M
= wat?, die dat
Ma’abed:
heiligdom bij Arvad te Syrië
Maanden: In het Fenicisch zijn de volgende
namen bekend:
'tnm, bb,
zbhs(h)ms(h), krr, mrp', mrp'm, hyr, zyb, p*lt en mp*.' '
Op de kalender zijn ook nog uit een inscriptie van
Larnax‑Lapethos III de namen volgende bekend:
mtn en rm.
De naam sh is onzeker. Ook de volgorde is vrijwel onbekend.
''
Macedonië BK2 bondgenoot van Hannibal tijdens 2e Punische oorlog.
Macem: Plaats bij de rivier Kynips in Tripolitanië.
Machalab: Plaats bij Tyrus in het zuiden van Fenicië.
Machanath: Mogelijk de Fenicische naam voor Panormus. Ziz
komt weliswaar voor op een munt uit Panormus,
maar is niet zo waarschijnlijk als naam voor de
stad.
Macomades maiores: Betekent=grotere nieuwe plaats en ligt op de
kust
van Tripolitanië
aan de grote Syrte. In de Phoe‑nicische tijd wordt de plaats Maqom mahalat genoemd,
hetgeen ongeveer "stad van het pekelvlees" betekent.
Het er dichtbij gelegen zout van het zoumeer wordt
gebruikt om de vis mee in te zouten. De plaats
heet tegenwoordig Sirte tussen Buerat en Caroosh
in gelegen. Wellicht zit in de benaming Maqom
mahalat een samenhang met de Fenicische plaats
Mahalata in de Libanon.
Mactaris:
Vooral na de vernietiging van
Carthago vluchten hier
de ontkomen
Puniërs heen en ontstaat in Mactar een
nieuw Punisch
beschavingscentrum. Mactar ligt op
150 km van Carthago in het binnenland
van Tunesië,
dichtbij de grens
van Algerije. Het is gelegen op
een plateau van
ca.900 m hoogte aan de voet van de
Oued Saboun. Van
200 tot 46 behoort Mactar tot het
Numidische
koninkrijk. Daarvoor maakte het voor
minstens een eeuw
deel uit van het Carthaagse rijk.
Te Mactar zijn
minstens 100 neo‑Punische inscripties
teruggevonden,
met daarnaast ook beelden en een
tofet. Tenslotte
is uit de Libisch‑Punisch‑
Numidische tijd
nog een belangrijke tempel
teruggevonden van
de godin Hathor Miscar.
De neo‑Punische
tempel van Hathor Miskar is volledig
verwoest. Het heiligdom was 16 bij 18
meter en
bevatte een
"pronaos", "cella" en "apse". Het oude
marktgebied
bevindt zich ten zuidwesten van het
latere Romeinse
forum. Het mausoleum van Julia
Nenenata is boven
op de eerste Thermen gelegen. Een
halve kilometer
ten westen van de stad ligt de
tempel van
Apollo, die opgericht werd boven op de
fundamenten van
een oud Punisch heiligdom.
Madeira: Het zijn vermoedelijk de
zeevaarders van Gadir
geweest, die bij
toeval de eilanden hebben ontdekt.
Madeira is
mogelijk het eiland, dat Diodorus
Siculus
beschrijft op aangeven van Timaeus van
Taormina. Hij
rept over een groot eiland in de oceaan
ten westen van Libyë, waarvan de
bergen begroeid zijn
met bossen. In
het wild groeien er vruchtendragende
bomen. Er zouden
bronnen zijn en wijde vlakten
doorsneden met bevaarbare rivieren.
Dat laatste klopt
niet met de werkelijkheid, of er
zouden de
mondingen van enige kleine niet‑bevaar‑
bare rivieren
riviertjes mee bedoeld kunnen zijn.
Diodorus Siculus
gaat verder in zijn beschrijving
en vermeldt, dat
de inwoners van visvangst en jacht
leven. In de
winter leven de inheemsen in huizen.
De Etrusken
schijnen weet van Madeira gekregen te
hebben en waren
van plan om er een kolonie te
stichten, maar
dat werd door de interventie van
Carthago verijdeld.
Tot zover
legenden en verhalen. De archeologie
helpt ons niet
veel verder.Slechts een enkele
vondst wijst op
een van de kleine eilandjes bij
Madeira zal
echter maar een heel provisorische
Fenicische en/of
Punische vestiging gehad hebben.
Tot aan de eerste
eeuw blijft Madeira aan de
Gaditanen bekend, want in
80 bieden zij nog Sertorius
aan om hem er
heen te brengen. Tegen die tijd moet
de eventuele
nederzetting zijn opgeheven.
Madaurus: plaats in Noord-Afrika
M'DR: Punische naam (1x
geregistreerd).
Magilus: Hoofdman van de Bojer en bondgenoot
van Hannibal
in de tweede
Romeins/Punische oorlog.
M'GM*: Neo‑Punische naam (1x geregistreerd).
Magnanini,P: Auteur van o.a:"Le
iscrizione fenicie dell'oriente"
Rome 1973.
Mago: Eiland behorende bij de
Balearen. Het is het
huidige Menorca.
Sinds 654 bij de stichting van
Ebusus moet het
eiland met de voortreffelijke haven
Port Mahon tot de
invloedssfeer van Carthago be‑
hoort hebben. In
205 landt Mago er in een uiterste
poging om de
offensieve krachten van Rome in te
dammen door zelf
via de Balearen in het offensief
te gaan in de
richting van Ligurië en verder.
Na de tweede
Romeins‑Punische oorlog komen de
Balearen in de
invloedssfeer van Rome, maar pas in
123 worden de
Balearen een Romeinse provincie.
_
Mago: betekent=schild (magen).
Mago 1.Stamvader van de familie der
Magoniden. Hij volgt
Malchus op en
regeert tussen 525 en 500. Hij heeft
twee zonen,
waarvan Hasdrubal in 510 tegen Doriëus
optreedt en
Hamilcar, die in 480 tegen Himera ten
strijde trekt.
Deze Mago voert een legerhervorming
door en schaft het
burgerleger van Malchus af.
2.Admiraal van
Carthago, die in 396 de zeeslag
op de rede van
Catane wint (Zie:ZK Deel Twee A,
blz 210). Waarschijnlijk is deze Mago
dezelfde
als welke we in
393 in Italië bezig zien en in 392
met 80.000!?man
in opmars is op Sicilië. In 383 (?)
sneuvelt hij in
de slag te Kabala.
3.Leeft in de
middenperiode van de 4e eeuw. Hij
opereert te
Sicilië en stuurt in 344 Carthaagse hulp
naar Hicetas
o.l.v.Hanno. Hij scheept zelf in op
150 schepen en
gaat naar Syracuse. Samen met Hicetas
valt hij Catane
aan. Ondertussen veroveren de
Corinthiërs de
Achradina te Syracuse. Mago keert
terug , maar slaagt er
niet in om de stadswijk
terug te
veroveren. Mago trekt daarom de Carthaagse
troepen terug in
de Epicratie en pleegt zelfmoord.
Te Carthago wordt hij alsnog gekruisigd,
vanwege
zijn slechte
militaire beleid.
4.Vlootcommandant
t.t.v. Pyrrhus.
In 279 verschijnt
hij met 120‑130 oorlogsschepen
te Ostia en biedt
de Romeinen een wederzijds bij‑
standsverdrag
aan. Alhoewel Rome dit eerst afwijst,
wordt even later
toch een accoord gesloten. Mago
neemt 500 Romeinen mee
naar Rhegion.
5.Broer van
Hannibal Barcas.
Hij is de jongste
van de drie broers. Deze Mago gaat
met Hannibal mee
over de Alpen in 218. In de Apenijnen
vormt hij de
achterhoede van het leger. In de slag
bij Cannae (216)
vinden we hem terug in het centrum
bij Hannibal.
Daarna maakt hij zich verdienstelijk
bij de
onderwerping van een groot deel van Zuid‑
Italië.
Vervolgens zendt Hannibal hem naar Carthago
terug, waar hij
verslag doet van de gebeurtenissen.
Carthago geeft
hem 12000 man voetvolk, 1500 ruiters
en 20 olifanten,
waarmee hij de strijd in Spanje
moet voortzetten.
Hij wordt echter bij de Iliturgi en
Intibili verslagen
(215).
In 214 verslaat
Mago diverse opstandige Spaanse stam‑
men. Wat er
precies in 213 gebeurde is moeilijk
traceerbaar, maar
wellicht ging ook hij terug naar
Noord‑Afrika om
aldaar te helpen in de Numidische
burgeroorlog. In
212 behaalt Mago samen met Hasdrubal
Barcas en
Hasdrubal Gisgo een grote overwinning op
de broers Scipio.
Er is in datzelfde jaar ook sprake
van een
hinderlaag, waarin Mago met 5000 man geraakt.
In de winter van
211/210 ligt Mago in winterkwartier
in de
Castilliaanse wouden en een jaar later ligt
zijn
hoofdkwartier meer in de buurt van Gadir. In 208
verschijnt Mago
op de Balearen om troepen te werven.
In 207 voegt Mago
zijn strijdkrachten samen met die
van Hanno, maar
zij worden door Silenus verslagen.
Met een paar
duizend man vlucht Mago naar de Baetica,
waar Hasdrubal
Gisgo zich ophoudt. In 206 komt de
fatale slag bij
Ilipa, waarbij Mago de strijd opent
met een
ongelukkig uitgevallen ruitergevecht. Vandaar
gaat hij terug
naar Gadir, waar hij een revolte onder‑
drukt. De
rebellen worden naar Carthago gestuurd. Een
aanslag op het
verloren gegane Nieuw‑Carthago
mislukt. In 205/204 volgt
de laatste acte. Via de
Balearen
verdwijnt Mago met 25 schepen, 6000 man
voetvolk, 800
ruiters en 7 olifanten naar Genua. In
Liguria wordt succesvol guerilla
gevoerd, maar in
Gallia verliest
een veldslag ternauwernood. In 203
roept Carthago
alle strijdkrachten terug. Het is
niet waarschijnlijk,
dat Mago Carthago nog heeft
bereikt. Hij is
inmiddels gewond geraakt en sterft
in Ligurië of op
de reis terug naar Carthago.
6.Een familielid
van Hannibal Barcas. Hij bevindt
zich in het leger
van Hannibal "de Kale" en wordt
in 215 gevangen
genomen tijdens de expeditie naar
Sardinië.
7.Een van de gezanten, die Hannibal naar
Philippus
van Macedonië
stuurt en die prompt door de Romeinen
gevangen genomen
wordt. Dit gebeurt in 215. Deze
Mago heeft kennelijk
de tocht van Hannibal uit
Spanje naar
Italië meegemaakt.
8.Mago de
Samniet.
Hij is officier
in het leger van Hannibal. In 212
verovert hij o.l.v.Hanno de stad Thurioi. Hij
is be‑
paald bedreven in
hinderlagen leggen, want bij Thurioi
beproeft hij dit
recet met succes. Tiberius Sempronius
Gracchus is het
slachtoffer. Zijn naam wordt ook nog
een keer genoemd
bij een uitval uit Capua en in 208
wordt hij te
Locroi uit een benarde positie bevrijd
door Hannibal
zelf.
9.Mago,
commandant van Carthago‑nova.
Hij heeft slechts
1000 man ter beschikking. Bij de
overval van
Scipio recruteert hij nog eens 2000 man
uit de bevolking en doet
daarmee een uitval, waarbij
alle kansen op
een verdediging van de stad verkeken
zijn. Nieuw‑Carthago
valt en Mago wordt naar Rome
gezonden.
10.Een van de
gezanten, die in 149 naar Rome gezonden
worden.
11.Mago de
Bruttiër.
In 149 houdt hij
een "mannelijke en zakelijke" rede,
waarbij hij de
Carthagers de keuze uitlegt van oorlog
of van volledige
onderwerping. Hij pleit voor het
laatste en de
zending van 300 gijzelaars.
12.Mago de
woestijnreiziger.
Volgens eigen
zeggen zou hij de woestijn driemaal
doorkruist hebben
13.Mago de
agronoom.
Hij schrijft boeken over de
landbouw en de veeteelt.
Sommige
onderdelen laten de Romeinen vertalen.
14.Een slaaf van
Mettius Pomusianus.
Maharbal: Ruiteraanvoerder van Hannibal te
Cannae.
Mahdia: Punische nederzetting op de
oostkust van Tunesië. Voor
de kust is een
scheepswrak gevonden met een lenge van
40 meter en een
breedte van 10 meter. Dit gebeurde in
1907 op 4800
meter uit de kust en op 39 meter diepte.
In het wrak
werden beelden en vele zuilen gevonden,
afkomstig uit
Athene (4e eeuw). Het schip ging
omstreeks 100 ten
onder.
Zie:"Der
Schiffsfund von Mahdia" van W.Fuchs, 1963
Tübbingen.
Malaca: Het tegenwoordige Malaga aan de
Zuid‑Spaanse kust.
Malaca als
Fenicische nederzetting bestond reeds in
de 7e eeuw. De
tegenwoordige Guadalmedina(=Alcazaba)
was de plaats van
vestiging. Omstreeks 600 krijgt
Malaca stevige
concurrentie van het Griekse Mainake,
dat echter in de
volgende eeuw door de Carthagers
verwoest wordt.
Daarna wordt Malaca steeds
belangrijker. Even
ten zuiden van Malaca ligt nog
een Fenicische
nederzetting aan de Rio Guadalhorce
te El Villar.
Uit Malaca zijn
munten bekend vanuit de
4e en 3e eeuw. In
205 gaat de plaats over in Romeinse
handen. _ _
De naam Malaga
betekent=werkplaats (Melakah).
Met die
werkplaats wordt de viszouterij waarschijn‑
lijk bedoeld in
dit geval.
ncfps
See for
more information and in the English language:
Geen opmerkingen:
Een reactie posten