donderdag 14 november 2013

K deel 2


Kerkouane:          Plaats op Cap Bon in Tunesië. Hier is een complete  Punische stad opgegraven. De plaats ligt even ten
noorden van Kélibia. Het stratenpatroon en de fundamenten zijn vrijwel intact gebleven. Vermoedelijk   werd de stad door Regulus platgebrand.  In 1952 werd de plaats ontdekt.  In 1953 na Chr heeft P Cintas er opgravingen verricht (CRAI 1953). Zie ook J P Morel: "Kerkouane,  ville punique du Cap Bon", Paris 1969.  In de buurt van Kerkouane, waarvan we de Punische naam niet kennen, ligt de Djebel Mlezza, die bekend is  van vele Punische graven en tekeningen op de  rotswanden. Het gevonden materiaal stamt tot uit de 6e eeuw.

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                              Plattegrond eiland van de Sfinx en het gebouw met de

                              pilaren.

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

                              Huis der pilaren.

 

 

                              Huis van de Sfinx

 

                                                            naar:R Gilardi

                                                                 S Belhadj

                                                                 J P Morel

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

 

Het begin van Kerkouane kan gesteld worden op ongeveer 550 op basis van de gevonden Punische, Ionische,  Corinthische en Attische keramiek.  Omstreeks 310 vindt er een grote brand plaats, die  waarschijnlijk veroorzaakt werd door de invasie van Agathocles. Mogelijk is Kerkouane het door Agathocles  verwoeste Megalopolis! Niettemin wordt Kerkouane omstreeks 300 weer opgebouwd. Pas wanneer Regulus in 255 in Clupea verschijnt, wordt de stad tenslotte opgegeven. Tussen de 20.000 en 27.000 bewoners van  de streek rond Clupea worden als slaaf naar Italië  weggevoerd. Dat berooft deze streek én de stad  Kerkouane van haar levenskracht.
Uit de laatste periode tussen 300 en 250 is weer veel Punisch aardewerk bekend met daarnaast imitaties van Hellenistische keramiek. Verder werden er uit deze periode 20 bronzen munten gevonden met afbeeldingen  van palmen, paarden en natuurlijk de godin Tanit met haar teken.

VERSLAG VAN EEN STUDIETOCHT NAAR KERKOUANE EN OMGEVING IN 1982.

Vanuit de verblijfplaats Nabeul (het vroegere Neapolis) wordt de weg in noordelijke richting genomen in de richting van Kélibia. De kustweg ligt niet ver  van de zee. Aan de linkerzijde verrijzen traag de heuvels en verderop de bergen van het schiereiland Kaap Bon. De weg wordt omzoomd door boomgaarden en  meloenvelden.   Na het handwerkplaatsje Dar Chabaane zien we rechts aan zee het dorpje Mamoula liggen met aan de noordkant
daarvan een langwerpig zoutmeer. Mogelijk is dit een Fenicische vestiging geweest (Utissipisir?). Een tiental kilometers verderop ligt het Romeinse Curibis,  waar vrijwel niets meer van over is. De weg naar het noorden doorkruist diverse "oueds" om vlak voor  Kélibia iets naar het binnenland te buigen. Toch kan  vanaf grote afstand het dominerende fort van Kélibia al ontwaard worden. Kélibia is het vroegere Aspis/Clupea, zoals de Grieken en Romeinen het noemden. De Fenicische naam is verloren gegaan. De haven van Kélibia ligt goed beschut achter de kaap tegen de noordenwinden en het behoeft dan ook geen verwondering op te wekken, dat juist hier Agathocles en Regulus gedebarkeerd moeten hebben.
 Het fort met Punische, Romeinse en Arabische gedeelten  wordt druk hersteld. Er zijn diverse onderaardse ruimten en in het midden van het fort staan nog zeer oude ruïnes. Nochtans zijn daar ook enige "moderne" huizen gebouwd, die bewoond worden. De toegang tot het fort is vrijwel geheel gerestaureerd en men is met de muren op diverse plaatsen bezig. Op een groot bord staat aangekondigd, dat de restauratie tot globaal 1990 zal duren. De "chercheur" is Rachid Ghrib, de architect W Heyden en de "contremaire" Sadoh Kheriji. Aan de voet van de heuvel, waarop het fort ligt, bevindt zich een opgravingsplaats met vele beelden, zuilen en mozaïken. Ook daar is men met opgravingen bezig (geweest). Het terrein wordt, ondanks de borden  met verboden toegang, gewoon betreden, want de lokale Tunesiërs benutten het terrein ook als rustplaats.
Noordwaarts van Kélibia verandert de vegetatie plotseling. Er komt een heus bosgebied, terwijl nu ook de heuvels tot bijna aan zee reiken. Eenmaal uit het bosgebied komt de zijweg naar rechts, naar Kerkouane,  zoals het bord vermeldt. Een smalle rechte weg naar  beneden naar de zee. Haast verscholen in alweer een  bosrijke omgeving, ligt daar het grote opgravingsterrein. Helaas is het fotograferen verboden. Niettemin  is Kerkouane zeer indrukwekkend. Nergens is een Punische plaats zo goed bewaard gebleven als hier. Een wirwar van straatjes leidt naar een open plaats aan de "rue du temple". De tempel staat vlak aan zee. De "rue du temple" leidt verder naar een andere plein  via het vervolg "rue des deux places". Noordwaarts
daarvan is (in 1982) het terrein nog niet opgegraven. Veel huizen, waarvan natuurlijk nu alleen de fundamenten en omtrekken zichtbaar zijn, bevatten badinstallaties en afvoersystemen. De kamertjes zijn niet groot; meestal ca.3x3 meter. Om de tien huizen is er wel een put te vinden. Meer landinwaarts passeren we de "rue des sfinx" en de "rue des verrier" om tenslotte te  komen bij een terrein, waarbij de laatste opgravingen plaats vonden. Hier liggen ook diverse graven. De voettocht gaat vervolgens verder in meer zuidwaartse richting dwars door de kronkelige straatjes via de
"rue des artisants". Toch zit er wel lijn in de  plattegrond. Paralel aan de zee ligt een "hoofdstraat", van waaruit halverwege een tweede "hoofdstraat" (=rue du temple") landinwaarts gaat.  Helemaal in het zuiden lijkt Kerkouane, waarvan we overigens de echte naam niet kennen, begrensd te
worden door een kleine baai met een stukje daarvoor een andere tempel, waarop de vloer nog mooie mozaïeken  liggen. Deze mozaïeken gelijken sterk op die van het opgravingsterrein van Neapolis.  De zuidelijke tempel heeft de geijkte indeling van voorhof met zuilen, waarachter drie paralelle ruimten,  waarvan de middelste het heilige der heilige of de  offerplaats geweest moet zijn. Lopend terug over de "rue de l'achrosticon" en schetsen
makend van het stratenpatroon en van de huizen, valt  het niet moeilijk om het stadje zich levend voor te stellen. Veel bestaande Arabische soukhs hebben er een frappante gelijkenis mee. Aan de noordkant  van Kerkouane vinden we nog een "grotere" weg, waarlangs mogelijk de landmuur gelegen moet hebben. Aan het eind daarvan liggen diepe putten. Kerkouane is door zijn "gaafheid" uniek. Het geeft ons een goed beeld hoe de Puniërs hun steden bouwden en hoe zij voor die tijd eigenlijk in luxe leefden.

                                                            H van Diessen.

KFR:                Fenicische naam voor de plaats Solus op de noordkust van Sicilië. De plaats wordt genoemd door Thucidydes als een van de steden, waarop de Feniciërs zich terugtrokken bij de komst van de Grieken op Sicilië. De plaats KFR ligt op de landtong Solanto in de buurt van een archaïsche necropool, die nog tot in de Helleninstische tijd werd gebruikt. Dionysios I van Syracuse verwoest de stad in de 4e eeuw. Daarna bouwen de ovelevenden een nieuwe stad op de berg bij Monte Catalfano, die op een veel beter verdedigbare plaats ligt. Diodorus (23.18.5) meldt, dat de stad in 254 overgaat in Romeinse handen. Een Latijnse inscriptie is het laatste bericht, dat beschikbaar is vanuit 202‑205. Dat valt samen met het einde van de tweede Romeins‑Punische oorlog. Mogelijk, dat daarna de vermengde Grieks/Punische bevolking de stad verlaten heeft. Het is bekend, dat in ieder geval de oorspronkelijke Griekse bevolking na de Romeinse bezetting
massaal terugkeerde naar Griekenland zelf. Het is niet ondenkbaar, dat ook de Puniërs toen Sicilië in grote getale verlaten hebben.


KHN                = priester

 

KHNT              = priesteres

 

KHRHSY:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
   '

Kienitz, F.K:       Auteur van o.a."Völker im Schatten".

 

Kilamuwa:           Koning van de streek Ya'udi, die op een Fenicische inscriptie staat vermeld. De inscriptie luidt als  volgt:

                              Ik ben Kilamu, zoon van Khay.

                              Gabar heeft geregeerd over Ya'udi

                              en hij heeft niets gemaakt.

                              Daarna kwam Barnah,

                              en hij heeft niets gemaakt.

                              Daarna kwam mijn vader Khayè,

                              en hij heeft niets gemaakt.

                              Daarna kwam mijn broer Sha'il

                              en hij heeft niets gemaakt.

                              En ik Kilamu, zoon van Tamma(t) heb dat gedaan,

                              wat de voorgangers volstrekt niet gedaan hebben.

                              Het paleis van mijn vader werd omsingeld door

                              machtige koningen,

                              en allen poogden zij mij te verslaan.

                              Maar ik was in de hand van (die) koningen als een

                              vuur, die de baard verslindt,

                              en als een vuur, die de hand verscheurt.

                              En krachtig werd de koning der Da(nu)nieten boven mij;

                              maar ik riep de koning van Assyrië tegen hem te hulp:

                              Hij ruilde een jonge vrouw voor een schaap

                              en een man voor een kledingstuk.

 

                              Ik, Kilamu, zoon van Khayè,

                              ik heb de troon van mijn vader bestegen

                              in de aanwezigheid van de vorige koningen.

                              De MUSHKAB blaften als de honden,

                              maar voor die daar was ik een vader,

                              en voor hen daar was ik een moeder,

                              en voor de anderen was ik een broer.

                              En degenen, die nog nooit een schaapskop hadden gezien,

                              aan hen gaf ik een kudde kleinvee;

                              en degenen, die nog nooit een ossekop hadden gezien,

                              aan hen gaf ik een kudde grootvee;

                              en gaf hen zilver,

                              en gaf hen goud;

                              en degenen, die nog nooit een tuniek hadden gezien,

                              in mijn dagen heeft men hen gekleed in BYSSUS.

                              En ik heb MUSHKAB bij de hand gehouden

                              en zij, zij hebben hun ziel ter beschikking gesteld,

                              zoals de wees zijn ziel ten opzichte van zijn moeder!

                              En als een van mijn zonen na mij de troon zal

                              bestijgen

                              en deze inscriptie zal beschadigen,

                              dan zullen de MUSHKAB niet meer de BA'ARIR respecteren

                              en dat de BA'ARIR niet meer de MUSHKAB zullen

                              respecteren!

                              En indien iemand deze inscriptie breekt,        _

                              dan zal zijn hoofd gebroken worden door Baal Cdmed,

                              de (god) van GABBAR,

                              en dat hem het hoofd gebroken zal worden door Baal‑

                              Khaman,de (god) van BAMAH,

                              en ook door Rekub‑el, Baal van het paleis.

      

 KILAMUWA

 Klmw (Fen). In feite is het een Luvietische naam van een koning uit een Arameese dynastie, die regeerde in de 9e eeuw v.C in het koninkrijk Sam'al. De hoofdstad van dat rijk is nu terug te vinden in Zincirli aan de oostkant van de berg Amanus.Kilamuwa wordt genoemd in 2 inscripties, die rond 825 v.C geplaatst kunnen worden:

KAI 24 ‑> In het Fenicisch wordt voor het eerst Baal Hamon genoemd als de heer van de Amanus. Er is ook sprake van Baal‑SMD en Rakab‑El.

KAI 25 ‑> Aramees

Kilamuwa is de zoon van H.Y['] en TM[]? Hij schijnt zijn vader als koning te hebben opgevolgd en schijnt te strijden tegen het DNNYM volk (Danoena?).

        "Ik ben Kilamuwa, zoon van Hayya. Gabbar regeerde over Y'DY, maar hij presteerde

        niets. Er was BMH, maar hij presteerde niets. Er was mijn vader Hayya, maar hij

        presteerde niets. Er was mijn broer Sjail, maar hij presteerde niets. En voor

        wat betreft mijzelf, Kilamuwa, zoon van TM[.], wat ik presteerde, presteerden zij niet."

        Zie: Magnanini blz 46‑48 + Krahmalkov blz 230.


Kinyps:             Rivier in Tripolitanië, waar Doriëus in de laat 6e eeuw een Griekse stad probeerde te vestigen.

 

Kirk G S:           Auteur van "Ships on geometric vases", Athene 1949.

 

Kition:             Een van de belangrijkste Fenicische nederzettingen op Cyprus. Voor 850 is de plaats van inheemse origine. Daarna komt de stad onder beheer van Tyrus. Deze noemen de stad ook wel Qart Hadasjt (nieuwe hoofdstad). Omstreeks 710 is Kition tribuutplichtig aan de Assyriërs. Vanaf 525 regeren de Perzen. Vanaf 333 komt de stad onder de Hellenistische rijken. De laatste koning van Kition is Pumiathon, die in 312 sterft. Kition werd door Myres herontdekt, die bij de heuvel Bamboula en kleine nederzetting vond. V Karageorghis vindt in 1968 na Chr. resten van de As(h)tarte tempel ten noorden van de haven.

 

Kizzoewatna    BK2

 

KKB:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KKR                = talent

 

KL                   = inhouden, opslaan, alles, ieder

 
KLB                 = hond, persoon hanteert een houweel, kooi

 

KLB':            Punische (4x) en Fenicische naam(1x geregistreerd). In het Neo‑Punisch komt de naam 1x voor.

 

KLB'LM:             Punische (2x) en Fenicische naam(1x geregistreerd).

 

KLBL':              Fenicische naam (1x geregistreerd).

 

KLBY:               Fenicische naam (2x geregistreerd)

 

KLL                 = geheel

 

KLM                In de 2e eeuw v.C stelt een Arisj een inscriptie met veel namen op. Het werd

gevonden op het eiland Gozo. Zie:Amadasi blz 24. Een man "r" is de censor van Arisj, die de zoon is van y'l. Vermoedelijk wordt er ook door Baalsjillek een wijding gedaan en waaarschijnlijk hebben we hier weer met twee stambomen te maken. Als we de opstellers plaatsen omstreeks 150 v.C, dan kunnen de stambomen er ongeveer als volgt hebben uitgezien bij aangenomen cycli van c.25 jaren:

        c.275     y'l..     y*zr

                  V         V

        c.250     *bd'sjmn  klm <‑‑‑‑‑‑

                  V         V

        c.225     zybqm     ..bl'

                  V         V

        c.200     y'l...    *bd'sjmn

                  V         V

        c.175     s.pt      h.n'

                  V         V

        c.150     'rsj      b*lsjlk

 

KLMW             = Kilamuwa

 

KM                  = zoals

 

KMB                = Kambé

 

KMN                = komijn

 

KMST              = voorraad fruit

 

KMT                = hierdoor, als gevolg van

 

KN                   = zijn (ww), bestaan, behoort tot, wonen, verplicht tot, ginds, eerlijk

 

Knossos          BK2

 

KNPY:             Te Elefantina in Egypte (5e eeuw v.C) staat op de lijst van namen KNPY genoemd

als zoon van H.[..]?  Mogelijk staat dat voor Horus, want die naam komt elders in de lijst ook voor als de vader van S.H.PMW. Zie: Magnanini blz 71‑80.

 

KNSjY:                       

1.Op een inscriptie uit Elath (op een ostrakon) worden een aantal namen genoemd, waaronder deze. Er zijn geen verdere familiebetrekkingen bekend. Datering: eind 5e/begin 4e eeuw v.C. Zie: Magnanini blz 50. Uitspraak: KINNASAY? Het kan de betekenis hebben van 'samenbrenger' als hoofd van een vergadering of groep personen. Zie: Krahmalkov blz 236.

2.Calaris. De naam komt voor op een inscriptie, die in de tuin Birochi te Cagliari werd gevonden. De zijkant is helaas afgebroken, waardoor we niet zeker weten, of het een doorlopende genealogie is, of een opsomming van namen van personen uit dezelfde periode. De inscriptie werd gemaakt in de 3e eeuw v.C door Esjmoenyaton en ...bmqr. Als er inderdaad sprake is van een doorlopende genealogie van met name Esjmoenyaton, dan zou het volgende beeld kunnen ontstaan:

        Stamboom:

        c.525     Magon     hoofd van de priesters

                  V

        c.500     Hasdrubal

                  V

        c.475     Bodmelqart x *b...

                  V

        c.450     Germelqart

                  V

        c.425     bd*

                  V

        c.400     Magon x *ms.'

                  V

        c.375     ? x knsjy

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑ V ‑‑‑‑‑‑‑

        c.350     Arisj

                  V

        c.325     Arisj x ...mlqrt

                  V

        c.300     Mattan

                  V

        c.275     *bd'..x..b]mlqrt

                  V

        c.250     Esjmoenyaton

 

In dit geval moet deze KNSjY dus in de 4e eeuw v.C thuishoren bij normale cycli van c.25 jaren. Een dergelijke lange stamboom is echter vrij ongebruikelijk om die op inscripties terug te vinden. Bovendien worden de echtgenoten hoogst zelden weergegeven. Voor een enkele genealogie pleit het feit, dat diverse namen meer malen terugkomen, zoals de Melqarts, Magon, Arisj. Niettemin is het aannemelijker, dat diverse families in ongeveer dezelfde periode zijn weergegeven.

 

KN*N:              = Kanaan

 

KNY:               = benoemen

 

KTM:               Op een inscriptie uit Tharros staat KTM genoemd als zoon van YSjBAAL. Datering:

5e/4e eeuw v.C. Zie Amadasi blz 90. CIS I 159. De inscriptie staat op een soort paddestoelachtig blok met een piramidale vorm aan de bovenkant.

 

KLNY:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KLM:                Punische naam (1x geregistreerd).

 

KLT':               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KLTN:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KM':                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd). Het betekent Camerata en komt voor op geldstukken.

 

KMNN:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KM*D:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KMTN(?):            Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KMZ:                           Punische naam (1x geregistreerd).

 

Kneiss:             Een klein eilandje voor de oostkust van Tunesië. Dit eilandje wordt genoemd in antieke bronnen en werd voornamelijk gebruikt als semi‑permanente verblijfplaats.

 

KNDY*L:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNMY:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNRD*T:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNRSN:              Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNS(H):             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNSD:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNPWN:              Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNS(H):             Punische naam (19x geregistreerd).

 

KNS(H)':            Punische naam (2x geregistreerd).

 

KNSL:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNS(H)M:            Punische naam (8x geregistreerd).

 

KNS'*N:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNS(H)Y:            Fenicische naam (2x) en Punische naam (1x  geregistreerd).

 

KNS(H)YT:           Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNT:                Punische naam (2x geregistreerd). Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNT':               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNYDM:              Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNZ:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNZRMN:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KNZSR:              Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*LDY':             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*M*KT:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*N                 = nu, ondernemen

 

Könemann       = uitgeverij van Fenicische en Punische boekwerken.

 

Koper:              De delfstof, die de Feniciërs vooral op het eiland Cyprus zijn gaan ontginnen in de mijnbouwsteden Golgoi en Idalion.

 

Koperbaren:         Standaardvorm voor ruw metaal in de vorm van een ossehuid. Ze zijn plat en 2,5 cm dik. De koperbaar vertegenwoordigd een last, die een man op zijn schouder kan dragen.

 

K*P':               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*PR*:              Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

 

Korakodes Portus:Achterland van Tharros op de kaap Mannu. Latere Romeinse haven.

 

Korbous:         Plaats aan de golf van Carthago.

 

Kornos:             (=Cornus). Kornos is bekend als centrum van Sardische rebellie tegen Rome in 215. Hampsicorus werd tenslotte op de flanken van de berg Ferru verslagen. Op de heuvel Corchina liggen de resten van o.a. een Punische nederzetting en te Campu e' Corru ligt een Punische necropool.

 

Kos:                lokatie van een Fenicische vloot in de Hellenistische tijd.

 

Kossura:            Zie=Cossyra. Pantelleria.

 

Köster A:           Auteur van "Das antike Seewesen", Berlin 1923 en "Studien zur Geschichte des antiken Seewesens", Leipzig 1934.

 

Kouass:             Plaats op de kust van Mauretanië, die door Hanno in de 5e eeuw herkoloniseerd werd.

 

K*SP*:              Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*S(H)':            Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

K*T:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
    '

Kourion:          Voornamelijk Griekse plaats op de zuidkust van Cyprus, maar wel met enige Fenicische vondsten.

 

KPR                = schoonvegen, vergeven, stad/dorp.  Fenicische naam (1x geregistreerd).

 

KPR’               = Solus. Plaats op de noordkust van Sicilië.

 

KPS(H):             Punische naam (1x geregistreerd).

 

KPT                 = binden

 

Krab                => afbeelding op diverse munten

 

Krahmalkov C:       Auteur van o.a:

‑"The object pronouns of the Third Person of Phoenician and Punic" in RSF 1974.

‑"A Carthagian report of the battle of Agrigentum 406,CIS I 5510.9‑1" in RSF 1974.

‑"Two Neo‑Punic poems in Rhymed Verse" in RSF 1975.

‑"Notes on the Rule of the Softtm in Carthage" in RSF 1976.                   

- A Dictionary of the Phoenician and Punic Language, Leuven,

 

KRB:               = cherubijn

 

KRLY              = Carales = Cagliari

 

KRM                = eer, herstellen, Charmis (onbekende plaats op Sardinië).

 

Kromayer J:         Auteur van o.a:"Antike Schlachtfelder", Berlin 1912‑1924.

 

Kronion:            Plaats op Sicilië, waar in de 4e Siciliaanse oorlog zich een veldslag afspeelde tussen Dionysius van Syracuse en de Carthagers o.l.v. de zoon van Mago. Volgens Polycrinos winnen de Carthagers, komt Leptinus om en vinden 14.000 Grieken de dood op het slagveld.

 

Kroton:             (Zie:Crotone). Plaats op de kust van Calabrië in Italië. In de 2e Punische oorlog is de haven een steunpunt voor Hannibal.

 

KRR                = Kirur = kalendermaand

 

KRSYM           = Corsi(canen). Corsika betekent in het fenicisch: met bos bedekt.

 

KRš                 = figuur, vorm, lichaam

 

KRT                 = doden

 

KRTN:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
     '                 Het betekent de plaats Cirta en komt voor op munten.

 

KRS(H)R:            Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KRW’               = Kore

 

KRWL:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

KRY                = kopen van land, graven

 

KRYN:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

Krijgsgeschiedenis

 

Kš’                  = troon, volle maan, naam van de godheid KESE

 

Ksar Chenan:  mausoleum in Noord-Afrika.

 

(Ain) Kseiba:    vindplaats in Noord-Afrika

 

Ksiba Mraou    = vindplaats in Noord-Afrika

 

Ksour es-Saf    = vindplaats in de sahel van Tunesië.

 

KSP                 = zilver, geld

 

KSP*:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
   '

KšR                 = Kusor. De wapensmid van de goden.

 

KS(H)RYTN:     Punische naam (1x geregistreerd).

 

KSTY:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KSY:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KT                   = eerlijkheid, Kition, hier

 

KTB                 = schrijven

 

KTBT               = boek

 

KTM:                Punische naam (1x geregistreerd). Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KTN                 = tuniek, Kition

 

KT*:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
   '

KTRT               = hoge tulband

 

Kukahn E:           Auteur van o.a:"Anthropoide Sarkophage in Beyrouth"  Berlin 1955.

 

Kundu:              Deze plaats is bekend van een Assyrische tribuut‑heffing (677). Kundu moet in de buurt van Sidon gelegen hebben, want het is deze stad, die dan in opstand is tegen de Assyriërs.

Ofwel Kundu is een streek elders, die alleen een bondgenootschap met Sidon heeft.

 

Künzl, E:           Auteur van o.a."Das Heiligtum von El‑Hofra (Constantine)".

 

Kurion:            Zie Kourion.  Plaats gelegen op de zuidkust van Cyprus tussen Amathus en Paphos. Aan de oostzijde van de nederzetting stroomt de Lykos in zee. Gemengde

Grieks/Fenicische vondsten stammen uit de 7e eeuw. Omstreeks 715 is de koning Da‑ma‑sQsarmat (Damasos) bekend.

 

KWY:                Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KYM*KN:             Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KYNH:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
        '

KYN*:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KYPN:               Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KYNS(H):            Punische naam (1x geregistreerd).

 

Kypros:             Zie:Cyprus.

 

KYS(H)R:            Punische naam (10x geregistreerd). = Kusor. Zie: Chusor.

 

KYS(H)RM:           Punische naam (1x geregistreerd).

 

KyšRY’:           = Cisra = Caere: Etruskische plaats in verbond met de Carthagers.

 

KYW:                 Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 ncfps
See for more information and in the English language:
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten