zijn achtervolgers. Wellicht heeft Gnaeus Scipio zijn leger in de kuststreek van Mastias Tarseion in veiligheid willen brengen bij een van de in oorsprong Griekse plaatsen als Hemeroskopeion of Alonis. Dit was nog de enige ontsnappingskans, want tussen hem en de Ebro stonden de drie Carthaagse legers, Andobales en Massinissa's ruiters. Het ontsnappingsplan faalde. Een aantal Romeinen probeert zich te redden in het legerkamp, dat door de troepen van Ti.Fonteius bewaakt wordt. Dat legerkamp valt na verloop van tijd natuurlijk ook in handen van de Keltiberiërs en Carthaagse troepen. Slechts enkele resten van de twee legioenen onder de leiding van L.Marcius Septimus weten zich benoorden de Ebro in veiligheid te brengen.**

*      : In die tijd moet het grootste deel van het Iberisch schiereiland nog tamelijk bebost zijn geweest. De meeste kans op het voorkomen van kale heuvels is gelegen in het zuidoosten van Spanje!

**     : Liv.XXV 35‑39.

Juist in dit jaar is ons de verwoesting bekend van een plaats in het gebied van de Edetanen nabij het latere Valencia, namelijk Puntal dels Llops.*

Welke samenhang ligt hier met de strijd tussen de vier broers en hun legers? Is het een strafexpeditie van een van de Carthaagse legers geweest bij de pacificatie van het gebied bezuiden de Ebro?

Lokaties van de veldslagen en de achtervolgingen zijn niet betrouwbaar genoeg bekend, alhoewel het begin gevoeglijk bij Antorgis gedacht moet worden, maar ook die exacte lokatie is niet bekend. Over exacte verliezen en sterkte van beide legers zijn we ook slechts karig ge³nformeerd. In 214 v C waren in Keltiberië twee legioenen aanwezig. Iedere Scipio moet dus minstens 1 legioen bij zich hebben gehad. Samen met de troepen van de Italische bondgenoten moeten de Romeinen naar alle waarschijnlijkheid ca.20.000 man aan troepen ter beschikking hebben gehad bij hun opmars naar het zuiden. Daarbij kwamen dan ook nog de 20.000 ingehuurde Keltiberiërs.

De sterkte van de drie Carthaagse legers kan mogelijk op ieder 10‑15.000 man gesteld worden. omdat ze in totaliteit minstens gelijkwaardig waren aan die van de Romeinen.

Hasdrubal, zoon van Hamilcar, bereikt in deze grote gewonnen dubbelslag samen met zijn medeaanvoerders het militaire hoogtepunt van zijn loopbaan. Dat bereikt hij niet direct door militair vermogen op het slagveld, maar door op de juiste momenten genoeg troepen te organiseren en om te kopen ßn door die troepen op de juiste plaats bij elkaar te brengen. Hierdoor ontstond een zodanige overmacht over de Romeinse troepen, dat een overwinning welhaast niet kon uitblijven. Dat zagen de Scipio's (te laat) en deden verder het enig mogelijke: vlucht naar veiliger oorden. Die oorden bereikten zij niet meer. Het organisatie‑ en diplomatiek vermogen van Hasdrubal, zoon van Hamilcar droeg bij tot deze complete militaire overwinning van de Carthaagse zaak in het jaar 211 v C.

Wanneer Hasdrubal dan over het slagveld uitkijkt weet hij, dat Keltiberië voor het grootste deel weer veiliggesteld is. Hij moet ook geweten hebben, dat hiermee de oorlog in Keltiberië nog lang niet gewonnen was. Het gebied boven de Ebro was nog steeds in Romeinse handen. Het was dus zaak om die uitvalsbasis uit te schakelen. Datgene, wat in 219/218 v C niet gelukte, moest nu toch wel geklaard kunnen worden.

*      : Zie: La deuxième guerre punique dans l'est ibérique à travers les données archéologiques, P.Guérin, H.Bonnet, C.Mata.

Niet al te lang na de euforie‑veroorzakende overwinning verschijnen de Carthaagse legers aan de Ebro. Zeven jaren geleden moesten ze al deze lijn voor de eerste maal opgeven na de verloren zeeslag aan de Ebromonding. Ze zijn weer terug. Een opmerkelijk succes voor de taai volhoudende Hasdrubal, die tot nu toe zijn defensieve taak toch heeft kunnen waarmaken. De Romeinse overlevering maakt gewag van diverse heldendaden door Marcius Septimus. Zo zou hij een oversteek van de Carthagers in dit stadium over de Ebro verhinderd hebben met zijn schamele overgebleven troepen, waarbij Mago teruggeslagen zou zijn.*

De Romeinen hergroeperen zich en wanneer Gaius Claudius Nero vanuit Puteoli met een aanzienlijke strijdmacht is aangekomen (ca.10.000 man uit het net gevallen Capua!), konden de Romeinen het front aan de Ebro verder houden. Nero brengt 6000 Latijnen, 3000 Romeinen en 800 ruiters van de bondgenoten. Toch hadden de Carthaagse generaals juist tegen het einde van het jaar 211 v C wat meer kunnen bereiken. Volgens Polybius zou er deze jaren onenigheid tussen de Carthaagse veldheren bestaan hebben, waardoor het uitnutten van de overwinning zeer werd belemmerd. **

Het moet echter waarschijnlijker worden geacht, dat men nogal wat tijd kwijt geweest is met het pacificeren van het gebied bezuiden de Ebro en dat gaf de Romeinen weer net genoeg tijd om zich te herstellen.***

Qua tijd en plaats geeft de overlevering helaas weer ruimte voor meerdere interpretaties. Qua tijd is het mogelijk, dat Nero al in de herfst van 211 v.C. te Tarraco aankomt, maar of hij snel daarna al over kan gaan tot een offensief kan betwijfeld worden en mogelijk gebeurt dat pas in de lente van het jaar 210 v.C. Qua plaats is er sprake van een hinderlaag op Hasdrubal, zoon van Hamilcar. Volgens de ene versie is dat gebeurd in een Pyreneëndal, volgens een andere versie in een dal van de Siera Morena.****

Voor de eerste versie spreekt de aanwezigheid van Hasdrubal bij Lapides Atri in het gebied van de Ausetani. Voor de tweede versie spreekt het door Nero kennelijk ontketende offensief. Waarschijnlijk is de gang van zaken zo geweest, dat tegen het eind van het jaar 211 v.C Nero zich zo sterk voelde, dat hij tot een nieuw Romeins offensief besloot. Zij veroveren opnieuw de kuststrook tot aan ongeveer Dianion en Nero weet misschien zelfs even de Baetisvallei te bereiken. De Carthaagse generaals zijn nog druk bezig om het binnenland te pacificeren met wellicht gedecimeerde troepen, omdat hun ingehuurde Keltiberiërs huis en haard hadden opgezocht na de gewonnen strijd..

*      : Liv.XXV 37‑39.

**     : Polyb.IX 11,1‑4 + X 7,3.

***: Liv.XXVI 17,20.

****:Zie DE ZWARTE STENEN, H.R.van Diessen, Apeldoorn, 1999.

210   31  Hannibal = 36-37 jaar. Hasdrubal = 33-34 jaar. Mago = 31-32 jaar

Dit offensief van Nero moet schielijk worden afgebroken, wanneer Hasdrubal, zoon van Hamilcar weer genoeg troepen op de juiste plaatsen weet te dirigeren. Helemaal aan het eind van het jaar 211 v.C., maar waarschijnlijk pas in het begin van het jaar 210 v.C. komt Hasdrubal zijn bondgenoten ten noorden van de Ebro te hulp, terwijl Mago en Hasdrubal, zoon van Gisgo hun taken bezuiden de Ebro hebben.

De oorlog in Keltiberië lijkt op een gegeven moment op een beslissend keerpunt ten gunste van de Romeinen te zijn, wanneer Nero Hasdrubal, zoon van Hamilcar, bij Lapides Atri (gebied van de Ausetanen) aanvalt en hem in een val lokt. Hasdrubal, zoon van Hamilcar, zit opgesloten in een bergdal en kan geen kant meer uit. Opnieuw bewijst Hasdrubal, dat hij militair gezien niet groots opereert, maar gelukkig heeft hij andere kwaliteiten, die hij nu gaat benutten. Hij begint over zijn capitulatie te onderhandelen en sleept de gesprekken daarover voort. Ondertussen laat hij zijn leger in kleine groepjes over bergpaadjes zich in veiligheid brengen. Zelden was Hasdrubal in een neteliger situatie. Nero trapt werkelijk in de truc en wordt prompt naar Italië teruggeroepen. De senaat van Rome besluit tot een nog grotere krachtsinspanning en stuurt in het jaar 210 v.C. meer versterkingen onder Publius Cornelius Scipio, de zoon van de gevallen Publius Scipio. Deze P.C.Scipio vertrekt vanuit Ostia met 30 penteren, 10.000 man voetvolk en 100 ruiters en komt in Emporion aan.*

De Carthaagse generaals hadden hun winterkwartieren op drie verschillende plaatsen. Hasdrubal Gisgo bij Gadir, Mago te Kastalon (dat kennelijk weer is teruggewonnen!) en Hasdrubal, zoon van Hamilcar, te Saguntum (ook weer terug in het Carthaagse kamp!!).

Het jaar 210 v C is verder weer een vrijwel blank jaar voor onze kennis betreffende Mago & Hasdrubal,zonen van Hamilcar, en Keltiberië. Vrijwel niets is bekend, behalve een beleg van een stad der Carpetani in het midden van Keltiberië en dat de Carthagers druk bezig waren om op een niet zo verstandige wijze geheel Keltiberië terug te veroveren, wat Polybius daar ook mee bedoeld mag hebben.**

Carthago schijnt weer druk bezig te zijn met de Numidische kwestie en mogelijk, dat opnieuw de strijdkrachten te Keltiberië daarbij ingeschakeld zijn. Zo bevinden zich 5000 Numidiërs onder leiding van Massinissa te Carthago. Syphax schijnt in dit jaar opnieuw de wapens opgenomen te hebben.

Verder horen Romeinen, die plundertochten op Afrika ondernamen geruchten, dat Hasdrubal Barcas zich prepareerde op de tocht naar Italië. ***

*      : Polyb.X 7,5.

**     : Polyb.IX 36.

***    : Liv.XXVII 5,7.

In de winter van 211/210 ligt Mago in  winterkwartier in de Castilliaanse wouden en een jaar later ligt zijn hoofdkwartier meer in de buurt van Gadir.

209   32  Hannibal = 37-38 jaar. Hasdrubal = 34-35 jaar. Mago = 32-33 jaar

P.Scipio is met een sterke strijdmacht in Catalonië geland en weet in dit jaar de hoofdstad van de Barciden te verrassen.  De commandant van de stad heet Mago, maar hij is niet Mago, de zoon van Barcas. Mago verkeert in de buurt van Castulo met zijn legermacht. In ieder geval gaat Carthago-nova verloren en wordt een steunpunt van de Romeinen. De impact op de Iberische stammen is enorm. Niettemin keert P.Scipio tegen het eind van deze zomer toch terug naar Tarraco. In Carthago-nova blijft wel een bezettingsmacht achter. Wat de Carthaagse generaals dit jaar ondernomen hebben, blijft een raadsel. We horen van geen enkele actie tegen P.Scipio. Werkte het verlies van Carthago-nova zo verlammend?

208  33 Hannibal = 38-39 jaar. Hasdrubal = 35-36 jaar. Mago = 33-34 jaar.

Dit is het jaar van de slag bij Baecula. Hasdrubal heeft een goede positie ingenomen op een heuvel en wacht de versterking af van Mago en Hasdrubal, zoon van Gisgo. Daarop wacht P.Scipio niet en valt aan. Hasdrubal, zoon van Barcas, vecht zich een weg door de Romeinse linies naar het noorden op weg naar nog een tocht over de Alpen. Er volgt nog een overleg op hoog niveau te Toletum(?), waaraan ook Mago deelneemt. Hasdrubal, zoon van Barcas, verdwijnt naar Aquintanië om te overwinteren. In 208 verschijnt Mago ook nog op de Balearen  om troepen te werven.  Kennelijk verliezen de Keltiberiërs zo langzamerhand het vertrouwen in een goede Carthaagse afloop en moet het soldatenvolk elders gezocht worden. Hij heeft zijn leger overgedragen aan Hasdrubal, de zoon van Gisgo, en die trekt zich terug op Lusitanië om zijn leger niet verder in gevaar te brengen. Massinissa moet met zijn 3000 ruiters de Baetis vallei onder de duim houden.

207  34 Hannibal = 39-40 jaar. Hasdrubal = 36-37 jaar. Mago = 34-35 jaar.

In 207 voegt Mago zijn strijdkrachten samen met die van Hanno, maar zij worden door Silanus met zijn 10.000 man voetvolk en 500 ruiters verrast en verslagen. Met een paar duizend man kan Mago in 9 dagen een geordende terugtocht organiseren naar de Baetica, of beter gezegd naar de Gaditaanse provincie, waar Hasdrubal Gisgo zich ophoudt. Hanno met zijn nog niet goed geoefende en georganiseerde troepen geraakt echter in gevangenschap. P.Scipio rukt nu ook op tegen de troepen van Hasdrubal, zoon van Gisgo, maar die legt zijn troepen achter de veilige muren van de staden in Zuid-Spanje en gaat zelf naar Gadir. Inmiddels wordt broer Hasdrubal aan de Metaurus verslagen en wordt zijn hoofd in het legerkamp van Hannibal gegooid. Bij Silius Italicus is Mago zo langzamerhand al helemaal in de vergetelheid geraakt, maar hij laat hem nu al uit Spanje wegvluchten (XVI 23):Ook Mago, beroofd van zijn legerkamp en gedreven door angst, zeilde snel over de zee naar Libya.

206  35 Hannibal = 40-41 jaar. Mago = 35-36 jaar.

In dit jaar hebben Hasdrubal, zoon van Gisgo, en Mago in het westelijk deel van Iberië toch weer 50.000 man voetvolk en 4500 ruiters bij elkaar gekregen. Dan komt de fatale slag bij Ilipa, waarbij Mago de strijd opent met een ongelukkig uitgevallen ruitergevecht. P.Scipio met zijn 45.000 man voetvolk en 300 ruiters overwint uiteindelijk door de betere taktiek en discipline van zijn troepen. De Spaanse troepen lopen daarna over en de restanten van dit grootse leger kunnen het vege lijf alleen nog redden door een vlucht langs de rechteroever van de Baetis naar de zee. Slechts 6000 man bereiken een noodkamp. Vandaar gaat hij terug naar Gadir.

In de Baetis worden nog een paar oude rekeningen vereffend. Illurgeia en Kastax worden uitgemoord. Ostippo maakt zijn eigen brandstapel, waardoor voor de Romeinen hier geen enkele buit te behalen viel.

Gadir gaat met Scipio onderhandelen, Mago dempt deze revolte. De rebellen worden naar Carthago gestuurd onder begeleiding van Adherbal. Een aanslag op het  verloren gegane Nieuw‑Carthago mislukt (Livius XXVIII 36). Bij thuiskomst blijkt Gadir zijn poorten voor hem gesloten te houden. Hij krijgt nog een paar overlopers in handen en die worden onmiddellijk gekruisigd.

De Illergeten komen nog een keer in opstand. Er breekt nog een muiterij uit onder het leger van Scipio, maar dat haalt allemaal niet veel meer uit. Zelfs Mago gaat de moed opgeven, maar dan komt de aanwijzing van Carthago om met zijn vloot naar Italië over te steken.

Massinissa heeft inmiddels stilletjes van kamp gewisseld.

Mago gaat eerst naar Ebusos, vervolgens naar Mallorca, maar op dat laatste eiland wordt hij niet vriendelijk ontvangen. Dan gaat het door naar Menorca, waar hij in winterkwartier gaat.

205  36  Hannibal = 41-42 jaar. Mago = 36-37 jaar.

In 205/204 volgt de laatste acte. Via de Balearen verdwijnt Mago met 25 schepen, 6000 man voetvolk,

800 ruiters en 7 olifanten naar Genua. Andere berichten hebben het over 12.000 man voetvolk, 2000 ruiters, 30 oorlogsschepen en een transportvloot. Deze overtocht was op zich al een geigantische nautische prestatie. Mago trekt zich in eerste instantie terug op Savona. Er blijven 10 oorlogsschepen achter, maar de rest van de vloot gaat terug naar Carthago. Dan spreidt Mago zijn bewegingen uit over de Po vlakte tot in het gebied van de Insubriërs.

204  34  Hannibal = 42-43 jaar. Mago = 34-35 jaar.

In Liguria wordt succesvol guerilla gevoerd, maar in Gallia in het gebied van de Insubriërs verliest hij een veldslag ternauwernood van Cethegus en Varus met hun vier legioenen.

203  35 Hannibal = 43-44 jaar. Mago = 35-36? jaar.

In 203 roept Carthago alle strijdkrachten terug. De Carthagers vinden hem in het gebied van Ingaunische Liguriërs. Hij is in de veldslag gewond geraakt, maar hij scheept zich toch in naar huis. Het is niet waarschijnlijk, dat Mago Carthago nog levend heeft bereikt. (Appianos Lib.49‑54‑59, Livius XXX 19,5).Even zuidelijk van Sardinië in het zicht van de thuishaven blaast hij zijn laatste adem uit.

 

SLOT.

====

Mago, de zoon van Barcas, wordt in de klassieke overlevering eigenlijk maar mondjesmaat vermeld. Enige diepgang over zijn karakter en/of zijn verdiensten is nauwelijks aanwezig. Dit zien we wel bij zijn broers Hannibal en Hasdrubal naar voren komen.

=> Mago opereert meestal op het tweede plan: onder Hannibal, of onder Hasdrubal (Barcas/Gisgo). Slechts op het eind van de oorlog is er voor hem een hoofdrol weggelegd, maar dan is het strijdtoneel weer van de tweede garnituur.

=> Mago vormt wel de link tussen de broers Hannibal (in Italië) en Hasdrubal (in Spanje). Hij vormt ook de verbinding tussen het echte front en het thuisfront. Hij is de boodschapper.

=> Was Hannibal de geniale veldheer, Hasdrubal de organisator, Mago is de vechtersbaas. Mago is iemand voor een valstrik. Hij staat op de gevaarlijkste plaatsen. Bij Cannae staat hij bressen te dichten. In Gallia Cisalpina in zijn laatste veldslag strijdt hij in de voorste linies.

 

Zoon Hanno en/of Gisco.Beiden zijn zeer onzeker.

        HANNO

h.n' (pun), (h)annon (gr), (h)anno (lat).  Betekenis: de godheid is gunstig gezind. Frequentie: Punisch 119x Neopunisch 14x F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,  Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionaire Lipinski. Tussen {accolades} de  nummering bij Paulys encyclopedie 1912.In Romeinse cijfers de volgorde alhier.

 

        GERSAKON

grskn (pun), giskon / geskon (gr), gisgo (lat)  Betekenis: klant van / devoot aan Sakon Gersakon komt vrijwel uitsluitend in het Punisch voor (170x) en een enkele keer in Neopunisch.F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome,  Biblical Institute Press, 1972.  Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen. Tussen haakjes de nummering in de Dictionnaire Lipinski. In Romeinse cijfers de volgorde alhier.

 

Kleinzoon Hanno.

        HANNO

h.n' (pun), (h)annon (gr), (h)anno (lat). Betekenis: de godheid is gunstig gezind. Frequentie: Punisch 119x Neopunisch 14x

F.L.Benz in: Personal Names in the Phoenician and Punic Inscriptions, Rome, Biblical Institute Press, 1972. Zie: K.Jongeling, Names in Neo‑Punic Inscriptions, 1984, R.U.Groningen.Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionaire Lipinski. Tussen {accolades} de nummering bij Paulys encyclopedie 1912.  In Romeinse cijfers de volgorde alhier.

 

        Hanno XXVI (21) {16}

Zoon van de suffeet Bomilcar (3) (Polybios III 42,6) en tevens een neef van Hannibal (6) Zie Appianos Hann.20. Misschien is hij de zoon van de schoonmoeder van Oezalcms en Mazaetullus. Deze Hanno maakt de tocht van Hannibal mee vanuit

Spanje en krijgt meestal zelfstandige commando's toe bedeeld. Hij forceert o.a. de overgang bij de Rhône voor het leger van Hannibal, de zoon van Hamilcar  Barcas (Polybios 42,5‑43,10, Livius XXI 27,2‑28,3, Zonaras VIII 23,3 409c‑d). Bij

Cannae heeft hij het commando over een van de vleugels (Polybios III 114,7).  Livius heeft het echter over Maharbal en Hasdrubal, terwijl Appianis Mago noemt. Later heeft hij het commando in Lucanië en Bruttië. Hij belegert Petelia

(verwisseling of samen met Himilco?), maar wordt in 215 door Tib.Sempr.Longus bij Grumentum verslagen. Met aangekomen versterkingen rukt hij op naar Nola  (Livius XXIII 43,5‑6). In Bruttië verovert hij Locroi en Crotone (Livius XXIV

1,1‑2). In 214 wordt zijn leger van 17.000 Bruttiërs en Lucaniërs, alsmede 2000 Afrikaanse ruiters bij Beneventum verslagen door Tib.Sempr.Gracchus (Livius XXIV 14‑16 + Zonaras IX 4,424b), maar in 213  wordt Tib.Pomponius Veientanus door Hanno verslagen en gevangen genomen (Livius XXV 1,2‑4). Verder belegert hij de burcht van Tarentum (Appianos Hann.33) en probeert Capua te provianderen. Te  Beneventum wordt in zijn afwezigheid zijn leger met de voorraden overvallen (Livius XXV 13‑14). Even later verovert hij in 212 samen met Mago de Samniet Thurioi (Livius XXV 15,7‑17). De komende paar jaar is het moeilijk om zijn bewegingen verder te volgen, maar in 207 vinden we hem in Metapontum. Hierna wordt hij misschien naar Carthago terug gestuurd. Wellicht duikt hij dan nog in Spanje op (Hanno 25+26), maar dat is hoogst onzeker. Na het écheque van Hasdrubal en Syphax in 203, wordt hij misschien nog tot bevelhebber gekozen en  samen met Hamilcar doet hij met de vloot (Hanno 28) een aanval op Castra Cornelia. Hierna wordt hij niet meer genoemd. Het kan ook goed zijn, dat hij in 207 of 206 al gesneuveld is in Zuid‑Italië. [Polyb.III,Liv.XXI t/m XXVII, Zonar.VIII, Appian. Hann.33+34, Appian.Lib.24+29+30].

 

Kleinzoon Hannibal?

        HANNIBAL

h.nb*l (pun) en bij uitzondering hnb*l (pun), Annibas (gr), (H)annibal of An(n)obal (lat), Anniboni (gen). In het Neopunisch komen de namen voor in de

latijnse versie als: Aninibni, Annibal, Hannibal, Hannibalis, Anibas, Annobal, Annobalis, Anobal en zelfs Annbal. Soms wordt ook een korte vorm van h.n' gebruikt. Een veel voorkomende naam bij vooral de Puniërs. Het betekent:"in de gunst van Baäl". De naam wordt ook door vrouwen gebruikt!

De naam komt niet in het Fenicisch voor. In het Punisch 60 x en in het  Neopunisch 10 x. Zie: Jongeling & Benz. Tussen (haakjes) de nummering in de Dictionnaire Lipinski en tussen {accolades} de nummering In Paulys 1912. Hier is de nummering met Romeinse cijfers weergegeven.

 

        Hannibal XVII (7) {10}

Zoon van Bomilkar. Hij is een van de commandanten van het Carthaagse leger in Spanje bij de belegeringen van Intibili en Iliturgi in 215 v.C. Zie: Livius XXXIII 49,5.Volgens Livius worden de Carthagers rampzalig verslagen bij beide steden, maar dat moet zwaar overdreven zijn. Wellicht sneuvels deze Hannibal in de gevechten, want hierna horen we niets meer van hem. Dit is niet Iliturgi of Intibili. Deze plaatsen lagen veel oostelijker en noordelijker. Carmona is wel een van de belangrijkste steunpunten voor het Carthaagse leger in deze tijd.

 ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten