donderdag 14 november 2013

K deel 1


K                     = omdat, hier

 

Ka’ašpuna:      Deze plaats in het noorden van Fenicië wordt genoemd in de Assyrische brieven van 738 en 734 in verband met verwoestingen en wederopbouw. In Ka'as(h)puna wordt ook een Assyrische bezettingsmacht gelegerd. De stad maakt deel uit van de  Assyrische provincie Simyra. Waar de plaats echter precies gelegen heeft, is (nog) onbekend.

 

Kabala                         > Diod XV 15,3. Plaats op Sicilië, waar een veldslag in de 4e eeuw (382) plaats vond tussen de Carthagers en Dionysius. Volgens Diodorus verliezen de Carthagers hun bevel‑

hebber Mago en 10.000 soldaten. Bovendien geraken er 5000 in krijgsgevangenschap.

 

Kabbabé:          kolonie van de Sidoniërs volgens munten Sidon. Andere naam voor Carthago. Mogelijk werd de eerste nederzetting zo genoemd.

 

Kabiren:            Volgens de Griekse legende zijn dit de"groten", die met de "achten" de scheepvaart uitvonden.

 

(Ras) Kaboudia > Alipota. Plaats op oostkust van Tunesië.

 

Kabul:              Land tussen Kabul=gebied tussen Akko en Tyrus. Zie: Salomo. Hirbet ez Zaitun. Wellicht in 841 verwoest door Salmanassar III.

 

Kadesj:                        BK2 veldslag tussen Egyptenaren en Hettieten in het begin van de 13e eeuw.

 

Kadmeia:     Andere naam voor Yhebe en Carthago. Volgens Stephanus van Byzantium heeft het met de vorm van het schiereiland te maken, dat op een paardehoofd gelijkt. Vandaar dan ook weer de paardenhoofden op de Carthaagse munten.

 

KADMOS:        Een half‑legendair figuur. Herodotos noemt hem reeds diverse malen: (I)  Kadmos gaat zijn geschaakte zus Europa zoeken en komt in Griekenland terecht. (II 49). "Het heeft er sterk de schijn van, dat Melampous de Dionysos‑dienst heeft geleerd van Kadmos uit Tyros en van de met hem meegekomen Phoinikiërs na hun komst in het land, dat nu Boiootia heet."  (IV 147) "Op het eiland, dat nu Thèra heet, maar vroeger Kallistè genoemd werd, leefden afstammelingen van Membliaros, de zoon van de Phoinikiër Poikilès. Kadmos, de zoon van Agènoor, was namelijk bij het zoeken naar Euroopa op het nu Thèra genoemde eiland geland en of dat land hem nu goed beviel na zijn landing of dat hij om een andere reden dat wilde doen, hij liet in ieder geval op dat eiland enige Phoinikiërs achter, waaronder ook zijn eigen bloedverwant Membliaros. Dezen bewoonden het toen nog Kallistè genoemde eiland gedurende acht generaties voor de komst van Thèras uit Laikedaimoon." (V 57) "De Gephyraiers, waartoe de moordenaars van Hipparchos behoorden, waren volgens henzelf oorspronkelijk afkomstig uit Eretria, maar ik ben door grondig onderzoek tot de conclusie gekomen, dat zij Phoinikiërs waren, die behoorden tot de Phoinikiërs, die met Kadmos in het land waren gekomen, dat nu Boiootia heet en na de verdeling van dat land woonden zij in het gebied om Tanagra." (V 58  "Die Phoinkiërs, die met Kadmos waren meegekomen en waartoe de Gephyraiers behoorden, brachten, toen zij zich in dit land vestigden, vele wetenschappen aan de Grieken en wel in het bijzonder het letterschrift, dat naar mijn mening
daarvoor aan de Grieken onbekend was; aanvankelijk waren het de letters, waarvan alle Phoinikiërs zich bedienen, maar na verloop van tijd werden, toen zij op een andere taal overgingen, ook de vormen van de lettertekens veranderd."  (V 59) "Zelf heb ik nog letters uit de tijd van Kadmos gezien in het heiligdom van de  Ismènische Apolloon in het Boiootische Thebe; zij waren gegraveerd in drie drievoeten en waren grotendeels gelijk aan de Ioonische letters. Een van die
drievoeten heeft als opschrift: 'Mij wijdde Amphitryoon toen hij thuiskwam uit Teleboia.' Dat kan dus zijn uit de tijd van Laïos ...."

        Herodotos vermoedt hier de volgende stamboom:

        Agenoor        c.1525?

        V

        Kadmos         c.1500?

        V

        Polydooros     c.1475?

        V

        Labdakos       c.1450?

        V

        Laïos          c.1425?

 

Deze gebeurtenissen moeten in de tijd geplaatst worden voorafgaand aan de oorlog om Troje. Op het marmer van Pharos (264/263 v.C) wordt de stichting van Thebe door Kadmos zelfs expliciet aangegeven als 1255 jaren eerder => 1519/8 v.C. Kadmos wordt gezien als een uitvinder in de ogen van de Grieken. Herodotos laat hem o.a. de Fenicische letters brengen. Diodoros (V 58, 2‑3) acht hem verantwoordelijk voor de invoering van de cultus van Athena te Lindos (samen met Danaos) en van de cultus van Poseidon te Rhodos. In de naam Kadmos is het Hebreeuwse QDM terug te vinden, wat zou kunnen duiden op 'het oosten'. Het verhaal en de (legendaire) figuur van Kadmos leeft nog voort tot in de Romeinse Keizertijd. Op munten van Sidon en Tyrus wordt hij dan nog steeds afgebeeld. In wezen reflecteert het verhaal het begin van de Fenicische expansie
overzee. Het is niet uit te maken, of Kadmos een historisch figuur was, of alleen maar een legende. Het meest waarschijnlijke lijkt te zijn, dat er een grond van historische waarde in schuilt, maar dat veel er later om heen is bedacht.

Kadmos:Legendarische Feniciër. die naar Thebe komt en de Grieken daar het schrift leert.              [Zie: ZK, Dl drie, 3].

 

KAI:                Afkorting van “Kanaanitische und Aramäische Inschriften” van H Donner en W Röllig, Wiesbaden

 

Kaïsa               = tribuut in 875

 

Kalaat Fakra:   vindplaats in de monding van de Tirgis/Eufraat.

 

KALBY

1.Een inscriptie van omstreeks 900 v.C vermeldt de naam te Byblos. De z.g. inscriptie van Abdo staat opgetekend op een cilindrische halsketting. Zie Magnanini blz 35 + KAI 8.
Tekst:  [Van] *BD', zoon van KLBY, de pottenbakker. Kalby kan omstreeks 925 v.C qua datering worden ingeschat.

2.Op een terracotta‑vaas uit Sidon komt de inscriptie voor:"van KLBY, zoon van PRSY..." Zie: Magnanini blz 7.

 

KLBL':             Op de lange lijst van namen in de inscriptie van Elefantina uit de 5e eeuw v.C
komen we de naam KLBL' tegen als vader van *PTH. Zie: Magnanini blz 77. De vermoedelijke uitspraak is Kelb‑ila met de betekenis: hond van Il. Zie: Krahmalkov blz 228.

 

KALEB of KELBAY: Ofwel Khelbes (gr). Hij regeert in c.564/563 v.C als suffeet in Tyrus gedurende c.10 maanden. Hij is de zoon van 'Abda'/y. Het is voor Tyrus qua bestuur een
turbulente tijd. De suffeten voor en na Kaleb houden het maar 2 of 3 maanden uit. Zie: Flavius Josephus in Tegen Appianus. In de naam zit ook de betekenis van: hond. Zie: Krahmalkov blz 228.

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

        Er komen diverse namen voor met KIBBED of KABOD = eer:

        KBDB*L = kibbed‑baal

        KBDMLQRT = kibbed‑melqart

        KBD*SjTRT = kibbed‑asjtarte

        ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

Kalbay:             (=KLBY). Dit is waarschijnlijk een naam uit Byblos. Zie:"Two archaic inscriptions on clay objects from Byblos", F M Cross.

 

Kalender:

 

Kambé                        = kolonie van Sidon. Op munten van Sidon. Steph v.Byzantium

 

Kamid el-Loz   = Kumudi. Vroege Fenicische nederzetting in de Bekaa-vallei.

 

Kana:               Plaats gelegen vlak bij Tyrus.

Kapel v Cintas:     Een zogenoemde kapel in Carthago, die door P Cintas onderzocht werd. Hij vond er Fenicisch materiaal uit de 8e eeuw, o.a: lamp, amfoor, askos, vogelvormen oenochoé. Volgens P Demarque stamt dit uit de 8e eeuw.

 

Karageorghis V:     Auteur bekend van o.a:"Fouilles de Kition 1959" en: ‑"A Representation of a Temple on an 8th Century BC Cypriote Vase" in RSF 1973.  ‑"Un 'iscrizione fenicia da Cipro" in RSF 1973.  ‑"The 1972 Excavations at Kition (Cyprus)"in RSF 1973. ‑"An 8th Century Nestholder from Cyprus" in RSF 1974.  ‑"A Gold Ornament with a representation of an Astarte"  in RSF 1975.

‑"Three iron age walle brackets from Cyprus" in RSF 1975.

 

Karatepe:           Plaats in Cilicië. In de periode 750‑700 wordt de nederzetting gesticht door Azitawadda van Kizzuwatna. Dit weten we van een Fenicische inscriptie. Karatepe is een 400 meter hoge heuvel aan de rivier Ceyhan Nehri op 80 km ten NO van Adana. Op de heuvel is een laat‑Hethietische nederzetting gevonden.

 

Karikon Teichos:    De muur van de Cariërs betekent de naam. Het is een van de kolonies, die Hanno omstreeks 425? stichtte aan de kust van Mauretanië. De exacte lokatie is onbekend.

 

Karkemisj:       Een Syrische stadstaat, die in ca.1200 zelfstandig is. In 717 volgt een Assyrische bezetting. Bekend wordt de plaats vanwege de grote veldslag uit 605 tussen de Egyptenaren en de Nieuw‑Babyloniërs.

 

Karmel:             Berg in Galilea vlak bij de zee, waarop het o.a. tot een religieuze confrontatie kwam tussen Elia en de Baal‑priesters. {1 kon.18.}.

 

Karnak:            BK2 inscripties

 

Karné:              Andere naam voor Carthago. Wellicht ligt er een overeenkomst met het Carne van bij Arvad.

Kas                  = Ulu Burun (scheepswrak)

 

Kasios                         = berg ten noorden van Oegarit

 

Kasjka:                        BK2 zeevolk

 

Kaspuna:         = Kaspon    

 

Katané:             Zie=Catane.

 

Kathari :          vindplaats te Kition

 

Katzenstein H J:    Auteur van "The History of Tyre", Jerusalem 1973.

 

(Tel) Kazel:      = Sumur

 

KBB:                 Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KBD                = eer, respect

 

KBDMLQRT:           Punische naam (2x geregistreerd). Kibbed - Melqart

 

KBD*S(H)TRT:        Punische naam (1x geregistreerd). Kibbed - Astarte

 

KBDT:               Punische naam (27x geregistreerd).

 

KBR                = groot

 

KBRB*:              Fenicische naam (1x geregistreerd).

 

KBRSW:              Neo‑Punische naam (1x geregistreerd). Komt voor op geld.

 

KBS                = de volder (van linnen)

 

KB(?)SR:            Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).

 

KD                   = kruik voor water

 

KDDT:               Punische naam (1x geregistreerd).

 

Kef:                 = Sicca Veneria

Kelibia: Aspis of Clupea. Plaats op kaap Bon in Tunesië.

 

Kelsey J:           Auteur van o.a:"Excavationes at Carthage", New York 1926.

 

Keltiberiërs:       Bewoners van Spanje t.t.v.Carthago's bemoeienis met dit land. De Iberiërs waren de oorspronkelijke bewoners. Na de inval door de Kelten ontstond het mengvolk der Keltiberiërs. Zij werden veelal door Carthago als huurlingen voor de legers gebruikt. Zij vormden ook de ruggegraat van Hannibal's leger  in 219. Pas na 238 gaat Carthago over tot de bezetting van een deel van het Keltiberische land. De Romeinen slagen er pas in om ver in de 2e eeuw na drie oorlogen goeddeels het verzet te breken, maar in de periode 82‑72 breekt nog een keer een opstand van de Lusitaniërs uit. In het zuiden zijn het vooral de Turdetanen en de Bastuliërs, die zich met de Feniciërs aan de kusten, hebben vermengd.

 

DE CARTHAGERS/PUNIËRS/FENICIERS IN KELTIBERIE

                              ==================================================

                              tijd                                                          %A         %B

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------

                              1200‑1100 verkenning                                 

                              1100‑1000 de eerste steunpunten    1          2

                              1000‑ 700 Fenicisch Iberië                2         10

                               700‑ 600 Griekse infiltraties             2          5

                               600‑ 350 1e Carthaags Iberië        5         10

                               350‑ 300 verlies contrFle                  2          5

                               300‑ 238 2e Carthaags Iberië        5         15

                               238‑ 205 Rijk der Barciden     zie     hieronder

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------

                               238‑ 229 Hamilcar Barcas               15         25

                               229‑ 221 Hasdrubal de Luisterrijke 25         40

                               221‑ 218 Hannibal Barcas                40         60

                               218‑ 208 Hasdrubal Barcas             40‑20      60‑30

                               208‑ 205 Mago Barcas                     20‑ 1      30‑ 2

                              ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑------------------‑

A:% van het land, dat daadwerkelijk in handen van de Feniciërs/Puniërs/Carthagers is.

B:% van het land, dat min of meer onder de contrôle van de Feniciërs/Puniërs/Carthagers staat.

Inscripties in Keltiberië

Persoonsnamen in Keltiberië

Nederzettingen in Keltiberië

 

Kenaggi:            Hoerrietisch woord voor "rood".

 

Kenrick J:          Auteur van "Phoenicia", London 1855.

 

Kepen/Keben:        Egyptische naam voor Byblos/Gebal.

 

Kephaloedium             = Cefalu: KEPHALOEDION

 
ncfps
See for more information and in the English language:
 
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten