zaterdag 21 juni 2014

A4

Adarmilk:          Fen: ’drmlk (=de koning is machtig). Een koning van Byblos. Hij wordt genoemd

op munten, die vermoedelijk uitgegeven werden in het midden van de 4e eeuw v.C. Zie: BMC Phoenicia, blz LXI-LXVIII, 94-96.+ M.Dunand, Fouilles de Byblos 1, Paris 1939 (blz 407-409) + Peckham, The Development of the late Phoenician Scripts, Cambridge Mass.1968 (blz 47-50).
 
'D'T:               'dt; betekent:vrouwe  _______________
 
                                                        _______________
 
'D'TW:              'dtw; betekent:haar gebiedster_________________
 
                                                                        _________________
 
'DBY:               Punische naam.
 
'DB'L:              mogelijk een vergissing voor Adonbaäl.
 
'DDN:               mogelijk vergissing voor "heer".
 
Adherbal:        ZIE BIJ ADARBAAL   ZK,DL2,392
 
Adjim:               vindplaats op eiland Djerba
 
'DLB'L:             mogelijk vergissing voor Adonbaäl.
 
‘DLN:               ? bekend uit inscriptie van Sidon(KAI/I blz 2,no13)
 
Adlun:              Arab: Ádlun of Ádnun (Yaqut). Plaats op de kust van Fenicië. Genoemd in de
It.Burd op 12 Romeinse milliën (=c.18 km) ten noorden van Tyrus. Er is een Paleolithische grot van Mgarit el-Bzaz, een gedenksteen van Ramses II en de Necropool uit de Fenicische tijd. Wellicht is Adlun = Ornithopolis. Zie: R. Dussaud, Topographie  Historique de la Syrie antique …, Paris 1927 (blz 41-42)
+ B.Porter & R.L.Moss, Topographical Bibliography of Ancient Egyptian ….. VII, Oxford 1952 (blz.383).
 
 
'DM:                betekent:man, iemand__________________
 
                                                           __________________
 

Ad Mercuri:       Gelegen op de noordkust van Marokko. Voornamelijk Romeins, maar toch ook enige Fenicische en Carthaagse vondsten. Zie:8.8.Contribution a l'étude de l'expansion carthaginoise, P.Cintas, insititut des hautes‑études  au Maroc marocaines LVI

 
'DMLKT:             betekent:heer der koningen____________________
 
                                                                     ____________________
 
'DMM:               betekent:mensen_______________
 
                                                    _______________
 
'DMN:               Neo‑Punische naam(zie Jongeling 147)
 
'DMPLS:             Fenicisch (Adompilles?).
 
'DMT:               betekent:wereld of landgoed________________
 
                                                                    ________________
 
Adnim:             vindplaats in Tripolitanië.
 
'DN:                betekent=heer, of plaatsnaam:Adana.
 
'DNBB*L:            Punische naam(1x).
 
'DNBL:              Neo‑Punische naam (zie Constantine N 23).
 
'DN*L:              Punische naam, die twee maal voorkomt.
 
'DNB*:              Punische naam(1x).
 
'DNB*L:             Neo‑Punische naam, die ongeveer 20 maal voorkomt op teruggevonden inscripties (zie Jongeling,147).
 
'DND*L:             Punische naam, die 1x is geregistreerd.
 
'DNM:               betekent=aan of voor de heer.
 
'DNMLK:             betekent=de heer is koning.
 
'DNMLKT:            Punische naam, die 1x is geregistreerd(adonmilkat).
 
'DNN:               betekent=onze heer.
 
'DNR'M:             Neo‑Punische naam uit Hadremetum(1x).
 
'DNS(h)MS(h):       Fenicische naam, die 2x is geregistreerd (adonshemesh).
 
'DNS(h)*:           Fenicische naam, die 1x werd geregistreerd.
 
'DNY:               'dny; betekent: zijn heer____________________
 
                                                       ____________________
 
Adon:               heer___________________
 
                                  ___________________
Adonbaäl:           naam, die 474 maal voorkomt op teruggevonden in inscripties.
                        Baal is mijn heer. Adunubali.
                                               ____________________________

 


                                        ____________________________
Adonibaäl:          naam van een Feniciër uit Tyrus. Zie RES 1204,Cooke 8 en NE 418.
 
Adonis:             Griekse godheid van Fenicische oorsprong. De Feniciërs zagen in hem de godheid van het gewas. De naam is ontleend aan het woord "heer". Er wordt een paralel getrokken tussen de levensloop van Adonis en die van het gewas. In de zomer kwijnend en stervend door de hitte, maar in de winter oplevend en tijdens de lente vooral bloeiend tot en  met de oogst. De huidige Nahr Ibrahim was de Adonis‑rivier (bloedrode kleur) in de Fenicische periode  van de Libanon, waarlangs uitbundige feesten plaatsvonden. De Grieken maken Adonis tot vader van Cinyras van Cyprus en Theias van Syrië. In de lente en de zomer vertoeft Adonis bij Afrodite op aarde, maar in de herfst en de winter bij Persehoné. Volgens Ovidius(10,288‑739) wordt Afrodite door Adonis bemind en gedood door een zwijn van Ares.  Zie:"Le rituel des Adonis",E Will in Syria 1975. ZK,DL3,799.e.v
 
Boek 354:
A d o n i s:
Zoon van Cinyra en Myrrha of van Phoenix en Aphesiboea, of van Cyniras en Metharme of van Theas en Myrrha.
Verhaal 1:
De schone jongeling werd door Aphrodite bemind. Op de jacht door een wild zwijn gedood. Aphrodite krijgt van Zeus gedaan, dat hij slechts de helft van het jaar bij Persephone behoeft te blijven. Uit zijn bloed komt de anemone voort.
Verhaal 2:
Aphrodite geeft Adonis als knaap aan Persephone in bewaring, maar die raakt ook verliefd op hem en weigert hem terug te geven. Zeus beslist dan, dat Adonis 1/3 van het jaar bij Aphrodite mag zijn, 1/3 van het jarbij Persephone moet verkeren en over het resterende deel vrijelijk mag beschikken. Adonis verkiest die tijd ook met Aphrodite door te brengen.
 
Adonisedek:      Kanaänietisch vorst, die een coalitie leidt tegen Jozua. Zie: Boek 49 Bijbel.
                        [kaart]

 


 
 
‘DQR               = Idrica: plaats in Noord-Afrika
 
'DR:                adir=krachtig ofwel kudde.________________
                                  ="hij verbreidt angst"
                                                                  ________________
 
'DR':               Punische naam, die 4x voorkomt op gevonden inscripties.
 
Adramelek:          koning van Byblos in 340. Milk is groot.
 
Adranum:            een Griekse stad op Sicilië, die in 397 tijdelijk in handen van de Carthager Himilco kwam. Ten tijde van Timoleon een halve eeuw later, tracht een Carthaags vlooteskader tevergeefs te verhinderen, dat Timoleon van Corinthe daar aan land gaat.
 
(Mt) Adranone:  Heiligdom op Sicilië.
 
Adrastos:          Koning van Araithyrea en Sykion (Ilias II 569). Tydeus is begraven in Thebe, de vader van Diomedes, die de dochter van Adrastos huwde (Ilias XIV 116). De naam Adrastos zou een verbastering kunnen zijn van het Fenicische Abdaštarte, maar het hoeft niet zo te zijn. Wel zien we in Fenicië later de naam Straton opduiken en dat is wel een Griekse vorm van Aštarte.
 
'DRB*:              Neo‑Punische naam(Jongeling, 1 x geregistreerd).
 
’DRB*:            
 
'DRB*L:             Punische naam "adirbaäl", die 73 maal in het punisch voorkomt op gevonden inscripties. Bovendien nog 4 x geregistreerd in het Neo‑Punisch(Jongeling).
 
'DRMLK:             Fenicische naam "adirmilk", die 5 maal voorkomt in het Fenicisch op gevonden inscripties.
 
‘DRMT                         = zie bij Hadrumetum
 
'DRT:               betekent:groot.
 
Boek 354:
A d r u m e t u m:
Ofwel Hadrumetum (=Sousse) aan de oostkust van Tunesië.

 
A‑du‑nu‑ba'‑li:     Fenicisch vorst genoemd in de kronieken van Salmanassar(ii 94).
 
A‑du‑ni‑ba‑'al:     Fenicisch vorst van Arvad. Wellicht dezelfde als Idnibalis of Iddibal.
                              Zie Harris blz.73_____________________
 
                                                        _____________________
 
A‑du‑na‑i‑zi:       Fenicische eigennaam.
 
A‑du‑na‑is:         Fenicische eigennaam.
                  
'DYMN*M:            Neo‑Punische naam uit Teboursouk N 12.
 
Adyn/s:               Het tegenwoordige Ouna in het binnenland van Tunesië. Een andere naam, die voor de plaats gebruikt wordt, is Uthina. De van oorsprong Libysche nederzetting moet al vroeg in
Carthaags beheer zijn overgegaan. Adyn ligt namelijk op nog geen 30 km van Carthago. De plaats komt in de belangstelling, wanneer Regulus er de Carthagers overwint vlak na zijn landing in 256. ZK,DL2,380
 
Adyton:             Dit is het alleen voor priesters toegankelijke deel van de tempel. Ook de Feniciërs kenden dit onderdeel van de tempel.
 
Aedicule:          Gedenkstenen in de vorm van mini-tempeltjes. Voorbeelden daarvan vinden we vooral te Marsala.

 


 
Aegetische eil.:    De Egadische eilanden, die gelegen zijn ten westen van Sicilië en lange tijd toevluchtsoord voor Fenicische en Punische schepen. In de eerste Romeins‑Carthaagse oorlog functioneren zij vooral als steunpunt voor de Carthagers. Niettemin lijden zij in 241 een grote nederlaag in de gelijknamige zeeslag tegen Gaius Lutatius Catulus. De Carthagers verliezen er 120 schepen(70 buit en 50 gezonken).          ZK,DL2,399
                              De eilandengroep bestaat uit:
                              klassieke naam              moderne naam
                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                              Hiera/Maritiema                  Marettino
                              Phorbantia                         Levanzo
                              Aegusa/Capraria                Favignana
                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑
                              ____________________________________________________
 
 
 
                              LEVANZO                       FORMICA
 
 
 
                                                                      SICILIë >>>
 
 
 
                              FAVIGNANA
 
                               MIDDELLANDSE ZEE
 
                                                                             Mozia
                              ___________________________________________________
 
Aegimures eil.:     Een kleine groep eilandjes in de golf van Carthago. Pas in 149 gaan ze over in Romeinse handen. Het zijn Zembra en Zembretta.
 
Boek 354:
A e g y p t u s:
Zoon van Belus en Anchinoë. Hij onderwierp het land der Melampoden en noemde dit Aegyptus. Hij was de vader van 50 zonen, waarvan 49 gedood werden in dezelfde nacht door de Danaïden. Alleen Lynceus overleeft de slachting.
 
NCFPS
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten