woensdag 9 juli 2014

H2


Hammamet:     nederzetting op de oostkust van Tunesië.

afbeelding




Hammoerabi    BK2: koning van Babylonië. Bekend van zijn wetboek.

 

ḥmn : Hamon. Plaats ten zuiden van Tyrus.

 

Hampsicoras:        Leider van de Sardische opstand bij Cornus in 215 tegen de Romeinse bezetting van eiland. Zijn zoon Hostus wordt door P Manlius Torquatus verslagen. Ook Hampsicorus wordt wat later met de gelande Carthaagse troepen verslagen. Op zijn vlucht pleegt hij zelfmoord. Bronnen: Livius XXIII 32,10 en 40, Silius Italicus XII 342, Zonaras IX 4.

kaart




Handelsprodukten: snuisterijen, metalen, luxe zaken, landbouwprodukten.

 

Handelswegen:

kaarten




Hangers:

 

Hannibal:           Een veel voorkomende naam bij vooral de Puniërs. Het betekent:"in de gunst van Baäl".

1.Zoon van Hasdrubal, neef van Mago. Hij is in de vijfde eeuw actief als bevelhebber op Sardinië.

Bron:Justinius XIX, 22.

2.Zoon van Mago, neef van Hamilcar. Hij leefde in de tweede helft van de 5e eeuw en was een van de belangrijkste Carthagers van die eeuw. Hij was het, die de Grieken in het defensief

drong. In 410 treft hij grote voorbereidingen voor de komende confrontatie met de Grieken op Sicilië. In 409 neemt hij Selinunte in, dank zij vooral zijn meegebrachte oorlogsmachines. Vervolgens verovert hij Himera en wist de smet op het blazoen van zijn  voorvader Hamilcar daarmee uit. Daarna ontbindt hij zijn grote leger en gaat terug naar Carthago. In 406 is hij terug. Bij de belegering van Akragas bezwijkt hij echter aan de pest. Himilco neemt het bevel over. Zie voor een uitgebreide verslaglegging bij: ZK,dl2A,blz 80‑90(250‑260).

3.Zoon van Gescon of Gersacon. Hij leefde aan het begin van de eerste Romeins‑Punische oorlog. Hij was veldheer en vlootvoogd in de periode 269‑265 voorafgaande aan deze oorlog of wellicht reeds langer. Zijn vloot heeft als basis Lipara. Deze Hannibal intervenieert op het diplomatieke vlak op het moment, dat Hiëro van Syracuse de Mamertijnen van Messana defini‑

tief dreigt te verslaan en legt daarbij een Carthaags garnizoen in de burcht van de stad.

Bronnen: Diodorus XXII, 13,7, Zonaras VIII,8 en Polybius I,10. Frontin.(IV,1,19) vermeldt het misschien te betwijfelen, dat hij in de eerste oorlogsjaren een Romeins korps tot overgave dwong en onder het juk door te gaan. In 261 verdedigt deze Hannibal Akragas van juni tot december tegen de Romeinen, waarna hij dank zij het optreden van een ontzettingsleger (Hanno) zonder veel

verliezen kan uitbreken. Vervolgens wordt hij weer vlootvoogd en heeft Panormus als uitvalsbasis. Bij Mylae lijdt hij echter een nederlaag tegen de Romeinse vloot, die voor het eerst met de enterbruggen opereren. Zijn schip, dat nog van Pyrrhus was geweest, raakt hij echter kwijt, maar hij weet zichzelf in veiligheid te brengen. Terug in Carthago wordt hij uit zijn ambt gezet, maar niet bestraft op de gebruikelijke manier. Integendeel, hij krijgt een nieuwe opdracht en wordt naar Sardinië gestuurd. Daar laat de ongelukkige zich in een haven te Sulcis opsluiten door

Romeinse schepen. Daarbij wordt hij gekruisigd door zijn eigen manschappen. Zie:ZK,Dl2B,blz 4‑11 (368‑375). Bronnen:Polybius I, 17‑24, Diodorus XXIII 7‑9, Zonaras Viii,10 en Orosius IV,7.

4.Zoon van Hannibal Gersacon uit ca.270‑260. Hij is onderbevelhebber te Lilybaeum. Zijn chef is Himilco.  Deze Hannibal weet een rebellie onder Gallische huurlingen te voorkomen. Hij leefde dus in de eerste Romeins‑Punische oorlog. Bron:Polybius I, 43,4.

5.bijgenaamd de Rhodiër. Een buitengewoon bekwame zeevaarder, die keer op keer de Romeinse blokkade van Lilybaeum weet te doorbreken in de jaren 250‑249. Uiteindelijk valt zijn schip toch in Romeinse handen. Bron:Polybius I,47,7‑10.

6.Zoon van Hamilcar en bevriend met Adherbal, de commandant van Drepana. Deze Hannibal brengt 10.000 huurlingen in Lilybaeum met 50 schepen vanuit de Aegatische eilanden. Hannibal maakt de daaroip volgende uitval mee van de Carthagers mee, maar vertrekt daarna met zijn vloot naar Drepana.  Bron:Polybius I, 44+46 en Orosius IV, 10.

7.Wellicht is deze dezelfde als onder 6. Deze Hannibal strijdt aan de zijde van Hamilcar Barcas tegen de huurlingen bij Tunes, maar wordt door Matho verslagen en gekruisigd. Hij vindt zijn einde aan hetzelfde

8.De beroemdste Carthager, die in de tweede Romeins‑Carthaagse confrontatie, Rome aan het wankelen bracht, maar net niet slaagde in zijn opzet. Hij is sindsdien nogal eens geromantiseerd als de "edelste mislukkeling" van de oudheid. Weliswaar was hij een briljant generaal, die schitterende veldslagen voor zijn stad vrijwel altijd goedgunstig deed aflopen, maar Rome op de knieën krijgen, dat lukte net niet. Zie:HANNIBAL:W HOFFMAN, HANNIBAL:K CHRIST,  HANNIBAL:GöRLITZ,        HANNIBAL:VELDHEER VAN CARTHAGO, HANNIBAL ALS POLITIKER:E GROARG, HANNIBAL ALS STAATSMAN:J KROHMAYER, HANNIBAL'S ALPENUBERGANG:E MEYER, HANNIBAL'S LEGACY:A J TOYNBEE, HANNIBAL & SICILIëW HOFFMANN, HANNIBAL'S WAR:J F LAZENBY,  ANNIBAL:G P BAKER, HISTOIRE D'ANNIBAL: HENNEBERT, HANNIBAL:H LAMB, HANNIBAL: G AUDISIO.

Deze opgave van literatuur is lang niet uitputtend, maar het illustreert wel de veelzijdige aspecten,

waaronder het fenomeen Hannibal door de verschillende auteurs is bekeken.

Deze Hannibal is de zoon van Hamilcar Barcas. Hij werd vermoedelijk in 247 geboren in Carthago. Wellicht lag zijn afstamming op Malta of Cyrenaïca. Silius Italicus beweert, dat zijn familie afstamt van Elissa en Belos, maar dat is wat al te romantisch gedacht. Barca schijnt een gewone naam te zijn en is misschien toevallig ook een woord voor "bliksem". De naam kan ook  terugslaan op het land van Barca=Cyrenaïca.

Hannibal maakt als vijfjarige wellicht de strijd om Eryx mee, beleeft in ieder geval in Carthago de huurlingenopstand en volgt zijn vader daarna naar Spanje.

 

                              247 jaar van geboorte                     0

                              246                                               1

                              245                                               2

                              244                                               3

                              243                                               4

                              242 Eryx                            5

                              241 Eryx                            6

                              240 terug naar Carthago                 7

                              239 Huurlingenopstand                   8 de eed

                              238 Huurlingenopstand                   9

                              237 naar Spanje                 10

                              236                                               11

                              235                                               12

                              234                                               13

                              233                                               14

                              232                                               15

                              231                                               16

                              230                                               17

                              229 Vader Hamilcar sterft               18 hinderlaag Castulo

                              228 Hasdrubal (de L)                      19 de Luisterrijke

                              227                                               20

                              226                                               21

                              225 Huwelijk met Imilce                 22 Himilkat v Castulo

                              224                                               23

                              223                                               24

                              222                                               25

                              221 Hasdrubal (de L) sterft   26 Veldtocht Olcaden

                              220 Legeraanvoerder           27 Veldtocht Vaccaeërs

                              219 belegering Saguntum    28

                              218 tocht Alpen/Ticinus       29 Trebia veldslag

                              217 veldslag Trasimeno        30

                              216 veldslag Cannae           31

                              215 verbond Macedonië         32 Capua

                              214 verbond Syracuse          33

                              213 verovering Tarente        34

                              212 veldslagen Herdoniae+     35 Lucanië(Volontes)

                              211 tocht naar Rome           36

                              210 veldslag Herdoniae        37

                              209 veldslag Canusium         38 verlies Tarente

                              208 hinderlaag op Crispinus+  39 Marcellus

                              207 broer Hasdrubal komt om   40 a/d Metaurus

                              206 terug naar Bruttië        41

                              205 Bruttië                         42

                              204 Bruttië                         43

                              203 terug naar Afrika         44 broer Mago sterft

                              202 verlies te Zama           45

                              201 Hadremetum                           46 vrede

                              200 Hadremetum/Carthago       47

                              199 Hadremetum/Carthago       48

                              198 Hadremetum/Carthago       49

                              197 Suffeet te Carthago                   50

                              196 Hervormingen te Carthago  51

                              195 Vlucht naar Tyrus!                   52

                              194 naar Antiochië/Ephesus    53

                              193                                               54

                              192 Expeditie naar Griekenland55

                              191 terug naar Azië           56

                              190 Veldslag Magnesium        57

                              189                                               58

                              188 naar Gortyn op Kreta      59

                              187                                               60

                              186 naar Bythinië               61

                              185 Bythinië                       62

                              184 Bythinië                       63

                              183 Bythinië                       64 Zelfmoord Hannibal

 

Hannibal's leraar was de Spartaan Sosilus. Hannibal kende Grieks en ook de Griekse leefwijze. Zijn belang voor Carthago is groot geweest. Hij heeft de Romeinse wals nog even opgehouden, maar tot stilstand brengen kon hij niet meer. Wel heeft hij ingezien, dat de enige kans lag bij het gebruiken van de inheemse westerse krachten van de landen van de Middellandse zee. Hij zag in, dat de inheemse kenmerken van de huurlingengroepen gebruikt dienden te worden. De inheemse westerse volken zagen een veldslag als een serie van man‑tot‑man gevechten. Hij bracht daar verandering in, zodat zijn leger gelijkwaardig werd aan dat van de Romeinen mede door zijn geniaal veldheerinzicht. Hij ziet verder af van de lans en neemt het zwaard als hoofdwapen voor het offensief. Deze innovatie ziet G Brizzi als zijn belangrijkste verdienste voor de krijgswetenschap in de oudheid. In plaats van de massieve falanx maakt Hannibal een meer elastisch leger, dat verdeeld wordt in kleine tactische groepen (speirai). Slechts de bewegingen van zijn leger waren nog "Grieks". Hannibal heeft moeten beseffen, dat een aanval op het hart van Italië alleen nog tot succes zou kunnen leiden teneinde de confederatie te breken. Numeriek zou Carthago nooit meer van Rome kunnen winnen. De afval van de bondgenoten van Rome was noodzakelijk. Eenmaal zover zou met Rome te onderhandelen zijn. Was dat in de tijd van Pyrrhus ook niet zo gegaan? Toen was Mago gekomen en had Rome bewogen de strijd voort te zetten. Vandaar het idee van de "Blitzkrieg" en na 1 of 2 beslissende veldslagen zou "arcem et caput italiae" zijn. Het is alles zeer goed doordacht, maar de senaat van Rome in 216 is een andere dan die van de tijd van Mago! De senaat van Rome vergeeft het Hannibal namelijk niet, dat hij zich aan het hoofd van "barbaren" stelde. Wellicht vecht de adel (niet het gewone volk!) door en overwint tenslotte. Hannibal's grootste teleurstelling moet het zijn geweest, dat hij na dit voldongen feit geen andere wegen heeft gevonden om toch Rome op de knieën te krijgen.

Foto 723




Omstreeks 210 moet Hannibal beseft hebben, dat de grote zaak verloren was. Het wanhoopsoffensief van de grotelijks onderschatte broer Hasdrubal in 207 doet de deur dicht. Het terugtrekken op Bruttië lijkt op de achterhoedegevechten van zijn vader op de Eryx. Het is definitief verloren. Hij laat zelfs zijn daden vastleggen op plaquettes in een tempel in Bruttië. Dit was geen ijdelheid, maar het vastleggen van de vreselijke mislukking. Hij weet op dat moment namelijk de nederlaag al en probeert nog te redden wat er te redden is. Vergeefs probeert hij te Zama nog in een vredesgesprek te komen met Scipio, maar de Romeinen willen de kelk tot het einde door de Carthager leeggedronken hebben. In Zama wordt hij door de Numidische ruiterij verslagen. Zijn lot lijkt bezegeld te zijn. Opmerkelijk genoeg keert hij naar Carthago terug als hervormer,  zonder dat de Romeinen hem opeisen. Dat gebeurt pas in 195, maar hij is al verdwenen naar Syrië. Hij zet gewoon de strijd voort, maar helaas met inferieur materiaal. Op Gortyn vindt hij tenslotte een toevluchtsoord, nadat de Romeinen zijn uitlevering vergeefs geëist hebben. Opnieuw moet hij vluchten naar Bithynië. Uiteindelijk achterhalen de Romeinen hem te Libyssa (Gebseh), waar hij zelfmoord pleegt. Hij werd nooit een vriend van de Romeinen.

kaart




Volgens Dio Cassius zou Septimus Severus op zijn graf veel later een mausoleum hebben laten oprichten van wit marmer. Wanneer Marcellus weer meer dan een eeuw later erover bericht, staan er nog maar een paar zuilen.

afbeeldingen




Hannibal Barcas is niet alleen de "edelste mislukkeling",maar nog meer het prototype van de "grootste misrekening", ondanks een geniale voorbereiding en uitvoering. De eed en eigenlijk gewoon de opdracht, die hij kreeg van zijn vader kon niet worden uitgevoerd.  Hannibal verliest in zijn leven zijn beide strijdende broers.Wellicht was er nog een derde broer. Van zijn vier zussen weten we, dat een de vrouw wordt van Bomilcar, een uitgehuwelijkt wordt aan Navaras, een andere trouwt met Hasdrubal (de Luisterrijke) en de laatste aan een Numidische vorst wordt gegeven.

De zus, die met Hasdrubal trouwde, stierf al spoedig.  Hoe het verder met zijn vrouw Imilce en hun enig (?) kind ging weten we ook niet. Wellicht was dat dat de befaamde Hamilcar in Gallia Cisalpina. Hannibal is een imposant figuur geweest, die zelfs hedentendage nog tot de verbeelding spreekt. Bronnen:  Polybius III, Livius XXI‑XXII,XXVII,XXXIII‑XXXVII, Florus II, Eutropius III, Zonaras VIII, Orosius IV, Frontinus II, Florus I, Appianus Hann.4 e.v., Polyaenus VII.

 

STAMBOOM

HANNIBAL?

|

HAMILCAR BARCAS

(ca.270‑229)

 _______________________________|____________________________  

 |        |        |        |         |        |     |     |

 dochter dochter Hannibal dochter dochter Hasdrubal  Mago    Gisco?

  xHasdr. x      (247‑183)   x        x   (240?‑207)(230?‑203)   ?

  º 223   Bomilcar  x     2 numid. Navaras

    |      |       Imilce   prins

  Sicho   Hanno     |

   ?     (officier  ?

                v Hannibal)

 

AFBEELDINGEN

Hannibal is vaak afgebeeld, maar van geen enkele afbeelding is zeker, dat het ook werkelijk zijn beeltenis is. Vanuit de 18e eeuw stamt een gravure uit Marseille,  waarbij Hannibal als 100 jarige staat afgebeeld. Vanuit 1410 stamt een miniatuur schilderij met als afbeelding zijn befaamde eed. Uit de 15e eeuw is een medaillon bekend van Hannibal als adolescant. Hij staat er gegraveerd in Hellenistische stijl. Ook uit ca.1410 stamt een afbeelding, waarbij de stad Capua zich aan Hannibal overgeeft volgens P.Bressuire. Jean Mansel (tussen 1454 en 1460 publiceert hij) schrijft "Les histoires romaines", waarin ook een afbeelding van Hannibal te Capua voorkomt. In 1722 maakt Sébastien Slodtz(1665‑1726) een beeld van Hannibal als triomfator. Het staat nu in het  Louvre. Ambroise Tardieu, die tussen 1820 en 1828 werd geëxecuteerd, maakt een gravure van Hannibal

naar een portret, dat in 1805 werd gevonden in Calabrië. In Capua werd in 1667 een borstbeeld gevonden, dat over het algemeen aan Hannibal wordt toegedicht. Het bevindt zich nu in het museum te Napels. Gaarne zou iedereen willen, dat dit zijn afbeelding is, want het is imponerend. Het is mooi, van een man van vijftig, een man van glorie en melancholie. Uit de 16e eeuw is een gravure bekend, waarbij hij als grijsaard is afgebeeld. Een eeuw eerder legt een kunstenaar de zelfmoord van Hannibal vast in een miniatuur. In het museum van Montargis hangt een schilderij van Girodet (1767‑1824), die ook al de sterfscene van Hannibal weergeeft. Al deze afbeeldingen zijn opgenomen in het boek van G Audisio over Hannibal (Paris, 1961). Opmerkelijk is, dat hij

vrijwel overal met een baard wordt weergegeven. Zeer waarschijnlijk kennen wij echter niet zijn ware beeltenis. De Feniciërs/Puniërs deden dat niet. Zij beperkten zich tot maskers. Pas in de laat‑Punische periode zien we afbeeldingen verschijnen op voornamelijk dan nog grafzerken.

 

In de nagalm van Carthago en Hannibal:

 

Hannibalisme:       Hannibal is zijn betekenis als historisch figuur ver ontstegen. Hij is niet louter de Carthaagse veldheer gebleven uit de geschiedenisboekjes. In het dagelijkse leven toen en nu, in de dichtkunst, in de krijgswetenschap en zelfs in de 20e eeuwse spionnage wordt zijn naam te pas en te onpas gebruikt. Enige voorbeelden:

a.Anthonie Donker schrijft in het jaar 1940 n C een  boek opgedragen aan A Roland Holst met de titel "Hannibal over de Helicon". Het boek gaat over een nieuwe dichtergeneratie en haar werkelijkheid. Ten onpas wordt Hannibal vergeleken met de "gansche logge legermacht in dezen tijd", die over de Helicon dreigde te trekken, "als eertijds over de Alpen en viert hij zijn lompe triomfen?". Anthonie Donker is bang, dat de poëzie in de verdrukking geraakt en zoekt

antwoord op de vraag naar de verhouding tussen verbeelding en werkelijkheid. Zijn vrees is, dat rond 1940 n C de Helicon(=zangberg) belegerd, bevolkt en platgetreden wordt. De Helicon was in de oudheid een gebergte in Beoetië van de dichters, die toegewijd waren aan Apollo en de Muzen.

b.Jan van Lieshout schrijft een boek over het z.g. "Hannibalspiel", dat in 1980 wordt gepubliceerd. Het gaat over een sinister spel tijdens de 2e wereldoorlog van de contraspionnagedienst der "Kriegsmarine", dat leidde tot de ondergang van een Nederlands/Belgische verzetseenheid. Het drama wordt het "Hannibalspiel" genoemd, omdat de drijfveer hierachter U J W Schwartz was.

Deze was verbonden aan de Duitse contra‑spionnagedienst werkte en wiens schuilnaam Dr U

Schulte was. Deze Schwartz werd door zijn mederwerkers spottend Hannibal genoemd, omdat hij in benevelde buien veelal over Hannibal sprak.

c.Friedrich Donauer schrijft een roman over Scipio en Hannibal, welke in de Nederlandse vertaling de naam "De Olifantenslag" kreeg. De geschiedenis is geromantiseerd weergegeven en zeker de karakterschets van Hannibal is niet neutraal.

d.Hannibal is in de westerse wereld een ingeburgerde naam geworden. Plaatsen worden er mee aangeduid. Personen worden naar hem genoemd. Er is zelfs een TV serie met in de hoofdrollen Hannibal Heyes en Kid Curry.

e.Diverse hedendaagse figuren hebben geprobeerd de tocht van Hannibal met of zonder olifanten na te doen over de Alpen. In 1985 bijvoorbeeld loopt ene Fons Oerlemans met dit plan rond. In 1987 is het Britse cricket‑ster Ian Botham, die met drie olifanten vanuit Perpignan op weg ging. Al na 8 kilometer verstuikte een van de olifanten zijn poot. Niettemin ging de tocht verder ten bate van het goede doel:bijdragen werven voor het leukemie onderzoek. De olifanten zijn echter teruggestuurd. Tenslotte lukt het o.a. door  Bernard Levin. Zie boek 305.HANNIBAL’S FOOTSTEPS Bernard Levin. Sceptre 1987. Verslag van een voettocht in de voetstappen van Hannibal. Niet echt belangrijk. Een hebbeding. Wel een afwijkende visie van de Alpentocht, maar die wordt niet echt onderbouwd.

f.Diverse objecten worden met zijn naam in verband gebracht. In het hooggebergte van de zuidelijke Alpen ligt een rotsblok met de naam "Pierre d'Hannibal. De locatie is even ten zuiden van de Col de Restefond. In 1714 is door een boer een grote zilveren schaal ontdekt in de Dauphiné. De schaal is voorzien van een medaillon, waarop een palm en een leeuw zijn afgebeeld. Men heeft de schaal in verbinding met Hannibal gebracht en het "Bouclier d'Annibal" genoemd. Later is echter gebleken, dat de schaal uit de 6e eeuw stamt.

g.Vele toneelstukken, gedichten  e.d. hebben Hannibal op onderdelen verwerkt. Juvenalis schrijft over hem in satires. A Dante, T Corneille, de Marivaux, F Didot en V Hugo leveren ook hun bijdrage.

 

Hanno: 

stamboom

           



1.Vader van Hamilcar I. [Her.VII,165].

2.Zoon van Hamilcar I en mogelijk dezelfde als onder 3. In ieder geval een veldheer met de bijnaam "Sabellus". Hij verovert een flink deel van wat we nu Tunesië noemen. Hij maakt van de Carthagers uit Tyrus meer en meer Afrikaners. Hij wordt echter ten val gebracht en moet samen met zijn broer Gescon uitwijken [Just.XIX,19].

3.Suffeet van Carthago, die met 60 vijfroeiers en 30.000 kolonisten een opgetekende tocht ondernam. Hij verkent en staat aan het hoofd van een grote expeditie naar westelijke kusten van Afrika in het midden van de 5e eeuw. Het aantal kolonisten zal overdreven zijn. Niettemin worden de volgende vestigingen gesticht:Thymiaterion,Soloeis,Karikon Teichos, Gytte,Akra,Melitte, Cerne. Hanno is vermoedelijk tot aan de berg van Kameroen gekomen. {Strab.XVII,Plin.IV,V,VI,Diod.III]. Waarom hij in zijn reisverslag niets zegt over de Canarische eilanden, is een raadsel. Die moet hij met het blote oog gezien hebben.

kaarten




4.Veldheer van Carthago in het midden van de 5e eeuw. Hij voert strijd tegen Dionysios in 368. In 345 belegert hij Campaanse huurlingen in Entella. Hij weet de landing van Timoleon niet te verhinderen en wordt teruggeroepen. In Carthago probeert hij een staatsgreep. Zijn poging om de complete stadsraad te vermoorden mislukt. Hij verlaat Carthago en poogt een oproer te ontketenen. Uiteindelijk wordt hij en zijn familie terechtgesteld. [Justin.XX,XXI, Diod.XVI]

5.Veldheer van Carthago in de strijd tegen Agathocles. Hij valt in de slag voor de muren van Carthago, waarbij hij de linkervleugel van het Carthaagse leger aanvoerde.[Diod.XX, Just.XXII].

6.Veldheer van Carthago tegen Archagatos, de broer van Agathocles. Hij verslaat Aischrion met zijn legerafdeling.[Diod.XX 60,3].

7.Carthaagse commandant van de bezettingsmacht in Zancle=Messana in 265. Hij verslaat een Romeins eskader, dat wil invaderen. Niettemin wordt toch getracht de vrede te bewaren en laat zich ompraten om de burcht te verlaten, waarin hij verschanst zat. Hij wordt gevangen genomen en verliest de stad. Hiervoor wordt hij door Carthago gestraft. [Zonar. VIII].

De reizen van Hanno 8

8.Bevelhebber in de 1e Romeins‑Punische oorlog. Zoon van Hannibal, die in 264 in Sicilië landde en Akragas bezette. Hij sluit met Hieron een verbond en valt Messana aan. Daar wordt hij echter verslagen. Op Sicilië heeft hij volgens Philinus in 262 of 261 maar liefst 50.000 man voetvolk, 6000 ruiters en 60 olifanten ter beschikking. Van Lilybaeum gaat hij naar Ras Melkart en verovert Herbessos. Een poging om het belegerde Akragas te ontzetten mislukt, ondanks een gewonnen ruitergevecht. Hij moet naar Carthago terugkeren en krijgt een milde straf: 6000 geldstukken boete! In deze zelfde jaren weet hij wel een opstandige groep Galliërs in een hinderlaag bij de Romeinen te sturen. De Romeinen slachten hun bondgenoten in spé (4000 man) af. In 258/257 is hij te Sardinië, waar hij zijn mede-bevelhebber Hannibal verliest, maar kort daarop verslaat hij daar een Romeins smaldeel. In de zeeslag bij Ecnomus voert hij het bevel over de rechtervleugel. De zeeslag gaat verloren, waarna hij onderhandelingen aanknoopt om tijd te winnen. Hierna wordt hij niet meer genoemd, of hij zou wellicht de Hanno van de Aegetische eilanden zeeslag kunnen zijn.[Diod.XXIII, Polyb.I 18,19,27, Zonar VIII].



 

9.Admiraal van de Carthaagse vloot bij Sardinië en Corsika. Hij sneuvelt bij Olbia en wordt eervol

door consul L C Scipio begraven [Oros.VI,7 en Val.Max.V 1,2]. Volgens Zonaras VIII 9 schijnt er

bij Olbia nauwelijks strijd geweest te zijn!

10.Zoon van Hasdrubal. Een van de drie veldheren, die tegen Regulus in 256 in actie kwamen [Polyb.I 30].

11.Zoon van Hamilcar. Hoofd van het gezantschap naar Regulus [Diod.23,12].

12.Carthaags kapitein, die met zijn vijfdekker tijdens de 1e Romeins‑Punische oorlog bij Lilybaeum in handen viel van de Romeinen en wiens schip als voorbeeld ging dienen voor de Romeinse vloot in opbouw. Wellicht is er sprake van een naamsverwisseling met Hannibal [Zonar.VIII,15].

13.Admiraal van de proviandvloot in mei 241, die door L.Catulus verslagen werd bij de Aegetische eilanden. In Carthago wordt hij gekruisigd. [Diod.XXIV, Polyb.I,60+61, Zonar.VIII 17].

14.Carthaags veldheer. In 240/239 wordt hij tegen de huurlingen op Sardinië uitgestuurd, maar zijn soldaten verlaten hem. De huurlingen kruisigen hem [Polyb.I 79].

15.Hanno de Grote.Zo wordt ook deze Hanno genoemd uit de 3e eeuw. Hij is veldheer in Libyë en maakt zich gehaat vanwege de inning van hoge belastingen. De stad Hekatontapylos wordt door hem veroverd. In het begin van de huurlingenopstand voert hij met hen overleg in Sicca.

Als organisator is Hanno zeer goed, maar als veldheer mislukkeling. Hamilcar Barcas volgt hem op en sindsdien heerst er vijandschap tussen de families Hanno en Barcas. Na de moord op Gescon wordt hij weer als veldheer opgeroepen, maar zijn troepen kiezen uiteindelijk voor een andere veldheer=Hannibal. Na de dood van Hannibal wordt Hanno opnieuw gekozen en vindt er een "verbroedering" plaats met Hamilcar. Gezamenlijk worden dan de huurlingen definitief overwonnen. Hanno  neemt Hippo in. Uiteindelijk wordt hij opnieuw als veldheer afgedankt en geraakt op de achtergrond. In 219/218 is het Hanno, die de oorlog met Rome sterk ontraadt en zelfs voor uitlevering van Hannibal Barcas is (althans volgens de Romeinense overlevering!). Tegen het einde van oorlog is hij het, die met Rome tot vrede tracht te komen. Hanno de Grote heeft geleefd van ongeveer 280 tot 200 en werd dus voor die tijd vrij oud.  [Polyb.I 67 t/m 88, Appian.Lib, Liv.XXI, Zonar.VIII  Liv.XXIII, Zonar.IX]. Zie Atlas kaart 91 B.

16.Carthaags officier, die in 218 met 10.000 man voetvolk, 1000 ruiters en voorraden/bagage e.d.

door Hannibal in Catalonië achtergelaten wordt. In nog hetzelfde jaar wordt hij door Cn Scipio ver‑

slagen bij Kissa. [Polyb.III, Liv XXI,Zonar.VIII].

17.Zoon van de suffeet Bomilcar. Hij forceert de overgang bij de Rhône in het leger van Hannibal

Barcas. Bij Cannae heeft hij het commando over een van de vleugels. Later heeft hij het commando in Lucanië en Bruttië. Hij belegert Petelia, maar wordt in 215 door Tib.Sempr.Longus bij Grumentum verslagen. Met aangekomen versterkingen rukt hij op naar Nola. In Bruttië verovert hij Locroi en Crotone. In 214 wordt zijn leger van 17.000 Bruttiërs en Lucaniërs, alsmede 2000 Afrikaanse ruiters bij Beneventum verslagen door Tib.Sempr.Gracchus, maar in 213  wordt Tib.Pomp. Veientanus door Hanno verslagen en gevangen genomen. Verder belegert hij de burcht van Tarentum en probeert Capua te provianderen. Te Beneventum wordt in zijn afwezigheid zijn leger met de voorraden overvallen.  Even later verovert hij samen met Mago Thurioi. In 207 vinden we hem in Metapontum. Hierna wordt hij waarschijnlijk naar Carthago terug gestuurd. Na het écheque van Hasdrubal en Syphax, wordt hij tot bevelhebber gekozen en samen met Hamilcar doet hij met de vloot een aanval op Castra Cornelia. Hierna wordt hij niet meer genoemd.[Polyb.III,Liv.XXI t/m XXVII, Zonar.VIII, Appian.Hann.33+34, Appian.Lib.24+29+30].

18.Voorname Carthager in 215. Op Sardinië geraakt hij in Romeinse gevangenschap.[Liv.XXIII 41].

19.Carthaags officier, die tijdens de 2e Romeins‑Punische oorlog met 1000 ruiters en 1000 man voetvolk naar het belegerde Capua wordt gezonden, waar hij met Bostar het commando overneemt. [Liv.XXVI 12].

20.Aanvoerder van de Carthaagse troepen op Sicilië  na de dood van Himilco in 212. Hij houdt Akragas als basis, maar kan niet goed overweg met de Numidische ruiteraanvoerder Muttines. Deze Hanno wordt in afwezigheid van Muttines een keer verslagen door Marcellus. Wanneer hij zijn eigen zoon tot commandant van de Numidische ruiterij maakt, verraadt Muttines de stad aan de Romeinen in 210. Hanno vlucht naar Carthago.[Liv.XXV+XXVI].  Wellicht is de berichtgeving van Livius hier wat gekleurd.

21.Carthaags veldheer in Spanje. Nadat Hasdrubal Barcas in 208 vertrokken was naar Gallië, wordt deze Hanno als derde bevelhebber naar Spanje gezonden. In 207 wordt hij met Mago door Silanus overwonnen en geraakt in gevangenschap.  [Liv.XXVIII].

22.Carthaags officier in Spanje. In de 2e Romeins‑Punische oorlog is hij onderbevelhebber van het leger van Mago in Spanje. Na Ilipa weet hij met weinigen te ontkomen.[Liv.XXVIII 30, Appian.Iber 31].

23.Voorname jonge Carthager, die in een ruitergevecht na de landing van Scipio in Africa (204) omkwam. [Liv. XXIX 29].

24.Zoon van Hamilcar of van Hasdrubal. In 204 brengt hij de Carthaagse ruiterij met Numidische versterkingen op 4000 man, verovert Salaeca, maar wordt even later door Scipio verslagen.

Waarschijnlijk wordt hij gevangen genomen en later  tegen de moeder van Massinissa uitgewisseld.[Appian.Lib.14,Zonar IX 12].

25.Aanvoerder van de Romeinse partij in Carthago voor het begin van de 3e Romeins‑Punische oorlog. [Appian.Lib.68].

26.Hanno de Witte. Tijdens de 3e Romeins‑Punische oorlog verhindert hij, dat de gehele Carthaagse ruiterij het overlopen van Himilco Phameas zal navolgen. [Appian.Hann.108].

27.Hanno de Zonderling. in feite een dierenvriend, die met leeuwen wist om te gaan [Plin.nat.hist VIII 55, Plut.praec.ger.reip.3 799E.

 
ncfps

Geen opmerkingen:

Een reactie posten